English blog

onderschikking en gehoorzaamheid

04-04-2019 - Geplaatst door Andre Piet

Eerder zagen we al dat onderschikking aan de overheden, volgens Paulus de normale gang van zaken is. In Romeinen 13 vers 1 leert hij:

Laat elke ziel zich onderschikken aan superieure autoriteiten. Want er is geen autoriteit dan onder God. En die er zijn zijn, zijn verordend onder God.

Paulus spreekt in absolute termen. “elke ziel” en “geen autoriteit dan onder GOD”. Veelzeggend genoeg schreef Paulus deze woorden aan de Romeinen toen keizer Nero het bewind voerde. Zelfs bijna tweeduizend jaar later geldt deze man nog steeds als een van de meest beruchte keizers ooit. Waarmee gezegd wil zijn: onderschikking aan de overheid geldt bepaald niet alleen wanneer de overheid haar onderdanen welgezind is.

Naar aanleiding van enkele reacties op wat ik opmerkte over onderschikking aan de overheden, moet voor de volledigheid één belangrijke aantekening worden toegevoegd. En dat is dat we onderscheid moeten maken tussen ‘onderschikking’ (of onderdanigheid) enerzijds en ‘gehoorzaamheid’ anderzijds. Onderschikking is een passieve houding waarbij we de ander als onze meerdere erkennen. Gehoorzaamheid daarentegen is een actieve daad waarbij we opvolgen wat de ander ons opdraagt. Normaal gesproken vloeit gehoorzaamheid voort uit onderschikking. Toch gaat dat niet altijd op. Gehoorzaamheid aan b.v. de overheid heeft grenzen. Toen aan Petrus en de apostelen door de autoriteiten in Jeruzalem werd opgedragen niet langer te leren in de naam van Jezus Christus, weigerde Petrus resoluut daaraan te voldoen en hij motiveerde dat met dit korte antwoord (Hand.5:29):

Men moet God meer gehoor geven dan mensen.

Petrus erkende nog steeds de autoriteiten in Jeruzalem als zijn meerdere. D.w.z. hij bleef zich onderschikken aan hen. Ook al kon hij niet altijd gehoor geven aan hun bevelen. Maar dat is wat anders. Het moet duidelijk zijn: de wil van GOD gaat altijd boven die van mensen. Ook die van superieuren. Geen gehoor geven aan een bevel van de overheid is in zo’n geval dan ook geen daad van revolutie of rebellie. Want de positie van de overheid als superieure autoriteit staat helemaal niet ter discussie. Je kunt alleen een specifieke commando niet opvolgen. Maar dat is juist omdat je je in de eerste plaats onderschikt aan GOD.

Het spreekt voor zich dat deze clausule van onderschikking niet alleen geldt voor burgerlijke overheden. Ze is ook van toepassing op andere verhoudingen waarin de één ondergeschikt is aan de ander. Bijvoorbeeld kinderen aan hun ouders (1Tim.3:4), slaven aan hun heer (Tit.2:9) of vrouwen aan hun man (Tit.2:5). Ook dan geldt altijd dat men GOD meer zou gehoorzamen dan mensen.

Delen: