English blog

voor spek en bonen

28-06-2019 - Geplaatst door Andre Piet

De apostel Paulus leert in zijn brieven dat degene die gelooft deelt in de positie van de de opgewekte Christus. Dat Christus voor ons stierf betekent bij hem nooit dat Christus plaatsvervangend stierf. Dat zou immers betekenen dat wij niet zouden hoeven te sterven. Terwijl Paulus’ onderwijs nu juist is dat toen Christus stierf, wij met hem stierven. Christus stierf om ons mee te nemen via de dood in het Leven. Want toen Christus uit de doden werd opgewekt, werden wij met hem opgewekt. Hij werd opgewekt om ons dat leven te geven dat bij zijn opstanding aan het licht trad. Leven dat de dood achter zich heeft! Christus stierf om op te kunnen staan en zo de dood te overwinnen.

wat zie je?

Christus‘ opstanding is een historisch feit. Onze levendmaking daarentegen is een belofte: wij zullen het opstandingsleven met hem delen. Dat is onze bestemming. Zó zullen we uiteindelijk zijn, definitief. Maar het gaat veel verder. Want zó ziet God ons nu reeds! Net zoals een beeldhouwer tijdens het beeldhouwen voortdurend het uiteindelijke resultaat voor ogen heeft. Naar die uitkomst werkt hij toe. Het steen dat de beeldhouwer onder handen neemt, mag voor een toeschouwer dan ‘de werkelijkheid’ zijn, voor de beeldhouwer zelf is het slechts een momentopname. Want zijn ‘werkelijkheid’ (maar wat de toeschouwer nog niet ziet) is het eindresultaat. Voor de beeldhouwer staat het beeld er al en hoeft hij alleen nog te verwijderen wat niet bij het beeld hoort. De perceptie van de beeldhouwer is geen vage abstractie maar stelt hem juist in staat (hier en nu) te doen wat hij doet. Zonder deze manier van ‘kijken’ zou hij zijn ambacht niet kunnen uitoefenen.

rekenen met wat God ziet

Deze illustratie van wat een beeldhouwer ‘ziet’ (maar het had ook een schilder of pottenbakker kunnen zijn), maakt duidelijk hoe Paulus aankijkt tegen ons tegenwoordig bestaan op aarde. Afgaand op onze fysieke ogen en onze bijbehorende beleving, beschouwen we dat bestaan als ‘de werkelijkheid’. Maar Paulus doet dat niet. Hij leert ons te kijken met de ogen van God. En van daaruit te rekenen.

Zo ook jullie, reken jezelf inderdaad doden te zijn voor de zonde, levenden echter voor de God, in Christus Jezus.
-Romeinen 6:11-

Voor God waren wij zondaren (Rom.5:8) en zijn wij gerechtvaardigd (Rom.6:7). Dat is geen ideaal waar we naar streven. Of een droom die we moeten proberen te bereiken. Het is de wijze waarop God ons nu reeds ziet! En zoals wij vervolgens geleerd worden te rekenen. We zijn met Christus verbonden en waar hij is, daar zijn wij. Niet omdat we dat zien of voelen maar omdat God ons zó en daar ziet. Ons leven is boven, met Christus bij God.

Indien jullie dan samen werden opgewekt met Christus, zoekt de dingen omhoog, waar Christus is, gezeten aan de rechterkant van God. Bedenkt de dingen omhoog, niet de dingen op de aarde. Want jullie stierven en het leven van jullie is verborgen, samen met Christus in God.
-Kolosse 3:1-3-

Maar als ons leven (=Christus) dan boven is, wat hebben we hier op aarde dan nog te zoeken? Het antwoord is verrassend logisch: dan zoeken we de dingen die boven zijn! Ons bestaan hier op aarde mag dan onze ‘ervarings-werkelijkheid’ zijn, het telt niet mee.

alsof jullie in de wereld leven…

Luister naar wat Paulus even eerder schreef aan de Kolossers:

Indien jullie samen met Christus stierven aan de elementen van de wereld, waarom worden jullie dan, alsof jullie in de wereld leven, gedogmatiseerd?
-Kolosse 2:20-

Let op dat Paulus niet zegt: doe alsof je al al boven bent, bij Christus. Nee, het is precies omgekeerd! Ons leven is verborgen met Christus bij God en ons bestaan in de wereld is slechts ‘alsof’. Het is er wel, maar het telt niet mee. Het is niet meer dan ‘voor spek en bonen’. Zozeer relativeert Paulus ons bestaan op aarde! Zoals hij aan de Korinhiërs schrijft:

Zodat indien iemand in Christus is, dan is hij een nieuwe schepping, de oorspronkelijke dingen zijn voorbij, zie het nieuwe is gekomen!
-2Korinthe 5:17-

Wij zouden geneigd zijn te zeggen dat de nieuwe schepping wacht in de toekomst. Dat mag dan zo zijn, maar voor Paulus is dat nu reeds de realiteit “in Christus”! Of, zoals hij aan de Galaten schrijft:

Met Christus ben ik meegekruisigd, maar ik leef, niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Wat ik nu echter leef in het vlees, leef ik in geloof van de Zoon van God die mij liefheeft en zichzelf overgeeft voor mij.
-Galaten 2:20-

Ook hier is de formulering extreem. Ik ben met Christus meegekruisigd en opgewekt. Zó ziet God mij. Wie ben ik dan om dat tegen te spreken? Enkel omdat ik dat nu nog niet zo zie en voel? Ik (Gr. ego) leef niet meer. Christus leeft in mij! En voor zover, (ik herhaal: voor zover!) ik nu nog in het vlees leef, leef ik in geloof. Niet mijn geloof (zoals de NBG51 abusievelijk vertaalt), maar het geloof van de Zoon van God. Alleen door zó te geloven en zó te rekenen krijgt mijn bestaan op aarde alsnog een geweldige betekenis en een stralend perspectief!

… opdat net zoals Christus vanuit de doden werd opgewekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen.
-Romeinen 6:4-

Delen: