English blog

glorificeren

20-06-2015 - Geplaatst door Andre Piet

images8

De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is te vergelijken met de heerlijkheid die zal komen. Toen ik de vorige week daarover sprak tijdens de begrafenis van Esther, kreeg ik naderhand de vraag wat het nut is van het lijden? Waarom niet meteen die heerlijkheid? En als straks de heerlijkheid aanvangt en het lijden vergeten zal zijn, wat is de functie van dat lijden dan geweest?

Laten we eerst vaststellen dat het een Bijbelse wetmatigheid is dat lijden voorafgaat aan heerlijkheid. Op de dag van zijn opstanding zei de Vreemdeling tegen de Emmaüsgangers: “moest de Christus dit niet lijden en alzo zijn heerlijkheid ingaan?” (Luc.24:26) Het moest, d.w.z. (letterlijk): het was bindend. Geen ontkomen aan. In Romeinen 8:17-22 zien we dat dit een universeel principe is. De hele schepping is aan het lijden en de ijdelheid onderworpen, niet vrijwillig maar om Hem (=GOD) die haar daaraan onderworpen heeft. Er bestaat geen heerlijkheid zonder voorafgaand lijden. Lijden vormt een onmisbaar bestanddeel van de toekomstige heerlijkheid. God transformeert het lijden naar heerlijkheid. Het wordt zoals Romeinen 8:17 zegt “verheerlijkt” of letterlijk vertaald geglorificeerd. 

Het mooiste voorbeeld van zulke glorificering zien we in Christus zelf. In zijn lichaam van heerlijkheid is het lijden uiteraard voorbij. Dat lichaam kent geen wonden meer maar nog wel uitdrukkelijk de tekenen die herinneren aan zijn kruisiging (Joh.20:27). Wanneer Johannes in het boek ‘de Openbaring’ het Lammetje beschrijft, dan ziet hij het “staande (dus opgestaan!) als geslacht”. De slachting is in Christus’ opstanding geglorificeerd. Het is zijn ultieme heerlijkheid geworden! In zijn overwinning krijgt de voorafgaande strijd betekenis.

Adam en Eva hadden in de hof van Eden geen kennis van goed. Ze hadden het weliswaar goed, maar ze kenden het niet. Pas d.m.v. het kwade zouden ze het leren kennen. Ze aten van de verboden vrucht waardoor ze niet langer toegang hadden tot het geboomte van leven en zij en hun nageslacht gedoemd waren dood te gaan. Maar juist in die weg leerden ze het goede kennen. Zonder deze misère had de mens nooit geweten wat ontferming en barmhartigheid is. Zonder zonde was er nooit iets te vergeven geweest en zou men ook dus nooit de diepte van (Gods) liefde hebben kunnen peilen. Alleen door ziekte zou men gezondheid naar waarde leren schatten. En juist door smart leren we vreugde te waarderen. Het universele principe is dat we het goede leren kennen door middel van contrast.

De toekomstige heerlijkheid zal geen restauratie zijn van hoe het ooit was. Het is geen terugkeer naar ‘af’. In dat geval zou het lijden voor niets geweest zijn. Dat is ondenkbaar voor een goede God. God die goed is, zou het kwaad geen plaats in zijn plan hebben gegeven als het niet noodzakelijk zou zijn geweest. Het lijden dient als decor voor de heerlijkheid zoals een juwelier een donkere achtergrond neemt om een diamant te laten schitteren.
GOD maakt geen fouten!

Reageer op Facebook

Delen: