English blog

Melchizedek en Christus identiek?

06-02-2013 - Geplaatst door Andre Piet

1_blog_9

VRAAG:
Is Melchizedek een verschijning van Christus in het OT?

ANTWOORD:
Uit de woorden van Hebreeën 7:3 heeft men dit ten onrechte opgemaakt. In dat vers lezen we over Melchizedek:

… zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en de Zoon van God gelijkend, blijft hij priester voor altoos.

Uit het feit dat Melchizedek de Zoon gelijkend is, blijkt op voorhand dat beiden niet dezelfden zijn. Trouwens, de Zoon van God had wel degelijk een wettige vader, een moeder, een  geslachtsregister, een begin van dagen en ook een einde van leven. Zodat de overblijfende vraag is: wat betekenen de woorden in Hebr.7:3 dan wel?

De Hebreeënbrief-schrijver verwijst naar Genesis 14 waarin een drietal verzen de priester en koning van Salem beschreven wordt. Een groots figuur want hij zegent nota bene de herdervorst Abram. Dat toont dat Melchizedek de meerdere is Abram, want…

… het is onwedersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend.
-Hebr.7:7-

Abram heeft dit zelf ook onderkend, want hij gaf Melchizedek de tienden van het beste van de buit (Hebr.7:4). Maar hoezo zag Abram in deze priester de meerdere?  Aan wie ontleende Melchizedek zijn priesterschap? Wie waren zijn ouders? Van wie stamde hij af volgens het geslachtsregister? Dat zijn in het Jodendom uiterst belangwekkende vragen! Want een priester (cohen) ontleent zijn ambt aan zijn afkomst. Hij moet afkomstig zijn uit de stam van Levi en meer speciaal uit het geslacht van Aäron. Maar Melchizedeks priesterschap is van een heel andere orde, want niets hieromtrent wordt van hem vermeld. Stelt u zich voor: de stamvader van Aäron en Levi (Abram dus) buigt zich neer voor een priester van wie geen melding gemaakt wordt betreffende zijn vader, moeder of geslachtsregister! Ook wordt niets gezegd van zijn geboorte of sterven en nergens wordt melding gemaakt van een overdracht van zijn priesterschap. En juist daarin is hij “de Zoon van God gelijkend“. Melchizedek ontleende zijn priesterschap niet aan zijn afkomst en zijn priesterschap werd evenmin overgedragen wegens overlijden. Dat wil zeggen: de Schrift spreekt daar niet over en dat blijkt juist typerend te zijn voor zijn betekenis! Ook Christus is geen Priester op grond van zijn geslachtsregister.

… het is immers duidelijk, dat onze Here uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
-Hebr.7:14-

Op aarde en vóór zijn sterven was Jezus uitdrukkelijk geen priester.

Indien Hij nu op aarde was, dan zou Hij niet eens priester wezen, daar er hier reeds zijn om volgens de wet de gaven te offeren.
-Hebr.8:4-

Jezus Christus is Priester geworden, zodat Hij kon ingaan in het hemels heiligdom.

… binnen het voorhangsel waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden tot in de aeon.
-Hebr.6:20-

Met andere woorden: vóór zijn sterven kon Jezus geen priester zijn maar om in te kunnen gaan in het hemels heiligdom moest Hij priester zijn. Conclusie: Hij is Priester geworden sinds Hij opstond uit de doden…

15 En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchisedek een andere priester OPSTAAT, 16 die dit niet geworden is krachtens een wet met een voorschrift betreffende vleselijke afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven. 17 Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester tot in de aeon naar de ordening van Melchisedek.
-Hebr.7-

Let op dat ook hier de Zoon van God “het evenbeeld van Melchizedek” is. Niet identiek aan hem, maar een gelijkenis van hem.

Reageer op Facebook

Delen: