GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

zullen alle gelovigen met Christus heersen?

13-08-2026 - Geplaatst door Andre Piet

“Niet alle gelovigen zullen straks met Christus heersen” — die gedachte wordt nogal eens verdedigd met een beroep op 2Timotheüs 2:11-13. Alle gelovigen ontvangen weliswaar leven met Christus, zo luidt de redenering, maar het heersen met Hem is voorbehouden aan hen die in dit leven volharden.

Op het eerste gezicht lijkt vers 12 daarvoor inderdaad duidelijke papieren te hebben:

“indien wij verduren, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen.”

De conclusie ligt voor de hand: wie als gelovige verdúúrt, zal straks met Christus heersen; wie Hem verloochent, blijft wel gered, maar verspeelt zijn aandeel in Christus’ heerschappij. Zo ontstaat er onderscheid tussen het leven met Christus, dat iedere gelovige ontvangt, en het regeren met Christus, dat afhankelijk zou zijn van onze volharding.
Maar zegt Paulus dat werkelijk?

wie zijn “wij”?

Om die vraag te beantwoorden moeten we niet bij vers 12 beginnen, maar bij vers 11:

“indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.”

Wie zijn hier de “wij”? Alleen gelovigen? Paulus geeft elders een verrassend duidelijk antwoord. In 2Korinthe 5:14 schrijft hij:

“… Eén is voor allen gestorven. Dus zijn zij allen gestorven.”

Christus stierf voor allen en daarom rekent Paulus ook allen als met Hem gestorven. En aangezien allen met Hem gestorven zijn, zullen allen ook met Hem leven. Dat is precies de strekking van de eerste regel van het “betrouwbare woord”.

De “wij” in 2Timotheüs 2:11-13 kan dus niet zonder meer worden ingevuld als: wij gelovigen. Het gaat over mensen in het algemeen. Vervolgens worden binnen die “wij” verschillende groepen onderscheiden. Degenen die “verduren” zijn zij die geloven en in deze tijd delen in Christus’ verwerping. Zij zullen ook delen in Zijn heerlijkheid en met Hem als koningen heersen. Degenen die Hem verloochenen, erkennen Hem niet en worden door Hem eveneens verloochend. Zij hebben geen aandeel aan Zijn heerschappij.

Maar nergens staat hier dat zij gelovigen zijn die door onvoldoende volharding hun toekomstige positie verspelen. Dat moet eerst in de tekst worden ingevoerd om het er vervolgens uit te kunnen halen.

een lotbezit dat je kunt verspelen?

Daar komt nog iets bij. De gedachte dat een gelovige zijn aandeel in Christus’ heerschappij kan kwijtraken, verdraagt zich moeilijk met wat Paulus elders over ons lotbezit schrijft. In Efeze 1:13-14 zegt hij dat gelovigen verzegeld zijn met “de Geest van de belofte”, die het onderpand van ons lotbezit is. Een onderpand is een garantie. God Zelf staat ervoor in dat het toegezegde lotbezit daadwerkelijk ons deel zal worden.

En wat zegt Paulus over dat lotbezit? Romeinen 8:17 noemt gelovigen “lotbezitters van God en mede-lotbezitters van Christus”. Daarbij verbindt Paulus het delen in Christus’ lijden rechtstreeks met het delen in Zijn verheerlijking. Ons lot in Christus is dus geen bonus die uiteindelijk afhankelijk blijkt te zijn van de vraag of wij voldoende hebben volhard. Het delen in Christus’ heerlijkheid behoort tot het lotbezit waarvan God Zelf ons de garantie heeft gegeven.

Dat betekent niet dat er onder gelovigen geen verschil in heerlijkheid of bekroning kan zijn. Paulus spreekt daar wel degelijk over. Maar dat is iets anders dan beweren dat een deel van het Lichaam van Christus straks van het heersen met Hem wordt uitgesloten.

En uiteindelijk loopt het “betrouwbare woord” uit op precies datgene waarop ons lotbezit in Christus rust:

“… indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw”

Want Zichzelf verloochenen kan Hij niet. Ons lotbezit in Christus wordt niet gegarandeerd door ónze trouw, maar door de Zijne.

Delen: