English blog

chronologie (9): de start van 70 jaarweken

15-12-2015 - Geplaatst door Andre Piet

images9

In de vorige blog van deze serie waren we uitgekomen bij Daniëls gebed aan het einde van de zeventig jaar van Jeruzalems puinhopen (Dan.9:2). Daniël merkt op dat de voorzegde termijn verstreken is en gaat daarom op de knieën voor zijn God. Hij doet boete namens zijn volk en pleit daarbij op Gods belofte om niet langer te wachten Jeruzalem en de tempel te herstellen (9:19).  Terwijl Daniël nog bidt komt de engel Gabriël naar hem toe om hem te melden dat aan het begin van zijn smeking “het woord is uitgegaan” (:23), nl. om Jeruzalem te herstellen (zie onder).

Tegelijk met deze heugelijke tijding heeft Gabriël nóg iets zeer bijzonders te melden en wel een profetie over de komende “zeventig weken”. Weken (lett. zevens) die zouden eindigen bij de Messias. Bij weken hebben we blijkens de context niet te denken aan “weken van dagen” (Dan.10:2) maar aan weken van jaren. Een verschijnsel dat aan een wetsgetrouw Jood niet behoeft te worden uitgelegd omdat de term direct herinnert aan de instelling van de sabbatsjaren (Lev.25). Dat zijn cycli van zeven jaren, waarin elk zevende jaar het land braak zou liggen. En na elke zevende cyclus (dus na het 49-ste jaar) volgde dan een extra 50-ste jaar als jubeljaar (Lev.25:8-10). Waarna weer een nieuwe cycli van zeven jaarweken volgde.

Het kan dus niet missen dat we de jaarweken hebben te rekenen als cycli van sabbatsjaren. Waar nog bijkomt dat de zeventig jaren die zojuist beëindigd waren, uitdrukkelijk een vergoeding vormden van sabbatsjaren die men niet had gehouden (2Kron.36:21). Welnu, als iedere vijftig jaar (inclusief een jubeljaar) zeven jaarweken telt, dan staan zeventig jaarweken (10 x 7) voor een periode van vijfhonderd jaar (inclusief tien jubeljaren). Een bekende termijn inmiddels want vanaf de geboorte van Abram (in 2000 AH) hebben we consequent tijdblokken van vijfhonderd jaar elkaar zien opvolgen.

1_blog_13

De zeventig jaarweken gaan volgens Daniël 9:25 van start “vanaf de uitgang van het woord om te doen terugkeren en Jeruzalem te bouwen”. De uitdrukking “de uitgang van het woord” kwamen we eerder tegen in 9:23 en doelde daarbij op Kores’ decreet dat hij had uitgevaardigd om Jeruzalem en haar tempel te herstellen. Geheel in overeenstemming met wat de profeet Jesaja honderdveertig jaar eerder had voorzegd:

28 die tot Kores zeg: Mijn herder,
hij zal al mijn welbehagen volvoeren
door tot Jeruzalem te zeggen:
Het worde herbouwd
en de tempel worde gegrondvest.
-Jesaja 44-

M.a.w. het einde van de zeventig jaren van Jeruzalems puinhopen is tevens het begin van de zeventig jaarweken. Beide termijnen zijn direct aan elkaar gekoppeld, zonder dat we daarvoor steunpunten moeten zoeken in onzekere buiten-bijbelse gegevens.

Reageer op Facebook

Delen: