Is Paulus getrouwd geweest?
02-04-2025 - Geplaatst door Andre Pietongehuwd
Nergens in de brieven of in Lucas’ verslag in ‘Handelingen’ vinden we een verwijzing naar Paulus’ vrouw. In 1Korinthe 7 wordt dit stilzwijgen duidelijk. Paulus was ongehuwd, zoals blijkt uit 1Korinthe 7 (7:7,8; 7:32-34). Hij zag dit niet als een handicap, maar als een genadegave (charisma; 7:7) die hem in staat stelde zich volledig te wijden aan zijn bediening als “apostel van de natiën”
ervaringsdeskundig?
Toch spreekt de apostel bepaald niet negatief over het huwelijk. Integendeel zelfs, want hij houdt de getrouwde man en vrouw het voorbeeld voor van Christus en de ekklesia, die samen één lichaam vormen. En waar het gaat om allerlei praktische details (zie bijvoorbeeld 1Kor.7:2-5), wekt hij de indruk goed te weten waarover hij het heeft. Dit roept de vraag op of Paulus uit ervaring spreekt en eerder wel getrouwd is geweest. Directe bewijzen ontbreken, maar toch zijn er wel indirecte aanwijzingen dat Paulus weduwnaar was.
een Farizeeër van huis uit
In de eerste plaats weten we dat Paulus van huis uit een Farizeeër was en een zoon van een Farizeeër (Hand.23:6). Hij was groot geworden een strikt orthodox-Joodse traditie. Hij groeide op in een milieu waarin elke jonge man op twintig jarige leeftijd geacht werd getrouwd te zijn. Gewoonlijk doordat de ouders al jong zoon of dochter hadden uitgehuwelijkt. Zo lezen we in de Talmoed (Kiddoesjin 29b):
Een vader is verplicht om met betrekking tot zijn zoon vijf dingen te doen: hem besnijden, hem verlossen [indien hij de eerstgeborene is], hem de Thora te onderwijzen, hem een beroep te leren, en hem een vrouw te geven.
Deze achtergrond maakt het onwaarschijnlijk dat Paulus als “ijveraar van zijn voorvaderlijke overleveringen” (Gal.1:14) niet reeds als jonge man getrouwd zou zijn.
weduwnaar
Maar er is nog een aanwijzing. In 1Korinthe 7:8 schrijft Paulus:
Maar tot de ongehuwden en de weduwen zeg ik: Het is goed voor hen, indien zij blijven, zoals ik.
Het is eigenaardig dat Paulus hier spreekt over ongehuwden (Gr. agamois; mannelijk!) en weduwen (vrouwelijk). De formulering roept de vraag op waarom hij wel over weduwen schrijft, maar niet over weduwnaars? Het antwoord op deze vraag is, dat het (Bijbels) Grieks geen woord kent voor weduwnaars. Weduwnaars zijn gewoon ongehuwden, het woord dat hier door Paulus wordt gebruikt. Het gegeven dat in 1Korinthe 7:8 in één adem wordt gesproken van “ongehuwden en weduwen”, wijst er op dat Paulus doelt op “weduwnaars en weduwen”. Geparafraseerd wordt de lezing dan:
Maar tot de weduwnaars en de weduwen zeg ik: Het is goed voor hen, indien zij blijven, zoals ik.
Paulus rekent zichzelf hier kennelijk tot de groep van “weduwnaars en weduwen”. Hij is welbewust weduwnaar gebleven. Was hij reeds getrouwd en weduwnaar voordat hij geroepen werd op de weg naar Damascus (rond 34 AD)? We weten het niet. We mogen er in elk geval van uitgaan dat hij vóór de aanvang van zijn eerste zendingsreis (Hand.13; rond 46 AD) al niet meer getrouwd was.