English blog

10. Hoe kon de rijke man zijn ogen opslaan in het dodenrijk?

Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.
Lucas 16:23 NBG51

Wanneer we dit gedeelte letterlijk zouden moeten nemen, dan is het in regelrechte strijd met b.v. Prediker 9:10, waar uitdrukkelijk staat, dat er géén werk of overleg of kennis is in het dodenrijk. Hier slaat immers iemand zijn ogen op in het dodenrijk en voert wel uitgebreid overleg.

Wanneer we dit gedeelte letterlijk opvatten dringen zich nog veel meer klemmende vragen aan ons op:

  • hebben mensen in het dodenrijk (dus vóór de opstanding!) reeds een lichaam? (We lezen immers van pijn, ogen, tong, vinger, etc.);
  • zo ja, waartoe dient dan nog de opstanding?;
  • zijn er in het dodenrijk letterlijk vlammen;
  • wordt er vanuit het dodenrijk gecommuniceerd met degenen die zich aan de goede zijde bevinden?
  • hebben de rechtvaardigen in de vertroosting (!?) uitzicht op de pijnigingen in het dodenrijk?

Al deze vragen verdwijnen als sneeuw voor de zon wanneer we inzien, dat hier een gelijkenis wordt verteld (zoals al drie keer eerder in hoofdstuk 15 en 16 – zie 15:1). Een gelijkenis is een verhaal waarin waarheden worden verborgen (Matteüs 13:13).

Zie uitgebreid: de rijke man en Lazarus

Delen: