GoedBericht.nl logo

David mesjogge?

13-04-2013 - Geplaatst door Andre Piet

aankondiging_rotterdam_2

losse aantekeningen bij de studie ‘is David gek geworden?‘ (1Samuël 21:10-15)

één doorlopende geschiedenis
De geschiedenis van David die het heiligdom inging (Mat.12:4) en zijn manschappen voorzag van het heilige brood wordt gekoppeld aan zijn verblijf in het Filijnse Gat, door de vermelding dat hij juist “die dag” daar naar toe vluchtte (21:10).

Gat
Gat was één van de vijf Filistijnse steden (6:17) in de omgeving van wat tegenwoordig de Gazastrook wordt genoemd. Toen was het het gebied van de Filistijnen, nu van de Palestijnen, maar beide termen zijn oorspronkelijk volstrekt identiek.

Achis of Abimelech?
In 1Samuël 21 heet de koning van Gat Achis, terwijl hij elders Abimelech wordt genoemd (Ps.34:1). Abimelech betekent: mijn vader is koning. Vermoedelijk is het een algemene naam van koningen uit de Filistijnse dynastieën (Gen.20:2).

trofee
Nadat David het zwaard van Goliath als trofee van de hogepriester had ontvangen, arriveert hij uitgerekend in Gat, de plaats waar Goliath vandaan kwam (17:4).

zeer bevreesd
In Gat wordt David “de koning van Israël” genoemd en men meent hem te herinneren als overwinnaar van Goliat. Wanneer David de dienaren van de koning zo hoort spreken, realiseert hij zich dat hij wordt herkend. Hij is in het hol van de leeuw gekomen en hij wordt “zeer bevreesd” (21:12). Menselijkerwijs gesproken waren zijn laatste uren aangebroken.

een waanzinnige?
De NBG51-vertaling leest in 21:13: “Daarom stelde hij zich in hun tegenwoordigheid aan als een waanzinnige…”. Dit is geen vertaling maar een interpretatie. De Staten Vertaling is hier veel letterlijker en geeft weer: “Daarom veranderde hij zijn gelaat voor hun ogen…”. Waarbij in de Kantttekeningen wordt vermeld dat het woord “gelaat” letterlijk “smaak” is. Geven we het zo letterlijk mogelijk weer dan lezen we: “En hij veranderde zijn smaak in hun ogen…”. Wat gebeurde hier? De tekst in 1Samuël 21 is nogal cryptisch maar er zijn maar liefst twee bijbelhoofdstukken die antwoord geven op deze vraag. David heeft namelijk uitgerekend bij deze gelegenheid twee psalmen gezongen: Psalm 34 en 56. David was zeer bevreesd, en proefde (smaakte) de enorme dreiging. En wat deed hij? Hij veranderde zijn smaak en nam Gods lof in de mond (Ps.34:2) onder het motto “SMAAKT en ziet, dat de HERE goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt” (Ps.34:9). Het woord “smaakt” in Psalm 34:9 is hetzelfde woord als in 1Sam.21:13. De vertalers hebben van David volkomen ten onrechte een waanzinnige gemaakt. David veranderde zijn smaak: hij smaakte aanvankelijk de dreiging maar door God te loven, ging hij smaken dat de HERE goed is! Terwijl David “zeer bevreesd” was herinnerde hij zich Gods beloften over hem (Ps.56:13). Dat veranderde alles voor David.

een razende?
Het tweede zinsdeel waarop gebaseerd wordt dat David waanzinnig werd, is: “en gedroeg zich bij hen als een razende” (NBG-51). Het woord ‘razende’ is de weergave van het Hebreeuwse ‘halal’ dat 165 keer voorkomt in de Tenach. Vrijwel altijd vertaald met prijzen en loven. Het Hebreeuwse woord is internationaal bekend van ‘halleluja’ dat ‘prijs JAHWEH’ betekent. Letterlijk weergegeven staat er in 1Samuël 21:13: “en maakte zich een prijzer in hun handen…”. David werd geen razende maar een prijzer! Precies zoals we ook weten vanuit Psalm 34 en 56.

krabbelde?
Ook in het derde zinsdeel hebben de vertalers David ten onrechte als een waanzinnig razende neergezet: hij bekrabbelde de deurvleugels van de poort. De weergave ‘bekrabbelen’ is wederom zeer gekleurd vanuit het vooropgezette idee dat David zich krankzinnig gedroeg. In het Hebreeuws staat er een woord dat ’tekenen’ (markeren of kerven) betekent.  David bekrabbelde niet de poort maar tekende of kerfde erin. Wat anders dan de psalmwoorden die hij zong?

David trommelde…
De Septuagint (LXX; een vertaling die teruggaat op een oudere Hebreeuwse tekst) leest het trouwens nog anders: David trommelde op de deuren van de poort. Dat is ook interessant: David zong psalmen en begeleide zichzelf door te trommelen op de poortdeuren.

speeksel of snot?
Het vierde en laatste zinsdeel waarin de vertalers David als een gek neerzetten, luidt: “en liet het speeksel in zijn baard lopen”. Wat volgens de vertalers hier ‘speeksel’ is wordt in Lev.15:3 weergegeven met ‘vloeiing laten lopen’. In de context van Lev.15:3 betreft het in elk geval geen speeksel. Het gaat om iets vloeibaars of vocht uit het lichaam. In het modern Hebreeuws betekent het woord ‘slijm’. Waar hebben we in de context van in 1Samuël 21:13 aan te denken? Ook hier helpt Psalm 56 ons dat David bij deze gelegenheid zong. In Psalm 56:10,11: “Mijn omzwerving hebt Gij te boek gesteld, doe mijn tranen in uw kruik…“. David heeft in alle emoties zijn tranen de vrije loop gelaten zodat het snot in zijn baard liep.

vertaling 1Samuël 21:13
Samengevat luidt een veel letterlijker vertaling van 1Samuël 21:13:

En hij veranderde zijn smaak in hun ogen en maakte zich een prijzer in hun handen en tekende (LXX: trommelde) op de deuren van de poort en liet het snot in zijn baard lopen.

volgens de Filistijnen mesjogge
Als koning Achis David ziet en hoort dan concludeert hij met een gek te maken te hebben en laat hem afvoeren (21:14,15). Het Hebreeuwse woord voor ‘gek’ dat hier gebruikt wordt is in het Nederlands bekend als: mesjogge. Let wel: Achis concludeert met iemand van doen te hebben die mesjogge is. Geen punt, David wist wel beter en dit oordeel betekende bovendien dat hij vrijgelaten werd. Maar is het niet treurig dat de vertalers dit oordeel van de Filistijnen hebben overgenomen en David hebben neergezet als een waanzinnige, een razende die op de deuren krabbelde en kwijlde in z’n baard? Ze hebben daarmee niet alleen de vertaling geweld aangedaan maar zijn daarbij ook geheel voorbij gegaan aan het Goddelijk commentaar op deze gebeurtenis in nota bene twee psalmen.

David als type van…
In Samuël 21 is David een schitterend type van de Zoon van David. De verworpen koning van Israël die in het heiligdom ingaat en zijn mannen voorziet van heilig brood. Een koning die tijdens zijn verwerping een priesterlijke functie vervult. Die de strijd voert met het trofee uit het heiligdom van zijn overwinning op de grote vijand. Een verworpen koning die onder de natien psalmen zingt en daardoor voor een gek versleten wordt. Het spreekt van het de gekruisigde Christus die enerzijds voor de Joden een aanstoot (=struikelblok) is en anderzijds voor de heidenen een dwaasheid (1Kor.1:23). Volstrekt stupide. Maar voor degenen die geroepen zijn (1Kor.2:24) is Hij de kracht Gods (> gekruisigd in zwakheid maar opgewekt in de kracht Gods (2Kor.13:4) en bovendien de wijsheid Gods. Niet gek maar Goddelijk geniaal!

Reageer op Facebook

Delen: