English blog

Romeinen 7:21-23 – drie keer ‘wet’

09-04-2021 - Geplaatst door Andre Piet

21 Dus vind ik deze wet: waar ik het goede wil doen, ligt het kwade in mij er naast. 22 Want ik verlustig mij in de wet van God, naar de innerlijke mens, 23 maar ik zie een andersoortige wet in mijn leden die oorlog voert tegen de wet van mijn denken en mij in krijgsgevangenschap brengt in de wet van de zonde die in mijn leden is.

In deze verzen is sprake van (1) “de wet van God”, (2) de wet van mijn denken” en (3) “een andersoortige wet in mijn leden” oftewel “de wet van de zonde die in mijn leden is”. “De wet van God” verwijst naar de wet die God via Mozes aan Israël heeft gegeven. “De wet van mijn denken” verwijst naar “de innerlijke mens” die zich verlustigt in de wet van God. De “wet in mijn leden” is andersoortig van aard. Dat is geen normatieve wet, maar een wetmatigheid die Paulus signaleert in zijn leden. Met “mijn leden” doelt hij op alle lichaamsdelen en hun functies (oor & gehoor; oog & zicht; mond & spreken, handen & handelen, enz.).

Paulus beschrijft hier de mens “onder de wet”. Iemand die meent dat het “gij zult” een opdracht is die de mens moet vervullen. Een onmogelijke opgave!

Delen: