English blog

niet eerlijk

19-06-2014 - Geplaatst door Andre Piet

images_17

Ik kreeg de volgende vraag onder ogen:

Naar aanleiding van Rom 8:18…..dat de heerlijkheid veel groter zal zijn dan het lijden nu……
Heel mooi, een prachtig vooruitzicht, en ik geloof dat ook……
Ik geloof ook dat God met een ieder tot Zijn doel zal komen….
Maar hoe gaan jullie dan om met het lijden van nu in deze wereld? En dan heb ik het over het lijden van anderen, vooral van onschuldige kinderen…….je zult bijv. maar geboren worden in een sloppenwijk ofzo….wat voor kansen heb je dan in dit leven? Onder ons gezegd vind ik dit dan niet eerlijk……

In deze vraag staat dus niet het geweldig uitzicht van ieder schepsel ter discussie. Nee, de vraag is: hoe kan een goede God b.v. onschuldige kinderen laten lijden? Is er niet ontzettend veel oneerlijk leed? Ongeacht of dit leed nu wordt aangedaan door mensen (zoals bij oorlog, misdaad en terreur) of door omstandigheden die buiten de mens omgaan (zoals bij ziekten, handicaps en natuurrampen). Vroeg of laat dringt deze vraag zich aan ieder mens op. Het is de vraag die ten grondslag ligt aan het oude bijbelboek Job. En in 2014 is deze vraag nog onveranderd actueel. Dat er een God moet zijn, weet ieder mens die het ontwerp in de schepping waarneemt (Rom.1:20). Men kan moeite doen dit te ontkennen en die ontkenning rationaliseren (atheïsme), maar het is als het pogen een bal onder water te houden. Zodra men namelijk die pogingen stopt, komt de bal toch weer boven water.

Ondertussen zijn atheïsten, die niet kunnen leven met een God die zij verantwoordelijk houden voor het kwaad, consequenter dan de doorsnee christen die God daarvan probeert vrij te pleiten. In de christelijk theologie spreekt men van ‘het kwaad’  als een groot raadsel en mysterie. Men leert dat God de Schepper van alles is, behalve van het kwaad (zie echter Jes.45:7). Het kwaad rekent men tot een ‘bedrijfsongeval’: onvoorzien en in elk geval onbedoeld. Door God echter vrij te pleiten van het kwaad, degradeert men Hem tot een god(je) zoals het heidens pantheon er zovelen van kent. Iemand die de absolute controle mist. Zo zorgt het christendom er voor, dat mensen wel een godje maar niet de GOD leren kennen. D.w.z. Degene die ALLES plaatst (het Griekse theos is afgeleid van een werkwoord dat ‘plaatsen’ of ‘stellen’ betekent). Als God GOD is, dan heeft Hij alles in de hand en gaat er nooit iets bij Hem mis (Spr.16:4)!

Om terug te komen op het oneerlijke leed waarnaar de bovenstaande vraag verwees. Het is onmiskenbaar: er is ontzettend veel leed dat in onze beleving oneerlijk is. Waar niemand de zin van kan zien. Maar wat zegt het onvermogen van de mens om het leed te kunnen plaatsen? Het zegt slechts, dat de mens niet de Plaatser is! GOD geeft alles een plaats, niet wij. En vanuit de Schrift weten we, dat GOD contrast gebruikt om ons te brengen tot kennis van Hem. Kennis van goed is niet los verkrijgbaar. Vanaf het begin heet het “kennis van goed en van kwaad” (Gen.2:17). Door ellende leren we wat ontferming is. Door zonde leren we wat genade is. Door vijandschap leren we wat verzoening is. Door vervreemding leren we wat liefde betekent… en dat GOD LIEFDE is (1Joh.4:8,16).

De reden dat we onbekwaam zijn om te beoordelen of dingen eerlijk zijn of niet, is gelegen in het gegeven dat we geen zicht hebben op het totale plaatje. En bovendien: GODS werk is nog niet af. We vellen toch ook geen oordeel over een boek of schilderij dat nog niet af is? “Het plan der aionen” dat GOD uitvoert, staat nog ‘in de steigers’. Pas wanneer het eindresultaat zichtbaar wordt (“GOD alles in allen”; 1Kor.15:28), zal blijken dat NIETS voor NIETS is geweest.

Het rijmt aan het eind!

Reageer op Facebook

Delen: