English blog

zijn christenen monotheïsten?

05-11-2013 - Geplaatst door Andre Piet

Het woord  ‘monotheïsme’ staat voor de overtuiging dat er slechts één God is (mono = enige en theos = God). Dat is geen kwestie van kwantiteit maar van kwaliteit. Meerdere goden kunnen per definitie niet absoluut zijn. Want wat de ene god beslist of doet kan door de andere god weer ongedaan gemaakt worden. Daarbij maakt het niet uit of er duizend, honderd, tien of slechts twee goden zijn. Zodra GOD zijn godheid moet delen, is Hij geen GOD meer. Er is of één GOD of géén GOD.

De Griekse woordcombinatie van ‘monos’ en ‘theos’ komen we een paar keer in het ‘Nieuwe Testament’ tegen. Paulus noemt het in 1Tim.1:17 en Judas aan het einde van zijn brief:

DE ENIGE GOD, onze Redder,
zij door Jezus Christus, onze Heer,
heerlijkheid, majesteit, kracht en macht…
-Judas: 25-

Zowel Paulus als Judas brengen een ode aan de enige God. God is niet slechts één (d.w.z. integer) maar ook de enige. Waarbij Jezus Christus het instrument is door wie de heerlijkheid, majesteit, kracht en macht gerealiseerd wordt. Maar in de formulering is het onmiskenbaar dat de enige God en Jezus Christus niet identiek zijn.

Niemand heeft dit onderscheid scherper onder woorden gebracht dan Jezus Christus zelf. In het zogenoemde ‘hogepriesterlijk gebed’  (Joh.17). spreekt Hij zijn Vader aan (:1) en zegt:

Dit nu is het eeuw-ige leven,
dat zij U kennen,
de ENIGE waarachtige GOD,
en Jezus Christus,
die Gij gezonden hebt.
-Johannes 17:3-

Jezus Christus zelf noemt zijn Vader “de enige waarachtige God” door wie Hij zich gezonden weet. Zo spreekt ook Paulus over de Vader: “voor ons nochtans is er één God, de Vader” (1Kor.8:6; Ef.4:6). Daar waar Judas, Paulus en Jezus Christus zelf het monotheïsme definiëren, is er geen enkel misverstand over de vraag op wie de uitdrukking “de enige God” betrekking heeft: God de Vader.

In het licht van deze en soortgelijke Schriftplaatsen is het verbijsterend om vast te stellen hoe reeds in een vroeg stadium van de kerkgeschiedenis het monotheïsme ontspoorde. Standaard werd de formule: er is één God, namelijk de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Drie personen die elk voor Zich, gelijkelijk God zouden zijn. Men spreekt van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Maar waar gebruikt de Schrift dergelijke terminologie? Tientallen keren komen we in de Schrift de uitdrukking “God de Vader” tegen maar nooit “God de Zoon”. Consequent noemt de Schrift Hem “de Zoon van God”. Dat is ook volkomen logisch als de Vader inderdaad de enige God is.

Hoe schokkend het ook moge klinken, het is volkomen terecht dat Joden evenals moslims, de christenen verwijten geen echte monotheïsten te zijn. Orthodoxe christenen (Nicea, Athanasius) leren een verkapt polytheïsme (=meergodendom). De schrijvers van ‘het Nieuwe Testament’ wisten niets van ‘drie-eenheid’ en termen die daaraan gekoppeld zijn. Dat betreft begrippen die zich onder invloed van heidense filosofie (meergodendom) binnen een paar eeuwen in het christendom genesteld hebben. De primaire belijdenis van de enige God moest plaats maken voor de belijdenis van een drie-enige God. Dat begrip is niet alleen vreemd aan de Schrift maar ook alle logica is er in zoek. Om dit te verhullen spreekt men van een mysterie. Maar het is een mistgordijn. Want de waarheid van het monotheïsme is zo eenvoudig dat het niet eens uitgelegd hoeft te worden. Een kind kan het begrijpen: “er is één God, de Vader”.
Christenen, wie heeft u betoverd?

Reageer op Facebook

Delen: