wanneer gaf Kores het bevel?
25-09-2026 - Geplaatst door Andre PietHet eerste jaar van Kores wordt doorgaans gedateerd rond 538/537 v.Chr. Dat geldt zozeer als een vaststaand gegeven dat er nauwelijks een vraagteken bij wordt gezet. Toch komt de Bijbelse chronologie op een heel ander jaartal uit: ongeveer 467 v.Chr. Een verschil van ruim zeventig jaar. En dat verschil is van rechtstreeks belang voor Daniël 9, want daar wordt het begin van de zeventig jaarweken verbonden met “het uitgaan van het woord om Jeruzalem te doen terugkeren en te bouwen” (Dan.9:25).
Kores als ijkpunt
Dat Kores daarbij in beeld komt, ligt voor de hand. Lang voordat hij op het toneel verscheen, noemt Jesaja hem reeds bij name. JAHWEH noemt hem “Mijn herder” en zegt van hem dat hij tot Jeruzalem zal zeggen dat zij gebouwd zal worden en van de tempel dat hij gefundeerd zal worden (Jes.44:28). In het volgende hoofdstuk lezen we opnieuw over Kores: “Hij zal Mijn stad bouwen en Mijn ballingen zal hij vrijlaten” (Jes.45:13). Wanneer Kores daadwerkelijk verschijnt, begint Ezra dan ook met de mededeling dat JAHWEH zijn geest opwekte om uitvoering te geven aan wat Hij tevoren had aangekondigd (Ezra 1:1-4). Kores vormt in de Schrift dus een nadrukkelijk ijkpunt: de zeventig jaren van verwoesting zijn voorbij en het herstel van Jeruzalem begint.
Precies dat is het startpunt dat Daniël 9:25 aangeeft. Niet slechts de tempel zou worden herbouwd. Jesaja had van Kores uitdrukkelijk voorzegd: “Hij zal Mijn stad bouwen”. Het woord dat bij Kores uitgaat, betreft het herstel van Jeruzalem. Daarmee begint de periode die in Daniël 9 wordt afgemeten tot aan Messias, Vorst.
vijfhonderd jaren
Daniël spreekt over zeventig jaarweken die over zijn volk en de heilige stad zijn bepaald (Dan.9:24). Dat zijn zeventig sabbatscycli van zeven jaren, dus 490 jaren. Maar na iedere zeven jaarweken, na 49 jaren, volgt volgens Leviticus 25:8-10 het vijftigste jaar: het jubeljaar. Zeventig jaarweken bevatten tien zulke reeksen en daarmee ook tien jubeljaren. De totale verstreken kalendertijd bedraagt volgens deze telling dus niet 490, maar 500 jaren.
Het eindpunt van deze periode wordt in deze chronologie geplaatst bij de roeping van Paulus in 34 AD. De argumenten voor die datering heb ik uiteengezet in het artikel Wanneer werd Paulus geroepen? Een belangrijk aanknopingspunt daarin is de vermelding van de veertien jaren in Galaten 2:1, gerekend vanaf Paulus’ roeping tot aan de apostelvergadering in Jeruzalem. Rekenen we vanaf 34 AD vijfhonderd kalenderjaren terug, dan komen we uit bij 467 v.Chr. Er bestaat immers geen jaar nul: van 467 v.Chr. tot 1 v.Chr. zijn 466 verstreken jaren en van 1 AD tot 34 AD nog 34 jaren. Samen exact vijfhonderd jaren.
Daar ligt het probleem. De gangbare chronologie plaatst het eerste jaar van Kores rond 538/537 v.Chr., terwijl de hier gevolgde telling uitkomt rond 467 v.Chr. We spreken dus niet over een verschil van enkele jaren, maar van ongeveer zeven decennia. Kan de Perzische periode zoveel korter zijn geweest dan tegenwoordig wordt aangenomen?
een korte Perzische horizon
Daniël 11 geeft daarvoor een opmerkelijke aanwijzing. De profetie wordt gegeven in het derde jaar van Kores (Dan.10:1). Vervolgens krijgt Daniël te horen:
Zie, nog drie koningen zullen opstaan in Perzië, en de vierde zal grotere rijkdom bezitten dan alle anderen…
-Daniël 11:2-
Deze vierde brengt alles in beweging tegen het koninkrijk van Griekenland. Meteen daarop verschijnt “een heldhaftige koning” die met grote heerschappij regeert, waarna zijn rijk wordt gebroken en naar de vier windstreken verdeeld (Dan.11:3,4). Daarmee komt de Griekse wereldmacht van Alexander in beeld.
Wanneer we niets van een buiten-Bijbelse koningslijst zouden weten, zou niemand uit deze verzen afleiden dat hier nog een lange reeks Perzische vorsten en meer dan een eeuw geschiedenis tussen moet worden gevoegd. De mededeling verloopt eenvoudig: vanaf Kores zullen nog drie koningen opstaan, vervolgens een vierde die Griekenland mobiliseert en daarna verschijnt de Griekse wereldmacht. De gangbare uitleg moet hier dus aannemen dat Daniël een aanzienlijk deel van de Perzische geschiedenis stilzwijgend overslaat.
van Darius naar Artachsasta
Ook Ezra wijst op een veel compactere tijdlijn. In het zesde jaar van Darius wordt de tempel voltooid:
Dit huis nu werd voltooid op de derde dag van de maand Adar; het was het zesde jaar van de regering van koning Darius.
-Ezra 6:15-
Het volgende hoofdstuk begint met: “Na deze dingen…” (Ezra 7:1). Vervolgens lezen we dat Ezra in het zevende jaar van Artachsasta vanuit Babel optrekt en in Jeruzalem aankomt (Ezra 7:7,8). Volgens de gangbare chronologie ligt tussen deze beide gebeurtenissen ongeveer zestig jaar. Maar wie Ezra eenvoudig doorleest, krijgt die indruk niet. Zesde jaar Darius, “na deze dingen”, zevende jaar Artachsasta leest veeleer als een directe opeenvolging. Dat is precies wat er staat wanneer Darius en Artachsasta dezelfde vorst aanduiden: in jaar zes wordt de tempel voltooid en in jaar zeven komt Ezra naar Jeruzalem. Later vinden we dezelfde Artachsasta opnieuw in zijn twintigste regeringsjaar, wanneer Nehemia toestemming krijgt om naar Jeruzalem te gaan (Neh.2:1-8).
Kores, Darius en Artachsasta
Vooral Ezra 6:14 verdient hier aandacht:
Zij bouwden en voltooiden naar het bevel van de God van Israël en naar het bevel van Kores, Darius en Artachsasta, koning van Perzië.
-Ezra 6:14-
De tekst spreekt over het bouwen en voltooien van de tempel en noemt daarbij Kores, Darius en Artachsasta. Meteen in het volgende vers lezen we wanneer die voltooiing plaatsvond: in het zesde jaar van Darius. Volgens de gangbare chronologie regeerde de hier genoemde Artachsasta echter pas vele tientallen jaren later. Maar hoe kan een koning die pas lang ná de voltooiing van de tempel regeerde, worden genoemd onder de vorsten naar wier bevel die tempel werd gebouwd en voltooid?
Het probleem is ook door uitleggers die de gangbare chronologie volgen onderkend. De Cambridge Commentary noemt de vermelding van Artachsasta hier uitdrukkelijk een moeilijkheid en veronderstelt daarom dat de schrijver vooruitgrijpt op latere geschiedenis. Keil en Delitzsch signaleren hetzelfde probleem. Een andere oplossing is om “voltooien” in vers 14 ruimer op te vatten: Artachsasta zou de tempel later hebben onderhouden, verfraaid of financieel ondersteund. Maar één vers later staat eenvoudig dat “dit huis werd voltooid” in het zesde jaar van Darius.
De moeilijkheid ontstaat door de aangenomen chronologie. Wanneer Darius en Artachsasta dezelfde vorst aanduiden, verdwijnt zij. Kores gaf het oorspronkelijke bevel, Darius-Artachsasta bevestigde het en in diens zesde jaar werd het huis voltooid. Vervolgens vertrekt Ezra in zijn zevende jaar naar Jeruzalem. Ezra 6:14, 6:15 en 7:1-8 sluiten dan zonder een sprong van ongeveer zestig jaar op elkaar aan. Deze identificatie is trouwens geen moderne vondst. John Gill vermeldt bij Ezra 6:14 dat ook de middeleeuwse Joodse uitlegger Ibn Ezra Artachsasta hier met Darius identificeerde.
geen nieuwe gedachte
Ook een veel kortere Perzische periode is geen nieuwe gedachte. In de traditionele Joodse chronologie van Seder Olam besloeg deze periode slechts 52 jaar. Daarbij werd Artachsasta niet noodzakelijk opgevat als de eigennaam van één afzonderlijke vorst, maar kon deze aanduiding voor verschillende Perzische koningen worden gebruikt. Die reconstructie verschilt in details van de hier gevolgde tijdlijn, maar laat wel zien dat de tegenwoordig gangbare lange Perzische periode allerminst altijd als vanzelfsprekend is beschouwd. Veel later kwam Martin Anstey in The Romance of Bible Chronology eveneens tot de conclusie dat de gebruikelijke Perzische chronologie aanzienlijk te lang is. Onze tijdlijn is daarvan niet afhankelijk; het laat slechts zien dat de kwestie bepaald niet nieuw is.
wat ijkt wat?
De vraag is dus wat als ijkpunt geldt. Beginnen we bij de gangbare Perzische chronologie, dan moet Daniël 11 een aanzienlijk deel van de Perzische geschiedenis stilzwijgend overslaan, ligt tussen Ezra 6 en 7 ongemerkt ongeveer zestig jaar en verschijnt Artachsasta in Ezra 6:14 bij de voltooiing van een tempel die volgens diezelfde chronologie al lang voltooid was. Dat kan allemaal worden verklaard, maar het zijn verklaringen die nodig worden omdat de gangbare chronologie reeds als uitgangspunt is genomen.
Lezen we de Bijbelse gegevens in hun eigen samenhang, dan ontstaat een veel kortere lijn. Kores vormt het beginpunt, Daniël beschrijft vanaf hem een korte Perzische horizon, de tempel wordt voltooid in het zesde jaar van Darius-Artachsasta, Ezra arriveert in diens zevende jaar en Nehemia treedt op in zijn twintigste jaar. En de grote boog van Daniëls zeventig jaarweken omvat, inclusief de jubeljaren, vijfhonderd kalenderjaren. Gerekend vanaf de roeping van Paulus in 34 AD brengt dat ons voor het eerste jaar van Kores rond 467 v.Chr.
Dat is inderdaad ruim zeventig jaar later dan de gangbare datering. Maar precies daarom verdient de vraag uit de titel het om gesteld te worden: wanneer gaf Kores het bevel?
UltimateGoodNews