English blog

Romeinen 4:6-8 – ultiem geluk

24-11-2020 - Geplaatst door Andre Piet

Zoals ook David spreekt van het geluk van de mens, aan wie God rechtvaardigheid rekent, los van werken: 7 “gelukkig zij van wie de wetteloosheden werden vergeven en van wie de zonden werden bedekt. 8 Gelukkig de man wiens zonde de Heer geenszins rekent.”

Rechtvaardig worden gerekend, los van werken, is een waarheid die in “de wet” (Genesis) wordt onderwezen, maar net zo goed ook in “de profeten”, waartoe David wordt gerekend (Hand.2:30). Abraham en David worden door Paulus opgevoerd als bewijzen vanuit “de wet en de profeten” (Rom.3:21). Hij citeert daarvoor letterlijk uit de Griekse vertaling (de Septuagint) van Psalm 32 .

Weliswaar is in Psalm 32 geen sprake van het rekenen tot rechtvaardigheid, maar wel van het niet rekenen van zonde. Waarbij die zonde wordt benoemd als “wetteloosheden”, dus zonder wet. Maar GOD rekent dat niet, Hij spreekt ervan vrij. Hij ziet de zonden niet omdat ze voor Hem bedekt zijn. Met ander woorden: los van werken, en zelfs ondanks wetteloosheden, rekent GOD anders. Want evenals Abraham was David iemand die vertrouwde op zijn GOD – en dat is wat voor Hem telt.

Wie GOD zó mag kennen heeft het ultieme geluk gevonden. Niet op grond van prestaties maar enkel om GODS onvoorwaardelijke toezeggingen!

Delen: