GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

geënt in Israël?

08-10-2026 - Geplaatst door Andre Piet

Een bekende bewering is dat Paulus in Romeinen 11 zou leren dat gelovigen uit de natiën zijn ingeënt in Israël. Maar wie de tekst nauwkeurig leest, ontdekt dat hier iets wordt ingevuld wat er niet staat. Paulus spreekt over het enten van takken in een olijfboom. Niet over het enten in Israël.

Dat de verbinding met Israël wordt gelegd, is overigens niet uit de lucht gegrepen. Israël wordt in de Schrift immers met een olijfboom vergeleken (Jer.11:16) en Paulus spreekt over de natuurlijke takken die bij hun eigen olijfboom horen (Rom.11:24). Maar daaruit volgt nog niet dat de ingeënte takken voortaan Israël zijn. De olijfboom beeldt Gods volk uit, door Hem geplant om vrucht te dragen. De olijf levert olie die dient om licht te verspreiden. Een prachtig beeld van licht en leven!

geen etnisch automatisme

Juist in Romeinen 9 tot 11 maakt Paulus duidelijk dat het behoren tot Gods volk geen etnisch automatisme is. “Niet allen die uit Israël zijn, zijn Israël” (Rom.9:6). Het merendeel van Israël verkeert in ongeloof en wordt daarom voorgesteld als weggebroken takken. Zij blijven Israëlieten, maar maken geen deel meer uit van de olijfboom. Omgekeerd zijn takken uit de natiën ingeënt. Maar daarmee zijn zij geen Israëlieten geworden. Het enten of wegbreken verandert niet de identiteit van de takken, maar hun positie ten opzichte van Gods olijfboom.

niet mijn-volk

Dat Israël niet automatisch Gods volk is, blijkt ook uit Hosea. God noemt Israël daar uitdrukkelijk Lo-Ammi: “niet mijn volk” (Hos.1:9). In Hosea 3 wordt dit aanschouwelijk gemaakt. De profeet koopt een vrouw, maar houdt haar vervolgens afgezonderd. Zij behoort hem toe, maar de huwelijksgemeenschap wordt niet hervat. Zo blijft ook Israël Gods uitverkoren volk, zonder dat God het in zijn ongeloof als zijn volk erkent. De band is niet definitief verbroken, maar de verhouding is opgeschort. Pas wanneer Israël terugkeert en JAHWEH zoekt, wordt deze hersteld (Hos.3:5).

Dat verklaart ook waarom Paulus kan zeggen dat God zijn volk niet heeft verstoten (Rom.11:1,2). Zijn verkiezing en beloften blijven van kracht. Israël is naar de verkiezing geliefd omwille van de vaderen (Rom.11:28). Maar dat betekent niet dat het ongelovige Israël momenteel als Gods volk functioneert. Juist daarom spreekt Paulus over afgebroken takken die bij geloof opnieuw geënt zullen worden (Rom.11:23).

Gods volk!

Ondertussen heeft God degenen die ooit “niet mijn volk” waren, alsnog “mijn volk” genoemd (Rom.9:25,26). Mozes had reeds aangekondigd dat God Israël tot naijver zou verwekken door wat “geen volk” is, door een “onverstandige natie” (Deut.32:21; Rom.10:19). Precies dat gebeurt nu. Het heil is terechtgekomen bij de natiën, die van huis uit niet vertrouwd waren met de woorden van God. In etnische zin vormen zij niet eens een volk. En juist zij delen nu in de voorrechten die Israël door ongeloof misloopt!

De olijfboom in Romeinen 11 is dus geen uitbeelding van Israël als etnisch volk, maar van Gods volk. Daarom kan een Israëliet als natuurlijke tak worden weggebroken, zonder op te houden Israëliet te zijn. En daarom kan iemand uit de natiën als wilde tak worden ingeënt, zonder Israëliet te worden. Niet hun ethnische identiteit verandert, maar hun positie als wel of niet behorend tot Gods volk. De ekklesia is niet ingeënt in Israël, maar in Gods olijfboom!

Delen: