English blog

“weggerukt tot God en Zijn troon”

02-09-2011 - Geplaatst door Andre Piet

In de vorige blog zette ik uiteen dat de ekklesia, die Christus’ lichaam is, geroepen is tot de troon. Niet maar tot de troon in Jeruzalem maar “tot God en Zijn troon” (Openb.12:5). Boven dus. In Openbaring 12 wordt een teken beschreven van een vrouw die een mannelijke zoon baart die alle heidenen zou hoeden. Omdat “de draak” het op beiden gemunt heeft, wordt de mannelijke zoon zodra het geboren is, weggerukt tot God en Zijn troon, waarna de vrouw voor 1260 dagen vlucht naar een voor haar gereserveerde plaats in de woestijn.
In een paar pennestreken wordt daarin Israël getekend (>de vrouw) die de Messias (>de mannelijke zoon) voorbrengt. Maar let op: zoals de vrouw een volk voorstelt, zó representeert ook de mannelijke zoon een volk. “De Christus” is niet alleen een aanduiding van het hoofd (dat als eerste bij de geboorte verschijnt), maar ook van het bijbehorende lichaam, de ekklesia. Direct voordat de vrouw de wijk zal nemen naar de woestijn, zal de ekklesia worden weggerukt “tot God en Zijn troon”. Bevorderd tot de hoogste rang!

vacature
De wegrukking van de mannelijke zoon vóór de grote verdrukking vindt niet slechts plaats vanwege dreigend, accuut gevaar. Het is óók om per direct, in een vacature te voorzien. Immers, wanneer de draak (satan, de oude slang; Openb.12:9) met zijn gevolg op aarde zal worden geworpen, wordt haar plaats in de hemel vacant. Vandaar dat Openbaring 12 laat zien dat, wanneer de mannelijke zoon naar boven wordt gevoerd, tegelijkertijd de diabolos en zijn gevolg, naar beneden wordt geworpen. Een wisseling van de wacht. Of van de macht zo u wilt. Waar de één promoveert naar de hemel, degradeert de ander noodzakelijkerwijs naar de aarde.

Maar denk vooral niet dat de mannelijke zoon (lees: Christus en de ekklesia) vervolgens niets meer met de aarde te maken heeft. Integendeel! Daarover een volgende keer meer.

Delen: