English blog

dissonanten in Morgenrood-brochure (II)

14-07-2005 - Geplaatst door Andre Piet

de uitopstanding

In de eerder genoemde brochure van het Morgenrood wordt uiteengezet dat in het dodenrijk geen bewustzijn is en dat de doden slapen tot de opstanding. De eerste categorie mensen die zal worden levendgemaakt (ná Christus als Eersteling), zijn zij die van Christus zijn, in Zijn Parousia (=aanwezigheid). Van harte akkoord!

Maar nu de dissonant. Volgens de brochure is Paulus’ aanvankelijke toekomstverwachting na Handelingen 28 achterhaald. De eerst volgende opstanding zal namelijk niet zijn tijdens Christus’ parousia, maar vindt telkens plaats wanneer een gelovige sterft. Niet langer een opstanding bij de Parousia en een collectief “de Heer tegemoet gaan in de lucht” maar een opstanding, direct bij het sterven. En daar zit ‘m al direct de crux, want wat hier opstanding genoemd wordt, is geen opstanding. De gelovige sterft en tegelijkertijd leeft de gelovige voort in een nieuw lichaam bij de Heer, zo is het idee. Men ziet over het hoofd dat dit geen opstanding is maar een verhuizing. Terwijl de nabestaanden in rouw zijn en het oude lichaam van hun geliefde begraven, is de gelovige in werkelijkheid reeds enige dagen in een verheerlijkt lichaam boven. Wat begraven wordt is niet anders dan ‘stoffelijk overschot’. Het dient nergens meer toe en behoeft dus ook niet gezaaid te worden in de aarde. De begrafenis mist hier al haar Bijbelse symboliek. “De opstanding heeft reeds plaatsgehad”, zo is de gedachte en dat doet onwillekeurig denken aan waar Paulus voor waarschuwt in zijn laatste brief (2Tim.2:18)…

Het moet duidelijk zijn dat opstanding in de Schrift zonder uitzondering een opwekking is van het dode lichaam. Dat geldt uiteraard in de eerste plaats voor de opstanding van de Here Jezus Christus. Hij ontving maar niet een nieuw lichaam, nee Hij stond op! Het oude lichaam werd een nieuw lichaam. Hij liet het graf leeg achter! Zo zal het ook straks gaan. “Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan… ” (Johannes 5:28,29). Dát is wat opstanding is!

Wat zijn de argumenten die de brochure aanvoert voor dit idee over ‘opstanding’? Zegt Paulus ergens in zijn gevangenisbrieven dat de verwachting die Hij eerder van Godswege had verkondigd, was komen te vervallen? Nee, het moet worden afgeleid uit voornamelijk twee gegevens. (Waarschuwingslampjes gaan knipperen) De brochure concludeert het ‘direct-bij sterven-opstaan’-idee, uit de veronderstelling dat Paulus vóór Handelingen 28 opzag tegen het sterven (2Kor.5:4) maar later zijn sterven als winst beschouwde (Filp.1:21). We zullen dat nader bezien.

In 2Kor.5 schrijft Paulus dat hij verlangde ‘overkleed’ te worden, (= bij zijn leven de Parousia meemaken waarbij zijn vergankelijk lichaam overkleed zou worden door onvergankelijkheid; vergl. 1Kor.15:51,52). Dat had Paulus voorkeur boven eerst te sterven (‘ontkleed worden’). Er is bij hem totaal geen sprake van ‘opzien tegen’ maar slechts van een voorkeur van het één boven het ander. In Filp.1 schrijft Paulus dat hij zijn sterven als winst beschouwt. Hoezo? Omdat het eerstvolgende bewuste moment (heengaan = opstanding) hem bij Christus zou brengen. Vóór of ná Handelingen 28 heeft hier niets mee te maken.

Dat de verwachting na Handelingen 28 anders werd, wordt in de brochure verder gebaseerd op Filp.3:11, waar Paulus schrijft, zich uit te strekken naar (lett.) “de uit-opstanding uit de doden”. Omdat deze uitdrukking niet gebruikt wordt in de vroegere brieven, stelt de brochure dat hier sprake is van een nieuwe verwachting. Dat lijkt me een drogreden. In de eerste plaats is de conclusie buitenproportioneel voor slechts één voorkomen. In de tweede plaats verschilt de uitdrukking taalkundig niet van b.v. “uittocht uit Egypte” (Hebr.3:16). Het dubbele ‘uit’ benadrukt het voorzetsel, maar voegt geen betekenis toe. De uittocht uit Egypte is echt hetzelfde als de tocht uit Egypte.

Bovendien: de uit-opstanding uit de doden in Filp.3:11 vindt niet plaats bij het sterven, maar, zo staat het een paar verzen verderop (Filp.3:20,21), wanneer de Here Jezus Christus vanuit onze hemelse woonplaats, als Verlosser zal komen. Precies zoals Paulus dat ook al in de Thessalonika-brieven had geschreven. En wat gebeurt er bij die gelegenheid? Ons vernederd lichaam zal worden veranderd en gelijkvormig worden gemaakt aan Zijn verheerlijkt lichaam. Let op: Hij verandert (lett. transfigureert) ons vernederd lichaam (niet: Hij verhuist ons van een vernederd lichaam naar een verheerlijkt lichaam). Paulus’ onderwijs komt ook hier exact overeen met hetgeen hij eerder aan de Korinthiërs had geschreven.

Paulus had zijn evangelie door openbaring ontvangen. Niet pas na Handelingen 28 maar reeds bij het begin van zijn roeping (Gal.1:12-17). Daarom schrijft hij al over “de verborgenheid” in zijn vroege brieven (Rom.16:25; 2Kor.2:7; etc.). Ook de boodschap van het veranderd worden bij de parousia, was, naar Paulus’ eigen zeggen, zo’n verborgenheid (1Kor.15:51).

Over de hoop die is weggelegd in de hemelen, schrijft Paulus o.a. in Kolosse 1:5. Was dat een hoop, waar hij tevoren nooit over had gesproken? Nee…
“… Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, 6 het evangelie, dat tot u gekomen is…”
M.a.w. juist wanneer we de gevangenisbrieven begrijpen, houden we vast aan de verwachting die Paulus tevoren had gepredikt.

Delen: