de rode draad kwijt
28-08-2022 - Geplaatst door Andre Pietzondag 28 augustus 2022, Benthuizen
In Genesis 38 wordt de geschiedenis van Jozef onderbroken met de weinig verheffende lotgevallen van Juda. Dat verhaal eindigt met de hoogstmerkwaardige geboorte van een tweeling: Peres en Zerach. Maar wie van beiden was nu de eerstgeborene? Een vraag die trouwens als rode draad door heel het boek Genesis loopt. En in Genesis 38 raken we deze draad zelfs letterlijk even kwijt. Wat duidelijk moet zijn is dat in zo’n hoofdstuk veel meer dan alleen maar geschiedenis wordt geschreven. Hier worden profetische lijnen uitgezet!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: de Rode Draad Kwijt
- Een Profetische Onderbreking in de Heilsgeschiedenis
- De Afdaling van Juda en Zijn Kanaänitische Gezin
- Tamar, het Zwagershuwelijk en de Werkelijke Zonde van Onan
- Juda's Loze Belofte en de List van Tamar
- Religieuze Hypocrisie: Juda Ontmaskerd Door het Onderpand
- De Geboorte van de Tweeling en de Scharlaken Draad
- Peres en Serach: de Breuk en het Opgaande Licht
Inleiding: de Rode Draad Kwijt ↑ hoofdstukken
Eigenlijk is het zo dat Art mij ook het onderwerp van vanmorgen heeft aangereikt. Ik was wat in dubio – dat gebeurt wel eens vaker over de onderwerpkeuze, er is zoveel en wat ga je dan bespreken? Maar twee weken geleden had Art al aangegeven dat hij graag iets ter inleiding naar voren wilde brengen over dit onderwerp, over scharlaken. Toen ik zo in dubio zat, dacht ik: hé, ik weet een hele mooie geschiedenis.
Nou ja, een mooie geschiedenis... daarover valt misschien nog wel wat af te dingen. Maar het is wel een hele bijzondere geschiedenis waar we het over gaan hebben. En dat is al even door Art aangestipt: namelijk de geschiedenis van Peres en Serach, waar ook inderdaad dat scharlaken een rol speelt.
Ik zat later, toen ik eenmaal de keuze voor het onderwerp gemaakt had, weer in dubio – en Petra weet daarvan – over hoe ik dit nu zou gaan bespreken. Want het is een lang hoofdstuk en ik heb even getwijfeld om het in tweeën te doen, maar dat was eigenlijk ook weer geen goed idee. Dus ik ga het hoofdstuk in zijn geheel bespreken, maar wel zodanig dat ik de geschiedenis vers voor vers doorneem, eventueel met een paar toelichtingen. Dan kom ik uiteindelijk uit bij het scharlaken, bij de rode draad, en waar het werkelijk allemaal om gaat en waar dat naar verwijst. Dus ja, dat gaat wel goed komen.
"De rode draad kwijt" heb ik het maar als titel meegegeven. Dat noemen ze in het Nederlands een contaminatie. De rode draad, dat kennen we al: de rode draad van iets. En je kunt ook de draad kwijt zijn. "De rode draad kwijt" is dan een samentrekking van twee uitdrukkingen, waarvan je zegt: hé, dat is zoiets als "overnieuw" of "kost duur". Dat zijn ook contaminaties. De mooiste vind ik altijd nog "mond-op-mondreclame". Dat is een contaminatie van mond-op-mondbeademing en mond-tot-mondreclame. Dan zeggen ze "mond-op-mondreclame", maar ik heb er nog nooit zo één gezien hoor. Ik zou er ook niet zo blij mee zijn, ook niet met die reclame – tenminste, meestal niet. Ja.
Een Profetische Onderbreking in de Heilsgeschiedenis ↑ hoofdstukken
Waar we het over gaan hebben, is een hoofdstuk dat deel uitmaakt van de geschiedenis van Jozef in het boek Genesis. Dat is een lange geschiedenis, van hoofdstuk 37 tot en met hoofdstuk 50. Maar ik moet erbij zeggen: er is één hoofdstuk dat daar uitspringt en dat is waar we het vanmorgen over gaan hebben. Het is feitelijk een onderbreking van de geschiedenis van Jozef. Zo wordt het trouwens ook toegelicht en ingeleid.
In hoofdstuk 37 wordt Jozef geïntroduceerd met die veelkleurige mantel, waar ongetwijfeld ook de kleur rood in gezeten heeft. Het is de geschiedenis waarin zijn broers hem verwerpen en verkopen naar Egypte. Hoofdstuk 39 sluit vervolgens naadloos aan op het slot van hoofdstuk 37. In die zin zou je hoofdstuk 38 er gewoon helemaal uit kunnen laten, want hoofdstuk 39 gaat direct verder met het feit dat Jozef in het huis van Potivar terechtkomt en alle hoofdstukken daarna over hoe hij onderkoning wordt.
Hoofdstuk 38 is echter een onderbreking in de geschiedenis en gaat over de misstap van Juda. In onze Bijbel staat de geschiedenis van Juda en Tamar waarschijnlijk ook zo boven het hoofdstuk. Het is een weinig verheffende geschiedenis als je het verhaal sec neemt. Maar als ik het zo zeg, sluit het trouwens ook wel weer mooi aan op wat we de vorige keer hebben gezien. Twee weken geleden stond ik op deze plaats en toen heb ik het gehad over de onderbreking in de heilsgeschiedenis; het feit dat God vandaag Zijn aangezicht verbergt. Als die uitdrukking wordt gebezigd, dan gaat het juist over de huidige tijd, die een tussentijd is, een intermezzo of een onderbreking.
Dat hoofdstuk waar we het vanmorgen over gaan hebben, is ook zo'n onderbreking, namelijk de misstap van Juda. Ik vind dat eigenlijk wel erg mooi geformuleerd. In de naam Juda klinkt ook het woord Jood, Joods of Jodendom door, want dat is daarvan afgeleid. Deze geschiedenis vindt plaats in de tijd van Jozefs verdwijning. Terwijl Jozef in Egypte is, weet het hele huis van Jakob daar niets van. Jakob weet daar niet van. Na twintig jaren — we hebben het onlangs nog gehad over die twintig jaren en de aparte rol die zij spelen in het leven van Jakob — openbaart Jozef zich aan zijn broers. Deze geschiedenis vindt plaats in die ruim twintig jaren.
Nu hebben we een klein beetje een beeld waar u dit moet plaatsen. Laten we gewoon de geschiedenis gaan lezen. Ik zei al dat het een lang hoofdstuk is. Over het algemeen kan ik er zonder al te veel toelichting doorheen gaan, maar dan weet u in ieder geval waar het over gaat. Ga er maar eens even goed voor zitten. Ik zie sommige mensen nu hun benen over elkaar slaan. Oké, ga er goed voor zitten, maar houd u ook vast, want er zitten hele vreemde en onsmakelijke details tussen.
De Afdaling van Juda en Zijn Kanaänitische Gezin ↑ hoofdstukken
In die tijd daalde Juda af van zijn broeders. Ik zei per ongeluk Judas, maar bij nader inzien is dat eigenlijk niet eens zo gek. Juda daalde echter af van zijn broeders. Hij daalde af, en dan weet je ook meteen dat het een neergang is. Dat is een sprekend woord: een neergaande lijn.
Het was in de tijd waar we het zojuist over hadden, de tijd van Genesis 37. Dat is het eerste hoofdstuk in de geschiedenis van Jozef, waarin hij werd verkocht naar Egypte. Overigens gebeurde dat onder leiding van Juda; hij had bepaald dat Jozef verkocht zou moeten worden. Hij had handelsgeest, en dat is ook wel dubbelzinnig als ik het nu zo zeg, maar dat komt in dit hoofdstuk opnieuw duidelijk uit de verf.
Het was dus in de tijd dat Jozef verkocht was, dat Juda afdaalde van zijn broeders. Hij ging ergens anders wonen, niet eens zo heel veel verder trouwens, een aantal tientallen kilometers verderop. Hij nam zijn intrek bij een man van Adullam genaamd Chira. Die naam heeft te maken met schitteren, en vandaar ook met rijkdom als afgeleide betekenis. Dat is ook de wijze waarop hij hier en later in het verhaal wordt neergezet. De rol die hij speelt, is die van een compagnon van Juda.
Daar zag Juda de dochter van een Kanaänitisch man. Er zijn er trouwens ook die zeggen dat vers 2 verklaart waarom hij elders ging wonen en daar zijn intrek nam, namelijk omdat hij op die plaats de dochter van een Kanaänitisch man had getroffen. Dat zou heel goed kunnen; het zou betekenen dat vers 2 chronologisch gezien in feite voorafgaat aan vers 1. Hoe dan ook, Juda zag daar op die plek de dochter van een Kanaänitisch man genaamd Sua, wat 'voorspoed' betekent.
Er staat dat hij haar huwde en tot haar kwam, wat een eufemisme is voor seksuele gemeenschap. Ik moet erbij zeggen dat dit huwelijk niet volgens het principe van zijn overgrootvader Abraham en zijn grootvader Izaäk was. Zij hadden immers heel uitdrukkelijk voor hun kinderen bepaald dat zij geen vrouw mochten nemen uit de dochters van Kanaän. Om die reden zochten zij het zelfs heel ver weg. In dit geval was Juda het daar blijkbaar niet mee eens; hij huwde een Kanaänitische vrouw. Had dat misschien ook met geld te maken? De namen, die nooit zomaar worden genoemd, wijzen wel in die richting, maar dat laat ik even voor wat het is. Ik zei al dat ik niet altijd diep kan ingaan op alle details of de betekenis van namen, tenzij het echt ter zake doet.
In één vers wordt nogal wat verteld. Vervolgens kwam hij tot haar en zij werd zwanger. Zij baarde een zoon en noemde hem Er. Dat is de eerste, kan ik u verklappen, want de geschiedenis gaat verder. Daarna werd zij opnieuw zwanger. Hoe die vrouw trouwens heette, weet ik niet; ik weet alleen de naam van haar vader. Zij baarde opnieuw een zoon en noemde hem Onan. Die naam kent u ongetwijfeld; ik kom daar zo nog even op terug. Maar eerst nog dit: er kwam ook nog een nummer drie aan, eveneens een zoon. Vervolgens baarde zij nogmaals een zoon en ze noemden hem Sela.
Er staat bij dat Juda te Kezib was toen zij hem baarde. Waarom wordt dat verder vermeld? De eigenaardigheid doet zich namelijk voor dat die plaatsnaam verder geen rol speelt in het verhaal. Daarom denk ik vooral dat het te maken heeft met de betekenis van die naam. Kezib betekent namelijk 'vals' of 'vervalst'. Dat is gewoon heel veelzeggend voor waar Juda mee bezig is. Hij was aan het afdalen, zal ik maar zeggen.
De geschiedenis van Juda laat iets zien van wat er gebeurt in die tussentijd, in de onderbreking nadat de ware Jozef is verworpen, verloochend en verdwenen, totdat hij zich weer zal openbaren. In die tijd speelt dit zich af. Dit heeft alles te maken met de lotgevallen van het Joodse volk, van Juda, die niet meer in het land is of in elk geval nu elders vertoeft. En wanneer die derde zoon dan geboren wordt, bevindt hij zich te Kezib. Dat mag aangenomen worden, want waarom wordt het anders vermeld? Het is veelzeggend, want het betekent 'vals' of 'vervalst'.
Tamar, het Zwagershuwelijk en de Werkelijke Zonde van Onan ↑ hoofdstukken
Juda nam een vrouw voor Er. We praten inmiddels over heel wat jaartjes later, hoewel ik vrij zeker weet dat dit minder dan twintig jaar na de verkoop van Jozef is geweest. Het zal een jaar of vijftien of zestien geweest zijn dat hij huwde met de vrouw die hier genoemd wordt. Eerst wordt er gesproken over de geboorte van de drie jongens en vervolgens over wat er gebeurde met de eerstgeborene. Juda nam voor Er een vrouw, want zo gaat dat. Dat vind ik trouwens helemaal geen afdwaling, maar daar hebben andere mensen weer een heel andere mening over. Dat de vader een partner zoekt voor zijn zoon of eventueel voor zijn dochter, daar zijn mijn kinderen het overigens helemaal niet mee eens. In Huize Piet hebben we dat niet zo voor elkaar gekregen, maar daar gaan we het verder niet over hebben, want dan komen er weer te veel details. In ieder geval is het een ding dat zeker is: van oudsher was dit het normale gedrag. De vader was de hoofdverantwoordelijke voor het kind. Het was zijn verantwoordelijkheid om de toekomst voor dat kind te regelen en hem of haar goed over te dragen, zeker als het om een dochter ging.
Juda nam voor Er, zijn eerstgeborene, een vrouw en die heette Tamar. Dat is een mooie naam; Tamar betekent palmboom. Die naam komen we nogal eens tegen. Juda wordt uiteindelijk de koninklijke stam, dat weet u. Dat is eigenlijk een beetje een anachronisme, zoals dat met een mooi woord heet, want pas veel later zou worden gezegd dat van Juda de scepter niet zou wijken en de heersersstaf tussen zijn voeten zou blijven. Juda zou uiteindelijk de stam zijn die de koning en de kroon zou leveren. De eerste bij wie dat echt gestalte kreeg, was David. Het huis van David kwam uit de stam Juda, uit het gebied van Bethlehem. David had overigens ook een dochter die Tamar heette, en ook een kleindochter – de dochter van Absalom – kreeg die naam. Het is altijd een naam voor een vrouw van koninklijken bloede. Dat zit eigenlijk ook al opgesloten in die palmboom, want dat is in feite een opgericht teken met een kroon van bladeren. Daarin liggen de tekens van koningschap en van triomf direct besloten. Als je bijvoorbeeld blij bent dat de koning arriveert, dan pak je palmtakken en daar zwaai je mee. Later lees je in het boek Openbaring ook over die grote schare met palmtakken in de handen: de overwinning is behaald. Daar heeft de naam Tamar alles mee te maken.
Dat huwelijk van Er en Tamar was echter niet erg voorspoedig. Dat is een eufemisme, want het werd een drama. Wat er precies gebeurde, weten we niet, behalve wat hier vermeld wordt. In vers 7 staat dat Er, de eerstgeborene van Juda, kwaad deed in de ogen van Yahweh. Eigenlijk wordt de lijn hiermee voortgezet, want wat Juda deed, was ook al niet goed. De verkoop van zijn broer Jozef hoef ik immers niet toe te lichten. Die neergaande lijn in dit hoofdstuk wordt gewoon doorgetrokken. Er deed wat kwaad is in de ogen van Yahweh. Wat dat precies was, staat er niet bij, maar het leidde ertoe dat het fataal met hem afliep: Yahweh doodde hem. Dat gebeurde.
Toen zei Juda tot Onan, de tweede zoon: "Ga tot de vrouw van uw broeder, sluit met haar het zwagershuwelijk en verwek voor uw broeder nakroost." Dit moet voor een aantal van u wellicht even toegelicht worden. We praten hier over een geschiedenis die pakweg 4000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, met gebruiken die voor ons vreemd zijn. Ik had het net al over de actieve rol van de vader bij het huwelijk; dat kennen we al niet meer, al is dat eigenlijk nog maar tamelijk recent verdwenen. Maar wat hier aan de hand is, is het zwagershuwelijk. We vinden daar meerdere voorbeelden van in de Bijbel. Het wordt zelfs officieel geregeld in de wet in Deuteronomium 25. Ook in de geschiedenis van Boas speelt het een grote rol wanneer hij huwt met Ruth. Het idee van een zwagershuwelijk was dat wanneer een man kinderloos overleed, er een morele verplichting op de familie rustte. Een broeder – dat hoefde niet per se een lijfelijke broer te zijn, het kon ook een ander familielid zijn – moest dan alsnog nakroost verwekken voor zijn overleden broer. Zo staat het er: "verwek voor uw broeder nakroost." In feite wordt hier het zwagershuwelijk heel kort samengevat. Dit is niet erg romantisch, maar romantiek speelt in de Bijbel bij huwelijken sowieso meestal niet de hoofdrol. Het ging om het voortbestaan van de naam. Bovendien bleef Tamar op deze manier in de familie en werd er voor haar gezorgd; het was dus ook een plicht ten opzichte van haar. Het idee was dat wanneer er uit zo'n zwagershuwelijk kinderen voortkwamen, deze op naam van de eerste, overleden echtgenoot kwamen te staan. Dat is wat bedoeld wordt met "verwek voor uw broeder nakroost". Dat betekent heel letterlijk: op zijn naam. Ook al zijn de kinderen biologisch gezien van Onan, formeel en wettelijk worden ze voor het erfrecht gerekend als nakroost van de overledene. Dat is het principe.
Maar het ging anders. Onan wist namelijk dat het nakroost hem niet zou toebehoren. Dit is een saillant detail waar ik toch even op moet wijzen. Hij had de overweging: "Ik kan dat kind nu wel verwekken, maar het is niet míjn nakroost, het zijn niet míjn kinderen." Daarom verspilde hij, zo vaak hij tot de vrouw van zijn broeder kwam en seksuele gemeenschap had, het zaad op de grond om aan zijn broeder geen nakroost te geven. Hier komt ons Nederlandse woord 'onanie' vandaan, dat altijd gebruikt wordt als aanduiding voor masturbatie of zelfbevrediging. Maar als je de Bijbel een klein beetje kent en dit leest, dan vraag je je af wat dat ermee te maken heeft. Men noemt zelfbevrediging 'onanie', en dan begrijp je ook meteen waarom dat van oudsher altijd in zo'n kwade reuk heeft gestaan. Want "kijk maar wat Onan deed, dat was fout". Maar dat slaat werkelijk nergens op. De Bijbel zegt sowieso niets over zelfbevrediging; wij zijn daarin vaak heel moralistisch. Wij zouden wat Onan deed trouwens nooit zo hebben genoemd. De nette term voor wat hij deed is coïtus interruptus, maar de meesten van u kennen de techniek denk ik wel anders. Ik hoor het al aan het gegons in de zaal: u hebt goed opgelet bij de seksuele opvoeding. Hij verspilde het zaad op de grond, puur en alleen om aan zijn broeder geen nakroost te geven.
Dat wilde hij dus per se niet. En dan staat erbij: "en hetgeen hij gedaan had, dat was kwaad in de ogen van Yahweh." En Hij – dat is de Heer Yahweh – doodde ook hem. Dus de tweede zoon sterft, naar je mag aannemen na korte tijd.
Wat was er nou eigenlijk kwaad aan? Daarom begrijp je ook waarom men zegt: "Kijk, als je het woord 'onanie' reserveert voor masturbatie, dan weet je meteen: dat was kwaad in de ogen van de Heer, dus onanie is fout." Nou, dat klopt niet. Die hele conclusie is zo onbijbels; misschien wel heel preuts, moralistisch en fatsoenlijk allemaal in wat wij dan fatsoen noemen, maar Bijbels gezien heeft het geen enkele grond.
Wat wij onanie noemen, heeft niets te maken met wat Onan deed. Trouwens, de zonde was ook niet dat hij deed aan geboortebeperking of zoiets; ook zo is het wel uitgelegd. Maar ook daar gaat het niet om. Het punt was – het staat er gewoon bij – dat hij voor zijn broer geen nakroost wilde verwekken. Want hij dacht: dat komt dan niet aan mij toe. Daarom wilde hij dat niet.
Je zou er zelfs nog uit kunnen afleiden dat het in die familie ook al geen boter en ei was... hoe zei je dat? Koek en ei, ja. Over contaminatie gesproken, maar dit is weer iets nieuws. Nou ja, het is wel een contaminatie, want "het boterde niet", dat moet ik zeggen. Dan zeg ik: "het was geen koek en ei", maar ik zeg dan blijkbaar: "het was geen boter en ei". Oké.
Ja, want hij wilde dat niet voor zijn broer doen. Je mag daaruit afleiden: waarom wilde hij dat niet? Ook dat staat er allemaal niet bij. In feite hebben we nu een stuk of tien verzen gelezen en er is een heel aantal jaren verstreken in wat hier allemaal speelt. Dat zijn nogal heftige gebeurtenissen. Bij een heleboel dingen zouden we eigenlijk heel erg geïnteresseerd zijn in de details. Wat was er dan precies? "En Hij doodde hem" – wat gebeurde er dan? Ja, hij stierf. In de geschiedenis zelf komt hier tot uitdrukking dat hij van Godswege stierf. Dat is het idee, ongeacht de vraag hoe hij dan precies overleed. Het was Yahweh die hier op de achtergrond optrad en ingreep. Oké, we gaan verder.
Juda's Loze Belofte en de List van Tamar ↑ hoofdstukken
We moeten natuurlijk bij de rode draad uitkomen en dat is nog een heel aantal verzen, dus we gaan verder. Toen zeide Juda tot zijn schoondochter Tamar: "Ga als weduwe in het huis van uw vader wonen, totdat mijn zoon Sela groot is." Kennelijk was hij hier nog te jong om te huwen; ja, dat staat er gewoon, hij was nog niet helemaal volgroeid. Er staat letterlijk: "totdat mijn zoon groot is." Tamar krijgt dus te horen dat ze nu wel weduwe is, maar dat er een 'totdat' aan vastzit. Want volgens het principe van het zwagerhuwelijk zou Sela, de derde zoon, alsnog aan Tamar gegeven moeten worden.
Hoewel ik me kan voorstellen dat Juda dacht: nou, twee keer is zo gegaan, maar drie keer? De overwegingen die Juda daarbij gehad heeft, verzin ik niet, want het staat er namelijk bij. Hij dacht namelijk: "Dat ook hij niet sterve evenals zijn broeders." Er zijn er al twee dood en bij de derde weet je het eigenlijk al. In dit hoofdstuk spelen de getallen twee en drie trouwens een grote rol. Waarom? Er zijn er twee dood en bij de derde wordt het helemaal anders. Wat Juda dus doet onder het voorwendsel dat Sela nog niet groot genoeg is en nog niet de huwbare leeftijd heeft, is dat hij hem eigenlijk helemaal niet aan Tamar wilde geven. Dat was het idee. Dat zei Juda alleen maar omdat hij bang was dat ook Sela zou sterven, evenals zijn broeders.
Tamar ging in het huis van haar vader wonen en na verloop van vele dagen stierf de dochter van Sua, de vrouw van Juda. De een na de ander gaat dood; nu overlijdt ook de vrouw van Juda. Toen Juda de rouwtijd ten einde gebracht had, ging hij naar de scheerders van zijn schapen, samen met zijn vriend Chira, de Adullamiet, naar Timna. Die Chira kennen we al, want dat was de compagnon bij wie Juda was ingetrokken. Nu zie je inderdaad dat ze voor een zakelijke bezigheid naar Timna gaan.
De geschiedenis wordt nog veel erger hoor, het is moreel gezien geen verheffend verhaal. Voordat de dienst begon, had ik het er hier nog even met Gerard over dat dit hoofdstuk meestal overgeslagen wordt. Dat is niet zo raar. Vooral met het idee dat de Bijbel bedoeld is om ons beter te laten leven, dan zou ik zeggen: neem aan Genesis 38 geen voorbeeld. Dat is ook precies de reden waarom men met Genesis 38 niet uit de voeten kan. Want als je het met een moralistische bril leest, dan vraag je je af wat dit hoofdstuk hier moet. Soms blijkt duidelijk wat de mening van God is, maar soms wordt dat er niet eens bij vermeld. Waarmee maar gezegd is: als je met dat oogmerk de Bijbel leest, dan begrijp je het niet. Het gaat namelijk niet om de mens en wat wij met het Woord doen, maar het gaat om de rode draad. Het gaat om het wijzen op de verlossing en op de Verlosser en hoe Hij tot stand komt. Dan blijkt Genesis 38 elementair te zijn in de hele geslachtslijn van de Bijbel. Want laat ik u dit vertellen: deze geschiedenis wordt in het eerste hoofdstuk van het Nieuwe Testament weer aangehaald. Tamar is uiteindelijk inderdaad een van de stammoeders van de Heer Jezus. Jazeker.
Oké, Juda's rouwtijd is ten einde en hij ging nu naar de scheerders van zijn schapen met zijn vriend Chira, de Adullamiet. De naam Adullam heeft trouwens ook met 'olam' en met verberging te maken. Ze gaan naar Timna. En nu treedt Tamar op. Toen aan Tamar bericht werd: "Zie, uw schoonvader is naar Timna gegaan om zijn schapen te scheren", trok zij haar weduwkleed uit, bedekte zich met een sluier, vermomde zich en ging zitten aan de ingang van Enaïm, dat aan de weg naar Timna ligt. Dat was nog een heel eindje verderop. Timna kennen we trouwens ook uit de geschiedenis van Simson; die had daar ook een vriendinnetje. Dat liep ook heel apart. Je krijgt daar ook een onderbreking trouwens. Als je eenmaal de rode lijnen hebt... oh jongens, het loopt raar. Het is net als met een borduurwerk: kijk maar hoe die lijntjes lopen. Maar het is bijzonder.
Dat doet Tamar dus. Ze vermomt zich en gaat aan de weg zitten. Waarom doet ze dit? Nou, het wordt hier gemotiveerd: omdat zij gezien had dat Sela inmiddels groot geworden was en zij hem niet tot vrouw was gegeven. Juda hield zich dus niet aan zijn woord. Nu neemt Tamar zelf het initiatief om alsnog dit recht te gaan zetten. En hoe doet ze dat? We hebben al gezien wat zij doet: ze gaat aan de kant van de weg zitten. Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar aangezicht bedekt had.
Ja, dit is heel vreemd hè. Dat is een mededeling die voor ons vreemd overkomt natuurlijk. Want wij zouden zeggen dat een hoer zich juist wat meer ontbloot, maar in dit geval was haar aangezicht bedekt. Deze uitdrukking is heel typerend. En juist, ik zeg dit ook weer even in aansluiting op wat ik twee weken geleden verteld had, namelijk over dat de Heer Zijn aangezicht in deze tijd verbergt. Wat hier gebeurt, is dat Juda een vrouw ziet, maar hij weet niet wat hier speelt. Hij is hier met recht blind voor; hij doorziet het niet. Het ontgaat hem compleet. Hij tast in het duister. Hij wandelt in het duister en hij gaat nu ook tasten in het duister. Dat blijkt ook als ik verder lees.
Hij wendde zich tot haar aan de weg – alsof hij ergens tijdens een reis een kop koffie neemt, weet je wel – en zei: "Welaan, laat mij toch tot u komen." Want hij wist niet dat zij zijn schoondochter was. Nee, dat kon hij ook niet zien, want zij had haar aangezicht verborgen. Hij had wel in de gaten dat zij zichzelf hier verkocht. Daarop zei zij: "Wat zult gij mij geven wanneer gij tot mij komt?" Dan moet er weer een deal gesloten worden; voor wat hoort wat. En hij zei: "Ik zal u een geitenbokje van de kudde zenden." Ja, dat kun je nou wel zeggen dat je dat gaat doen, maar die heb je nu niet bij je. Dus zij zei: ik wil boter bij de vis. Nou, daar komt die boter weer op tafel. Maar goed, zij zei: "Als gij mij dan maar een pand, een onderpand geeft, totdat gij het verzonden hebt." Zij gaat dus akkoord met deze deal.
Terwijl ik nu in mijn publiek kijk, denk ik: we overdenken hier deze geschiedenis die gewoon in de Schriften staat, in het Woord. Wat een merkwaardige geschiedenis. U denkt misschien: André, waar heb je het nu over? Over een deal in verband met een prostituee en hoeveel daarvoor betaald moet worden en een onderpand dat ze dan eist? Ja, maar dat is wat er staat geschreven. Even voor de goede orde: ik sprak net even denigerend over hoe dit altijd behandeld wordt en daar doe ik niks van af, maar ik moet er dus bij zeggen dat ik wel begrijp waarom dit bijvoorbeeld als geschiedenis aan tafel – zoals dat in calvinistische kringen altijd gebruikelijk is geweest – toch vaak werd overgeslagen. Er zijn meer voorbeelden van trouwens. Maar goed, hij zei dus: "Ik zal u een geitenbokje van de kudde zenden."
En hij zei: "Als gij mij dan maar een pand geeft totdat gij het gezonden hebt." En hij zei: "Wat voor pand moet ik u geven?" Zij zei: "Uw zegelring, uw snoeren en de staf." Ja, dat zijn dus drie dingen. Maar ik heb een beetje het idee – wij zouden zeggen: geef je ID maar, geef je pasjes maar. Want in alle drie de gevallen dient het ter identificatie van wie jij bent. Die zegelring is echt iets wat je identificeert, en dat geldt trouwens ook voor die staf, die niet alleen maar een middel was om mee te lopen, maar het had ook iets van: dat is van mij. Het identificeert je. Dat heeft trouwens ook met die snoeren te maken, die vermoedelijk weer met die zegelring verbonden waren. Maar in ieder geval: het identificeert hem. En dat was heel slim van haar, want dat is precies wat ze nodig had.
Dus zij zegt: "Uw zegelring, uw snoeren en de staf die in uw hand is." Normaal gesproken ga ik ook hier even voorbij aan de typologie van de staf en de zegelring; het idee is dat we gewoon de geschiedenis even goed moeten begrijpen. Uw zegelring, uw snoeren en de staf die in uw hand is. En toen gaf hij het haar en hij kwam tot haar. Dan denk je: oh ja, dat betekent dat hij bij haar naar binnen ging of zoiets. Oké, en zij werd zwanger van hem. Dat wist ze op dat moment natuurlijk nog niet, maar naderhand wordt dit zo beschreven. Zij werd zwanger van hem, zo blijkt.
Daarna stond ze op en ze ging heen. Ze legde haar sluier af en trok haar weduwkleed weer aan. Dit was eigenlijk ook weer een soort intermezzo: even geen weduwe, en nu weer wel. Het wordt nog erger. Terwijl ik me dit nu zo realiseer: dit is echt iedere keer een stapje lager, echt een neergaande lijn.
Want lees maar met me mee: "Juda nu zond dat geitebokje door bemiddeling van zijn vriend de Adullamiet om het pand uit de hand van de vrouw in ontvangst te nemen." Het bokje zou dus aan de vrouw gegeven worden. Waarom? Wel, Juda wilde zijn onderpand weer terughebben. Maar deze trof haar niet aan. Dus die compagnon, die Chira, zegt: ik zie haar niet. Hij vroeg aan de mannen van haar woonplaats: "Waar is die deerne?" Elders wordt dit woord vertaald met een 'aan ontucht gewijde vrouw', een tempelprostituee. Dat was dit woord; hier wordt het drie keer zelfs een 'deerne' genoemd. "Waar is die deerne die te Enaim aan de weg zat?" En ze zeiden: "Er is hier geen deerne geweest."
Hij dan, Chira, kwam tot Juda terug en zei: "Ik heb haar niet gevonden. En ook de mannen van die plaats zeiden: er is hier geen deerne geweest." En toen zei Juda: "Laat zij het behouden, opdat wij niet tot spot worden." Want als ik hier nu werk van ga maken, dan maak ik me compleet bespottelijk en belachelijk. Hij realiseert zich natuurlijk terdege hoe schandelijk het hele gedrag is wat hij gedaan heeft. Maar goed, laat maar zitten. "Laat zij dat dan maar behouden opdat wij niet tot spot worden." Dat was de reden, hè? Ik heb het bokje gezonden, dat wil zeggen: ik heb me aan mijn woord gehouden. Mijn intenties waren goed, maar gij hebt haar niet kunnen vinden.
Religieuze Hypocrisie: Juda Ontmaskerd Door het Onderpand ↑ hoofdstukken
Na verloop van ongeveer drie maanden werd Juda bericht: "Uw schoondochter Tamar heeft hoererij bedreven en zie, zij is ook zwanger door hoererij." En nu volgt een dieptepunt, echt absoluut een dieptepunt. Toen zei Juda: "Breng haar naar buiten, opdat zij verbrand worde." Dit is echt erg; dit is werkelijk het morele dieptepunt in dit hele hoofdstuk. Ik zei al dat we de tekst niet moralistisch moeten lezen, maar laten we wel goed kijken: dit is zo evident. Het is pure huichelarij en schijnheiligheid.
Ik zeg er trouwens ook bij: dit is ook weer tekenend voor religie. Als we het hebben over de orthodoxie en de schone schijn, dan is Juda hier degene die de moraalprediker uithangt. Hij zegt: "Wat krijgen we nou? Is ze zwanger en heeft ze hoererij bedreven?" Ja, nou ja, ik hoef het eigenlijk niet verder toe te lichten; dit is zo overduidelijk als je eenmaal weet hoe het gegaan is. Huichelarij en schijnheiligheid ten top.
Terwijl zij naar buiten gebracht werd... want Tamar had een plan. Die wist natuurlijk precies hoe dit zou gaan. Nou ja, lees maar wat er staat. Toen zij naar buiten gebracht werd, zond zij haar schoonvader deze boodschap: "Bij de man van wie deze dingen zijn, ben ik zwanger." En ook zei zij: "Kijk eens goed van wie deze zegelring, snoeren en staf zijn."
En toen herkende Juda ze. Hij zei: "Zij staat tegenover mij in haar recht, omdat ik haar niet aan mijn zoon Sela heb gegeven." En hij heeft daarna geen gemeenschap meer met haar gehad. Nee, dit was genoeg. In feite wordt hier het onrecht en de hypocrisie van Juda echt aan het licht gebracht. Hij realiseert zich: zij staat in haar recht. Haar was iets onthouden en zij heeft dat nu alsnog opgeëist. Dus niet zij was fout, hij was fout. Niet alleen maar omdat hij haar niet aan Sela gegeven heeft, maar omdat hier ook nog eens die hypocrisie aan het licht kwam. In feite wordt dat hier nu niet eens met zoveel woorden gezegd, maar goed, dat moet duidelijk zijn. Nou, u zegt: "Waar is die rode draad?" Nou, oké.
De Geboorte van de Tweeling en de Scharlaken Draad ↑ hoofdstukken
Nou komen we aan het slot van het hoofdstuk en de geschiedenis; de clou. Maar dit moest ik vertellen voordat we verdergaan. Ja, Judah moet eerst zwanger zijn voordat ik deze geschiedenis kan vertellen. Nou ja, nu is het aan het einde van de zwangerschap. Niet drie maanden later, maar negen maanden later. Toen het nu de tijd was dat zij baren zou, was er een tweeling in haar schoot. Dat zat ook wel een beetje in de familie, want haar grootvader was ook al een van twee, en Jakob – ja, nou wordt het een beetje ingewikkeld – de vader van Juda, ja.
Toen het nu tijd was dat ze baren zou, was er een tweeling in haar schoot. En als u dacht: dit is een vreemde geschiedenis wat we tot dusver gelezen hebben, dan zeg ik: ja, maar wat we nu krijgen is ook heel bijzonder. Toen zij baarde, stak er één zijn hand uit en de vroedvrouw nam die en bond om zijn hand een scharlaken draad. Eigenlijk staat er gewoon ‘een scharlaken’ en zij zei: "Deze is het eerst gekomen." Sowieso, ik denk dat als je aan een vroedvrouw gaat vragen of ze dit wel eens heeft meegemaakt, dat er eerst een hand uitsteekt... Ik ben daar absoluut geen deskundige in, dat weet ik niet, maar dit is wel heel bijzonder.
In ieder geval, wat die vroedvrouw doet in dit geval, is wel heel voortvarend. Want in de Bijbel speelt het eerstgeboorterecht – wie is de eerste? – een hele grote rol. In feite is dat de rode draad. Ik geef toe, ik loop nu al een beetje vooruit op de zaken, maar die hele kwestie van wie de eerste is, loopt als een rode draad door het hele boek Genesis. Zeker vanaf Genesis 11, als we het hebben over de aartsvaders vanaf Abedan. Want je krijgt het al: wie is nou de eerste? Is dat Ismaël of is dat Izaäk? Ja, dat hangt er vanaf hoe je rekent. Was dat nou Ezau of was dat Jakob? Het hele hoofdstuk lang, de hele geschiedenis van Ezau en Jakob, is allemaal terug te brengen tot de vraag: wie is nou de eerste? Aan wie behoort het eerstgeboorterecht? Trouwens, als we het hebben over Jakob, dan krijg je ook nog de vraag: wie is nou de eerste? Is dat Lea of is dat Rachel?
En trouwens, als je nog later in de geschiedenis komt, dat is dan de kleinzoon van Jakob bij de geboorte van... er is ook weer een tweeling trouwens: Efraïm en Manasse. En wie was nou de eerste? Nou, ik moet eigenlijk zeggen: Manasse en Efraïm, want in de natuurlijke lijn was Manasse de eerste, en toch, als er gezegend mag worden, dan gaat de rechterhand op... de boel wordt omgekeerd. Het gaat iedere keer standaard zo; dat is de rode draad. Het gaat niet naar de eerste, maar het gaat naar de tweede. De tweede wordt de eerste. Als we dan toch over een rode draad hebben: dat is het verhaal. En in dit geval moest dat ook vastgesteld worden. Want ja, bij een tweeling zou je dat zomaar verward kunnen worden. In dit geval legt die vroedvrouw dat op deze manier vast: "Deze is de eerste."
Maar het moet toch duidelijk zijn – en daar sluit ik helemaal aan op wat Art naar voren heeft gebracht – dat scharlaken. Ik laat dat nu eigenlijk maar verder rusten, maar het is de kleur van het bloed, van de verlossing. Het scharlaken koord... het is de kleur inderdaad van hem die zou komen en de verlossing zou aanbrengen. Alles in scharlaken, de hele totstandkoming van scharlaken – daar heb je Tola, die worm, weet je wel – alles wat erover verteld is, alles wat scharlaken te vertellen heeft in de Bijbel, dat wat het doet, de functie die het vervult... alles wijst op de verlossing, of beter gezegd: de Verlosser. En die wordt hier feitelijk ook aangewezen: "Deze is het eerst gekomen."
En toen hij – dat is dan het vreemde – toen hij zijn hand weer introk, daar kwam zijn broeder. En zij, de vroedvrouw, zei... of is het Tamar? Ik weet het niet. Ik denk inderdaad de vroedvrouw. Ja, ik denk ook inderdaad dat zij het onderwerp was; de vroedvrouw werd als laatste genoemd, dus ik ga daar inderdaad vanuit. En in feite, met de naamgeving, zegt ze iets over de wijze waarop de geboorte tot stand komt. Want toen hij zijn hand weer introk, toen kwam dus zijn broeder. Dus degene die als eerste zijn hand uitstak – dat is trouwens bij ons ook een uitdrukking van verlossing: je hand uitsteken – hij stak zijn hand uit, en met het scharlaken koord om zijn pols of om zijn hand trekt hij zijn hand weer terug. En vervolgens komt toch zijn tweelingbroer, en dan zegt die vrouw, die vroedvrouw dus: "Hoe krachtig bent gij doorgebroken!"
Peres en Serach: de Breuk en het Opgaande Licht ↑ hoofdstukken
En ze gaf hem de naam Peres. Peres betekent inderdaad breuk, bres of onderbreking. Dat is eigenlijk wat hier aan de hand is. Want Zerach kwam; hij had zijn hand uitgestoken, maar trekt zich terug en dan komt toch de breuk, de onderbreking. Dat zie je altijd weer. In feite heb ik daar nu al een paar keer op gezinspeeld: dit sluit naadloos aan bij het hele Bijbelse verhaal van de komst van Christus. Hij is verworpen en waar is Hij nu? Hij is van het toneel verdwenen, maar Hij komt toch weer terug. Daartussen hebben we de tijd van de onderbreking. De tijd waarin wij nu leven heeft daar direct mee te maken: de misstap van Juda, zijn omzwervingen, zijn lotgevallen en de neergaande lijn. Maar God gaat Zijn weg.
Daarna staat er in vers 30: "Daarna kwam zijn broeder." Dus eerst die uitgestoken hand, die vervolgens wordt teruggetrokken, en na de geboorte van Peres komt alsnog zijn broeder aan wiens hand de scharlaken draad was. Men noemde hem Zerach, en Zerach betekent "opgaand licht". Dit woord komt voor het eerst voor in Genesis 32. Ik kijk nu even naar Adrie, want zij heeft mij hier ooit op gewezen en dit is echt heel fraai. De eerste keer dat dit woord "zerach" voorkomt in de Bijbel is een aantal hoofdstukken eerder. Ik heb er de vorige keer ook al even op gewezen in verband met Daniël. Het gaat over Jakob die na twintig jaar weer terugkomt en dat gevecht heeft met die Man, die hem op zijn heup slaat. Aan het eind van die twintig jaar lees je: "En de zon ging over hem op, over Jakob op, toen hij door Pniël getrokken was." Jakob komt na twintig jaar weer in het land en ziet daar het aangezicht van God – daarom noemt hij de plaats ook Pniël, wat "aangezicht van God" betekent. Maar de zon ging op.
Net zoals je eerder, toen Jakob het land verliet, las dat de zon onderging, zo heb je aan het einde van de twintig jaar, als Jakob weer in het land komt, "zerach". Dan heb je dat opgaande licht. In Genesis 32 vers 31 wordt dat woord gebruikt. Trouwens, deze geboorte van Peres en Zerach vindt ook plaats aan het einde van die twintig jaar. Ik heb er al eventjes op gehint: dit moet vlak voor de bekendmaking van Jozef aan zijn broers zijn geweest. Dat is een verhaal apart – ik zie dat ik de tijd al een beetje aan het overschrijden ben – maar ga het maar eens na. Toen Jozef zich bekendmaakte, had Juda deze jongens inderdaad ook al. Het moet dus in die twintig jaar, of ruim twintig jaar, hebben plaatsgevonden.
Die twintig jaren... dat bedoel ik nou met die lijntjes. Kijk, dit is niet alleen maar geschiedenis. Het is sowieso geen moralistisch verhaal of een moreel voorbeeld – dat was waarschijnlijk al wel duidelijk – integendeel. Er worden hier profetische lijnen, of laten we zeggen "draden", uitgezet. En die rode draad was hij inderdaad kwijt. Letterlijk de rode draad; hij trekt zijn hand weer terug. Maar hij komt weer. Het wachten is inderdaad op de Man die uit Juda voortkomt: Zerach. Aan het einde van de twintig jaar is de nacht voorbij en is er het licht, tegen alle verwachtingen in en hoe vreemd het ook allemaal loopt na een onderbreking. Het licht komt op.
Want dat is de grote vraag: wordt het nog eens een keertje licht op deze wereld? De Messias is toch al gekomen, waar is Hij dan? Hij is verdwenen. Hoe lang dan? Nou, twintig jaar... twintig eeuwen. En dan komt het. Het is nu zo donker in de wereld, maar het wachten is op het licht dat inderdaad opgaat. Dat is waar de geschiedenis van Juda op wijst. Het is een hele diepe weg en een onverkwikkelijke geschiedenis, met episoden waarvan je eigenlijk zegt: dat lees ik liever niet. Het is niet verheffend. Maar God gaat door alles heen. Dat vind ik een geweldige bemoediging: door alle ongein van de mens laat God Zich niet hinderen. Integendeel, Hij gaat Zijn weg daar dwars doorheen. Hij gebruikt het zelfs en het is essentieel. Bij God gaat nooit iets mis. Amen.
UltimateGoodNews