GoedBericht.nl logo
English Blog

drie keer tweeduizend jaar (6) – na twee dagen

09-03-2026 - Geplaatst door Andre Piet
leestijd: circa 5 minuten

overzicht artikelenserie

In de voorgaande artikelen is stap voor stap nagegaan hoe de Schrift de geschiedenis tot aan Christus ordent. Daarbij bleek dat de Bijbelse chronologie uitloopt op twee grote perioden van telkens tweeduizend jaar. De eerste strekt zich uit van Adam tot Abraham. De tweede loopt van Abraham tot Christus en blijkt opgebouwd uit vier samenhangende tijdvakken van vijfhonderd jaar.

Tot aan Christus laat de Schrift de tijd dus nauwkeurig tellen. De geslachtsregisters, regeringsjaren en profetische perioden grijpen in elkaar en vormen samen een gesloten chronologische lijn.

Met de komst van Christus bereikt deze tweede tweeduizendjarige periode haar voltooiing. In Hem komen de profetieën samen en wordt de Messias aan Israël voorgesteld.

Toch eindigt de komst van de Messias niet met zijn nationale aanvaarding. Israël neemt Hem niet aan en de Heer keert terug naar zijn plaats. Juist deze situatie wordt al door de profeet Hosea beschreven.

JAHWEH trekt zich terug

Aan het slot van Hosea 5 spreekt JAHWEH over een bewuste terugtrekking. Vers 15:

Ik zal heengaan, Ik zal terugkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij Mij zoeken.

Deze woorden markeren een duidelijke overgang. JAHWEH trekt Zich terug “naar zijn plaats”. Dat betekent geen verstoting van zijn volk, maar een tijdelijke afwezigheid. Het sleutelwoord in dit vers is namelijk “totdat”. Daarmee wordt duidelijk dat deze situatie niet blijvend is.

In deze uitspraak wordt geen tijdstip genoemd waarop JAHWEH weer tot zijn volk zal terugkeren. Wel wordt aangegeven onder welke omstandigheden dat zal gebeuren. Israël zal zijn schuld erkennen, Gods aangezicht zoeken en Hem roepen wanneer het hun bang te moede is. Met andere woorden: wanneer het volk onder zware druk komt te staan, zal het zich opnieuw tot zijn God wenden.

Daarmee wordt duidelijk dat er een periode ligt tussen het terugtrekken van JAHWEH en zijn terugkeer tot Israël. Hoe lang die periode duurt, wordt hier nog niet gezegd. De nadruk ligt in dit vers op de toestand van Israël wanneer die omkeer plaatsvindt.

Pas in het vervolg wordt daar meer over onthuld. In Hosea 6 klinkt namelijk de stem van Israël zelf. Daar wordt niet alleen uitgesproken dat het volk tot JAHWEH zal terugkeren, maar ook wanneer dat herstel zal plaatsvinden.

Israëls belijdenis

In Hosea 6 wordt dezelfde situatie opnieuw beschreven, maar nu vanuit het perspectief van Israël. Wat in Hosea 5 door JAHWEH wordt uitgesproken, klinkt hier als de belijdenis van het volk.

Komt, laat ons terugkeren tot JAHWEH, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons helen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden.

Daarmee wordt bevestigd dat zowel Israëls benauwdheid als zijn herstel van JAHWEH komen.

na twee dagen

Israëls herstel wordt aan een expliciete tijdsaanduiding gekoppeld:

Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht.

Hier wordt het herstel niet alleen aangekondigd, maar ook aan een concrete termijn verbonden. De uitdrukking “na twee dagen” is opvallend, omdat profetieën zelden zo’n precieze tijdsaanduiding geven.

hoezo twee dagen?

Maar wat betekent deze tijdsaanduiding? Gaat het hier om twee gewone dagen, of spreekt de profetie over een langere periode? Op zichzelf betekent een dag een gewone tijdseenheid. Toch ligt het hier niet voor de hand om aan twee etmalen te denken. Hosea spreekt immers over het nationale herstel van Israël, voorafgegaan door een periode waarin JAHWEH zich heeft teruggetrokken.

Dat blijkt ook uit een eerdere uitspraak van dezelfde profeet. In Hosea 3:4 wordt gesproken over de tijd waarin de Israëlieten vele dagen zonder koning, zonder offer en zonder cultus zullen zijn. Het gaat dus om een langdurige periode van onthouding en gemis.

Wanneer Hosea in hoofdstuk 6 vervolgens spreekt over herstel “na twee dagen”, kan dit daarom niet los worden gezien van die voorafgaande “vele dagen”. De profetie zelf dwingt tot de conclusie dat hier geen sprake is van letterlijke etmalen, maar van dagen die op een andere wijze worden gerekend. De Schrift laat die vraag niet onbeantwoord.

hoe rekent de Heer?

Aanvankelijk leefden Petrus en de andere apostelen in de verwachting dat de terugkeer van de Heer in hun eigen generatie zou plaatsvinden (Joh.21:23). Die verwachting was niet ongegrond. In de dagen na de opstanding werd Israël opgeroepen zich te bekeren, opdat de Messias zou terugkeren. Petrus predikte op het tempelplein:

Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de voor u bestemde Christus, Jezus, zende.
-Handelingen 3:19-21

Deze oproep veronderstelt dat Israëls bekering binnen bereik lag. Ook onder de apostelen leefde deze nabij-verwachting. Zo lezen we aan het slot van het Johannes-evangelie dat de gedachte rondging dat Johannes niet zou sterven vóór de komst van de Heer (Joh.21:22,23).

Aan het einde van zijn leven blikt Petrus echter terug. In zijn tweede brief, geschreven als geestelijk testament, corrigeert hij niet de hoop op de komst van de Heer, maar wel de wijze waarop die tijd werd gedacht. De komst is niet uitgebleven omdat God vertraagt, maar omdat Hij anders rekent dan de mens. Dan schrijft hij:

Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.

Deze uitspraak staat niet los, maar juist in de context van het uitblijven van de komst van de Heer. Petrus laat daarmee zien dat bij de terugkeer van de Heer niet gerekend moet worden in termen van jaren of decennia, maar in termen van millennia. Wat voor mensen een lange tijd is, wordt door God gerekend als dagen.

Daarmee reikt Petrus een belangrijke sleutel aan voor het verstaan van zulke tijdsaanduidingen in de profetie. Wanneer de Schrift spreekt over herstel en terugkeer “na twee dagen”, ligt het daarom voor de hand dat hier geen korte termijn wordt bedoeld, maar een door God vastgestelde periode van twee millennia.

Daarmee krijgt Hosea’s tijdsaanduiding inhoud. Twee dagen zijn, in Gods rekenen, twee duizend jaar.

geen vertraging

Petrus voegt daar onmiddellijk aan toe dat deze tijd geen vertraging is:

De Here talmt niet met de belofte, al zijn er die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig.

Het uitblijven van Israëls herstel en van de komst van de Heer is geen vertraging, maar lankmoedigheid. God neemt de tijd die Hij Zichzelf heeft gesteld. De twee dagen zijn geen misrekening, maar onderdeel van zijn raad.

Dat verklaart ook waarom deze periode niet leeg is. In deze tijd werkt God door, zij het op een andere wijze.

Paulus en de twee dagen

Paulus beschrijft deze periode als de tijd waarin Israëls verwerping samenvalt met de verzoening van de wereld, die Paulus mocht prediken. Terwijl Israël als volk terzijde staat, gaat die evangelie naar de natiën. Dat is geen toeval, maar een samenhangend onderdeel van Gods plan.

Paulus schrijft:

Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?

Hier klinkt dezelfde verwachting door als bij Hosea. Na de periode van verwerping volgt aanneming. Na de dood volgt leven. De aanneming van Israël markeert het moment waarop de periode van de twee dagen eindigt en de derde dag aanbreekt.

vooruitblik

Hosea spreekt niet over een vaag herstel, maar over leven voor Gods aangezicht. Hij spreekt over het kennen van JAHWEH en over zijn komst als de dageraad. Die dageraad duidt niet op een willekeurig moment, maar op het begin van een nieuwe dag. De nacht ligt er dan op, maar het licht breekt door. Zo markeert de komst van JAHWEH als de dageraad het aanbreken van de derde dag. Bij het krieken van de morgen zal Hij verschijnen, niet na een onbepaalde tijd, maar op het door God vastgestelde moment.

Daarmee staat vast dat de derde tweeduizend jaar in de Schrift geen toevallig historisch interval is, maar een door God aangeduide periode. Zij heeft een beginpunt, een duur en een vastgestelde afloop.

Na twee dagen zal Hij komen.
Op de derde dag zal Hij Israël oprichten, en het zal leven voor zijn aangezicht.

Delen: