English blog

Romeinen 13:13 – duistere praktijken

24-12-2021 - Geplaatst door Andre Piet

Als bij dag zouden we achtenswaardig wandelen, niet in wild uitgelaten feesten en dronkenschappen, niet in bedden en losbandigheden, niet in ruzie en jaloezie…

Bij de nacht horen duistere praktijken. Daaronder vallen alle werken die in het geniep plaatsvinden omdat ze het daglicht niet velen. Paulus noemt drie paar voorbeelden van zulke obscure gedragingen. De “wild uitgelaten feesten” worden elders vertaald met ‘brasserijen’. Het duidt op plat vermaak. In het Griekse woord ‘komos’ herkennen we ons woord ‘komisch’. De combinatie hier met ‘dronkenschappen’ is veelzeggend: het is plezier uit een fles maar heeft niets van doen met ‘vreugde’. De kater die op dronkenschap volgt, is illustratief voor zulke namaakpret.

Het tweede woordpaar is “bedden en losbandigheden”. Het woord voor “bedden” (Gr. koite) is afgeleid van het werkwoord ‘liggen’ en verwant aan ons woord ‘coïtus’. De meervoudsvorm “bedden” lijkt een hint dat één bed niet genoeg is en vandaar de combinatie met “losbandigheden”. Het verwijst naar seksuele gemeenschap (“één vlees”) zonder dat er sprake is van de huwelijksband van “een man en zijn vrouw”.

“Ruzie en jaloezie” zijn weer een categorie apart. Maar het behoort ook bij de nacht. Het staat in contrast met mensen van “de dag”. Want die stralen en zijn lichtdoorlatend! Achtenswaardig!

Delen: