English blog

chronologie (2): van Abram tot Mozes

25-09-2015 - Geplaatst door Andre Piet

images_18

Van Abram zagen we in deel 1 dat hij werd geboren in het jaar 2000 AH (Anno Hominis = gerekend vanaf Adam). Het was tevens het jaar waarin Noach overleed. Abraham was 100 jaar oud toen zijn zoon Izaak geboren werd (Genesis 21:5). Dat was dus in het jaar 2100 AH. Eerder had God aan Abram het volgende beloofd (Genesis 15):

13 … Weet voorzeker, dat uw zaad vreemdelingen zullen zijn
in een land, dat het hunne niet is,
(en dat zij hen dienen zullen en dat die hen zullen verdrukken),
VIERHONDERD JAAR.
14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten,
en DAARNA zullen zij met grote have UITTREKKEN.
15 Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan;
gij zult in hoge ouderdom begraven worden.
16 Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren,
want eerder is de maat
van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.

vierhonderd jaar vreemdelingschap

Twee onderscheiden zaken worden in de bovenstaande passage voorzegd. In vers 13 gaat het over het totaal aantal jaren van vreemdelingschap en verdrukking van Abrams zaad. Vierhonderd jaar zou dat zijn. Dat ving aan bij de geboorte van Izaak (2100 AH) en duurde voort tot aan de uittocht uit Egypte (2500 AH). Toen Izaak 60 jaar oud was, werd Jakob geboren (dus in 2160 AH; Gen.25:26). En op 130 jarige leeftijd arriveerde Jakob met zijn familie in Egypte (Gen.47:9) en dat was dus in het jaar 2290 AH.

Ook voordat Jakobs familie in Egypte arriveerde, ondergingen ze reeds als vreemdelingen “in een land dat het hunne niet was”, verdrukking. Dat begon al bij Izaaks geboorte (Gen.21:9; Gal.4:29) en het zette zich voort in het Filistijnse land (Gen.26:12-26). En later moest ook Jakob vluchten voor Ezau om daarna bij zijn schoonvader Laban twintig jaar lang onrecht te ondergaan (Gen.28-31).

1_blog_6

vier geslachten in Egypte

Het tweede waar de voorzegging in Genesis 15:14-16 aan refereert is Israëls verblijf in Egypte (2290-2500 AH; 210 jaar). Bij de uittocht zou het volk dat hen verdrukte geoordeeld worden. We weten dat dit vervuld werd in de beroemde tien plagen die het volk van Egypte troffen. Het vierde geslacht d.w.z. gerekend vanaf hun aankomst in Egypte, zou terugkeren naar het land. Volgen we de geslachtslijn van Mozes, dan was Levi’s zoon Kehat (vermoedelijk) de eerste generatie die geboren werd in Egypte, de tweede generatie was Amram, de derde generatie Mozes en Mozes’ kinderen (Gersom en Eliëzer) dus de vierde en tevens laatste generatie in Egypte (zie voor deze generaties Ex.6:16-18).

vierhonderd dertig jaar vanaf Abram tot Sinaï

In Galaten 3:16-18 schrijft Paulus over de periode vanaf de belofte aan Abram tot aan de wetgeving op Sinaï.

16 Nu werden aan Abraham
de beloften gedaan en aan zijn zaad (…)
17 Ik bedoel dit: de wet,
die VIERHONDERD DERTIG JAAR LATER is gekomen,
maakt het verbond,
waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was,
niet ongeldig, zodat zij de belofte
haar kracht zou doen verliezen.

In deze passage rekent Paulus niet de tijd (zoals in Genesis 15:13) van Abrams zaad tot aan de uittocht. Nee, in Galaten 3 begint de telling al dertig jaar eerder, namelijk vanaf het moment dat aan Abram de beloften werden gegeven. Dertig jaar voor de geboorte van Izaak en dus in (2100 – 30=) 2070 AH. Toen was Abram dus 70 jaar oud. We weten ook dat toen hij 75 jaar oud was, Haran verliet (Gen.12:4). Dat was dus vijf jaar na zijn roeping in Ur  (Hand.7:2,3).

dertig jaren en vierhonderd jaren

Deze verdeling van dertig jaren en vierhonderd jaren zien we ook weer terug in het boek Exodus. In Exodus 12 lezen we (letterlijk vertaald):

40  De woning van de zonen van Israël
welke wonen in Egypte,
was DERTIG EN VIERHONDERD JAAR.
41  En aan het einde van
DERTIG EN VIERHONDERD JAAR
juist op de dag af,
gingen al de legerscharen van JAHWEH
uit het land Egypte.

De meeste vertalingen geven Ex.12:40 weer alsof de tijd van Israëls verblijf in Egypte dertig en vierhonderd jaar geduurd zou hebben. Maar zo staat het er niet. De frase “welke wonen in Egypte” bakent niet de tijdsperiode af maar het specificeert de groep waarover het gaat (nl. de zonen van Israël). Bij de uittocht uit Egypte werd een periode afgesloten van dertig en vierhonderd jaar. “Dertig jaar” verwijst naar de tijd vanaf de belofte aan Abram tot aan de geboorte van Izaak (2070-2100 AH) en “vierhonderd jaar” duidt op de tijd daarna tot aan de uittocht (2100-2500 AH). Deze telling is volgens de schrijver van Exodus niet alleen op het jaar maar zelfs op de dag nauwkeurig! Zodat daarmee is vastgesteld dat Abram (vierhonderd dertig jaar eerder) de belofte kreeg op de datum van het Pascha, 14 Nisan. M.a.w. Israël vierde haar uittocht op de verjaardag van de belofte! Dezelfde datum trouwens, waarop later het ware Pascha zou worden geslacht…

1_blog_8

het jaar 2500: het 50e jubeljaar

De uittocht uit Egypte vond dus plaats in het jaar 2500 AH. Dat is 50 x 50 jaren na de schepping van Adam. Het was tevens het jaar dat God aan Israël de inzetting gaf van het jubeljaar (Lev.25), d.w.z. het 50e jaar waarin elke schuld zou worden kwijtgescholden en ook alle slaven zouden vrijkomen. Wat een planning en chronologisch design van God om zijn volk uit het slavenhuis van Egypte te bevrijden, uitgerekend in het 50 x 50e jaar, het jubeljaar in kwadraat!

Zie ook dit artikel: 430 jaar in Egypte?

Delen: