English blog

smaad in Uitdaging

03-07-2002 - Geplaatst door Andre Piet

Begin februari j.l. (2001) werd ik benaderd door Eric Leijenaar, hoofdredacteur van het evangelische maandblad Uitdaging. Op mijn website had hij het artikel ‘de Palestijnen in de profetie‘ gelezen en hij vroeg mijn toestemming om dit te publiceren. Die toestemming heb ik gegeven en in mei stond het bewuste artikel geplaatst in de rubriek ‘Gastschrijver’.
Tot zover geen probleem. In het daaropvolgende juni-nummer stond echter de volgende ingezonden brief gepubliceerd.

Hoewel het artikel over de Palestijnen zeker tot nadenken stemt, lijkt het me geen gelukkige gedachte artikelen van André Piet zomaar in Uitdaging te zetten. André Piet verkondigt op zijn website de alverzoeningsleer en de ultra-bedelingenleer, die beide niet aanbevelingswaardig zijn. Ik meende dat het goed was u hierop te attenderen.
Jildert de Boer, Harderwijk

In voetbal-termen gesproken: de briefschrijver speelt ‘op de man’ in plaats van ‘op de bal’.
Enfin, de redaktie reageerde op de Boer als volgt:

Naschrift redactie:
De redactie van Uitdaging is hier door verscheidene lezers op gewezen. Het was ons niet bekend toen we de beslissing namen om het artikel over de plaats van de Palestijnen in de bijbelse profetie te publiceren. Overigens ging het ons uitsluitend om het bijzondere geluid van Piet ten aanzien van dát onderwerp. Publicatie van artikelen in de rubriek ‘Gastschrijver’ wil overigens niet automatisch zeggen dat de redactie van Uitdaging het met de inhoud ervan eens is. De artikelen zijn voor rekening van de gastschrijver zelf en zijn uitsluitend bedoeld om de lezer een ander geluid te laten horen.

Deze reactie is zeer ter zake. Slechts één ding mag curieus heten. De redactie schrijft niet op de hoogte te zijn geweest van het feit dat André Piet de alverzoeningsleer op zijn site verkondigt. Heel vreemd. Iemand (een journalist nota bene!) komt op de Goedbericht-website, kijkt in de index van tientallen artikelen, vergaart voor de publicatie achtergrondinformatie over de auteur… maar het ontgaat hem dat André Piet gelooft dat God een Redder is van alle mensen?!?

Bij bovenstaande reactie is het niet gebleven. Zojuist, in het september-nummer plaatst Uitdaging opnieuw een ingezonden brief. De toon is aanzienlijk grimmiger om niet te zeggen hatelijk. En de kwaliteit… ach leest u zelf maar.

Graag zou ik even willen reageren op een artikel in de laatste Uitdaging. Ik zag een artikel, over Israël en de Palestijnen, geschreven door André Piet. Nu gaat het mij niet om de inhoud van het artikel, maar om de schrijver André Piet. Ik ‘ken’ André Piet al wat langer, dit via z’n internetsite en een internet-discussieforum (Medema). André Piet gelooft in de alverzoeningsleer. Dit is een ernstige dwaling. Dit vind ik zelfs een zo ernstige dwaling, dat iemand die dit aanhangt geen wederomgeboren christen kan zijn, althans niet als je dit al jaren gelooft. Dit klinkt hard maar is de waarheid. In Johannes staat immers zelf dat een van de eerste kenmerken van waar geloof is, het overtuigd zijn van zonde en oordeel door de Heilige Geest. Het in de ‘Geest’ zijn of de ‘Geest’ hebben waar Paulus het over heeft volgt hier dus op. De Geest leidt in en naar de waarheid maar dit weet u uiteraard ook allemaal. Mijn punt is dat ik Uitdaging een een fijn en betrouwbaar blad vindt om te lezen, daarom verbaast het mij dan ook om een soort ‘bijbelstudie’ te lezen in Uitdaging van iemand die mijn inziens een dwaaleraar is. Iemand die de Geest niet heeft kan een mooi verhaal schrijven maar het is niet uit God. Een verhaal of studie vanuit bijbels perspectief door zo iemand maakt het tot een drama.
B.D.

André Piet kan geen echte gelovige zijn, omdat hij “al jaren gelooft” dat God alles verzoend. M.a.w. toen hij dit nog maar een paar maanden geloofde, was hij nog wel “wederomgeboren christen” maar na verloop van tijd is dit ongedaan gemaakt…

B.D: “Dit klinkt hard maar is de waarheid. In Johannes staat immers zelf dat een van de eerste kenmerken van waar geloof is, het overtuigd zijn van zonde en oordeel door de Heilige Geest.”
Dat het hard klinkt, dáár maak ik geen punt van. Wel dat het dom en onwaar is. Ik geloof namelijk wel degelijk in zonde en oordeel, alleen niet in een eindeloos oordeel. Daar gaat het in het gedeelte waar D. naar verwijst (Johannes 16:8-11) ook niet over, evenmin als elders in de Schrift. Het betreft in Johannes 16 niet eens een toekomstig oordeel maar een oordeel in het verleden (“van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is”). De verwijzing is trouwens helemáál uit z’n context gelicht, omdat het niet spreekt over het werk van de Geest in gelovigen maar over het bewijs dat de Geest levert aan de wereld. De harde uitspraak van D. blijkt bij nader inzien dus boterzacht te zijn. Anders gezegd: een beschuldiging zonder enige grond.

De beschuldigingen liegen er niet om (of juist wel?). André Piet is geen “wederomgeboren christen”, hij is een “dwaalleraar”, “iemand die de Geest niet heeft”, “niet uit God” en zijn ‘bijbelstudie’ (let op de aanhalingstekens) is om die reden “een drama”. Vanwaar deze smaad?

“Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waard
(want hiertoe arbeiden wij en worden gesmaad),
dat wij onze hoop gevestigd hebben op den levende God,
die een Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen.
Beveel deze dingen, en leer ze.”
1Timotheüs 4:9-11

Naschrift 2 oktober:
In het oktober-nummer van Uitdaging stond de volgende brief van iemand die veel beter begrijpt waarom het gaat… 😉

Hierbij wil ik reageren op de reactie van B.D. in Uitdaging van september j.l., die meent mijn man te ‘kennen’ via internet.
Met verbijstering heb ik gelezen dat hij mijn man, met wie ik reeds tien jaar buitengewoon gelukkig getrouwd ben, een niet wederomgeboren christen durft te noemen.
Mijn man, die naast zijn baan als medewerker op een kwekerij, al zijn vrije tijd besteedt aan het bestuderen van Gods Woord. Die slechts één verlangen heeft: t.w. de leer van God, onze Heiland te versieren (Tit. 2:10). Een man die verstandig is en zich houdt aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen (Tit: 1:9). Het is buitengewoon pijnlijk om zo’n venijnige reactie te lezen terwijl wij als gezin slechts één verlangen hebben: ik en mijn huis, wij zullen de Heere dienen! (Joz. 24:15).
Het is maar goed dat wij niet zijn overgeleverd aan de genade van onze medemens, maar aan de genade Gods die verschenen is, heilbrengend voor alle mensen! (Tit. 2:11). Nog één vraag aan B.D.: wat maakt het voor verschil of iemand een dag, een week, een maand of al jaren gelooft dat God alle dingen weder met Zich zal verzoenen? (Kol. 1:20).
Petra Piet, Rijnsburg

Delen: