English blog

Zondag 7, vraag & antwoord 20

30-05-2013 - Geplaatst door Andre Piet

1_blog_13

De Heidelberger Catechismus stelt in zondag 7, de volgende vraag (20):

Krijgen dan alle mensen door Christus het heil terug, zoals zij in Adam veroordeeld zijn?

Een prima vraag waarop de apostel Paulus meer dan eens in zijn brieven, een expliciet antwoord geeft.

Derhalve, gelijk het
door één daad-van-overtreding
voor ALLE MENSEN
tot veroordeling gekomen is,
zo komt het ook
door één daad-van-gerechtigheid
voor ALLE MENSEN
tot rechtvaardiging van leven.
-Romeinen 5:18-

In telegramstijl (de cursieve woorden ontbreken in de grondtekst) en met een ijzeren logica geeft Paulus zonder omwegen bevestigend antwoord op de Catechismus-vraag. Eén daad van ongehoorzaamheid (het eten van de verboden vrucht) veroordeelde heel de mensheid, zonder uitzondering, tot dood en zonde. Welnu, één daad van gerechtigheid (gehoorzaam tot de dood van het kruis) doet daar niet van onder: heel de mensheid valt rechtvaardiging van leven ten deel. Is het eerste universeel, dan het tweede ook.

Zoals Paulus eerder in Romeinen 3 schreef:

Want ALLEN hebben gezondigd
en derven de heerlijkheid Gods,
en worden OM NIET gerechtvaardigd
uit zijn genade,
door de verlossing in Christus Jezus.
-Romeinen 3:23,24-

In de Korinthe-brief is Paulus niet minder duidelijk.

Want evenals in Adam
ALLEN sterven,
zo zullen ook
in Christus
ALLEN levend gemaakt worden.
-1Korinthe 15:22-

Christus is als eersteling levendgemaakt (in heerlijkheid en onvergankelijkheid) en Hij is de garantie dat heel de mensheid Hem daarin zal volgen. Ieder in zijn eigen rangorde. Het antwoord op vraag 20 van de Heidelberger Catechismus zou dus, geheel ter zake, kunnen volstaan met het citeren van bovengenoemde Schriftplaatsen. Ontstellend als het mag klinken, het antwoord van de Catechismus noemt de teksten niet eens! En wat nóg erger is: in plaats van een luid en bevestigend JA, antwoordt de Catechismus met een beslist NEE:

NEE, maar alleen zij die door waar geloof bij Hem worden ingelijfd en al zijn weldaden aannemen.

Dat dit in tegenspraak is met wat Paulus naar voren brengt, lijkt me een eufemisme. Maar wat te denken van de motivering? De Catechismus stelt dat slechts zij het heil ontvangen die een “waar geloof” hebben “en al zijn weldaden aannemen”. En dat is waar. Redding valt slechts ten deel aan degene die van harte Jezus als Heer belijden. Maar leert de Schrift niet dat allen dat ook zullen doen? God heeft gezworen bij Zichzelf dat voor Hem alle knie zal buigen (Jes.45:23) en alle tong (niet: lip!) zal belijden (ex-omelogeo = van binnenuit) tot eer van God de Vader, dat Jezus Heer is (Filp.2:10,11)! Zou GOD die de harten opent, daartoe niet in staat zijn? Als Hij Saulus van Tarsus, die zich de eerste der zondaren noemt (1Tim.1:15), in één moment op de knieën kon brengen, zou Hij dat dan niet kunnen bij alle mensen? De opstellers van de Heidelberger Catechismus geloven toch in Gods “onwederstandelijke genade”? En ook dat redding en geloof een gave Gods zijn (Ef.2:8)?

Rest ons nog één ding en dat is de zestien Schriftplaatsen na te gaan, die de Heidelberger Catechismus aanvoert ter verdediging van haar antwoord. Dit zijn ze:

Matteus 7:14
want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

Matteus 22:14
Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Psalm 2:12
Kust de zoon, opdat hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt zijn toorn. Welzalig allen die bij Hem schuilen!

Marcus 16:16
Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.

Johannes 1:12
Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven;

Johannes 3:16
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Johannes 3:18
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.

Johannes 3:36
Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.

Romeinen 3:22
en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

Romeinen 11:20
Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees!

Hebreeën 4:2
Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden.

Hebreeën 4:3
Want wij gaan tot de rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn, zoals Hij gesproken heeft: gelijk Ik gezworen heb in mijn toorn: Indien zij tot mijn rust zullen ingaan, en toch waren zijn werken van de grondlegging der wereld af gereed.

Hebreeën  5:9
en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden,

Hebreeën 10:39
Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Hebreeën 11:6
maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Zonder uitzondering verwijst de Catechismus naar Schriftplaatsen waar naar voren wordt gebracht dat velen door ongeloof verloren zullen gaan en niet allen het eeuw-ige leven zullen ontvangen. Kennelijk met de gedachte dat dit in strijd zou zijn met het feit dat alle mensen gerechtvaardigd, levendgemaakt en gered zullen worden. Dat komt omdat men geen idee heeft van Gods “voornemen der eeuwen” (Efeze 3:11) en men niet beseft wat eeuw (aeon) en eeuw-ig (aeonisch) in de Schrift betekent. Van aeon heeft men een eeuwigheid gemaakt. Een fatale fout! Men meent dat bij de wederkomst van Christus ‘de eindeloze eeuwigheid’ aanbreekt in plaats van “de toekomende eeuwen” (aeonen) waarin Christus zal heersen. Velen zullen aan deze eeuwen geen deel hebben en verloren zijn. Dood. Voor de eerste of voor de tweede keer (“de tweede dood”). Is dat hopeloos? Zeker niet, want in de Schrift wordt het verlorene altijd weer gevonden. En de dood zal als laatste vijand worden teniet gedaan aangezien (zoals we eerder zagen) allen die in Adam sterven, in Christus zullen worden levendgemaakt. Alle tong zal God loven! En de Zoon zal uiteindelijk een volkomen Koninkrijk aan zijn God en Vader overdragen, “opdat God zij alles in allen” (1Kor.15:22-28)!

Gods toorn is een realiteit. Maar vergeet nooit de Bijbelse verhoudingen. “Een ogenblik duurt zijn toorn, een levenlang zijn goedertierenheid” (Ps.30:6). Gods toorn staat niet tegenover zijn liefde maar vloeit er uit voort. Zoals voor een chirurg pijnlijke ingrepen onontkoombaar zijn met het oog op het welzijn van de patiënt, zo straft God altijd met het oog op correctie. Het gericht betekent: rechtzetten en terechtbrengen. Want God laat nooit varen de werken van zijn handen!

Reageer op Facebook

Delen: