wanneer werd Paulus geroepen?
22-09-2026 - Geplaatst door Andre PietHet boek Handelingen vermeldt nergens in welk kalenderjaar Paulus op weg naar Damascus werd geroepen. Toch zijn er voldoende gegevens om dat jaar redelijk nauwkeurig te benaderen. Daarbij komt 34 AD nadrukkelijk in beeld. Als uitgangspunt geldt dat Jezus Christus in het jaar 30 AD stierf en opstond. Deze datering is niet onomstreden, maar wordt breed verdedigd. Zij past bovendien bij het opmerkelijke gegeven dat tussen Jezus’ dood en de verwoesting van Jeruzalem in 70 AD precies veertig jaar liggen — een periode waarvoor zowel het “teken van Jona” (Mat.12:39-41) als een oude Joodse overlevering interessante aanwijzingen geven. Die argumentatie is elders op deze website uitvoeriger besproken en blijft hier verder buiten beschouwing.
een vast punt in de tijd
Een belangrijk historisch aanknopingspunt vinden we aan het einde van Paulus’ tweede reis. In Korinthe wordt hij voor de rechterstoel van Gallio gebracht: “Maar toen Gallio landvoogd van Achaje was, keerden zich de Joden als één man tegen Paulus en brachten hem voor de rechterstoel” (Hand.18:12). Gallio is ook buiten de Bijbel bekend. Een inscriptie uit Delphi maakt het mogelijk zijn ambtsperiode als proconsul van Achaje rond 51/52 AD te dateren. Daarmee beschikken we over een van de belangrijkste vaste punten in de chronologie van Handelingen.
Paulus was toen al geruime tijd in Korinthe. Handelingen vermeldt een verblijf van een jaar en zes maanden (Hand.18:11). Daarvóór had hij tijdens zijn tweede reis onder andere Filippi, Thessalonika, Berea en Athene bezocht. Die hele reis begon pas ná de apostelvergadering in Jeruzalem van Handelingen 15. Voor die vergadering komen we daarom enkele jaren vóór Gallio uit, rond 48/49 AD. Dat past ook bij Handelingen 18:2, waar Paulus in Korinthe Aquila en Priscilla ontmoet. Zij waren “kort tevoren” uit Italië gekomen omdat keizer Claudius de Joden had bevolen Rome te verlaten, een gebeurtenis die gewoonlijk rond 49 AD wordt geplaatst. In de hier gevolgde tijdrekening wordt de apostelvergadering in 48 AD gedateerd. Ook in de eerder gepresenteerde chronologie op deze website werd deze datering gevolgd.
veertien jaar terug
Daarmee wordt één mededeling van Paulus zelf bijzonder belangrijk. Over zijn bezoek aan Jeruzalem schrijft hij:
Daarna ging ik na verloop van veertien jaar weder naar Jeruzalem met Barnabas en nam ook Titus mede.
-Galaten 2:1-
Dit bezoek correspondeert met de apostelvergadering van Handelingen 15. Niet alleen gaat Paulus in beide gevallen samen met Barnabas naar Jeruzalem, ook het onderwerp is hetzelfde: de positie van de gelovigen uit de natiën tegenover besnijdenis en wet. In Galaten wordt Titus, een onbesneden Griek, zelfs als concreet voorbeeld genoemd (Gal.2:3).
De “veertien jaar” van Galaten 2:1 worden soms opgeteld bij de drie jaren die Paulus eerder noemt (Gal.1:18). In dat geval zouden er ongeveer zeventien jaren liggen tussen zijn roeping en de apostelvergadering. Maar daarvoor geeft Paulus’ betoog weinig aanleiding. Zijn autobiografische terugblik begint bij zijn roeping, toen God zijn Zoon in hem openbaarde (Gal.1:15-16). Het bezoek aan Jeruzalem drie jaar later is daarin slechts een tussenstation en dient om duidelijk te maken dat zijn apostelschap en evangelie niet van Jeruzalem afhankelijk waren.
Het ligt daarom voor de hand ook de veertien jaren van Galaten 2:1 vanaf datzelfde uitgangspunt, zijn roeping, te rekenen. Wanneer de apostelvergadering in 48 AD plaatsvond, is de rekensom eenvoudig: 48 − 14 = 34 AD. Bovendien past die uitkomst uitstekend in het verloop van Handelingen. Een telling van zeventien jaar zou ons rond 31 AD brengen en daarmee, uitgaande van Christus’ dood en opstanding in 30 AD, nauwelijks ruimte laten voor alle gebeurtenissen van Handelingen 1–8.
waarom het jaar 34 van betekenis is
Daarmee staat het jaar 34 niet exact vast, maar het komt wel langs een duidelijke en zelfstandige chronologische weg naar voren. En juist dat maakt deze uitkomst interessant. Elders op deze website is uitvoerig betoogd dat de zeventigste jaarweek van Daniël de zeven jaren beslaat vanaf Jezus’ doop in de Jordaan tot aan de steniging van Stefanus. In het midden van deze week staat de dood van Christus. Daniël 9:27 voorzegt dat de Messias gedurende één week het verbond zou bevestigen en in de helft van die week slachtoffer en spijsoffer zou doen ophouden.
Wanneer Jezus’ doop in het najaar van 26 AD wordt geplaatst, komen we drieënhalf jaar later bij zijn dood en opstanding in het voorjaar van 30 AD. Nog eens drieënhalf jaar later komen we in het najaar van 33 AD, bij de steniging van Stefanus. Tot op dat moment wordt in Jeruzalem de boodschap aan Israël door wonderen en tekenen bevestigd. Ook Stefanus zelf deed “wonderen en grote tekenen onder het volk” (Hand.6:8). Met zijn laatste getuigenis tegenover het Sanhedrin bereikt deze periode haar beslissende einde. In de eerder gepresenteerde tijdlijn werd de zeventigste jaarweek dan ook weergegeven als twee perioden van drieënhalf jaar: Jezus’ doop, zijn dood in het midden en de steniging van Stefanus aan het einde.
Juist bij de steniging van Stefanus verschijnt Saulus voor het eerst nadrukkelijk in beeld. De getuigen leggen hun mantels aan zijn voeten (Hand.7:58), Saulus stemt met Stefanus’ dood in en vervolgens wordt hij de grote vervolger van de ekklesia (Hand.8:1-3). Kort daarna volgt in Handelingen 9 zijn roeping op weg naar Damascus. De zeventigste jaarweek eindigt volgens deze tijdrekening dus in het najaar van 33 AD, waarna Paulus in 34 AD wordt geroepen. En dat is precies het jaar waarbij we, geheel langs een andere weg, vanuit Galaten 2 en de apostelvergadering eveneens waren uitgekomen.
het jaar 4000
Ook in de Bijbelse jaarrekening is dit een markante overgang. De zeventigste jaarweek loopt daarin van 3993 tot en met 3999 AH: zeven jaren. Het laatste jaar, 3999 AH, is bovendien een sabbatsjaar. Met het einde van dat jaar eindigt ook de zeventigste jaarweek en breekt het jaar 4000 AH aan. Volgens de synchronisatie met onze jaartelling is dat het jaar 34 AD — het jaar waarin Paulus wordt geroepen.
Daarmee komen twee berekeningen die onafhankelijk van elkaar zijn opgebouwd bij hetzelfde punt uit. Vanuit Paulus’ eigen gegevens leidt de weg via de apostelvergadering en de veertien jaren van Galaten 2 naar 34 AD. Vanuit Daniëls zeventigste jaarweek loopt de lijn van Jezus’ doop in 26 via zijn dood in 30 naar Stefanus in 33, waarna het jaar 4000 AH aanbreekt. Precies op die overgang verschijnt de man op het toneel die als geen ander het vervolg van Handelingen zal bepalen: Paulus, de apostel van de natiën.
UltimateGoodNews