English blog

twee perspectieven

01-05-2020 - Geplaatst door Andre Piet
Onderstaande mail ontving ik afgelopen week en ook dit keer lijkt het me de moeite waard deze te delen met een breder publiek. Want de vragen die aan de orde komen zijn wellicht voor velen herkenbaar.
Beste André,
Dit is een onderwerp wat mij al langere tijd bezig houdt.
Ik vraag me namelijk af waarom de verkondiging van het goede nieuws zo belangrijk is als God alles doet naar de raad van Zijn wil.
Ik geloof aan de hand van de bijbel dat God het willen en werken in ons werkt.
Maar toch staat er heel vaak de oproep tot bekering en roep Jezus aan als je Verlosser.
Dit duidt toch op een actie van uit de mens.
Maar er staat ook “we zullen niet roemen in ons zelf” dan past dit weer niet bij elkaar.
Soms denk ik, zou dan nu in de genade tijd tóch de weg door Jezus geopend zijn om deze keuze zelf te kunnen maken en dat dit na Jezus terug keer ten einde is? Maar dan zou je weer kunnen roemen…  Dit blijft voor mij steeds weer lastig als ik naar de mensen kijk die me lief zijn dan wil ik niet anders dan dat God hen de ogen opent maar God werkt toch het willen en werken in ons?

Ik hoop van harte dat ik het een beetje heb over kunnen brengen, het is een voortdurende strijd in mij en ik hoop dat je antwoord me duidelijkheid brengt.

Hartelijk gegroet,
Boeiende vragen. Laten we ze eens nader onder ogen zien.
Ik vraag me namelijk af waarom de verkondiging van het goede nieuws zo belangrijk is als God alles doet naar de raad van Zijn wil.

Ik zou deze vraag niet beter kunnen beantwoorden dan zoals Paulus dit doet in 1Korinthe 1:21:

Want daar immers in de wijsheid van God, de wereld door de wijsheid God niet kende, heeft God een welbehagen om door de domheid van de prediking te redden, degenen die geloven.

GOD heeft er een plezier (welbehagen) in om een boodschap te doen uitgaan die in de ogen en oren van de geleerde wereld volstrekt belachelijk en dom is. Dat is standaard zijn aanpak. Noach moest midden op het droge een boot timmeren. Israëls leger bij Jericho bestond uit trompetters. Simson versloeg een overmacht van Filistijnen met een ezelskaak. Gideon ging de strijd aan met fakkels en kruiken. En last but not least: de Messias behaalt de definitieve overwinning door aan een houten paal te sterven.

Het Evangelie presenteert geen to-do list aan de mens. Het is ook niet gereserveerd voor geleerden. Hoewel intellect niet perse een bezwaar is, het is ook zeker geen pré. De prediking van het Evangelie is dom en stupide omdat de waarheid ervan volkomen onwaarschijnlijk is. Maar dat is juist GODS humor: Hij laat iets bekend maken (herauten) wat voor de Jood een struikelblok is en voor de Griek een dwaasheid.

Ik geloof aan de hand van de bijbel dat God het willen en werken in ons werkt.
Maar toch staat er heel vaak de oproep tot bekering en roep Jezus aan als je Verlosser.
Dit duidt toch op een actie van uit de mens.
Maar er staat ook “we zullen niet roemen in ons zelf” dan past dit weer niet bij elkaar.

Inderdaad, dit zijn twee tegengestelde perspectieven. Laten we er eens op inzoomen. GOD is als een pottenbakker die zijn schepselen vormt en kneedt en Hij maakt dat we luisteren naar Hem. Hij opent ogen, oren en harten. Wie anders? Niemand heeft zichzelf gemaakt. Maar dat betekent vanzelfsprekend ook dat Hij degene maakt die niet luistert naar Hem. Immers Hij verhardt ook wie Hij wil (Rom.9:18).

GOD had Mozes erop uitgestuurd om naar Farao te gaan met de oproep “laat Mijn volk gaan”. Maar van tevoren had Mozes al te verstaan gekregen dat Farao niet zou luisteren (Ex.4:21). Want het was GOD zelf die Farao tegen Hem deed opstaan met het doel dat Hij door een machtige tegenstander zijn kracht zou demonstreren en daardoor zijn naam verbreid zou worden over de hele wereld (Rom.9:17). Daarom ook verhardde GOD Farao’s hart toen deze dreigde te bezwijken onder de druk van de plagen. Dit is GODS perspectief.

Farao weerstond GODS wil (“laat Mijn volk gaan”) maar uitdrukkelijk niet GODS (verborgen) raad of bedoeling. Precies zoals Spreuken 16:4 zegt:

JAHWEH heeft alles gemaakt voor zijn bedoeling, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.

Natuurlijk roept dit perspectief de vraag op wat GOD dan nog heeft aan te merken op Farao’s ongehoorzaamheid. Het is Paulus zelf die deze vraag ook oproept (Rom.9:19). En het simpele antwoord is dat wij schepselen pottenbakkersklei zijn en GOD met elke creatie zijn bedoeling heeft. Ongeacht of het een “een vat tot eer” of “een vat tot oneer” is. Een Mozes of een Farao. De één dient als siervaas en de ander als asbak. Maar let op: geen enkele creatie is voor niets. 

Tegelijk is er ook het menselijk perspectief. GODS woord komt tot ons. En dan klinkt de oproep “geloof in de Heer Jezus Christus en je zult gered worden”. Dat is GODS wil. Daaraan kan ik gehoor geven of niet. Vanuit ons perspectief is dat een keuze en een activiteit. Staat dit in contrast met wat we zojuist zagen, namelijk dat GOD degene is die het willen en werken werkt? Ja, het is een contrast, zeker. Maar het is zoals stem en tegenstem in een koor. Zó ontstaat harmonie. Het zijn twee perspectieven die beiden voluit waar zijn. Vergelijk het met de discussie die de twee onderstaande figuren hebben.

Twee perspectieven. Maar strijd over wie gelijk heeft, is uiteraard onnodig. Het is niet of-of maar en-en. En dat brengt me bij het laatste punt dat in de mail naar voren komt:

Dit blijft voor mij steeds weer lastig als ik naar de mensen kijk die me lief zijn dan wil ik niet anders dan dat God hen de ogen opent maar God werkt toch het willen en werken in ons?
De briefschrijfster ervaart beide perspectieven als “steeds weer lastig”. Dat komt m.i. omdat ze meent één ervan te moeten wegstrepen. En dat zorgt voor een dilemma omdat ze onderkent dat beide gegevens volkomen naar de Schrift zijn. En terecht. Men zou daarom beide perspectieven laten staan. Het spanningsveld is dus gezond. Slechts wie meent te moeten kiezen zal voortdurend strijd ervaren.

En daarom: GOD is degene die zowel ogen sluit alsook opent. Alles op zijn tijd: volmaakt en voor iedereen! En van die waarheid mogen wij getuigen!

Delen: