English blog

400 jaar na ‘Dordt’

17-11-2018 - Geplaatst door Andre Piet

Het is deze week precies 400 jaar geleden dat de synode van Dordt begon. We hebben het over het jaar 1618. Het zou de beroemdste kerkvergadering worden die ooit in Nederland is gehouden. De directe aanleiding was een leergeschil dat hoog opgelopen was tussen twee Leidse hoogleraren, Arminius en Gomarus. Na het overlijden van Arminius (1609) hebben zijn volgelingen een bezwaarschrift (=remonstrantie) opgesteld waarin zij op vijf punten kritiek leveren op de Heidelberger Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De spanningen die door deze publicatie enkel nog toenamen, vroegen om een antwoord van de nationale synode. Deze werd bijeen geroepen door de Staten Generaal, wat al aangeeft dat het conflict ook in hoge mate verweven was met de politiek. Terwijl de tachtigjarige oorlog tegen Spanje voor twaalf jaar was onderbroken (1609-1621), werd Nederland verscheurd door interne spanningen.

de vijf punten

De vijf kritiekpunten van de remonstranten werden tijdens de synode unaniem veroordeeld en men heeft dit in vijf leerregels uiteen gezet, samengevat als:

  1. de totale verdorvenheid van de mens (versus geloof voortkomend uit de mens);
  2. de onvoorwaardelijke verkiezing (versus verkiezing op grond van voorkennis);
  3. de beperkte verzoening (versus Christus die voor alle mensen stierf);
  4. de onweerstaanbare genade (versus de vrije wil);
  5. de volharding der heiligen (versus afval van heiligen).

In de Angelsaksische wereld staan deze artikelen bekend als “the five points of Calvinism’, afgekort als TULIP (Total depravity, Unconditional election, Limited atonement, Irresistible grace, Perseverance of the saints).

Nu is het beslist niet mijn bedoeling deze vijf punten hier te bespreken. Het conflict dat speelde is een intern calvinistische kwestie. Als niet-calvinist is het voor mij vrijwel onmogelijk me daarin te positioneren. Want al geloof ik in een onvoorwaardelijke uitverkiezing en ook in een onweerstaanbare genade, tegelijkertijd verwerp ik resoluut het idee van een beperkte verzoening… Dus ja, wat ben ik dan?

het idee van ‘eeuwigheid’ in de Dordtse Leerregels

Het conflict dat speelde kon m.i. slechts ontstaan door een totaal gebrek aan zicht op de komende aeonen. Sinds de derde en vierde eeuw maakten in de theologie deze aeonen plaats voor het idee van een eindeloze eeuwigheid. Het begrip ‘eeuwigheid’ speelde een beslissende rol in het conflict tussen Arminius en Gomarus. Het ging immers over de aard van uitverkiezing ‘van eeuwigheid af’ en vooral ook over de bestemming van de mens in ‘de eeuwigheid’.

Maar als de Schrift nu eens geen ‘eeuwigheid’ kent maar aeonen (=wereldtijdperken), dan tastte beide partijen onvermijdelijk reeds op voorhand in het duister! Het uitgangspunt deugde niet. De eeuw-ige (aeonische) bestemming is heel wat anders dan de definitieve bestemming van de mensheid. Christus moet heersen tot in de aeonen. Daarna wordt GOD “alles in allen”!

uitverkoren of verworpen?

Dit ontbreken van zicht op de aeonen (eeuwen) belemmerde vervolgens ook het zicht op de uitverkiezing. Volgens ‘Dordt’ is een mens van eeuwigheid af, óf uitverkoren óf verworpen. Hoe dat ‘verworpen’ precies uitgelegd dient te worden, daarover bestaat discussie, maar niet over de tweedeling als zodanig. Dit concept levert echter een volkomen vertekend beeld op van wat uitverkiezing volgens de Schrift is.

Als GOD uitkiest, dan is dat nooit ten koste van de rest maar juist ten dienste daarvan. GOD koos Abram uit, niet omdat de rest van de mensheid Hem niet zou interesseren, integendeel! Abram werd uitgekozen opdat via hem alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden! Uitverkoren-zijn is maar niet slechts een voorrecht maar bovenal een taak en roeping. Altijd met het oog op de overigen van GODS schepselen.

een soevereine God en toch duister…

Het doel van de synode van Dordt was ongetwijfeld om GODS soevereine verkiezing in het licht te stellen. Zonder enige menselijke inbreng, op welke wijze ook. Niets in de mens zelf kan bijdragen aan zijn behoud. Alle eigen roem is uitgesloten. Daarin wilde ‘Dordt’ een duidelijk statement maken naar Arminius en de zijnen. En terecht.

Maar zonder visie op GODS universele en onvoorwaardelijke liefde, konden de Dordtse Leerregels toch niet anders worden dan een inktzwart document. Zonder uitzicht op de nog komende aeonen, bestaat er ook geen zicht op de voortgang van GODS wegen die uitmonden in een ‘eind goed, al goed’! De mannenbroeders van de Reformatie weten toch dat GOD “nimmer laat varen de werken zijner handen”? Oordelen, gerichten en dood zijn in de Schrift nooit een eindpunt. Deze noties ontbreken in de Dordtse Leerregels en daardoor verblinden ze voor de waarheid van het Evangelie dat Paulus wereldkundig mocht maken: “de levende GOD is een Redder van alle mensen, speciaal van gelovigen!”

Delen: