English blog | Oude Artikelen

twee basisdogma’s…

25-03-2017 - Geplaatst door Andre Piet

In het Nederlands Dagblad (25 maart 2017) verscheen een column van dominee Arjan Plaisier, voormalig scriba van de PKN, onder de titel ‘leve het dogma’. Plaisier beschrijft hoezeer dogma’s in het huidige levensgevoel gewantrouwd worden. Aversie tegen dogma’s hangt overal in de lucht. En dan vervolgt hij:

… het is wellicht nuttig erop te wijzen dat de kerk in principe twee basisdogma’s kent. Van God wordt uitgesproken dat Hij Vader, Zoon en Geest is en dat Hij de Drie-enige is. En van Jezus dat Hij waarlijk God en waarlijk mens is. Een kerk en een geloof zonder (deze) dogma’s is goed mogelijk, maar het is geen christelijke kerk en ook geen christelijk geloof…

Het is nogal fundamenteel wat Plaisier hier aan de orde stelt. Twee basisdogma’s. De christelijke kerk en het geloof, staan of vallen er mee, volgens hem. En wat zijn die dogma’s? Eerst het dogma van de drie-eenheid en daaraan gekoppeld het dogma dat Jezus Christus “waarlijk God en waarlijk mens is”.

Voor wie slechts de Schrift maatgevend is, steigert hier alleen al vanwege de woordkeus. Want het woord ‘drie-enige’ o.i.d. is nergens in de Schrift te vinden. Dat is geen mening maar een controleerbaar feit. En met de gangbare definitie van de drie-eenheid is het niet beter gesteld: één wezen, drie personen. Geen tekst in de Schrift die ook maar bij benadering iets dergelijks zegt. Het onderscheid dat daarin gemaakt wordt tussen ‘wezen’ en ‘persoon’ is sowieso vreemd aan de Bijbelse woordenschat. Trouwens, wie kan het verschil tussen beiden uitleggen? Maar realiseert u zich wat dat betekent? Het wil zeggen dat dogma nummer één, niet teruggaat op het Nieuwe Testament maar op formules van kerkelijke concilies uit de vierde eeuw van de kerkgeschiedenis!

Met dit basisdogma heeft de christelijke kerk afstand genomen van de telkens weerkerende belijdenis van de Hebreeuwse Bijbel. Een belijdenis die tot op vandaag het hart vormt van het Jodendom. De bekende Joodse schrijver Pinchas Lapide schreef ooit:

Men zou de eenheid van God het enige ‘dogma’ van Israël kunnen noemen.
– in “de Heer uw God is één” (pag 15)-

Het Nieuwe Testament is geheel in lijn met ‘het sjema’ (“hoor Israël, JAHWEH onze God, JAHWEH is één”). Zoals de schriftgeleerde opmerkte, nadat hij aan Jezus had gevraagd welk gebod het eerste van alle is:

En de schriftgeleerde zeide tot hem (=Jezus): Inderdaad, Meester, naar waarheid zegt u, dat Hij één is en dat er geen ander is dan Hij.
-Mar.12:32-

Precies zoals Jezus later in zijn gebed tot God zegt:

Dit nu is het eeuw-ige leven, dat zij U zouden kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus die u afvaardigt.
-Joh.17:3-

Of wat dacht u van Paulus die met nadruk verklaart…

… voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn…
-1Kor.8:6-

“Eén God”, schrijft Paulus, “de Vader”. En niet: Vader, Zoon en Geest. Of luister naar dezelfde apostel in Efeze 4 waarin hij de zevenvoudige eenheid benoemt die ons als gelovigen samenbindt:

… één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.
-Efeze 4:6-

Het dogma van de drie-eenheid is niet alleen onbekend in de Schrift, het staat er ook haaks op. Het dogma van de drie-eenheid is onlogisch, tegenstrijdig, complex en onbegrijpelijk.  De belijdenis van de Schrift daarentegen (“één God, de Vader”) is logisch en simpel. Tientallen keren lezen we in de Schrift van “God, de Vader”. Tientallen keren lezen we van “de Zoon van God”. Maar waar lezen we over ‘God, de Zoon’? Inderdaad: nergens!

En dan dat andere dogma? Is de Zóón van God “waarlijk God” of, zoals Paulus zegt…

Hij is beeld van de God, de Onzichtbare…
-Kol.1:15-

Paulus spreekt hier van “de God”. De Ene. Deze onzichtbare God heeft een Beeld of Ikoon. Iemand die Hem uitbeeldt (Mat.22:20,21). Want wie de Zoon gezien heeft, heeft God gezien (Joh.14:9). Beeld-spraak. Immers:

Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren Zoon, die in de boezem van de Vader is, die ontvouwt [Hem].
-Joh.1:18-

Wie zinnig over God en zijn Zoon wil spreken, is uitsluitend aangewezen op de woorden van de Schrift. Dát zijn “gezonde woorden”. En dan zeggen we met Paulus:

… er is één God en één middelaar van God en mensen, [de] mens Christus Jezus
-1Tim.2:5-

Het is wellicht pijnlijk voor velen om te moeten vaststellen dat voor wie niet meegaat in “woorden van menselijke wijsheid”, in de kerk geen plaats is. Dat je in haar ogen dan zelfs geen gelovige kunt zijn. Maar het creëert ook duidelijkheid. Want het zet de aloude tegenstelling op scherp: één God (de Vader) of meerdere goden (Vader, Zoon en Geest)? “De Zoon ván God” of ‘God de Zoon’? Gods woord of mensenwoord?

Delen: