English blog

vragen n.a.v. “de Nazarener”

29-12-2009 - Geplaatst door Andre Piet

 een plaatje van het huidige Nazareth

IN HET KORT
N.a.v. de studie van zondag j.l. zijn een paar vragen binnengekomen, die ik hier graag kort wil behandelen. De clou van de studie was dat de naam “nazarener” is gebaseerd op het woord van de profeten (Mat.2:23) en ontleend aan Jes.11:1 waar gesproken wordt over de afgehouwen tronk van Isaï waaruit een scheut (Hebreeuws: netser) zou voortkomen die vrucht zou dragen. Een netser (> nazarener) is een nakomeling van Isaï en David. Toen Judea een heidens vorstenhuis kreeg, zijn Davids nakomelingen wellicht naar het noordelijke Galilea uitgeweken en de kleine nederzetting die ontstond ging (naar haar inwoners) Nazareth heten. Zowel Maria als Jozef die uit heel verschillende takken van de familie kwamen konden hun stamboom terugvoeren tot David. Met dit alles was de naam “Nazarener” een profetisch geladen naam omdat het synoniem was met “een telg uit Davids geslacht”.
Tot zover in het kort de inhoud van de studie.

vraag 1. Gaat het in Matteüs 2:23 niet om een mondelinge overlevering van de profeten? Er staat toch: “door de profeten gesproken“?

Het is waar dat deze uitdrukking eventueel zou kunnen duiden op mondelinge overleveringen. Zo lijkt dit onmiskenbaar het geval te zijn in Matteüs 27:9. Maar het valt zeker niet op voorhand uit zo’n algemeen voorkomend idioom te concluderen. Zo lezen we in Joh.1:23: “… gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft”, als verwezen wordt naar Jesaja 40:3. Zie ook “… zegt de Schrift niet” (Joh.7:42); “de Schrift zegt…” (1Tim.5:18); “David zegt” (Rom.11:9);  etc.

2. Hoe kan Mattëus 2:23 terug te voeren zijn tot één profetie (Jes.11:1) als er uitdrukkelijk bij staat dat het gesproken is “door de profeten“? Meervoud dus.

Weliswaar doelt Matteüs 2:23 direct op de “scheut” (netser) in Jes.11:1 maar het qua betekenis verwante woord “Spruit” (tsemach) wordt door zowel Jeremia (23:5; 33:15) alsook Zacharia (3:8; 6:12) gebruikt voor de Messias.
In de tweede plaats kan “de profeten” ook doelen op een deel van de Hebreeuwse Bijbel (Tenach). Zo zegt Paulus in Hand.13:40 wanneer hij één tekst (Hab.1:5) citeert: “ziet toe dat u niet overkome, wat in de profeten gezegd is…”.

3. Als de naam “Nazarener” profetisch is, hoe kon Nathanaël dan zeggen: “Kan er uit Nazareth iets goeds komen?” (Johannes 1:47)?

Waarschijnlijk was de argwaan van Nathanaël dezelfde als die we later in hetzelfde Johannes-evangelie aantreffen.

… weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was (…)
Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat.
Johannes 7:41,42, 52

Nathanaël hoorde dat Jezus “uit Nazareth” kwam en beantwoordde voor hem daarmee dus niet aan het profiel van de beloofde Messias. De Messias (“iets goeds”) zou uit Bethlehem komen, niet uit Nazareth. Nathanaël wist niet van Jezus’ geboorte in Bethlehem en trok op basis daarvan de verkeerde conclusie.

Zie ook het artikel:
Nazireeër, Nazoreeër & Nazarener

Delen: