English blog

Wat vertel je als men niets weet?

24-06-2014 - Geplaatst door Andre Piet

index_2

Waar moet je beginnen met het Evangelie als iemand totaal niets weet van de Bijbel of Jezus?

Deze vraag wordt met het jaar actueler. Leefden we tot voor kort nog in een door het christendom gestempelde cultuur, momenteel is dat in rap tempo aan het veranderen. Er groeit een generatie op voor wie Bijbelse noties totaal niets meer zegt. Steeds meer mensen hebben b.v. geen idee meer waar christelijke feestdagen naar verwijzen. Refereren aan Bijbelse geschiedenissen is praten als tegen dovemansoren, want men kent die geschiedenissen domweg niet.

Waarmee moet men zulke Bijbelse analfabeten als eerste mee confronteren? Het antwoord op die vraag hoeven we niet zelf te bedenken. Ook hier kunnen we te rade gaan bij Paulus, “apostel en leermeester van de natiën”. In het boek ‘Handelingen’ treffen we een tweetal geschiedenissen waarin hij in aanraking kwam met mensen die totaal niets wisten van de Schrift. En in beide gevallen is het veelzeggend waar hij hen als eerste mee confronteert.

In Handelingen 14 lezen we dat Paulus en Barnabas in Lystra zijn en daar worden aangezien voor goden in mensengedaante (14:11). Verontwaardigd reageren zij daarop en beginnen direct over…

DE LEVENDE GOD, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft. Hij heeft ten tijde der geslachten, die achter ons liggen, alle volken op hun eigen wegen laten gaan, en toch heeft Hij Zich niet onbetuigd gelaten door wel te doen, door u van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken…
Handelingen 14:15-17

Verder kwam Paulus niet. Over Jezus Christus heeft hij niet kunnen spreken. Maar dit heeft hij hen in ieder geval verteld: de ene GOD, Schepper van hemel en aarde, laat zich niet onbetuigd aan alle volken.

In Handelingen 17 lezen we dat Paulus in Athene uitgenodigd wordt te spreken op de Areopagus. In de stad wemelde het van afgodsbeelden en men had Paulus horen spreken over Jezus en Anastasia (= opstanding) en men veronderstelde dat dit voor hen vreemde goden (lett. demonen) waren (17:18). Dat wekte hun interesse. Wat doet Paulus dan? Beroept hij zich op de Schrift? Nee. Begint hij te spreken over Jezus en de opstanding? Nee. Hij begint, evenals in Lystra, over…

DE GOD, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en ALLES geeft.
Handelingen 17:24,25

Zowel in Lystra als in Athene begint Paulus te spreken over de hun “onbekende God” (17:23). DE GOD, die alles gemaakt heeft, alles beschikt en “aan allen leven, adem en alles geeft”. Dat moesten de mensen als eerste weten.

Wat voor zin heeft het te spreken over de Zoon van God als men niet eerst weet wie GOD is? Het kennen van de ene GOD is het eerste van heel de Schrift (Mar.12:30). Inderdaad, het ABC van het Evangelie (1Kor.15:1-3) is de gestorven, begraven en opgewekte Christus (1Kor.15:14). Maar dit Evangelie heeft haar basis in het (er)kennen van DE GOD. Overigens, iedereen met verstand begrijpt dat een schepping een Schepper veronderstelt (Rom.1:20) zodat mensen slechts herinnerd hoeven worden aan God om Hem vervolgens ook “als GOD” te leren kennen (Rom.1:21). Dat is het zaaibed waarin het Evangelie kan ontkiemen.

Reageer op Facebook

Delen: