English blog

gediskwalificeerd?

03-07-2013 - Geplaatst door Andre Piet

index_1

Vraag:

Wat betekenen Paulus’ woorden in 1Korinthe 9:26,27? Was Paulus bang gediskwalificeerd te worden?

Antwoord:

Paulus had in het voorgaande van 1Korinthe 9 betoogd dat hij omwille van het Evangelie alles bereid was te doen (:23). Voor de Joden werd hij een Jood, voor de Grieken een Griek en voor de zwakken werd hij zwak (:20-22). Hij wilde in geen geval dat zijn gedrag een struikelblok zou vormen voor het Goede Bericht. Paulus’ instelling was die van een topsporter. Wie in een renbaan loopt heeft maar één ding voor ogen: het behalen van de prijs (:24). Met dat verschil dat het bij een sporter slechts om een vergankelijke erekrans gaat terwijl Paulus ging voor een “onvergankelijke erekrans” (:25). En dan zegt hij:

26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde
en ik ben geen vuistvechter,
die zo maar in de lucht slaat.
27 Neen, ik tuchtig mijn lichaam
en breng het tot slavernij,
om niet, na anderen gepredikt te hebben,
wellicht zelf gediskwalificeerd te worden.

Voor het behalen van een prijs is de focus van de sporter alles bepalend. Zoals de renner gefocust is op de eindstreep en de bokser gefocust is op het uitdelen van rake klappen, zo is Paulus gefocust op het winnen van mensen voor het Evangelie. En evenals een sporter zijn lichaam totaal onderwerpt aan het doel dat hij zich stelt, zo deed Paulus dat ook. Om te winnen moet een sporter afzien van allerlei geneugten. Discipline. Met “gediskwalificeerd” (:27) doelt Paulus op de prijs die aan hem voorbij zou gaan wanneer hij niet alles zou doen voor het Evangelie (:23).

De prijzen die straks toegekend zullen worden komen overeen met de mate waarin het Goede Bericht ons leven heeft bepaald. Waarbij niet onze prestaties het criterium zullen zijn maar de focus op het Evangelie. Dat is wat telt.

Is het dan mogelijk dat de prijs of  erekrans aan ons voorbij gaat? Jazeker! Let op: niet ons toekomstig behoud staat ter discussie maar de vraag of we in dit leven winnaars of verliezers zijn. Daar spreekt de erekrans van. Dat is ook waar Paulus in het navolgende op doorgaat. Want in hoofdstuk 10 vervolgt hij met:

1 WANT ik stel er prijs op, broeders,
dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren,
allen door de zee heengingen,
2 allen in Mozes gedoopt werden in de wolk en in de zee,
3 allen hetzelfde geestelijke voedsel aten,
4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken,
want zij dronken uit een geestelijke rots,
welke met hen medeging, en die rots was de Christus.
5 En toch heeft God in het merendeel van hen
geen welgevallen gehad,
want zij werden neergeveld in de woestijn.

Wat Paulus hier zegt is dat je in Christus gedoopt kunt zijn en geestelijk voedsel kunt eten en drinken, enz. maar niettemin wat dit leven betreft verloren gaat (vergl. 1Kor.11:30-32). Sterker nog: Paulus suggereert bij de Korinthiërs zelfs dat het merendeel van hen een verloren leven leidt. Zoals de Israëlieten ooit in de woestijn omkwamen door afgoderij (10:7) en door hoererij (:10:8) en door mopperen (10:10), zo kunnen ook gelovigen door dezelfde dingen ten val komen (10:12). Nog steeds borduurt Paulus hier voort op het thema van winnen en verliezen. Zijn we winnaars die staan in het Evangelie (10:12!!) of zijn we losers die op heel andere dingen gericht zijn?

Paulus was niet bang om gediskwalificeerd te worden maar hij strekte zich uit naar de kwalificatie. Niet negatief maar positief. Hij hield zich niet bezig met afzien. Hij zag alleen op (de winst van) het Evangelie en juist daardóór zag hij af van al het andere. Dat is wat ons leven kwalificeert. Dat is gaan voor goud!

Reageer op Facebook

Delen: