GoedBericht.nl logo
English Blog

de wegrukking vóór de grote verdrukking

25-05-2021 - Geplaatst door Andre Piet

In 1Thessalonika 4:17 spreekt Paulus over een wegrukking:

… vervolgens zullen wij, de levenden, de overlevenden, tegelijkertijd samen met hen worden WEGGERUKT in wolken, tot ontmoeting van de Heer in de lucht. En zó zullen wij altijd samen zijn met de Heer.

Er is veel discussie over het tijdstip van deze gebeurtenis. Vooral over de vraag of dit vóór of ná Israëls grote verdrukking zal zijn. De grote verdrukking vangt aan bij het plaatsen van een afgodsbeeld op het tempelplein (“de gruwel der verwoesting”;Mat.24:15) en duurt voort tot aan de verschijning van de Messias op de Olijfberg. Dat is een periode van 1260 dagen, oftewel 42 maanden, dat is 3,5 jaar. Bij de terugkeer op de Olijfberg zal de Heer verschijnen samen met de heiligen (Zach.14:5; Kol.3:4). Maar om met de heiligen te kunnen verschijnen, zal Hij eerst die heiligen tot zich moeten nemen. De telkens weerkerende hamvraag is: wanneer? Vóór of ná de verdrukking? Of in jargon: pre-trib of post-trib?

Op deze site zijn tal van studies te vinden die gaan over bovengenoemde zaken en over de volgorde waarin één en ander zal plaatsvinden. In deze blog wil ik zeven Bijbelse redenen op een rijtje zetten waarom de wegrukking zal plaatsvinden vóór de grote verdrukking. Elk daarvan met een korte toelichting.

#1. De wegrukking is een in veiligheid brengen uit een gevaar.

Het woord ‘wegrukking’ (Gr. harpazo) duidt altijd op een daad die met haast plaatsvindt. Bijvoorbeeld iets uit het vuur rukken (Jud.23) of voor een acuut gevaar in veiligheid brengen (Openb.12:5). Vaak ook in de zin van roven of met geweld een prooi grijpen (Mat.12:29; Joh.10:12).

In 1Thes.1:10 lezen we dat de Thessalonikers Gods Zoon uit de hemel verwachtten, “die ons bergt (=uitredt) vanuit de komende toorn”. Dus als de toorn aanbreekt worden we (als op het nippertje) daaruit in veiligheid gebracht.

Van “de twee getuigen” weten we, dat deze zullen optreden tijdens de 1260 dagen (Openb.11:3), dat is dezelfde tijd als waarin de vrouw (> Israël) een onderkomen zal hebben in de woestijn (Openb.12:6). Het is in die periode dat de beide getuigen volmacht hebben om de hemel te sluiten zodat het niet regent, water in bloed te veranderen en om hun tegenstanders met vuur te elimineren (Openb.11:5,6). Dat zijn uitingen van toorn van Godswege. Maar het is ook de tijd van de toorn van de diabolos die op de aarde zal zijn geworpen en die weet dat hij slechts korte tijd heeft (Openb.12;12,17). Het is voor die periode dat de ekklesia zal worden uitgered.

#2. De wegrukking vindt plaats aan het einde van een periode van “vrede en zekerheid”.

In 1Thessalonika 5 beschrijft Paulus dat wanneer de mensen zullen roepen “vrede en zekerheid”, men plotseling overvallen zal worden door ondergang (:3). Als een dief in de nacht (:2). Voor gelovigen daarentegen zou de dag van de Heer (=zijn parousia) niet als een dief in de nacht zijn (:4). Wij leven immers in het licht en zouden wakker zijn en de tijd onderkennen. Dat betekent dat wanneer de wereld een valse rust van “vrede en zekerheid” doormaakt, het aftellen voor gelovigen is begonnen.

#3. De wegrukking is de verwijdering van de ekklesia, zodat de mens der wetteloosheid zich kan openbaren.

De mens der wetteloosheid die zich zal manifesteren in de tempel in Jeruzalem (2Thes.2:4; Mat.24:15; Openb.13:14), wordt volgens Paulus vastgehouden (of tegengehouden). Zijn manifestatie wacht op het moment dat de vasthouder uit het midden zal verdwijnen (2Thes.2:6,7), zodat direct daarop de wetteloze onthuld kan worden. Deze vasthouder kan niet anders dan de ekklesia zijn. Zolang de ekklesia hier nog is, kan de wetteloze zich niet onthullen.

#4. De wegrukking komt overeen met de apostasia (=afstandneming) vóór het aanbreken van de dag van de Heer.

Als de dag van de Heer voor ons aanbreekt, zou eerst de apostasia (lett. afstandneming) komen (2Thes.2:3). Meestal wordt dit opgevat als ‘de afval’, waarbij men denkt aan de grote godsdienstige afstandneming (vergl. Hand.21:21) die de mens der wetteloosheid zal initiëren. Die betekenis past op zichzelf goed in de context van 2Thes.2.

Maar…  apostasia wordt als werkwoord meestal gebruikt in de zin van fysiek ‘verlaten’ (Hand.12:10), ‘weggaan’ of ‘vertrekken’ (Luc.13:27). En past die betekenis juist niet perfect bij hetgeen plaatsvindt bij de wegrukking? Dus niet een ideologische of godsdienstige apostasia maar een concreet-letterlijke: het vertrek van de ekklesia!

#5. De wegrukking markeert het begin van het optreden van de aartsengel Michaël.

De Schrift kent één aartsengel: Michaël (Judas:9) en deze zal volgens Daniël 12:1 in actie komen wanneer de tijd van Israëls grote benauwdheid aanvangt. Ook Openbaring 12:7 koppelt het optreden van Michaël aan het begin van de grote verdrukking. Geheel in lijn hiermee, valt de wegrukking in 1Thes.4:16 samen met een signaal dat de aartsengel zal afgeven. Het sein dat de aartsengel zal geven, is een hint naar het begin van de grote verdrukking.

#6. De wegrukking in 1Thes.4:17 komt overeen met de wegrukking van de mannelijke zoon in Openb.12:5.

In Openbaring 12 symboliseert de vrouw het gelovige volk Israël (> zon, maan, twaalf sterren). Ze brengt een mannelijke zoon voort, dat onmiskenbaar verwijst naar de Christus. Zodra deze mannelijke zoon geboren is, wordt deze “weggerukt tot God en zijn troon” waarna de vrouw vervolgens naar de woestijn vlucht, alwaar ze gedurende 1260 dagen een veilig onderduikadres zal hebben (Openb.12;5,6). De wegrukking van de mannelijke zoon kan niet verwijzen naar Jezus Christus’ hemelvaart in het verleden. Want dat was geen wegrukking, daar was ook geen gevaar en daarop volgde ook geen verdrukking van drie en half jaar.

“De mannelijke zoon” in Openb.12 representeert evenals “de vrouw” een volk. Welnu, er is maar één volk dat in aanmerking komt om geïdentificeerd te worden als de Christus en ook één lichaam met hem is: de ekklesia. Het tijdstip dat de mannelijke zoon wordt weggerukt in Openbaring 12:5 (‘harpazo’, hetzelfde woord als in 1Thes.4:17!) sluit perfect aan bij het onderwijs van de apostel Paulus over de wegrukking van de ekklesia: vóórdat de toorn komt (1Thes.5:9).

#7. De wegrukking markeert de troonsbestijging in de hemel.

Met de wegrukking krijgt de ekklesia fysiek deel aan de heerlijkheid van Christus Jezus (2Thes.2:14). Het komt overeen met “de mannelijke zoon” die wordt “weggerukt tot God en zijn troon” (Openb.12:5). Vanaf dat moment gaat de hemel gereinigd worden (o.l.v. Michaël; zie #5) en satan en zijn engelen worden op aarde geworpen. Satan zal vervolgens in grote toorn (maar zonder succes) de vrouw vervolgen die in de woestijn gevlucht is (Openb.12:13).

De wegrukking van de ekklesia betekent niet minder dan de evacuatie van (het lichaam van) de Koning. Vóór alles wordt de troonpretendent (“de mannelijke zoon”) in veiligheid gebracht. Op het hoogste niveau. Om vanaf de troon zijn heerschappij te vestigen. Eerst in de hemel en vervolgens ook op aarde.

Delen: