English blog

gesluierde vrouwen

11-01-2014 - Geplaatst door Andre Piet

images19

Korte samenvatting van de studie over 1Kor.11:1-15.

In het direct voorafgaande van 1Korinthe 11 had Paulus onderwezen dat gelovigen geen struikelblok zouden vormen voor Joden, Grieken of de ekklesia Gods (10:32). Elk van deze groepen hadden hun eigen gebruiken en Paulus paste zich maximaal aan. Voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek. Zouden vrouwen schandalig gedrag vertonen in de ekklesia, dan zouden ze een struikelblok vormen in het winnen voor het Evangelie. Dat is de opstap naar 1Korinthe 11.

Paulus voert in 1Korinthe 11 geen nieuw gebruik in maar eerbiedigt een bestaand gebruik. De vrouwen moesten geen hoedje opdoen omdat ze ter kerke gingen, maar ze zouden hun sluier niet afdoen wanneer ze baden en/of profeteerden. Het gaat niet over vrouwen die stil in de kerkbank zaten maar juist over vrouwen die en public op de voorgrond traden (11;4,5).

Paulus schreef IKorinthe 11 tegen de achtergrond dat het een schande was als een vrouw ongesluierd bad of profeteerde. Ze stelde zich daarmee gelijk aan een kaalgeschoren of kaalgeknipte vrouw (11:5,6). Onteerd dus (vergl. Deut.21:12).

Paulus heeft het in deze passage niet over een hoed of pet maar over een ‘sluier’ of ‘kleed’ (Gr.periboleion). Het woord voor “gedekt hoofd” is letterlijk ‘neerwaarts van-hoofd’ (11:4). Het hangt vanaf het hoofd naar beneden. Een sluier dus. De betekenis van een sluier en van lang haar zijn voor Paulus identiek. Het lange haar is de vrouw in plaats van (Gr. anti) een sluier gegeven (11:15).

De sluier van een vrouw is een uitbeelding van de autoriteit (volmacht; 11:10) van de man, waar zij onder staat. Door ongesluierd dingen te doen die aan een man zijn voorbehouden, zoals (openbaar) bidden en profeteren, onttrok een vrouw zich aan het gezag van de man. Het zijn mannelijke activiteiten en in de regel niet voor een vrouw bestemd (1Kor.14:34; 1Tim.2:11). 1Korinthe 11 laat zien dat een vrouw die functies weliswaar kan uitoefenen, maar dan wel onder volmacht, d.w.z. geautoriseerd door de man.

De sluier fungeert als een volmacht op het hoofd vanwege de boodschappers (11:10) De weergave ‘engelen’ is hier suggestief. Het gaat niet om hemelwezens maar om mannelijke boodschappers (vergl. Luc.7:24; Jak.2:25). Het idee is: een vrouw die bidt of profeteert neemt de honeurs waar van de man.

Het is geen schande voor een man om lang haar te hebben, zoals veel vertalingen zeggen (11:14). Het woord in 11:14 (Gr. atima) is een heel ander woord dan in 11:5 (Gr. kataischuno). Lang haar is voor een man “zonder eer” (Gr. atima), d.w.z. niets bijzonders. Elders wordt dit woord vertaald met ‘alledaags’ (Rom.9:22, zie ook 2Tim.2:20). Voor de vrouw daarentegen geldt lang haar als een eer (11:15) omdat het uitdrukking geeft aan de heerlijkheid van de man ( en dus verwijst naar het beeld Gods; 11:7).

In het ‘moderne’ Westen spreekt men met dedain over werelddelen waar een vrouw onderdanig een hoofdtooi draagt. Deze minachting is misplaatst omdat het de eigen geestelijke armoede maskeert. Men is elementaire kennis kwijtgeraakt. Men weet niet meer dat het mannelijke een embleem is van God de Schepper uit wie (11:8) en om wie (11:9) alle dingen zijn. En dat het vrouwelijke staat voor de schepping (zie deze studie). Dat laatste is niet minderwaardig maar juist haar heerlijkheid! In het ‘moderne’ Westen kent men geen Schepper of schepping – alles is zinloos. Dat is pas ontluistering!

Als het gaat om uiterlijke gewoonten (zoals het al of niet gesluierd gaan) zegt Paulus: “oordeelt zelf” (11:13). Hij wilde daar niet over strijden (11:16). Het ging er hem om dat gelovigen zich betamelijk (voegzaam, behoorlijk; 11:13) zouden opstellen om geen struikelblok te vormen voor het Evangelie. Uiterlijke gebruiken verschillen van plaats tot plaats. Het gaat in 1Korinthe 11 niet om wetten maar om weten (“ik wil dat jullie dit weten“; 11:3).  Weten wie het hoofd is van wie en daarmee de Goddelijke rangorde kennen: God – Christus -man – vrouw.

Reageren op Facebook

Delen: