GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

3. rond de wederkomst – de afstandneming

10-11-2017 - Geplaatst door Andre Piet

In deze studie wordt nader ingegaan op 2Thessalonika 2. Een nogal onbegrepen hoofdstuk. Vooral vanwege die geheimzinnige ‘tegenhouder’ van de mens der wetteloosheid. Waarover heeft Paulus het? Hoe kon hij er zo zeker van zijn dat zijn lezers wel wisten waarover hij het had? Of begrepen die Thessalonikers misschien iets, wat ons ontgaat? Al deze vragen blijken samen te hangen met de weergave van één woord…

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de aanstaande wegrukking van gelovigen, een hemelse evacuatie die voorafgaat aan de donkere eindtijd op aarde. De focus ligt op een fundamentele woordstudie en correcte vertaling van het Griekse woord 'apostasia' uit de tweede brief aan de Thessalonicenzen. Dit woord betekent letterlijk 'afstandneming' en verwijst naar het vertrek van de gelovigen, in plaats van de gangbare vertaling 'afval'. Zolang de gelovigen nog op aarde zijn, fungeren zij door hun aanwezigheid als de weerhouder die de openbaring van de mens der wetteloosheid tegenhoudt. Pas wanneer zij zijn weggerukt, zal de wetteloze zich onthullen op aarde.

“Nou, zo is het ook met die mens der wetteloosheid: die wordt tegengehouden door ons, gewoon door het feit dat wij hier nog zijn.”

Introductie: het Hemelse Perspectief Rond de Wederkomst ↑ hoofdstukken

Hartelijk dank, Wolter. En ook van mijn kant een hele goede avond allemaal. Het is goed u hier weer te treffen op deze derde avond over het thema ‘rond de wederkomst’. Dat is een nogal breed thema waar je alle kanten mee op kunt – nou ja, in ieder geval de goede kant, die van de toekomst, zal ik maar zeggen. Er zijn immers zoveel profetische onderwerpen die aan dit thema gekoppeld kunnen worden, en dat geeft ons ook wat ruimte om daarin wat te schuiven.

Tot dusver hebben we ons vooral beziggehouden met onze persoonlijke verwachting. Dat is de verwachting die wij vandaag als uitgeroepenen uit de natiën mogen hebben, zoals door de apostel Paulus is opgetekend en ooit is bekendgemaakt in zijn schrijven aan de Thessalonikers. Want tot dusver hebben we ons eigenlijk alleen nog maar beziggehouden met de brieven aan de Thessalonikers – ik moet eigenlijk zeggen: de eerste brief aan de Thessalonikers.

Dat heeft ook wel iets aparts. Het voorgaande seizoen hebben we ons het hele seizoen beziggehouden met Matthäus 24, de rede die de Heer heeft gehouden vlak voor zijn sterven op de Olijfberg. Dat ging ook over het einde van de aion, maar daarin is alles gefocust op de heilige plaats van Jeruzalem, op Judea en op de dingen die daar zullen gebeuren in verband met Israël. Dat is zeer actueel; het zijn dingen die zeer aanstaande zijn, maar toch gaat het in die zin wat buiten ons om.

Het gaat namelijk over de gebeurtenissen die hier op aarde zullen plaatsvinden op het moment dat de gemeente waar Paulus over schrijft, al geëvacueerd is van deze aarde. En dat is nou precies ook het onderwerp waar wij ons deze avonden mee bezighouden. Ik zeg niet het hele seizoen, want we zullen ook nog wel wat andere uitweidingen maken, maar dit is wat we tot dusver hebben besproken. Misschien is het goed om eerst eventjes terug te blikken, zodat we scherp zien wat we tot dusver hebben kunnen vaststellen vanuit de Schrift.

Terugblik 1 Thessalonicenzen 4: de Wegrukking en Aartsengel Michaël ↑ hoofdstukken

De eerste avond, in september, hielden we ons bezig met 1 Thessalonicenzen 4, en dan wel het laatste gedeelte uit dat hoofdstuk waarin Paulus spreekt over de wegrukking. We worden weggerukt; dat is het woord dat hij eigenlijk gebruikt. Bij dat begrip hebben we uitgebreid stilgestaan, juist ook omdat het elders in de profetie, in het boek Openbaring, ook weer een grote rol speelt in verband met de mannelijke zoon. Ook daar zijn we naartoe gegaan, omdat het alles met elkaar te maken heeft.

In 1 Thessalonicenzen 4 over de wegrukking is Paulus aan het woord en zegt hij dat hij deze troost, deze bemoediging en deze hoop die hij doorgeeft, heeft ontvangen met een woord van de Heer. In 1 Korintiërs 15 zegt hij dat hem een verborgenheid bekend werd gemaakt. Dat blijkt ook daaruit dat hij dingen naar voren brengt die je elders in de profetie niet aantreft. Een evacuatie van de aarde, een wegrukking waarbij de gelovigen de Heer tegemoet gaan in de lucht; u zult het nergens anders aantreffen. Ook dat er een opstanding zal zijn waarbij de levenden op dat moment getransformeerd worden in een ondeelbaar ogenblik. Zoek het maar na in Daniël of in een van de andere profeten van het Oude Testament, of kijk het na in de Evangeliën; je zult het niet vinden. Het is echt een woord van de Heer dat Paulus speciaal heeft ontvangen en dat voordien met recht een verborgenheid was.

Hij spreekt in dat verband ook over een bazuin die zal klinken. Het is mooi dat Paulus zo’n onderwerp – zoals altijd – niet zomaar ter sprake brengt als een dogmatische uiteenzetting of een leerstuk; nee, hij geeft antwoorden op vragen. Hij zegt dat er een moment komt dat de bazuin zal klinken. Die zal trouwens bij heel wat gelegenheden nog gaan klinken. Dat zou iedereen die het profetisch woord en Israëls hoogtijden en feestkalender kent, niet moeten verbazen. Je weet immers dat elke maand de bazuin klinkt, en elk jaar eveneens. Nieuwjaarsdag is een speciale dag van bazuingeschal. Paulus brengt dat ook in verband met het roepen, het signaal van de aartsengel. Ook daar hebben we ons mee beziggehouden en ik heb er dingen over verteld die over het algemeen niet zo bekend zijn. Het is daarom goed om dat ook nog even op een rijtje te zetten.

Er is maar één aartsengel, dus dan weten we ook meteen over wie we het hebben, want hij wordt ook benoemd in Judas: de aartsengel Michaël. Dat is heel boeiend en bijzonder, omdat we vanuit de profetie weten dat deze Michaël de boodschapper is die speciaal de belangen van het volk Israël behartigt. Je leest in Daniël 12 vers 1 dat hij zal opstaan en zal optreden bij het begin van Israëls benauwdheid. Er zal een tijd van afschuwelijke benauwdheid komen, zoals er nooit eerder is geweest en ook niet meer zal wezen – wat de Heer Jezus trouwens later herhaalt. Bij de aanvang van die benauwdheid hebben we gezien dat Michaël ten behoeve van het volk Israël zal opstaan om hun belangen te behartigen en voor hen te strijden. In ieder geval zal hij ten behoeve van hen opstaan, en dat zal zijn voordat de tijd van benauwdheid aanbreekt.

Openbaring 12: de Wegrukking van de Mannelijke Zoon en de Hemelreiniging ↑ hoofdstukken

Er is nog een heel bijzonder verhaal, of een bijzondere passage, en dan komen we weer bij Openbaring 12 uit. Namelijk dat er later in Openbaring 12 gesproken wordt over Michaël die een oorlog zal starten. Er wordt een krijg gevoerd. Als u een bijbeltje bij u hebt — wat erg handig is als je een bijbelstudie doet — kijk dan in Openbaring 12 even na hoe het is ingedeeld. Dan lees je in die eerste zes verzen over de vrouw die in barensnood is en die een mannelijke zoon baart, die bestemd is om al de natiën te hoeden. Zodra die mannelijke zoon is gebaard, lees je dat hij plotseling wordt weggevoerd. Ik lees even voor uit de NBG-vertaling: “en zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle natiën zou hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd” — en dan heb je dat woord wat Paulus ook gebruikt: “weggerukt” — “naar God en Zijn troon”. De vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar 1260 dagen onderhouden zou worden.

Met andere woorden: je hebt een periode van 1260 dagen en die vrouw, een voorstelling van Israël zoals we hebben gezien, vlucht naar een onderduikadres, naar een plaats in de woestijn die speciaal voor haar bereid is. Dat is daar ergens in het zuiden van Israël, in de omgeving van Petra, die fenomenale rotsstad. Elders wordt de stad ook Bozra genoemd, maar in ieder geval zal die vrouw daar 1260 dagen lang bewaard en gevoed worden. Voorafgaand aan die tijd van 1260 dagen zal de mannelijke zoon worden weggerukt. Die mannelijke zoon maakt de tijd van verdrukking hier op aarde dus niet mee, maar wordt weggerukt. Dat is de voorstelling van de Ecclesia, en zij is bestemd voor de troon.

En nu komt het, en daarom wijs ik er nu nog even op. Dan staat er in vers 7: “en er kwam oorlog in de hemel”. Michaël en zijn engelen hadden een oorlog te voeren tegen de draak. Ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. De grote draak werd op aarde geworpen, de oude slang die genaamd wordt duivel (diabolos), de satan, die de hele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.

Dat betekent dat wanneer de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, Michaël ervoor gaat zorgen dat de draak, de satan, met al zijn gevolg en personeel om het zo maar te zeggen, op aarde wordt gegooid, geworpen of geknikkerd. In ieder geval wordt de hemel op dat moment gereinigd en gezuiverd. Feitelijk is dat ook het moment dat het Koninkrijk begint; dat wil zeggen: in de hemel. Gods wil gaat geschieden in de hemel, want daar zijn geen tegenstanders meer nu de tegenstander en zijn gevolg op de aarde zijn geworpen.

Maar dat betekent tevens dat als satan op de aarde is geworpen — wat nu nog niet zo is, want hoewel u wel eens gehoord hebt van de ‘val van satan’, is die val toekomstig — hij zijn positie in de hemel nog moet verliezen. Straks gaat dat gebeuren: als de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, dan wordt het Koninkrijk gevestigd, eerst daar in de hemel. De hemel wordt gezuiverd en dat betekent dat de hemel reden heeft om blij te zijn, maar de aarde niet.

Als u uw bijbeltje nog steeds open hebt bij Openbaring 12, lees dan even met me mee. Er staat: “en ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het Koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.” En dan verder in vers 12: “Daarom, verheugt u, gij hemelen, en wie daarin wonen!” Ja, want die hemel is inmiddels gezuiverd. “Maar wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergedaald in grote grimmigheid, wetende dat hij weinig tijd heeft.”

De troon in de hemel is inmiddels bezet door de mannelijke zoon: Christus inclusief Zijn lichaam. Wanneer de bazuin zal klinken, zal dat tevens het signaal zijn voor Michaël. Michaël gaat dan optreden en dat zal zijn, zoals we weten uit Daniël 12 en Openbaring 12, aan het begin van de grote verdrukking, oftewel aan het begin van die 1260 dagen. Dat is een beetje een lange uitweiding, maar ik vind het belangrijk om aan te geven wanneer dat tijdstip zal zijn. Het is echt een wegrukking, maar tevens het moment dat het Koninkrijk in de hemel gaat beginnen.

Ik heb daar onlangs nog een blog aan gewijd. Dan zal er op aarde ook echt gebeden worden: het Onze Vader. Niet meer als een formuliergebed, maar dan zal men met recht kunnen bidden: “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde” en “Uw Koninkrijk kome”. In die volgorde dus: eerst in de hemel. Heel hiërarchisch wordt dat Koninkrijk gevestigd.

Bij die wegrukking zegt Paulus in 1 Thessalonika 4 dat eerst de doden levend worden gemaakt en vervolgens, bij de laatste bazuinstoot, de levenden in een ondeelbaar ogenblik worden veranderd, getransformeerd. Dat wordt nader toegelicht in 1 Korinthe 15, waar Paulus over diezelfde gebeurtenissen spreekt. Tegelijkertijd en tezamen gaan we de Heer tegemoet in wolken. We gaan dan met recht ‘in de cloud’ — hoe modern is dat niet? — in wolken Hem tegemoet. Let ook op: het is tegelijkertijd en tezamen. Dus niet bij het sterven ga je één voor één naar de Heer toe; nee, allemaal tegelijk. Wat een moment!

Paulus zegt dan ook: “Bemoedig elkaar met deze woorden.” Dat is onze toekomst en onze verwachting. Het is heerlijk om daarbij bepaald te worden, zoals Paulus dat ook deed bij de Thessalonikers. Het was trouwens een tijdstip — dat is een onderwerp apart, maar ik noem het even — dat de deur voor Israël nog niet in het slot was gevallen. Er werd nog rekening mee gehouden dat het in die dagen zou gebeuren en die actualiteit klinkt duidelijk door in de Thessalonikenzensbrieven. Weliswaar was Israël ongelovig, maar de waarschuwing dat ze tot geloof zou kunnen komen, klonk nog steeds.

Terugblik 1 Thessalonicenzen 5: Tijdperk van Vrede, Zekerheid en Misleiding ↑ hoofdstukken

Tijdens de tweede avond hebben we ons beziggehouden met 1 Thessalonicenzen 5. Dat gaat over de tijden en de gelegenheden, een uitdrukking die Paulus in vers 1 van dat hoofdstuk noemt. Hij zegt dat het verder niet nodig is om daarover te schrijven, want jullie weten zelf heel goed dat wanneer het zover is, iedereen zal zeggen: “Vrede en zekerheid.” Op het moment dat de wegrukking plaatsvindt, zitten we op een scharnierpunt. Er zal een periode van vrede en zekerheid zijn geweest en iedereen zal dat ook roepen. Messiaanse tijden lijken dan inmiddels te zijn aangebroken, althans, zo lijkt het.

Het is ook de tijd waarover Openbaring 6 spreekt: het eerste zegel, de ruiter op het witte paard. Hij zal de hele aarde veroveren, maar het zal een tijd zijn die sterk doet denken aan de Messias. Het is echter vals. Vrede en zekerheid. Eén van de meest karakteristieke dingen van de eindtijd in het algemeen – de tijd rond de wederkomst – is misleiding. We zullen dat vanavond wellicht nog zien, maar in ieder geval ook in 2 Thessalonicenzen. Het gaat om echt massale misleiding. Men zal zeggen: “Vrede en zekerheid,” maar vervolgens overkomt hen een plotselinge ondergang.

Ondertussen zal de offerdienst op het tempelplein in Jeruzalem zijn hersteld. Dat gaat weer gebeuren en dat gaan wij nog meemaken. Ja, ik zeg “wij”, want dat denk ik ook echt. Er gaat weer een Joodse eredienst komen en er gaat ook weer een tempel komen. Ook dat zullen we straks nog zien. Die tempel gaat trouwens ook weer verwoest worden. Hij moet nog gebouwd worden, maar ik kan nu al zeggen dat hij na betrekkelijk korte tijd ook weer verwoest zal worden. De offerdienst zal namelijk plotseling gestaakt worden en in plaats daarvan wordt er een afgodsbeeld geplaatst in de tempel, een gruwel. Dat zal het begin inleiden van de grote verdrukking.

Maar – en dat is een punt dat we niet moeten vergeten en waarom Paulus erover schrijft – voor degenen die waken, overkomt die dag hen niet als een dief in de nacht. Die uitdrukking wordt zo vaak aangehaald: “Ja, je kunt nooit weten wanneer het zal zijn, want Hij komt als een dief in de nacht.” Degenen die dat zeggen, hebben totaal geen kaas gegeten van wat Paulus daarover te vertellen heeft. Hij zegt juist dat hij deze dingen schrijft opdat die dag ons, of jullie, niet zou overvallen. Hij spreekt over degenen die waken; degenen die hun ogen open hebben en leven bij het licht, als kinderen van de dag en als kinderen van het licht.

Voor ons is het signaal eigenlijk: als men zegt “Vrede en zekerheid” en als er schijnbaar messiaanse tijden zijn aangebroken, dan weten wij dat we op onze teller moeten letten. Of beter gezegd: dan is het aftellen begonnen. Een ander kenmerk zal zijn dat de offerdienst weer hersteld is op het tempelplein. Dat zijn allemaal aanwijzingen voor ons dat het moment van de wegrukking zeer, zeer nabij is. Dat hebben we gezien in 1 Thessalonicenzen 4 en 5.

Introductie 2 Thessalonicenzen 2: de Parousia en de Opperbijeenkomst ↑ hoofdstukken

We hebben daar een paar avonden aan gewijd, in combinatie met Openbaring 12. Ik vind dat het inmiddels tijd wordt om naar 2 Thessalonicenzen 2 te gaan. Deze brief heeft weer dezelfde adressering, namelijk de Thessalonicenzen. Het is trouwens een van de eerste brieven die Paulus heeft geschreven. Als je het in het boek Handelingen wilt plaatsen, dan is het in de tijd van Handelingen 17. Dat is de tijd waarin hij bijvoorbeeld ook heeft gesproken op de Areopagus. Weet u nog? Ik zeg het zo omdat ik momenteel bezig ben met een lange serie in Katwijk over Handelingen 17, dus toen hebben we dat besproken. Paulus in Athene; als je dat allemaal zo volgt zoals Lucas dat beschrijft, dan ben je er gewoon bij.

Naar aanleiding van die eerste brief had hij weer vragen gekregen. Er was onrust ontstaan en we zullen vanzelf zien waarom die onrust er was. Dat is voor Paulus opnieuw de gelegenheid om nog eens wat zaken te onderstrepen, duidelijker te maken en misverstanden weg te nemen. In feite had hij zijn punt al helemaal gemaakt in de eerste Thessalonicenzenbrief, maar ik ben blij dat er misverstanden waren ontstaan in Thessalonica, want daardoor worden we enorm bevestigd in wat Paulus juist ook onderwees. Eigenlijk is het een soort dubbelcheck. Je leest het in die eerste brief, en om te zien of we het goed begrepen hebben, moet je het in die tweede brief nog eens een keertje goed op je laten inwerken.

Paulus zegt dan: “Wij vragen jullie broeders ten behoeve van,” of met betrekking tot, “de parousia van onze Heer,” van de Heer van ons, Jezus Christus. Dat staat er eigenlijk. Ik hoop dat u ook in de interlinear meeleest: ten behoeve van de aanwezigheid van de Heer van ons, namelijk Jezus Christus. Die parousia is het Griekse woord voor aanwezigheid, tegenover het woordje apousia, wat afwezigheid betekent. Het boeiende van dit woord is dat het in het Grieks in het algemeen de betekenis had — je kunt het in alle handboeken nalezen — dat het vooral werd gebruikt voor de officiële komst van een koning als die bijvoorbeeld een plaats, een regio of een gebied bezocht. Als dan de koning kwam, dan werd dat zijn parousia genoemd. Dat woord past natuurlijk helemaal bij de koninklijke verschijning van onze Heer. Als we het hebben over de parousia, dan praten we echt over iemand die een troon gaat bezetten.

Vorige week kreeg ik een brief van iemand en die noemde het de ‘intronisatie’. Ik kende dat woord ook niet direct, maar daarmee werd gedoeld op het bezetten van de troon. En dat is het ook. Vergis je niet, die wegrukking is niet alleen maar een evacuatie om voor gevaar te behoeden. Dat is het ook, dat is waar, maar het is ook om — om even in het spraakgebruik van die mannelijke zoon te blijven — die mannelijke zoon daar te brengen waar hij hoort. Hij gaat heersen. Hij wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Die parousia is een woord dat alles te maken heeft met koningschap en met een koninkrijk; een koning die de troon gaat bezetten. Dat is wel degelijk het karakter van die wegrukking: weggerukt tot God en Zijn troon daar op het hoogste niveau.

Vergis je niet, wij zijn eerstelingen. Wij gaan nog vooraf aan Israël, voordat God Zijn troon — of de Messias, zo u wilt — op aarde gaat vestigen. Uiteraard kan dat alleen maar in Jeruzalem, want dat is de locatie. Maar eerst gaat de troon bezet worden in de hemel en gaat Zijn koninkrijk dáár gevestigd worden, en daar zijn wij als hemelsvolk direct bij betrokken. Ja, wij zijn van hoge komaf, we hebben in ieder geval een hoge bestemming. Of we van hoge komaf zijn, dat is nog weer wat anders; wel edel geboren, het is wat!

“Wij vragen jullie broeders ten behoeve van de parousia van onze Heer, Jezus Christus en onze opperbijeenkomst met Hem.” Hier staat in het Grieks het woordje episunagoge. Dat woordje ‘epi’ is een voorzetsel dat ‘op’ betekent, en dat andere herkennen we allemaal van het woordje synagoge, wat eigenlijk een vergadering is. Juist dat voorzetsel ‘epi’ daarvoor versterkt het woord. Het wordt in de Septuagint ook nog weleens gebezigd wanneer het bijvoorbeeld gaat over het herstel van heel het volk, zoals in Jesaja 57, als ik me niet vergis. Als God het hele volk zal verzamelen, krijgt dat dezelfde benaming. Het is dus niet zomaar een bijeenkomst. Ik heb het ook in het Strong-woordenboek nagekeken en daar wordt gezegd dat het een complete verzameling is. Het is een hele belangrijke bijeenkomst. Dat woordje ‘op’ geeft dat eigenlijk ook wel aardig weer, want het is een bijeenkomst-topper. Het gaat om een bijeenkomst waarbij heel de Ecclesia verzameld zal worden en als geheel de Heer tegemoet gaat in de lucht. Het woord ‘opperbijeenkomst’ lijkt mij daar perfect op van toepassing.

In ieder geval volgens de apostel Paulus, want hij gebruikt dat woord er ook voor. Het is niet zomaar een verzameling, het is een complete verzameling. Als je in de Statenvertaling leest, dan wordt er gesproken over ‘onze toevergadering’. We worden vergaderd naar Hem toe, naar boven, en dat is uiteraard die wegrukking waar we het eerder over hadden. Hoort u wat ik nu zeg? Paulus gaat nu dus verder spreken over datgene waar hij in zijn eerste brief ook al over sprak, namelijk over dat moment dat we de Heer tegemoet gaan in de lucht. Daar spreekt hij hier ook weer over. Het zal zijn de parousia van de Heer van ons, Jezus Christus, en onze opperbijeenkomst — ik blijf het woord zo maar even bezigen — met Hem. Onze toevergadering tot Hem. Dat is waar Paulus het in zijn eerdere brief ook over had en we vervolgen feitelijk dit onderwerp.

Daarover gaat hij spreken en met het oog daarop is dit hoofdstuk geschreven. Ik kan me voorstellen dat je denkt: waarom benadruk je dit zo? Het betekent dat dit gebeuren, de parousia van onze Heer en onze opperbijeenkomst met Hem, het onderwerp is van het komende hoofdstuk. Dat is essentieel om het vervolg te begrijpen. De relevantie daarvan hoop ik vanzelf duidelijk te maken. Het is het moment waarop we allen en tegelijk in wolken de Heer zullen ontmoeten in de lucht.

Paulus zegt dan: “Wij vragen jullie broeders ten behoeve van de parousia van onze Heer Jezus Christus en onze opperbijeenkomst met Hem, dat jullie niet vlug in opschudding gebracht worden in het denken en niet gealarmeerd worden.” Dat lijkt me sowieso al een heel belangrijk statement: om nuchter te zijn en niet snel in opschudding gebracht te worden. Als je eenmaal weet wat er staat geschreven, dan heb je een solide bodem en ben je niet zo snel meer van je stuk te brengen. Dat vind ik het heerlijke: als je mag staan op de Rots, dan heb je solide zekerheid. Maar daar in Thessalonica was wel wat aan de hand, want hij zegt: “dat jullie niet vlug of snel in opschudding gebracht worden in het denken, niet gealarmeerd worden.”

Vals Alarm: Opschudding in Thessalonica Door Misleidende Nepbrieven ↑ hoofdstukken

Kijk, hier heeft hij het over, zodat jullie niet gealarmeerd worden. Hij heeft het dus over vals alarm. Dat bestaat dus ook. Je hebt een valse geruststelling, maar je hebt ook vals alarm. En daar gaat het hier over. Hoezo? Nou, laten we eerst nog even verder lezen: “Noch door geest, noch door woord.” Ik heb het expres zo weergegeven zoals het ook in het Grieks staat. De NBG-vertaling heeft dit eigenlijk min of meer meteen geïnterpreteerd, en ik heb daar weinig bezwaar tegen. Hij zegt: nog door een geestensuiting — door iemand die bijvoorbeeld zegt: “de geest heeft mij duidelijk gemaakt”, of door een profetie, of door iemand die dat claimt. Noch door een woord, door een prediking eventueel. Dat kan zomaar gebeuren, dat je gealarmeerd wordt door iemand die claimt vanuit geest te spreken of die een woord heeft ontvangen.

Nog — en dan wordt het helemaal tricky — “noch door een brief als door ons geschreven.” Aha, toen gingen er dus ook al valse brieven van Paulus rond. Net e-mails, ja, dat is met recht spam. Fake news. In dit geval was er dus in Thessalonica een brief gearriveerd, of deze circuleerde daar, waarbij Paulus als afzender stond vermeld: “als door ons geschreven”. Terwijl hij die brief helemaal niet had geschreven. En de inhoud ging ook nog eens in tegen datgene wat hij in zijn eerste brief had geschreven. Ze werden nu gealarmeerd door een nepbrief van hem en daardoor raakten ze in vals alarm. Dan kun je wel claimen een woord van God te krijgen of door geest te spreken, maar als het afwijkt van wat Paulus eerder heeft geschreven, dan zou je op voorhand al weten dat het niet deugt.

Paulus zegt — dat is een iets ander verband, maar tegen de Galaten ook: “Indien iemand jullie een evangelie predikt dat afwijkt…” Ja, nee, hij zegt het zelfs nog sterker. Laat ik dit goed citeren uit Galaten 1: “Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, jullie een evangelie verkondigen afwijkend van hetgeen wij jullie verkondigd hebben: anathema zij die, vervloekt zij die.” Zo’n boodschap is namelijk vervloekt. Maar Paulus zegt ook “wij”: “ook al zouden wij”, “als zouden wij” een bericht doorgeven als van ons. Paulus spreekt daar gewoon zijn anathema over uit, zelfs al zou het een boodschapper uit de hemel zijn. Dat is toch tamelijk overtuigend, lijkt mij.

Paulus is daar volstrekt helder in. Hij is de afgevaardigde van Christus Jezus. Hij heeft geschreven: laat je niet van de wijs brengen, alarmeren, in opschudding of onrust brengen. En wat werd er dan beweerd in die brief die zogenaamd door Paulus was geschreven? “Alsof de dag van de Heer reeds tegenwoordig is.” Nu weten we dus wat het fake news was, wat het valse alarm was: de dag van de Heer is al aangebroken. Dat beweerde men. Als je 1 Thessalonicenzen 4 en 5 goed begrepen hebt, dan moet je in ieder geval vaststellen: hé, dat matcht niet. Vandaar dat degene die dat geloofde in verwarring raakte en even niet meer wist hoe het werkelijk zat. Want was het dan niet zo dat wij, voordat die dag aanbreekt, al zijn geëvacueerd? Zijn weggerukt van de aarde?

Dit was dus vals alarm, en dit is wat men beweerde. Nu, zegt Paulus: laat niemand jullie misleiden op geen enkele wijze. Want — en nu komen we eraan: “Want zou niet eerst de afstandneming komen en onthuld worden de mens der wetteloosheid, de zoon van het verderf.” De zin gaat nog door, maar we gaan nu even heel goed kijken, want dit is buitengewoon belangrijk. Als u een NBG-vertaling hebt, dan staat hier in vers 3: “Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen.” Hoe staat het in de Statenvertaling? Hetzelfde geloof ik: “tenzij dat eerst de afval gekomen zij.” Maar het gaat om dat specifieke woord in het Grieks.

De Taalkundige Sleutel: Apostasia Is Afstandneming, Geen Afval ↑ hoofdstukken

Hier staat het woordje apostasia. Dit is een buitengewoon belangrijk punt; misschien wel het belangrijkste punt dat ik vanavond wil vertellen: hier staat geen ‘afval’. Die vertaling kun je dus in de prullenbak gooien, want dat staat er echt niet. Idiomatisch kan de betekenis er misschien dichtbij zitten, maar wat er werkelijk staat, zie je als je het woord opsplitst in de elementen waaruit het is opgebouwd. Het begint met apo, en dat betekent ‘vanaf’. We hadden het net over het voorzetsel epi, maar hier is het apo. Je ziet een beweging: je gaat ergens vanaf. Je kunt ergens naartoe gaan (pros), of ergens vanuit gaan (ek). Ik heb daar vorig seizoen veel over kunnen vernemen van Menno: over ‘vanuit’, ‘op’, ‘naartoe’ en ‘vanaf’. Hier staat dus ‘vanaf’. Het tweede deel van het woord, stasia, betekent ‘staan’.

De wijze waarop dit specifieke woord apostasia gebezigd wordt, komen we exact zo tegen in Handelingen 21. Ik lees het voor uit een heel goede vertaling: geschriften.nl. Kent u dat? De auteur zit in ons midden. Ja, sluikreclame, maar daar hoef ik helemaal niet geheimzinnig over te doen, want het is echt geweldig. Velen van u zijn er al van op de hoogte, maar ik citeer vanavond vaker uit deze vertaling van geschriften.nl. Laat ik dit gedeelte eerst voorlezen en aangeven wat hier aan de hand was. Paulus is in Jeruzalem gearriveerd en wordt gewaarschuwd. Dat was Paulus trouwens allang duidelijk: “Jij bent hier nogal een gevoelig onderwerp, Paulus.” Waarom? In Jeruzalem waren tienduizenden Joden die ijveraars voor de wet waren. Er waren vele Messiasbelijdende Joden, maar ze leefden allemaal strikt naar de Mosaïsche wetgeving.

Dan zegt Jakobus tegen Paulus: “Ze werden onderricht omtrent jou dat jij afstandneming van Mozes onderwijst.” Apostasia – exact hetzelfde woord wordt hier gebruikt als in 2 Thessalonika 2 vers 3. Precies hetzelfde woord. Als u een NBG-vertaling hebt, staat daar weer dat je ‘afval’ van Mozes leert. In die context zou de weergave ‘afval’ heel goed kunnen, maar het is niet wat het woord letterlijk betekent. Waar Paulus in Jeruzalem van beschuldigd wordt, is dat hij zou leren: “Jullie moeten afstand nemen van Mozes.” Hij zou aan alle Joden onder de natiën leren dat zij hun kinderen niet zouden besnijden en niet in de gebruiken zouden wandelen. Daarvan wordt Paulus beschuldigd, maar dat is niet waar.

Paulus leerde die Joden in de vreemde helemaal niet dat ze hun kinderen niet mochten besnijden of niet naar de gebruiken mochten wandelen; hij leerde dat ze daarin vrij waren. Dat was trouwens ook een doorn in het oog, maar dit was in ieder geval hun versie. Paulus leefde zelf ook Joods. Het was nog de tijd van het boek Handelingen, waarin de deur voor Israël nog niet in het slot was gevallen. Er was nog steeds de mogelijkheid dat Israël zich zou bekeren. Ook al rekende Paulus daar misschien niet meer op, het kon nog steeds; tot Handelingen 28 is dat aan de orde. Israël speelt hier nog een heel belangrijke rol. Maar waar het nu om gaat, is dat woordje ‘afstandneming’.

Andere Schriftuurlijke Voorbeelden van Apostasia (afstand Nemen) ↑ hoofdstukken

Ik wil u nog wat andere voorbeelden geven van dat apostasia, maar nu ga ik nog even verder in de ‘familie’ kijken. We hebben zojuist een woord gezien dat exact hetzelfde is als in 2 Thessalonika 2 vers 3, maar het woord komt op vele andere plaatsen voor in het Nieuwe Testament en ik wil u daar een aantal voorbeelden van geven.

Handelingen 12 vers 10. Ik lees u nu even voor uit de NBG. Het gaat over de geschiedenis van Petrus die bevrijd is uit de gevangenis. Er staat: “En buiten gekomen gingen zij een straat ver en terstond daarna verliet de engel hem.” Hier wordt weer dat woord gebruikt – in ieder geval een woord uit die familie van ‘afstaan’. Hier wordt het als een werkwoord gebruikt. Letterlijk, als u in de vertaling van geschriften.nl kijkt, staat er: “En onmiddellijk nam de boodschapper afstand van hem.” Ziet u trouwens dat het woord ‘afval’ of een aanverwant woord hier helemaal niet past? Het is gewoon echt ‘afstand nemen van’. Wat deed die boodschapper? Hij nam afstand van hem, van Petrus.

Nog een voorbeeld in Lukas 4 vers 13. Ik lees weer eerst even voor uit de NBG-vertaling. Daar staat: “En toen de duivel, de diabolos, alle verzoeking ten einde had gebracht” – het gaat over die veertig dagen dat Hij verzocht werd in de woestijn – “week hij van Hem tot een bestemde tijd.” Hier wordt het woord ook weer gebruikt als werkwoord: hij week van Hem. Als u weer even kijkt in de vertaling van geschriften.nl, een hele letterlijke vertaling, dan staat daar: “Toen hij de overzoeking ten einde had gebracht, nam hij afstand van Hem tot een bestemde tijd.” Ook hier wordt het eensluidend weergegeven; het is ‘afstand nemen van’. Je kunt dat in het Nederlands weergeven met ‘verlaten’ of met ‘wijken van’, maar het woord betekent letterlijk ‘afstand nemen’.

Nog één: Lukas 13. “En Hij zal tot u spreken, zeggende: Ik weet niet vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers der ongerechtigheid.” ‘Gaat weg van Mij’ – als je op geschriften.nl kijkt, staat er: “Neem afstand van Mij, alle werkers van de onrechtvaardigheid!” Neem afstand. Afstandneming dus.

Nog één: Handelingen 19 vers 9. Paulus is in Efese. U leest daar: “Maar toen sommigen verhard en ongehoorzaam bleven en ten aanhoren van de menigte kwaad bleven spreken van de weg, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn discipelen af…” Ik pak weer even de Geschriftenvertaling erbij; daar wordt het telkens eensluidend weergegeven. Wat leest u? “Dan neemt hij afstand van hen en hij zondert de leerlingen af.” Dus Paulus neemt afstand van hen.

Dit zijn zomaar een paar voorbeelden van dat woord ‘afstandneming’ en de verwante begrippen, ook als werkwoord gebruikt. In de NBG wordt het vertaald met ‘verlaten’, met ‘losmaken van’, met ‘wijken van’ of met ‘weggaan’. Allemaal hebben ze als grondbetekenis dat je ergens afstand van neemt; het afstaan van. Ik vind het heel belangrijk om dit goed te onderstrepen. Waarom? Omdat 2 Thessalonika 2 ineens compleet anders wordt als u dit helder voor de geest hebt. Dat klinkt misschien overdreven, maar ik durf rustig te zeggen dat met de vertaling van dit ene woord het hele hoofdstuk in één keer helder wordt.

Omgekeerd geldt dat als je het vertaalt met ‘afval’, zoals de NBG en de meeste vertalingen hebben gedaan, je meteen op een verkeerd spoor wordt gezet. Idiomatisch kan een afstandneming wel een ‘afval’ zijn, bijvoorbeeld een afval van Mozes, maar de betekenis is ‘afstand nemen van’. Je zou het dus gewoon neutraal moeten weergeven. Ik hoop dat u hierin meegaat. Trouwens, het lijkt mij dat er eigenlijk ook niets tegenin te brengen valt als u gewoon inziet dat het hier gaat over één Grieks woord, en dat zou je ideaal gesproken zoveel mogelijk eensluidend, concordant, weergeven. Door het de ene keer weer te geven met ‘afstand nemen van’, ‘vertrekken’ of ‘wijken van’ en de andere keer met ‘afval’, verhelder je het inzicht in het woord en het begrip niet.

De Afstandneming Wijst op Onze Toevergadering en Evacuatie ↑ hoofdstukken

Wat zegt Paulus? Nu komen we op het punt. Eerst moest ik even scherp krijgen welk woord Paulus hier gebruikt. Het is misschien wat wennen, maar hij heeft het dus niet over afval, maar over afstandneming. Laat niemand jullie misleiden, op geen enkele wijze. Want zou niet eerst de afstandneming komen? De afstandneming. Let daar trouwens ook even op: het is bepaald, en dus kennelijk ook bekend. Het gaat niet zomaar over een afstandneming; nee, het is dé afstandneming. Het woord wordt als bekend verondersteld. De lezers wisten waar hij het over had. Dat blijkt trouwens ook uit het vervolg wel.

Want zou niet eerst de afstandneming komen? En nu is vervolgens de grote vraag: de afstandneming, wie neemt afstand? Of, even in het vocabulaire van de MBG: wie vertrekken er? Wie gaan er nou weg? Wie verlaten de boel? Voelt u welke kant ik opga? Waar hebben we het de hele tijd over? Hij heeft het gewoon over hetzelfde onderwerp als wat hij ook in 1 Thessalonika 4 en 5 besprak, namelijk dat wij de Heer tegemoet zullen gaan, dat wij worden geëvacueerd, dat wij hier zullen vertrekken. Ja, en dan gaat er hier op aarde een heleboel gebeuren, maar eerst moeten we afstand gaan nemen.

Het antwoord is: die afstandneming, dat is de afstandneming van de gelovigen die weggerukt worden. Met het oog daarop schrijft Paulus ook dit hoofdstuk. We zagen dat toch in vers 1? Hij zei: “Ik ga jullie nu schrijven met het oog op, met betrekking tot de parousia en onze toevergadering, onze opper-bijeenkomsten met Hem.” Met het oog daarop gaat hij schrijven. Jullie denken dat jullie je hebben laten misleiden, als door een brief door ons geschreven, alsof de dag van de Heer al reeds aangebroken is. Nou, dat kun je wel vergeten, want eerst moet de afstandneming plaatsvinden. De Thessalonikers wisten echt wel waarover hij het dan had, want dat was precies het grote onderwerp van de eerste brief aan de Thessalonika.

Dat begrijp je ook. En waarom dat woordje afval? Ja, sorry, ik wilde het wat aardiger zeggen; ik bedoelde natuurlijk helemaal niet zozeer om de vertalers aan de schandpaal te nagelen, maar het zet de lezer echt op het verkeerde spoor. Het is de afstandneming. Dat gaat vooraf aan alles. Daarbij moet je vervolgens inderdaad de vraag stellen: afstandneming van wat? Nou, dat was voor die Thessalonikers totaal geen punt, want dat was nu juist het onderwerp waarover hij ging spreken, namelijk onze toevergadering tot Hem. Dat is een afstandneming. En dat is het eerste wat zou gebeuren. Want hij zegt: “Laat niemand jullie misleiden op geen enkele wijze. Zou niet eerst de afstandneming komen en onthuld worden de mens van wetteloosheid, de zoon van het verderf?” Maar daar gaan we het straks over hebben. Ik zie dat het vijf voor negen is. Ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren. Dan nemen we even afstand.

Weer even bijkomen, even bijtanken, en dan gaan we weer verder met onze speurtocht. Ik hoop dat het in ieder geval wel duidelijk is geworden — en ik heb zojuist links en rechts al begrepen dat het is overgekomen — dat de weergave ‘de afstandneming’ echt heel veel duidelijk maakt. Ook dat de weergave zoals we die gewoonlijk kennen als ‘afval’, een totaal andere is. Het is een hele gekleurde vertaling, het is een interpretatie. Ik durf rustig te zeggen, zonder gêne en zelfs heel zelfverzekerd: niemand kan bezwaar maken tegen deze weergave de afstandneming. Het is namelijk een woord, een begrip dat zowel als zelfstandig naamwoord als in werkwoordsvorm perfect concordant weer te geven is.

Menno heeft het ook bewezen. Het is absoluut een volstrekt logisch begrip. Ik geef toe dat je even moet wennen aan deze weergave, ‘de afstandneming’, maar het idee is volkomen helder. Het geweldige is dat dit begrip — dat Paulus hier zegt dat eerst de afstandneming moet komen — ons wijst op onze verwachting. Dat is dus positief! Altijd was de gedachte: eerst moet de afval komen. Nou, afval is niet echt positief. Het is me trouwens opgevallen — ik ben er ook op gewezen — dat de Concordant Version dit weergeeft met ‘falling away’. Maar het is geen ‘falling’, het is geen vallen; het is afstand nemen van. Dat betekent dus dat dit woord ons bepaalt bij onze toekomst en bij dat onderwerp waar Paulus juist over wilde gaan schrijven.

Hij zegt: “Met betrekking tot de parousia van de Heer van ons, Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem, wil ik niet dat jullie misleid worden en al denken dat de dag van de Heer reeds aanbrak.” Dat kan helemaal niet, want eerst moet de afstandneming komen. Welke afstandneming? Natuurlijk, dat was voor hen volkomen helder. Daar had hij juist over gesproken. Ik moet u zeggen dat ik jaren op deze kwestie heb gebroed. Het is de eerste keer dat ik hier in het publiek over spreek, maar ik doe het nu ook wel heel vrijmoedig. Ik heb er lang genoeg mee gewacht, denk ik nu.

Ik zal u iets persoonlijks vertellen — en ik noem het ook helemaal niet als argument. Ik kreeg gisteren een brief van een broeder, een aantal van jullie kennen hem wel: Henk Fink. Geheel onafhankelijk van deze Bijbelstudie — ik veronderstel ook niet dat hij deze serie volgt — kreeg ik een brief van hem waarin hij zei: “André, ik heb een ontdekking gedaan.” Hij zei dat zeer accuraat en met de precisie die hem eigen is; hij heeft alles nagegaan. Hij schreef: “Ik heb ontdekt dat die apostasia van 2 Thessalonika 2 vers 3 een afstandneming is.” Prachtig zeg! Het is precies het onderwerp waarover ik eigenlijk nooit benaderd word, want ik geef toe dat het heel erg onbekend is. Voorafgaand aan deze avond krijg ik een brief waarin dat uitgebreid wordt toegelicht en waarom dat inderdaad zo is. Kunt u zich voorstellen dat ik dat een wonderlijke bevestiging vond? Het is geen bewijs, nogmaals, maar voor mijzelf was dit heel frappant dat iemand zo geheel onafhankelijk daarvan mij daarin bevestigt. Zou niet eerst de afstandneming komen? Ja, dat is onze toekomst, die beweging naar boven. En dan wordt er zeker een afstand genomen.

Onze Hoge Bestemming: het Heersen als Lichaam van Christus in de Hemel ↑ hoofdstukken

En trouwens nog eventjes een punt. Dat kwam zojuist ook nog even ter sprake via twee verschillende kanalen over dat wat wij straks gaan doen. Eigenlijk is dat natuurlijk weer een onderwerp apart. Daar hebben we het nu niet over, het ging nu eigenlijk alleen maar over het feit dat wij worden weggerukt. Wij nemen afstand van dit toneel hier beneden en we gaan naar boven, naar de troon van God. In feite, als ik dat gezegd heb, dan weet je ook meteen wat we daar in principe gaan doen. Namelijk, wat doe je op een troon? Dat is de plaats waar geheerst wordt. Daarboven, niet hier op aarde, maar daarboven. Tot God en Zijn troon daarboven.

En voor de rest, wat we daar allemaal te doen zullen krijgen… Ik denk dat we daartoe bestemd zijn. Paulus zegt in 1 Korinthiërs 6: “Weten jullie dan niet dat wij straks de engelen zelfs zullen oordelen? Weten jullie niet dat wij de wereld zullen richten? Weten jullie dat niet?” Met andere woorden, dat is precies de taak waartoe we bestemd zijn. We zijn immers ook het lichaam van Christus. Als ik het even in deze sfeer mag trekken: wij zijn Zijn besturend lichaam daarboven, bestemd voor de hoogste hiërarchische orde. De top, echt de top van… Het is onvoorstelbaar. Niet hier op aarde maar in de hemel, op het hoogste niveau.

Vandaaruit zal heel de schepping onder de voeten van Christus gebracht worden, maar wij zijn Zijn lichaam daarin. Wij zullen altijd met de Heer zijn, niet om een beetje viool of harp te spelen. Dat zeg ik overigens met alle respect voor mensen die wel muzikaal zijn — ik ben dat dus niet — maar zulke artistieke uitingen zijn prachtig, reken maar. Als er ergens gemusiceerd wordt, dan is dat daarboven, dat weet ik heel goed; dat blijkt ook uit het boek Openbaring. Maar dat neemt niet weg dat wij daar echt een taak hebben tot heerschappij. We zijn Zijn lichaam, het lichaam van Christus.

Ik geef toe dat dit een onderwerp is dat op een andere manier nog veel uitgebreider toegelicht zou moeten worden, met name ook vanuit de Efezebrief waar Paulus daarover spreekt. Nog één ding trouwens daarover: als ik de Efezebrief noem, daar zitten nu ook onze concurrenten. Je leest in Efeze 6 dat wij niet te strijden hebben tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden en machten te midden van de hemelsen. Maar we hebben zojuist gezien dat die overheden en machten die vijandig zijn, straks vallen. Waarom? Die vallen op het moment dat wij omhooggaan. Het zijn nu overheden en machten in de hemelse gewesten, maar die taak van overheid en macht gaan wij straks waarnemen, bestemd voor de troon. En dan zullen zij een verdieping lager gaan. Dat blijkt ook wel uit het boek Openbaring. We gaan even terug.

De Onthulling van de Mens Der Wetteloosheid in de Tempel ↑ hoofdstukken

Want ik wil nog het betoog behandelen wat Paulus met name in die eerste zeven verzen neerzet. Dat wil ik vanavond ook behandeld hebben, zodat je ziet wat hij beoogt te zeggen. Ik ga door bepaalde dingen wat sneller heen om in vers 7 aan te komen.

Laten we het vers nog even lezen: “Want laat niemand jullie misleiden op geen enkele wijze, want zou niet eerst de afstandneming komen?” Daar hebben we het over gehad. “En onthuld worden de mens der wetteloosheid, de zoon van het verderf.” Wie is dat? Nou ja, dat is dus ook weer een onderwerp. Daarover wordt gesproken in Daniël 7, maar ook Daniël 12 en Openbaring 13.

Laat ik over die mens der wetteloosheid dit zeggen: ik lees trouwens weer uit de Vertaling van Geschriften. Daniël 7 vers 25 spreekt over die hoorn – je leest daar over een beest met tien hoorns, tien koningen. Die tien koningen zullen hun macht geven aan een elfde hoorn. Het staat er gewoon allemaal bij, dus je kunt het zo nalezen. En over die elfde hoorn staat er: “Hij zal uitspraken uitspreken tegen de Allerhoogste en de heiligen van de Allerhoogste.” Dat is het volk van de Allerhoogste, het volk Israël. “En hij zal hen doen verslijten en hij zal van plan zijn om vastgestelde tijden en een edict te wijzigen. En ze zullen in zijn hand worden verleend voor een tijd, tijden en een halve tijd.” Die termijn zijn we al zo vaak tegengekomen: een jaar, twee jaren, een half jaar.

Ik ga even naar Openbaring 13. Daar gaat het ook weer over dat beest met tien hoorns en zeven koppen; het sluit allemaal naadloos aan. Er werd een mond aan hem gegeven – het gaat over het beest dat uit de volkerenzee komt – die grote dingen en lasteringen spreekt en er werd autoriteit aan hem gegeven om 42 maanden lang te doen wat hij wil. Dat krijgt hij dus; hij krijgt een termijn toebedeeld van 42 maanden, oftewel 1260 dagen of een tijd, tijden en een halve tijd. Dan zal hij zich inderdaad zo wetteloos opstellen en lasteringen uitspreken.

Let op wat Paulus zegt: hoezo zou de dag des Heren reeds aangebroken zijn? Dat kan helemaal niet, want eerst zou de afstandneming komen en onthuld worden de mens der wetteloosheid, de zoon van het verderf, die tegenstreeft en zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij in de tempel van God gaat zitten om te laten zien dat hij God is of God representeert. Over de identiteit van die figuur, die elfde hoorn, dat is nu even niet aan de orde. Hij wordt hier beschreven en ook wat hij zal doen. Hier blijkt dus ook dat die mens der wetteloosheid inderdaad in de tempel van God gaat zitten; dat kan niet anders dan in Jeruzalem. Ik weet dat er heel veel pogingen zijn gedaan om dit te vergeestelijken, maar Paulus spreekt heel concreet. Hij refereert ook aan de profetische boeken, met name die van Daniël in dit geval.

De Heer Jezus zegt in Mattheüs 24 – daar hebben we het ook over gehad: “Als je dan de gruwel ziet staan, dat afgodsbeeld op de heilige plaats,” waarvan de profeet Daniël heeft gesproken – wie het leest, geve er acht op. In andere woorden: Daniël schrijft daar al over. Nou, en Paulus spreekt daar dan ook weer over. Eerst die afstandneming en dan zal de mens der wetteloosheid zich gaan ontpoppen als een mens der wetteloosheid. Wat zal hij gaan doen? Wel, hij zal zich verheffen tegen al wat God voorwerp van verering heet en hij zal in de tempel van God gaan zitten om te laten zien dat hij God is. Zou dat niet eerst komen, schrijft Paulus?

Wat hij gaat doen, en dat maakt hem echt de mens der wetteloosheid, is dat hij de offerdienst zal staken en op die heilige plaats een afgodsbeeld zal oprichten, een voorstelling van hemzelf. De ins en outs doen nu even niet ter zake; dat gaat in ieder geval gebeuren. Dan zegt Paulus: “Herinneren jullie je niet dat ik, toen ik nog bij jullie was, deze dingen tot jullie zei?” Hij had over deze dingen gesproken. Hij had erover gesproken wat de tijden en gelegenheden zouden zijn wanneer de mens der wetteloosheid zou optreden, en dat er dan een plotseling verderf zou komen. Maar ook dat voorafgaand de geweten zou worden weggenomen. Want daar zou eerst een periode van vrede zijn en zekerheid. Hij zei: “Herinner je je niet dat ik, toen ik nog bij jullie was, deze dingen tot jullie zei?”

Hier worden heel specifiek de Thessalonikers zelf aangesproken. En jullie hebben nu waargenomen – of als je de NBG-vertaling hebt, staat er: “En jullie weten nu wel” – het gaat hier over weten op basis van waarneming. Jullie hebben het zelf gezien, ik neem aan in de Schriften. Dat is trouwens een mooie manier om tegen kennis van de Schrift aan te kijken: dat is echt waarnemen. Ik spreek zelf vaak over de beeldspraak van bonnetjes: kijk, ik heb het zelf gezien. En dan niet zomaar in een vertaling, nee, gewoon in de Schriften. Vroeger zongen we in de kerken een van de berijmde psalmen: “Ja, ik heb het zelf uit zijnen mond gehoord, ik heb het zelf in zijn Woord gelezen.” Ik heb het zelf in de Schriften gezien en ben daarin bevestigd. Dat is het mooiste wat er is, want dan heb je solide grond.

Het Geheim van de Wetteloosheid en Wij als de Weerhouder ↑ hoofdstukken

Hij zegt: “Jullie hebben nu waargenomen wat hem vasthoudt om onthuld te worden op zijn tijdstip.” Over wie heeft hij het nu? Ja, de mens der wetteloosheid. En die mens der wetteloosheid wordt vastgehouden, of zoals de NBG-vertaling zegt: die hem tegenhoudt of weerhoudt. Het kan allemaal hoor. Dit Griekse woord wordt nog wel eens een keer gebezigd in het Nieuwe Testament. Het komt bijvoorbeeld voor — ik zal het lijstje nog even compleet maken als ik de PowerPoint op internet zet — in 1 Korinthe 11 vers 2, waar het vertaald wordt met ‘vasthouden’: “Dat jullie de overleveringen zo vasthouden als ik jullie ze heb gegeven.” In Romeinen 7 vers 6 wordt het vertaald met ‘gevangen houden’, in Lukas 4 met ’tegenhouden’, en in Romeinen 1 vers 18 staat ’ten onder houden’ over de waarheid in ongerechtigheid. Maar in al die gevallen is de gedachte: je houdt het vast. Waarom? Om iets eventueel ook tegen te houden, maar de grondgedachte is die van vasthouden.

En die mens der wetteloosheid kan zich nog niet onthullen of hij kan nog niet ontpopt worden. Hij wordt dus tegengehouden; hij wordt nog steeds vastgehouden. Hij wordt vastgehouden om onthuld te worden op zijn tijd, op het tijdstip dat daarvoor bestemd is. Paulus zegt dus tegen die Thessalonikers: “Jullie weten dat, jullie hebben het zelf ook waargenomen, ik heb het jullie laten zien in de Schriften, wat hem nu vasthoudt om onthuld te worden op zijn tijdstip.” Er is dus iets wat die mens der wetteloosheid tegenhoudt of vasthoudt om nu nog steeds niet geopenbaard te worden. Hij wordt tegengehouden en Paulus zegt tegen die in Thessalonika: “Jullie weten wat dat is.” Het is iets waardoor hij nog niet tevoorschijn kan komen.

Je kunt het eigenlijk zelf al invullen; Paulus heeft het al gezegd, zelfs in dit hoofdstuk. Want eerst moet de afstandneming komen en de mens der wetteloosheid verschijnen. Maar die mens der wetteloosheid wordt dus ergens tegengehouden, hij wordt vastgehouden. Ja, waardoor? Nou, door die afstandneming natuurlijk. Dan zie je ook hoe vitaal het is om ‘afstandneming’ te vertalen, om het correct weer te geven. Want als je dat woord weergeeft met ‘afval’, dan denk je dat die Thessalonikers iets wisten wat wij niet weten. “Jullie hebben nu waargenomen, jullie weten nu wel wat hem vasthoudt.” Ik heb het in vele verklaringen gelezen — kijk het maar eens een keertje na in allerlei bijbelcommentaren — en ze zeggen: “Ja, die Thessalonikers wisten iets.” Er wordt hier enorm over gegist en men zegt dat het een mysterieuze weerhouder is; we weten niet waar hij het over heeft. Dat komt allemaal door dat ene woordje apostasia door dat weer te geven met ‘afval’. Had men het weergegeven met ‘afstandneming’, dan was het in één keer volkomen helder geweest. Dat zijn grote woorden, maar laten we nog even verder lezen voordat ik mijn conclusies trek.

Precies, er is nog een tegenhouder en Paulus zegt tegen die Thessalonikers: “Jullie weten wat hem vasthoudt of tegenhoudt.” Hij kan nog niet komen, hij kan nog niet onthuld worden; dat gebeurt op zijn tijdstip. Maar er is iets wat daaraan voorafgaat, er is iets wat hem vasthoudt. Men heeft wel gezegd dat dit de Romeinse overheid is; men heeft allerlei opties aangegeven. Terwijl eigenlijk het heldere antwoord voor het oprapen ligt als apostasia gewoon afstandneming is. Jullie hebben nu waargenomen wat hem vasthoudt om onthuld te worden op zijn tijdstip. Want, zegt Paulus: “Het geheim van die wetteloosheid is reeds inwerkende.” Toen al, in zijn dagen. Hij heeft het trouwens over wat hij in de navolgende verzen 8, 9 en 10 ook gaat noemen: de werking van de tegenstander, de Satan, die met succes hier zijn werk doet.

Maar er komt een moment dat Satan hier op aarde geworpen gaat worden en dan krijgt hij als het ware vlees en bloed in die mens der wetteloosheid. Er gaat wat gebeuren, niet alleen maar als de hemel gereinigd wordt, maar hier op aarde. Er staat niet voor niets: “Wee de aarde.” Als dat hele clubje naar beneden komt — woorden van Reinier — berg je dan, want dan breekt de hel los. Dan heb je inderdaad de hel op aarde. Nu is het allemaal nog verborgen, het is het geheim van wetteloosheid dat reeds inwerkende is, maar dan wordt het openlijk. Want het geheim van de wetteloosheid is reeds in werking, zegt de NBG-vertaling dan, alleen totdat degene die op dit moment vasthoudt uit het midden verwijderd wordt.

Hier zie je opnieuw de bevestiging van waar we tot dusver al eerder op gestuurd waren. Namelijk: er is iemand die hem, die mens der wetteloosheid, vasthoudt. Het geheim van wetteloosheid is reeds inwerkende, alleen degene die hem op dit moment vasthoudt, die moet uit het midden komen of tenminste uit het midden verwijderd worden. Dat ‘uit’ is trouwens ook een richting. We hadden het over apo, dat is afstand nemen van, maar ‘uit’ gaat ergens uit: uit het midden. Vandaar dat er in het Nederlands het woordje ‘verwijderd’ bij hoort; idiomatisch klopt dat, want het komt namelijk uit het midden.

Maar dan hadden we het over die afstandneming. Die mens der wetteloosheid wordt tegengehouden, hij wordt vastgehouden en kan zich nog niet onthullen, want er is iemand — de gelovige in het algemeen — die hem vasthoudt. En als die verwijderd wordt, als die uit het midden weggehaald wordt, oftewel: als de afstandneming plaatsvindt, ja, dan krijgt die mens der wetteloosheid vrij spel. Dan is ineens die mysterieuze weerhouder heel concreet en bepaalt ons bij onze toekomst en bij het onderwerp waar Paulus, zoals hij dat in de aanvang van dit hoofdstuk meteen al zei, over schreef: “Ik ga jullie schrijven met het oog op onze toevergadering tot hem.” Daarover heeft hij het dus de hele tijd.

Alleen is het met name door dat ene vertaalwoord, dat zo sneaky is, dat het ons meestal of vrijwel altijd ontgaat als we dit lezen. Wie is die weerhouder nu weer? Er is iets wat hem weerhoudt, er is iets wat hem vasthoudt en dat moet uit het midden verdwijnen. En dat is precies wat die afstandneming is. Oftewel: dat is de wegrukking, onze toevergadering tot hem. Die zal dan uit het midden verwijderd worden en dán zal de wetteloze onthuld worden. Ziet u trouwens ook hier hoe dit parallel loopt met wat we in vers 3 lazen? Men dacht dus, of hun werd wijsgemaakt daar in Thessalonika, alsof door een brief door Paulus geschreven, dat de dag van de Heer reeds tegenwoordig was. Maar hij zegt: “Laat niemand jullie misleiden op welke wijze ook, want eerst zou de afstandneming zijn en de mens der wetteloosheid zich openbaren.”

Nou, zie hier: eerst wordt degene die nu vasthoudt verwijderd, uit het midden genomen, en vervolgens zal de wetteloze onthuld worden. Perfect en volmaakt parallel. En ook volkomen begrijpelijk, volkomen in lijn met het onderwerp waar Paulus juist over wilde spreken en waar hij hen over wilde bemoedigen. Hij wilde beslist niet dat ze daarover in onzekerheid zouden zijn en daardoor in onrust zouden verteren of gealarmeerd zouden worden door valse boodschappen. Eén ding wat hij hier feitelijk zegt is: “Mensen, maak je nu niet kippig dat die dag van de Heer al zou zijn aangebroken. Dat kan helemaal niet, want eerst moet die afstandneming komen.” We moeten hier worden verwijderd uit het midden, uit het aardse toneel. We worden geëvacueerd. Dat maakt het allemaal in 2 Thessalonika 2 zo onvoorstelbaar helder.

Vragen uit de Zaal: Onze Aardse Rol, Lot in Sodom en de Redding van Alle Mensen ↑ hoofdstukken

Zijn er nog wat vragen of opmerkingen over wat we tot dusver hebben gezien? Eigenlijk trekt dan zo de conclusie dat zolang wij als ekklesia nog op aarde zijn, wij ook niet zullen weten wie nou precies die mens der wetteloosheid is, omdat hij nog niet onthuld is. Nee, in ieder geval niet onthuld als de mens der wetteloosheid. Precies. Want op het moment dat die afstandneming plaatsvindt, dan zal hij zich onthullen als de mens der wetteloosheid. Ik ga ervan uit – maar dat is trouwens nog weer een ander onderwerp – dat hij dan al wel een koning zal zijn, één van die uit de… Want kijk, er komt weer een tienstatenbond, een bond van tien koningen daar in het Midden-Oosten, en die zullen met elkaar een verbond sluiten. In dat verbond zal er een elfde optreden. En let op: de contouren zijn dan voor ons echt zichtbaar. Dat kan niet anders. En als je mij vraagt – maar goed, we lopen niet op de zaken vooruit – dan zullen we wel kunnen vaststellen: “Nou, dat moet hem wel gaan worden.” Want één ding is dan ook al duidelijk: die tien koningen zijn er dan ook al. Hij zal namelijk uit dat bondgenootschap voortkomen.

Ja, en ze zijn ook al heel druk bezig in het jodendom zelf. Het is volkomen een zelfstandige ontwikkeling, maar ook in Jeruzalem met de herbouw van een tempel en alles wat daarmee samenhangt. Dat moet er gewoon gaan komen. Om snel in Jeruzalem te kunnen komen… Kijk, dit is heet van de naald, want hij komt net uit Israël. Is het niet? Wat Francis naar voren brengt, is dat er in Israël inderdaad al alles in het werk gesteld wordt om snelwegen te maken naar Jeruzalem. Want ja, dat is de stad. En wilde Trump ook niet trouwens de ambassade daar naartoe verplaatsen? Dat heeft hij volgens mij nog steeds niet gedaan. Maar goed, je hoort het niet door die betrokkenheid; er zit niks gelovigs tussen. Die Chasidiem, die geloven helemaal niet in de staat Israël, want die mag pas gesticht worden door de Messias. Ze accepteren überhaupt heel Israël niet. Nee, dus daar moet in het jodendom ook nog wel wat gaan gebeuren.

Marjolein, jij vraagt je af: “Oké, dat is duidelijk dat de geest hem tegenhoudt, maar wat is onze rol dan nu? Waarom is dat?” Ik denk niet dat het een kwestie is dat wij actief bezig zijn hem tegen te houden. Er hoeft helemaal niks… Ja, we zitten gewoon in de weg. Dat is het punt. Het is geen kwestie dat wij nu bezig zijn om die mens der wetteloosheid tegen te houden, of wat hij naar voren wil gaan brengen of straks zal onthullen. Helemaal niet. Maar vergelijk het eens. Je zegt: “Zeker denk ik wel, want mensen met een christelijke achtergrond hebben toch bepaalde normen en waarden.” Nee, nee, nee, dat is juist niet het idee. Omdat er dus een nieuwe leiding komt, denk je dat we misschien in de weg staan met juist die normen en waarden? Ja, dat wou ik zeggen, en daar kan je heel veel achter zoeken.

En daar zit nog iets bij. Kijk, zolang Noach niet in de ark was met de zijnen, hield hij die zondvloed tegen. Niet omdat hij met een of ander weerstation bezig was, nee, gewoon: God sloot de deur en toen begon het te regenen. En een ander voorbeeld: zolang Lot daar nog in Sodom was, kon het daar geen vuur en zwavel regenen, want de aanwezigheid van Lot hield dat alles tegen. Nou, zo is het ook met die mens der wetteloosheid: die wordt tegengehouden door ons, gewoon door het feit dat wij hier nog zijn. Dat raakt elkaar niet. Zolang wij hier nog zijn, kan hij niet onthuld worden. Dat heeft dus niets te maken met activiteiten van ons, maar dat is zoals het gewoon gearrangeerd en geregeld is. Eerst wij weg, wij naar boven – en ik heb dat al op verschillende manieren uiteengezet. Zij, Satan en de tegenstander, gaan naar beneden. Maar in feite is het wat Paulus zegt, wat het allemaal in werking zet: dat is onze afstandneming. Want daardoor vindt die val van Satan plaats en daardoor gaat de mens der wetteloosheid zich onthullen, et cetera. Dat is het wat hem vasthoudt of tegenhoudt.

Ik ben wel blij met het voorbeeld van Lot. Of hij daarin nou zo verstandig had opgetreden, dat is nog een ander verhaal natuurlijk. Je leest van Lot dat hij zijn rechtvaardige ziel dag in dag uit kwelde daar in de poorten; hij zat nog in de politiek ook. Hij probeerde Sodom eigenlijk te veranderen, terwijl het Sodom was. Dat probleem had Abraham niet. Abraham was een vreemdeling; dat vind ik heel mooi. Abraham was een vreemdeling en had dat hele probleem niet, die was gewoon een pelgrim. Maar Lot wilde Sodom misschien veranderen, een kracht zijn om positief bezig te zijn om Sodom nog weer op de rit te krijgen. En het eind van het liedje was dat hij zelf Sodom “als de sodemieter” moest verlaten. Ja, daar zullen we het maar niet over hebben, over christelijke politiek. Wij worden weggerukt. Ja, dat is niet iets wat wij doen; wij gaan Hem tegemoet, maar wij worden weggerukt. Dat is geen actie van ons, dat onderga je.

Ik vind het allemaal geweldig en ik ben er zeker van overtuigd dat ik erbij zal zijn. Maar Tolly, jij zegt: “Een heleboel van ons gezin, maar de overigen niet… dat maakt me wel heel erg verdrietig.” Ja, dat begrijp ik. Want als je dan denkt wat die allemaal mee gaan maken, dan denk je: “Oh.” Dat begrijp ik, ja. Maar je weet wel, Tolly: net zoals jij van Hem bent, zijn zij ook van Hem. Zo moet je denken; zo mag je denken, lijkt mij, jazeker. En het is niet alleen dat wij bevoorrecht zijn om Hem nu al te kennen en Hem aan te roepen, te belijden en met Hem te leven, maar ook dat we bestemd zijn om te heersen met Hem en bestemd zijn voor de troon. Ja, wat hebben wij daaraan gedaan?

Maar ik vind het zo geweldig: heel de mensheid gaat daarin volgen, alleen ieder in zijn eigen rang. Dus ik vind het heel mooi als je eenmaal het evangelie kent, want dit is het ABC van het evangelie: Hij is een Redder van alle mensen, alleen ieder in zijn eigen afdeling. Wij kunnen van iedereen zeggen, ook van je ongelovige kinderen of kleinkinderen: je kunt zeggen dat ze niet geloven, ze zijn ongelovig of vaak simpelweg onwetend. Maar los daarvan kun je ook zeggen: ze geloven nog niet. Er komt namelijk dat moment dat ze hun knieën gaan buigen en Hem zullen erkennen. Maar ik begrijp je punt. Voordat het zover is, zal er nog zoveel over deze aarde komen, en het slaat je wel eens om het hart van: “Wauw, wat een verschrikking.” Dan praat je met ze en hoop je dat ze het aannemen.

Zullen we hiervoor bidden? Jazeker. Paulus zegt in 1 Timotheüs 2 – misschien is dat een mooie manier ook om deze avond af te sluiten – dat we zouden bidden en danken voor alle mensen. Je bidt natuurlijk; je bidt dat hun ogen geopend zullen worden en dat ze Hem nu zullen herkennen. Maar je dankt Hem er ook voor dat Hij een Redder is van alle mensen. En al die mensen waar jij je zorgen over maakt, ze zijn allemaal ook gewoon in Zijn hand. Hij zal hen op Zijn tijd de ogen openen. En dat is toch… wat een uitzicht is dat! Dan kun je dat allemaal gewoon aan Hem overgeven, want Hij maakt geen fouten. Het komt allemaal goed, toch? Door welke weg dan ook, dat kan niet missen. Een paar jaar geleden uitgeroepen… die serie heeft te maken met die tegenstander, de weerhouder. Oké, oké. Nou, één ding is wel duidelijk, lijkt mij zo: we leven echt in zulke spannende tijden.

Dit zijn de dingen waar we het nu over hebben; die zijn gewoon aanstaande, mensen. We leven gewoon aan het einde van die twee millennia en dit gaat gewoon gebeuren. En wat een uitzicht dat die afstandneming gaat komen!

Dat is eigenlijk ook dé reden waarom we vanavond bij elkaar waren. Als het duidelijk is geworden dat de afstandneming niet negatief is – geen afval, nee, het is een afstandneming – en dat dit ons wijst op de toekomst die ons wacht… Als dat kwartje gevallen is – dat mag dan wel weer – dan is dat heel mooi.

Zullen wij deze avond afsluiten? Het is vijf voor tien en het lijkt mij een mooi tijdstip om te danken.

🎧 3 rond de wederkomst – de afstandneming


Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

Delen: