English blog

al de apostelen

05-01-2013 - Geplaatst door Andre Piet

images19

Wanneer we hebben vastgesteld dat apostelen afgevaardigden zijn, en dit begrip op veel meer personen in het NT van toepassing is dan alleen “de twaalf” en Paulus, dan dringt de vraag zich op: wat is dan het bijzondere van “de apostelen”? Het antwoord is: zij zijn “apostelen van Christus” (2Kor.11:13; 1Thes.2:6; zie ook 1Petr.3:2; Jud.1:17), d.w.z. hoogstpersoonlijk afgevaardigd door Hem die op grond van zijn opstanding de Christus is (Hand.2:36).

In de Korinthe-brief verhaalt Paulus van de vele verschijningen van Christus vanaf zijn opstanding en schrijft dan:

5 en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalf.
6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.
7 Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen
-1Kor.15:6-7- 

Het onderscheid dat hier gemaakt wordt tussen “de twaalf” en “al de apostelen” is een aanwijzing dat de kring van apostelen wijder is dan “de twaalf”. Dat klopt, want in Lucas 10:1 wordt gesproken van nog tweeënzeventig andere mannen, naast de twaalf, die met volmacht worden heengezonden (Gr. apostello > apostel). Tot hen behoorde kennelijk ook Barnabas (Hand.4:36) aangezien hij later, evenals Paulus een apostel heet (Hand.14:4,14; zie ook 1Kor.9:6 en Gal.2:9). Dat geldt ook voor Silas/Silvanus die Paulus, eveneens tot de apostelen rekent (1Thes.1:1 en 2:6). Maar Paulus’ woorden impliceren nog iets, nl. dat “al de apostelen” ooggetuigen zijn van de opgestane Christus. En dat verklaart ook Paulus retorische vraag in 1Korinthe 9:1:

Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Here, gezien?
-1Kor.9:1-

Wanneer in Handelingen 1 de vacature van Judas moet worden vervuld, dan wordt als eis aan de kandidaten gesteld dat ze niet alleen vanaf  het begin een discipel moesten zijn maar óók ooggetuigen van de opgestane Christus (Hand.1:22).

Paulus is overigens een apostel van Christus in een bijzondere zin omdat hij werd geroepen op een moment dat het gezelschap van apostelen inmiddels compleet was en Christus al enkele jaren van het (aardse) toneel was verdwenen. Paulus is naar eigen verklaring de finale apostel:

8 … LAATST VAN ALLEN (nl. van al de apostelen; zie vers 7) is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.
9 Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb.
-1Kor.15-

Omdat Paulus vanuit de hemel door Christus geroepen werd staat de aardse Jezus bij hem op de achtergrond (2Kor.5:16). Vrijwel zonder uitzondering introduceert hij zich in zijn brieven daarom als “apostel van Christus Jezus“. Christus staat bij hem voorop, want vanuit die positie heeft Paulus Hem leren kennen. Door zijn brieven te beginnen met “apostel van Christus Jezus” legitimeert hij zijn autoriteit. Hij is afgevaardigd en gevolmachtigd door de opgestane en verheerlijkte Christus zelf.

 

Reageer op Facebook

Delen: