English blog

de Beelden van Openbaring (recensie)

29-06-2020 - Geplaatst door Andre Piet

Peter Scheele kende ik als TV-presentator van de EO. In de jaren tachtig evangeliseerde hij op ludieke wijze op straat. Later trok hij mijn aandacht met zijn boek Degeneratie, waarin hij het opnam tegen de evolutie-theorie. Enkele weken geleden kwam op Facebook een video van hem voorbij waarin hij Openbaring 11 uitlegde, het hoofdstuk over de twee getuigen te Jeruzalem. Het triggerde mij meteen, al was het maar omdat ikzelf momenteel intensief bezig ben met de bestudering van ‘de Openbaring’. In de video legt hij zijn centrale stelling neer van het lijvige boek dat hij onlangs publiceerde: ‘de beelden van Openbaring’. Toen ik later ook via Zoom met Peter in gesprek raakte en reageerde op zijn video, werd mij te verstaan gegeven dat ik eerst maar eens het boek moest lezen. Niet geheel terecht want ik reageerde op de argumenten in de video, maar oké. Ik heb beloofd het boek te zullen aanschaffen en tevens dat ik t.z.t. een recensie op de GoedBericht-site zou plaatsen. Met deze blog los ik die belofte in.

van simpel naar complex

Waar ik al bang voor was toen ik Peters video bekeek, werd me nog veel duidelijker toen ik zijn boek las. In het dikke boek dat hij heeft geschreven, geeft hij antwoorden op vragen die ik niet heb. Peter probeert duidelijk te maken hoelang “de twaalfhonderdzestig dagen” en “de tweeënveertig maanden” duren, namelijk geen twaalfhonderdzestig dagen en geen tweeënveertig maanden. Idem dito met “de duizend jaren” in Openbaring 20, die naar zijn inzicht evenmin duizend jaren duren. De twee getuigen (Openb.11) waarvan de lijken drie en halve dag op het plein in Jeruzalem zullen liggen, verwijzen niet naar twee mannen die drie en halve dag dood op het plein in Jeruzalem liggen. Enzovoort. Al deze (voor mij) volstrekt heldere gegevens, meent Scheele van een verklaring te moeten voorzien. Zodat we in dit boek kennismaken met een verklaring die ingewikkelder is dan de tekst van Openbaring zelf!

de tijd van de Openbaring

Maar hoe kan een uitlegger in hemelsnaam in zo’n valkuil terechtkomen? Hoe kan een intelligente man als Scheele nu kiezen voor een uitleg die simpele dingen complex maakt? Het antwoord op deze vraag is niet alleen van toepassing op Peter Scheele; hij staat in een lange traditie van kerkelijke uitleg van het laatste bijbelboek. Hij ontkomt niet aan een geforceerde uitleg van ‘de Openbaring’ omdat hij de vervulling van dit boek zoekt in de tijd van de kerkgeschiedenis. Daarmee is hij als iemand die Napoleon beslist in de twintigste eeuw wil vinden: zo iemand kan niet anders dan de verkeerde persoon aanwijzen. De aanname deugt namelijk niet.

Zo is het met het boek ‘de Openbaring’: de vervulling daarvan ligt in de tijd dat Jezus Christus geopenbaard zal worden. De sleutel hangt bij de deur! Het is de aanhef en titel van ‘de Openbaring’ die ons toegang tot het boek verschaft. Gedurende twintig eeuwen is Christus verborgen en daarna zal hij onthuld (>apocalyps) worden. Dat is de tijd die het boek ‘de Openbaring’ beschrijft. Johannes wordt vervoerd naar die dag (1:10). Dan is er ook geen ‘kerk’ meer op aarde, alles draait om Jeruzalem en Israël. En dat niet met een boodschap van genade en lankmoedigheid maar van vlammend gericht en geduld dat ten einde is. Het is in die tijd dat de 1260 dagen (of 42 maanden of “tijd, tijden en een halve tijd”) hun beslag zullen krijgen en waarin de twee getuigen in Jeruzalem maar ook “het Beest” zullen optreden. Scheele zoekt de vervulling hiervan in het verleden en de tegenwoordige tijd en komt zodoende noodzakelijk tot gewrongen verklaringen.

dubbel

Het boek verwijst ter verklaring van de 1260 dagen een enkele keer naar de drie en half jaar van Jezus’ optreden in het verleden. Die verklaring past inderdaad waar het de lengte van de termijn betreft, maar dan houdt het ook op. Dat voelt de schrijver ook aan en zoekt vervolgens zijn toevlucht tot een andere, ‘geestelijke’ vervulling. Die benadering is typerend voor de aanpak in het hele boek. Met excuus voor de flauwe woordgrap: Scheele ziet heel veel dubbel. “Het Beest” in hoofdstuk 13 spreekt van het Romeinse rijk maar elders weer van ‘het derde rijk’ van Hitler. De val van Babylon zou slaan op de brand van Rome in 64 AD maar omdat Rome toen niet verdween slaat de val van Babylon verder op de ondergang van het kwaad. Telkens als Scheele in de ene verklaring doodloopt, springt hij over op een andere verklaring die evenmin helemaal opgaat. Maar dat is niet staan op twee benen, het is eerder hinken op twee gedachten.

niet chronologisch?

Scheele betoogt dat het boek ‘de Openbaring’ niet chronologisch van opzet zou zijn. Die benadering heeft hij ook nodig om zijn zijn kriskras toepassingen in de afgelopen tweeduizend jaar te rechtvaardigen. Ik stel daartegenover dat de opzet van ‘de Openbaring’ zeer chronologisch van opzet is (zie afbeelding). Twee verhaallijnen lopen volstrekt parallel: enerzijds hoofdstuk 6 t/m 11 en anderzijds hoofdstuk 11 t/m 20. Eerst de opening van de zes zegels (6) vervolgens het herstel van Israël (7) en daarna zes bazuinen van oordeel die worden geblazen (8 en 9) waarna bij de zevende bazuin heel de wereld is onderworpen (11). Evenwijdig daaraan begint de tweede lijn met de drie en half jaar (11, 12 en 13), daarna Israëls herstel (14,15) en vervolgens de zeven schalen van oordeel over de volkeren (16,17 en 18). De drie en half jaar lopen parallel met de eerste zes zegels en de zeven schalen lopen parallel met de zeven bazuinen. Eerst de vrijkoping van Israël en daarna de onderwerping van alle volken. Maar wie niet inziet dat ‘de Openbaring’ verband houdt met de toekomst van Israël zal onmogelijk oog kunnen hebben voor deze chronologische opbouw.

andere misvattingen

Het voorgaande maakt wel duidelijk dat de benadering van ‘de Openbaring’ op de GB-site een totaal andere is dan die van Peter Scheele. Het heeft daarom m.i. ook niet zoveel zin om op allerlei detail-verklaringen in te gaan. Want door de bril die Peter op heeft, ziet hij alles anders. Ik doe zomaar een greep, zonder verder commentaar.

  • de 144.000 komen wel letterlijk uit Israël maar het getal is niet letterlijk;
  • de grote schare uit alle natiën, verwijst niet naar Israël maar naar de kerk uit de natiën;
  • het einde van de 1260 dagen (die geen 1260 dagen duren) komt overeen met het einde van de tweede wereldoorlog;
  • de pijniging van vijf maanden bij de vijfde bazuin, slaat op de belegering van Jeruzalem door de Romeinse veldheer Titus;
  • het vuur van de bazuinen verwijst naar de diverse vulkaanuitbarstingen van de Vesuvius in de eerste eeuw;
  • het aantal van 200 miljoen in Openb.9 slaat op het mogelijk aantal soldaten in de tweede wereldoorlog;
  • de stad Babylon verwijst naar de stad Rome;
  • de grote aardbeving in Openb.16 is geen aardbeving;
  • nergens in ‘de Openbaring’  (ondanks 12:5) is sprake van de opname (>352);
  • de duizend jaren in Openbaring 20 (die geen duizend jaar duren) eindigde in de tijd van ‘de Verlichting’ waarin de evolutie-theorie opkwam;
  • de eerste opstanding (Openb.20) slaat op het voortleven van christenen na hun overlijden;
  • er wordt geen Evangelie meer verkondigd wanneer Jezus al teruggekeerd is;
  • het splijten van de Olijfberg in Zach.14 vond plaats in het verleden en duidt op het uiteengaan van Jodendom en Christendom;
  • de tweede dood is definitief;
  • enzovoort.

niets positief?

Valt er dan verder niets positiefs te zeggen over het boek? Jawel. Peter heeft in mijn beleving een prettige schrijfstijl. Hij neemt je mee in zijn gedachtegang en overwegingen en schrijft in heldere bewoordingen. In de inleiding vertelt Peter heel ontwapenend zijn levensverhaal en de toedracht tot het schrijven het boek. En verder heeft hij ook duidelijk oog voor het apocalyptische karakter van de tijd waarin we leven; hij geeft de wereld in z’n huidig beloop nog hooguit veertig jaar (275).

‘de Openbaring’ makkelijk?

Maar op het geheel van deze recensie past het motto van de Nederlandse Belastingdienst: ‘leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’. Waarom “wel makkelijker” maakte ik hierboven al duidelijk, al beweer ik zeker niet dat ‘de Openbaring’ een makkelijk boek zou zijn. Het boek bevat onmiskenbaar veel symboliek dat vraagt om aandachtige lezing, ook al verklaart ‘de Openbaring’ dikwijls zelf de beelden. En verder veronderstelt ‘de Openbaring’ sowieso gedegen kennis van de Hebreeuwse profeten: het wemelt van aanhalingen en referenties aan de profetieën van ‘het Oude Testament’. Die voorkennis veronderstelt ‘de Openbaring’, ze vormt het sluitstuk van de Bijbelse profetie.

samenvattend

De m.i. grote misvatting in ‘de beelden van Openbaring’ is dat het de waarheid van de huidige tussentijd van de Verborgenheid mixt met de toekomende tijd van de Openbaring. Oftewel: het maakt geen onderscheid tussen “het Evangelie van de voorhuid” en het Evangelie van de besnijdenis”. Nog anders gezegd: Scheele onderkent niet het verschil tussen Paulus enerzijds en (Jakobus, Petrus en) Johannes anderzijds (Gal.2:7-9).

N.a.v.
de Beelden van Openbaring
517 blz., € 19,95
schrijver: Peter Scheele

Delen: