English blog | Oude Artikelen

chronologie 13: de 2-de helft van de 70-ste jaarweek

05-02-2016 - Geplaatst door Andre Piet

images_17

de helft van de jaarweek… in Aviv/Nisan

Daniël 9:27 verwijst naar de Messias, die halverwege de jaarweek slachtoffer en spijsoffer zou doen ophouden. We zagen eerder dat dit vervuld werd toe Jezus Christus tijdens het avondoffer (het negende uur) stierf en de offerdienst vervulde maar ook letterlijk deed staken. Het reusachtige voorhangsel van de tempel, scheurde op dat moment van boven naar beneden. Van Godswege werd de offerdienst die op dat moment werd uitgevoerd, hardhandig verstoord. Alle offers onder het oude verbond gebracht, werden sindsdien overbodig.

Maar er is nog een bijzonderheid over het tijdstip te melden. Want aangezien een Hebreeuws nieuw jaar aanvangt in de maand Tisri (“de wisseling van het jaar”, Ex.34:22; “einde van het jaar”, Ex.23:16), valt de helft van het jaar (en dus ook de helft van de jaarweek) zes maanden later. Dat is in de maand Aviv (Nisan), oftewel de maand van Pesach. Het zou tijdens deze maand zijn, volgens de profetie van Daniël 9, dat de Messias slacht- en spijsoffer zou doen ophouden. En zoals we weten vanuit het Nieuwe Testament stierf Jezus inderdaad op de dag van Pascha. Een onmiskenbare bevestiging van Daniël 9:27!

images13

de tweede helft van de zeventigste jaarweek

De Messias zou een verbond bevestigen voor Daniëls volk en de heilige stad, gedurende één jaarweek. Met zijn sterven was drie en half jaar daarvan verstreken. Maar nog drie en half jaar zouden dus ook nog volgen. Waarmee impliciet gezegd is dat de Messias in de helft van de zeventigste jaarweek ook zou opstaan! Hoe anders zou Hij een verbond nog eens drie en half jaar kunnen bekrachtigen?

Het boek ‘Handelingen’ begint met deze mededeling:

1 Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus,
over al wat Jezus BEGONNEN is te doen en te leren,
2 tot de dag dat Hij werd opgenomen…

Het eerste boek ging over wat Jezus begonnen is te doen. M.a.w. het tweede boek gaat over de voortzetting van wat Jezus heeft gedaan. Wondertekenen worden daarom aan Christus toegeschreven (2:33; 3:16; 4:10). Zoals ook Marcus 16 dat naar voren brengt.

19 De Heer Jezus dan werd,
nadat Hij tot hen gesproken had,
opgenomen in de hemel
en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods.
20 Doch zij gingen heen en predikten overal,
terwijl de Heer medewerkte
en het woord bevestigde
door de tekenen
, die erop volgden.

Over deze bevestiging door middel van wonderen en tekenen onder het Joodse volk en Jeruzalem wordt uitgebreid geschreven in Handelingen hoofdstuk 1 tot en met 6 (2:43; 4:30; 5:12). Van Stefanus lezen we dat hij “wonderen en grote tekenen onder het volk” deed (6:8). Wanneer hij vanwege veel oppositie geleid wordt voor het Sanhedrin (de officiële vertegenwoordiging van het Joodse volk; 6:12) dan houdt hij een gloedvol betoog (7:1-53) en zegt hen aan dat ze “verraders en moordenaars” van de Messias zijn (7:52). Stefanus’ woorden snijden hen door het hart en de leden van de raad brengen hem buiten de stad en zij stenigen hem. Met deze misdaad kruisigde het Sanhedrin de Zoon van God opnieuw (vergl. Hebr. 6:6). Nu niet langer onkundig (3:17) maar welbewust. Officieel verwerpt het Joodse volk en Jeruzalem met deze daad het Evangelie van de opgewekte Messias. Het is dan ook vanaf dit moment dat de bekrachtiging van het verbond voor het Joodse volk en Jeruzalem abrupt ophoudt. Geen wonderen en tekenen vinden meer plaats onder het volk en in Jeruzalem. Een opmerkelijk detail is dat voorafgaand aan Stefanus’ steniging, deze verklaart de Zoon des Mensen te zien, “staande aan de rechterhand Gods”. Dus niet in de zittende positie zoals dat overal elders wordt genoemd, maar staande. Het wijst op een bijzonder moment, een mijlpaal. Hier wordt namelijk het eindpunt van een periode gemarkeerd. De bekrachtiging van het verbond sinds Jezus’ doop in de Jordaan tot aan zijn kruisiging en vervolgens tot aan de dood van Stefanus, heeft in totaal twee keer drie en half jaar geduurd.

profetie gedetaileerder dan de geschiedschrijving

Het is buitengewoon opvallend dat we vanuit Daniël 9 met precisie op de hoogte worden gesteld van periodes en tijdstippen die vanuit de historische beschrijving veel vager zijn.  Zo corresponderen de zeven jaarweken die in Daniël 9 worden gereserveerd voor de herbouw van Jeruzalem perfect met de informatie vanuit Ezra en Nehemia, maar slechts Daniël maakt tevoren melding van de exacte tijdsduur.

Hetzelfde doet zich voor wanneer we spreken over de duur van Jezus’ openbare bediening. Algemeen gaat men uit van een periode van ruim drie jaar maar slechts vanuit Daniël weten we dat dit drie en half jaar was. Zodat bijna vijfhonderd jaar tevoren God dit Daniël liet optekenen met meer finesse dan de geschiedschrijvers dit achteraf hebben gedaan!

Ook de  lengte van de periode vanaf Jezus’ kruisdood tot aan de steniging van Stefanus is in de geschiedschrijving van het boek Handelingen niet met precisie vast te stellen. Gewoonlijk denkt men aan een tijdspanne van twee tot maximaal vier jaar. Slechts vanuit Daniël 9 weten we: het duurde drie en half jaar. God voorzegt de toekomst met een exactheid alsof het al heeft plaatsgevonden.

einde zeventig jaarweken

Met de dood van Stefanus en daarmee de officiële verwerping van het Evangelie door Jeruzalem, eindigde het zeventigste sabbatsjaar sinds Kores’ woord uitging om Jeruzalem te herbouwen. Het vijfhonderdste jaar brak aan.

image5

Dit vijfhonderdste jaar sinds Kores is opnieuw een buitengewoon markant jubeljaar. Want het is het jaar 4000 sinds Adam. Twee keer tweeduizend jaren zijn inmiddels gepasseerd. Een nieuwe periode van tweeduizend jaar zal aanvangen. Een periode waarin de naam van een jonge man die voor het eerst genoemd wordt bij Stefanus’ steniging, een hoofdrol zal spelen (Hand.7:58). Zeer spoedig (ditzelfde jaar nog?) zou deze fanatieke tegenstander van Jezus worden geroepen. Saulus van Tarsus…

index_3

Reageer op Facebook

Delen: