English blog

Romeinen 4:9-10 – gerechtvaardigd als besnedene?

25-11-2020 - Geplaatst door Andre Piet

Dit geluk dan, is dat voor de besnijdenis of ook voor de voorhuid? Wij zeggen immers: het geloof werd Abraham tot rechtvaardigheid gerekend. 10 Hoe dan werd het hem gerekend? In de besnijdenis of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis maar in de voorhuid.

David viel het geluk ten deel dat GOD geen zonde rekent. Voor welk soort mensen is dat geluk weggelegd? Alleen voor “de besnijdenis” (lees: Israël), zoals David een besnedene was? Of “ook voor de voorhuid” (lees: de onbesnedenen)? Voor het antwoord daarop, verwijst Paulus wederom naar Genesis 15 vers 6. Er zijn weinig teksten die zo’n prominente rol spelen in Paulus’ onderwijs, als dit vers. Daarin vinden we dat Abram, minstens veertien jaren vóór zijn besnijdenis (vergl. Gen.16:16), reeds door GOD als een rechtvaardige gerekend werd.

Paulus benadrukt in dit stadium van zijn betoog, de timing van Abrams rechtvaardiging. Wanneer nota bene de aartsvader van Israël voor GOD al een rechtvaardige was terwijl hij (naar Joodse maatstaven gerekend) nog een ‘heiden’ was, waarom zouden andere heidenen dan niet gerechtvaardigd kunnen worden? Waarom zou men eerst besneden moeten zijn, alvorens door GOD rechtvaardig verklaard te worden? Het voorbeeld van Abraham bewijst dat rechtvaardiging voor GOD onafhankelijk is van besnijdenis.

Delen: