English blog

zo Vader, zo Zoon

25-03-2004 - Geplaatst door Andre Piet

Eén dezer dagen ontving ik van iemand een email met de volgende inhoud:

Hallo André, Ik ben bezig met het bestuderen van de drieëenheidsleer of eigenlijk hoe het dan wél zit. Daarbij stuit ik op een gegeven moment op iets waar ik niet uit kom en ik ben benieuwd hoe u dat ziet.

Er is één God, de Vader, en één Here, Jezus Christus. Jezus is Gods Zoon, zijn beeld, zijn gestalte, de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen. Hij is degene, die in het OT verscheen aan o.a. Abraham en Mozes en zei dat Hij Jahweh heet. En dan snap ik het niet meer, want Jahweh is toch God? Dus dan zijn er ineens twee Goden. Of heet de Vader Jahweh en de Zoon niet? Of allebei?

Dan nog iets anders. In het artikel over de drieëenheid schrijft u: “In gebed richten we ons tot God de Vader. Niet tot Jezus of tot de Geest. Dóór Christus Jezus. Dat is de steeds weer terugkerende formule in de Schrift.” Dat dit een steeds terugkerende formule is, daar ben ik het mee eens. Maar wat moeten we dan met Hand. 8:22, waar Petrus tegen Simon zegt dat hij de Here moet bidden om vergeving?

In ieder geval wil ik wel nog even kwijt dat ik uw website erg interessant vind en ik wens u veel wijsheid met het goed begrijpen van de bijbel.

Groeten,
D.

Mijn antwoord:

Beste D.

Hartelijk dank voor je vriendelijk schrijven. Uit je woorden maak ik op, dat je inziet dat de voorstelling van de drieëenheid niet klopt, maar je wilt uiteraard weten hoe het dan wel zit. Misschien kan ik je op het goede spoor zetten.

Je eerste vraag luidt: heet de Vader Jahweh of de Zoon? Of misschien beide?
Het antwoord geef je m.i. zelf al, door te verwijzen naar Hebreeën 1:3, waar we lezen van de Zoon…

Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen…

God en Zijn Zoon verhouden zich als de zon tot haar schijnsel (afstraling). En als een afdruk tot het origineel (wezen). Dat zijn vergelijkingen die de Bijbel zelf aandraagt. En daar kunnen we veel van leren. Aan de ene kant kunnen we verschil maken tussen een lichtbron en het licht dat het uitstraalt. De zon is niet hetzelfde als het zonneschijnsel. Anderzijds is het zo dat we de zon slechts kunnen waarnemen door licht dat het afgeeft. Als de zon zomers hoog aan de hemel staat, kunnen we de zon onmogelijk zien. Wat we zien zijn de zonnestralen. Maar in het alledaagse spraakgebruik maken we dat verschil nauwelijks. Op het strand lig ik in de zon. Het is heel gewoon om dat zo te zeggen. Ondanks dat dit strikt genomen niet juist is. Ik lig op het strand nl. niet in de zon maar in het zonlicht. Maar in het spraakgebruik identificeren we die twee. Zoals de Bijbel de Zoon en de Vader vaak met elkaar identificeren. Wie de Zoon ziet heeft de Vader gezien (Johannes 14:9).

De tweede vergelijking in Hebreeën 1:3 (dat van een afdruk en het origineel) brengt ons op een soortgelijke gedachte. Als ik een munt in handen heb kan ik wijzen en zeggen: dat is koningin Beatrix. Dat is volkomen juist, maar bedenk: het is beeldspraak. Want wat ik op de munt zie is uiteraard niet koningin Beatrix zelf, het is een beeld van haar (vergl. Matteüs 22:20). Op dezelfde wijze heet “de Zoon van Gods liefde” het “BEELD van God de Onzichtbare” (Kolosse 1:15). God Zelf mag dan de Onzichtbare zijn, toch zien we Hem. Door Hem namelijk die Zijn Beeld, Afdruk, Afstraling en Gestalte genoemd wordt. Het is volkomen Bijbels om te zeggen dat Christus God is. Dat doet de Bijbel namelijk zelf op vele plaatsen. Maar vergeet niet: het is (met recht) Beeld-spraak. Wie deze beeldspraak letterlijk neemt, maakt van een alledaags stijlfiguur een onbegrijpelijk mysterie en verzandt in formuleringen die volkomen vreemd zijn aan het Bijbelse spraakgebruik. Er is “één God, de Vader” (1Korinthe 8:6). Hij is de Onzichtbare God. En zijn Zoon, “de Eerstgeborene van elk schepsel”, is het Beeld en de Gestalte van de Godheid. Hij doet ons God kennen (Johannes 1:18).

Wat de tweede vraag betreft (tot wie we eigenlijk bidden) het volgende. De doorgaande lijn in de Bijbel is dat we tot God de Vader bidden. Maar ook: we naderen door de Here Jezus Christus tot Hem. Zodat we in de praktijk ook hier vaak weer de vereenzelviging van Vader en Zoon zien. B.v. in Handelingen 8:22 waar je naar verwijst.
Tenslotte nog een paar Bijbelteksten waar je bovenstaande waarheid vindt uitgedrukt:

… doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende DOOR Hem!
Kolosse 3:17

de enige God, onze Redder, zij DOOR Jezus Christus, onze Here, heerlijkheid, majesteit, kracht en macht…
Judas:25

Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus…
1Timotheüs 2:5

Beste D, hopelijk kun je wat deze overwegingen.
Dat God ons “verlichte ogen van het hart” moge geven!
-André Piet-

Delen: