English blog

‘het moet me gegeven worden’

08-01-2014 - Geplaatst door Andre Piet

images_22

Als geloof een gave Gods is, zoals Paulus schreef (Ef.2:8), hoe kan een mens dan worden opgeroepen om te geloven? “Geloof in de Heer Jezus, en je zult gered worden” (Hand.16:31), zo verklaarde eerder diezelfde Paulus. De medaille blijkt twee kanten te hebben.

Nergens in de Bijbel wordt op deze tweezijdige medaille, zo diep ingegaan als in Romeinen 9. Paulus geeft daar het voorbeeld van Farao (9:14-21) die van Godswege te horen kreeg dat hij het volk Israël moest laten gaan. Dat was Gods WIL. Maar was het ook Gods BEDOELING (raad) dat Farao Israël liet gaan? Het antwoord daarop is even stellig: nee. God had van te voren al gezegd tegen Mozes dat Hij Farao zou verharden zodat hij Israël niet zou laten gaan (Ex.4:21). Let wel: dat werd tegen Mozes gezegd, niet tegen Farao. Toen Farao vervolgens dreigde te bezwijken onder de druk en wilde toegeven aan de oproep, was het God zelf die Farao’s hart versterkte zodat hij kon blijven weigeren. God was voornemens zijn kracht te demonstreren en daartoe was de rebellerende Farao dienstbaar (Rom.9:17). Wist Farao veel!
God heeft met alles een bedoeling (Spr.16:4)!

En dan laat Paulus zijn opponenten zeggen:

Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil raad?
Rom.9:19

Farao weerstond uitdrukkelijk niet Gods raad (dat is onmogelijk) maar wel Gods wil. Op de vraag wat God dan nog aan te merken heeft, luidt Paulus’ antwoord:

Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt?
Rom.9:20

Paulus’ antwoord is een wedervraag: wie zijn wij om GODS wegen te kritiseren? Het is simpelweg niet aan het leem om aanmerkingen te leveren op de pottenbakker. De pottenbakker vormt het leem en niet omgekeerd.

God laat zijn Woord bekendmaken. Dat zou een mens geloven. Punt. Geeft een mens daaraan geen gehoor dan heeft hij ook niets te maken met God verborgen bedoeling. Een geheimenis zoals uitverkiezing, maakt God bekend aan gelovigen (Ef.1:4). Zoals Mozes wist van Gods verborgen voornemen terwijl Farao daar geen flauw benul van had.

We kunnen onbekommerd  het Goede Bericht vertellen van de God die allen redt. Iedereen moet dat weten. Want God wil dat alle mensen gered worden en komen tot erkentenis van die waarheid (1Tim.2:4). Erkent een mens dit dankbaar, dan krijgt hij te horen dat hij tevoren gekend en bestemd is (Ef.1:4). Zodat alle eigenroem is uitgesloten.

Reageer op Facebook

Delen: