English blog

Gods water over Gods akker

15-03-2013 - Geplaatst door Andre Piet

images_12

In 1Korinthe 3 laat Paulus zien hoe ondergeschikt de dienaar is aan het Woord van God dat hij mag brengen. Paulus had door zijn prediking in Korinthe de ekklesia geplant. Na diens vertrek was de bekwame Apollos, “doorkneed in de Schriften” (Hand.18:24,25), in Korinthe gekomen (Hand.19:1) en had de jonge aanplant begoten (1Kor.3:6). Met hetzelfde Woord als waarmee de ekklesia ontstaan was, namelijk het Woord van God. Door wie dat wordt gebracht is volstrekt onbelangrijk. En dat geldt ook voor de performance. Paulus had de reputatie een spreker van niets te zijn (2Kor.10:10) terwijl Apollos juist “welsprekend” genoemd wordt (Hand.18:24; St.Vert.). Wat maakt het uit? Het gaat er niet om hoe welbespraakt iets gezegd wordt maar wat er gezegd wordt. De ekklesia wordt door niets anders opgebouwd dan door het rechtgesneden Woord van God. Paulus noemt dat “goud, zilver en kostbaar gesteente” (1Kor.3:12). Dat is materiaal dat kostbaar en vuurbestendig is. Hij stelt het tegenover houten balken en planken, d.w.z. menselijke constructies. En tegenover “hooi en stro” dat in de Bijbel vooral dient als ingrediënt van tichelstenen (Ex.5:7) en geassociëerd wordt met harde arbeid, slavernij en frustratie. Bakstenen die ooit uitgevonden werden in Babel (Gen.11:3). Kortom: menselijke werken die tot niets leiden.

Het is niet door menselijke uitvindingen, constructies en werken, dat de ekklesia gebouwd wordt en groeit. De ekklesia is geen instituut of een organisatie die middels managers of commisies wordt geleid. Nee, de ekklesia is “Góds akker en Góds bouwwerk” (1Kor.3:9). Met het Nederlandse spreekwoord “Gods water over Gods akker laten lopen” bedoelt men gewoonlijk: dingen op z’n beloop laten en niets doen. Ten onrechte. Het gaat om de juiste activiteit: Góds water over Gods akker laten lopen. Dat wil zeggen: Zijn Woord spreken. Niet over de Bijbel (>theologiseren) maar vanuit de Bijbel. Wat “staat er geschreven”? Dan worden we bepaald bij de onvergankelijke heerlijkheid van GOD – dat is goud. Bij de losprijs die voor allen werd betaald – dat is zilver. En bij “de veelkleurige wijsheid Gods” die wordt uitgebeeld op het hart van de hogepriester, in allerlei “kostbaar gesteente”. Dat alles maakt blij, geeft kracht en brengt tot wasdom en vrucht!

Reageer op Facebook

Delen: