GoedBericht.nl logo
English Blog

de apostasia en de weerhouder

01-04-2026 - Geplaatst door Andre Piet

samenvatting van een lezing onder de titel:
voordat de wetteloze openbaar wordt (3) – de weerhouder

Paulus’ onderwerp in 2 Thessalonica 2 is de parousia van de Heer Jezus Christus en onze vereniging met Hem. De term parousia betekent letterlijk: tegenwoordigheid of presentie. Het woord duidt niet op een enkel moment van komst, maar op de daaropvolgende aanwezigheid. De gebruikelijke vertaling “komst” maakt dit onvoldoende duidelijk. Parousia ziet op de periode waarin de Heer daadwerkelijk aanwezig is.
-2 Thess.2:1-

Onze vereniging met onze Heer Jezus Christus betreft het moment waarop de doden in Christus opstaan en de levenden samen met hen worden weggerukt, de Heer tegemoet in de lucht. Deze gebeurtenis markeert het begin van zijn parousia. Paulus had deze ‘wegrukking‘ aan de Thessalonikers al eerder bekendgemaakt als een “woord van de Heer”. In 1 Korinthe 15 spreekt hij in verband met deze gebeurtenis van een geheim of verborgenheid: een waarheid die via hem bekendgemaakt is.
-1 Thess.4:16-18; 1 Korinthe 15:51-

In Thessalonica was onrust ontstaan door de gedachte dat de dag van de Heer al was aangebroken. Zo’n gedachte veronderstelt dat de oordelen al bezig zijn en dat de wetteloze reeds geopenbaard zou zijn.
-2 Thess.2:2; Joël 2:31-

Paulus noemt de apostasia als voorwaarde die eerst moet plaatsvinden vóór de openbaring van de wetteloze. Het woord apostasia is een zelfstandig naamwoord en betekent letterlijk: vanaf-staan, afstandneming. De grondbetekenis ligt vast in het woord zelf. Als werkwoord wordt het gebruikt voor verlaten, weggaan, wijken en vertrekken.
-2 Thess.2:3; Hand.21:21; Jozua 22:22 (LXX)-

De concrete invulling van afstandneming wordt bepaald door het verband. In Handelingen 21:21 gaat het om afstandneming van Mozes; in Jozua 22:22 (LXX) om afstandneming van de Heer. De vertaling “afval” is geen weergave van het woord zelf, maar een interpretatie van het verband. Het woord zegt niet wát er verlaten wordt, maar dát er afstand wordt genomen. De grondbetekenis blijft: vertrek, weggaan, zich verwijderen.
-2 Thess.2:3-

In de Griekse tekst staat niet zomaar apostasia, maar de apostasia. Het bepaalde lidwoord wijst op een bekende, specifieke gebeurtenis. De afwezigheid van nadere uitleg laat zien dat Paulus verwijst naar iets dat reeds bekend was uit zijn onderwijs en dat aansluit bij het thema waarover hij spreekt.
-2 Thess.2:1,3,5-

De context van 2 Thessalonica 2 spreekt over onze vereniging met Christus en noemt pal daarop de apostasia. Zó krijgt het woord een concrete inhoud: afstandneming van de aarde, namelijk het vertrek van de ekklesia om met Hem verenigd te worden. Oude Engelse vertalingen, zoals die van Tyndale (1526) en de Geneva Bible (1560), geven hier “departing” (departure) weer. Dat woord betekent eenvoudig: vertrek. Precies dat is de apostasia: het vertrek.
-2 Thess.2:1,3; 1 Thess.4:17-

De volgorde is beslissend: eerst de apostasia en vervolgens de openbaring van de mens der wetteloosheid. Deze volgorde sluit uit dat apostasia zou duiden op een religieuze afval of cultus die door de wetteloze wordt ingevoerd. In dat geval zou eerst de wetteloze geopenbaard moeten worden en daarna de door hem geïnitieerde afval. De gegeven volgorde wijst op een gebeurtenis die aan zijn openbaring voorafgaat.
-2 Thess.2:3-

De mens der wetteloosheid is al op het wereldtoneel aanwezig vóór zijn openbaring. Hij treedt op als een elfde koning binnen een federatie van tien koningen en neemt het leiderschap van het geheel over. Deze fase gaat vooraf aan het moment waarop hij openbaar wordt als de wetteloze. Zijn openbaring volgt na een dodelijke aanslag waarvan hij herstelt. Vanaf dat moment ontvangt hij zijn kracht rechtstreeks van de draak (satan).
-Daniël 7:8,24; Openbaring 13:2-4; 17:8,12-13; 2 Thess.2:3-

De openbaring van de mens der wetteloosheid wordt zichtbaar wanneer hij zich in de tempel van God zet en zich als god laat vereren. Deze daad wordt in de Schrift aangeduid als “de gruwel van verwoesting”: een afgodsbeeld dat wordt opgericht ter vervanging van de offerdienst. Daniël spreekt over het staken van het dagelijks offer en het oprichten van deze gruwel, en de Heer Jezus verwijst hiernaar als een beslissend teken.
-2 Thess.2:4; Daniël 12:11; Mattheüs 24:15; Openb.13:14-

De openbaring van de mens der wetteloosheid veronderstelt het bestaan van een tempel en een functionerende offerdienst. Hij zet zich immers in de tempel van God en grijpt in in de bestaande cultus. Zonder tempel en offerdienst kan deze daad uiteraard niet plaatsvinden.
-2 Thess.2:4; Daniël 12:11-

De volgorde “eerst de apostasia (het vertrek)” behoort tot het basisonderwijs dat Paulus eerder had gegeven en dat bij de gelovigen bekend was. De verwarring ontstond doordat men beweerde dat Paulus in een vermeende brief het tegendeel leerde, alsof de dag van de Heer al was aangebroken.
-2 Thess.2:2,5-

De term weerhouden (Gr. katechō) betekent vasthouden, tegenhouden, in bedwang houden. Het woord duidt op een kracht die verhindert dat iets zich openbaart of doorbreekt. De concrete invulling van dit tegenhouden wordt bepaald door het verband. Het woord benoemt de werking, niet de inhoud van wat of wie tegenhoudt. In 2 Thessalonica 2 wordt gesproken over “wat” weerhoudt (onzijdig) en “hij” die weerhoudt (mannelijk). Deze wisseling duidt op één en dezelfde werkelijkheid, zowel collectief (“wat”) als persoonlijk (“hij”) aangeduid. De context van het hoofdstuk spreekt over de aanwezigheid van de ekklesia en haar toekomstige vertrek. In dat verband krijgt het tegenhouden zijn concrete inhoud: de tegenwoordigheid van Christus in Zijn lichaam vormt de belemmering waardoor de wetteloze niet openbaar kan worden.
-2 Thess.2:1,6-7-

De wetteloosheid is reeds werkzaam in de tegenwoordige tijd, maar wordt pas openbaar wanneer de mens der wetteloosheid zich manifesteert. Deze openbaring wordt tegengehouden totdat de weerhouder uit het midden verwijderd is. De apostasia en het verwijderd worden uit het midden beschrijven hetzelfde moment: het vertrek van de ekklesia van de aarde.
-2 Thess.2:3,7-

Delen: