English blog

geen pardon kennen

19-10-2011 - Geplaatst door Andre Piet

N.a.v. de diverse blogs die ik eerder deze maand wijdde aan bevrijding/vergeving, ontving ik een paar vragen over Matteus 18 :21-35. Daar wordt in een gelijkenis verteld over een koning die een slaaf een fabelachtig bedrag van tienduizend talenten kwijt scheldt. Wanneer de slaaf vervolgens een medeslaaf aantreft, die hem slechts honderd schellingen schuldig is, weigert hij hem dit te vergeven. Wanneer dit voorval de koning ter ore komt, wordt deze enorm boos en laat hij de slaaf alsnog vastzetten, totdat al het verschuldigde, betaald zou zijn.

Een paar vragen n.a.v. dit gedeelte:
1. is ‘aphiemi‘ hier correct weergegeven met vergeven?;
2. is vergeving voorwaardelijk?;
3. is de gelijkenis op vandaag van toepassing?

vergeven?
Het Griekse woord ‘aphiemi’ is afgeleid van het voorzetsel ‘vanaf’ en het werkwoord ‘laten’. Afhankelijk van de context wordt het in de NBG-vertaling weergegeven met o.a.: kwijt schelden, verlaten, met rust laten, prijsgeven, vrij worden,  achterlaten, nalaten, etc. In relatie tot schuld is de betekenis van het woord inderdaad: vergeven, kwijtschelden. Waarbij vergeven betekent: met rust laten en daarmee ook loslaten. Denk ook aan aan de associatie vergeven en overgeven.

de schuldenaar als type van Israël
De vergeving die de slaaf in Matteus 18 ontvangt, was in die zin onvoorwaardelijk, dat de koning geen eisen vooraf stelde. Wanneer echter de slaaf zelf vervolgens geen greintje vergevingsgezindheid aan de dag legt, komt de schuldenlast alsnog voor zijn rekening. In de schuldenaar van tienduizend talenten, herkennen we Israël in de dagen van het boek Handelingen. De natie had een gigantische schuld maar hen wordt vergeving en bevrijding gepredikt (Hand.2:38). Israël weigerde echter pertinent deze bevrijdende boodschap te delen met de natiën die, relatief gezien, nauwelijks schuld hadden (zie Hand.22:21). In 70AD  wordt de Joodse tempel verwoest en gaat Jeruzalem geheel in vlammen op.

en wij?
Toch leert Matteus 18 ook óns een les. Wanneer een gelovige vandaag, “de genade Gods in waarheid heeft leren kennen” maar niet in genade ten opzichte van anderen wandelt (Kol.3:13) heeft dit consequenties. Zo iemand zaait (in Paulus’ eigen woorden) “op de akker van zijn vlees” en zal verderf oogsten (Gal.6:8). Wie niet wandelt in genade, zal veel vreugde in dit leven ontberen en straks bij de ‘bema’ (= het erepodium) moeten vaststellen dat er nauwelijks van waarde in zijn leven is overgebleven. Alle eigen werk zal als hout, hooi en stro in vlammen opgaan (1Kor.3:15; vergl. ook Kol.3:25).
Slechts wat GODS genade in ons leven doet, “dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan”.

Delen: