GoedBericht.nl logo
English Blog

waarom stelde God bloedige offers in?

17-01-2026 - Geplaatst door Andre Piet

Waarom lezen we in het Oude Testament over zoveel bloedige offers? Was dat omdat God zonder bloed niet kon vergeven? Moest er eerst betaald worden voordat er ruimte kwam voor genade? Die gedachte is wijdverbreid, maar zij past niet bij wat de Schrift zelf laat zien.

God is niet pas bereid tot vergeving nadat er eerst bloed heeft gevloeid. Hij is altijd Degene die het initiatief neemt (Ex. 34:6–7; Ps. 103:8–12; Jes. 43:25). Vergeving die afhankelijk wordt gemaakt van betaling, houdt op vergeving te zijn en wordt afrekening.

De offers zijn profetische beelden. Zij wijzen vooruit naar het grote offer dat God Zelf zou brengen (Hebr. 10:1). Daarbij is het belangrijk om goed te onderscheiden wat in de Schrift een offer is. Het slachten van een dier ís niet het offer. Dat is wat eraan voorafgaat. Het is de dood die aan het offer voorafgaat, niet het offer zelf. Het offer vindt plaats wanneer dat wat gestorven is op het altaar wordt gelegd en opstijgt tot God. Een altaar is immers een verhoging. Het offer is niet de dood, maar wat na de dood tot God opstijgt als een lieflijke reuk.

Zo wordt zichtbaar wat de mens doet: hij neemt onschuldig leven. Een gaaf dier, waar niets aan mankeerde, werd geslacht. Dat is in zichzelf zonde. Dat is uiteindelijk ook met Jezus gebeurd. Hij werd door mensen gedood (Hand. 2:23; Hand. 3:15), niet omdat God bloed nodig had, maar omdat de wereld Hem verwierp.

Maar dat is niet het eigenlijke offer. Het echte offer is wat God daarna deed: Hij wekte Hem op uit de doden (Hand. 2:24; Rom. 6:4). Pas toen steeg Hij op tot God als een lieflijke reuk. Niet de dood, maar het leven dat uit de dood voortkomt, is het werkelijke offer (Ef. 5:2; Hebr. 9:14). Niet het sterven, maar de opstanding.

Alle oudtestamentische offers wijzen daarheen. Ze laten zien hoe diep het kwaad gaat, maar ook hoe ver God gaat om het te keren (Gen. 50:20; Rom. 5:8). Hij laat het niet bij dood en verlies, maar brengt leven voort. Hij maakt zelfs de grootste misdaad — het doden van Zijn Zoon — tot redding (Hand. 4:10–12).

Daarom zijn de offers geen betaling, maar onderwijs. Geen voorwaarden, maar voorafschaduwingen (Kol. 2:17). Ze leren ons dat verzoening niet begint bij wat de mens doet, maar bij wat God doet. Niet God wordt verzoend, maar de wereld (2 Kor. 5:19). Hij is geen God die eerst tevreden gesteld moet worden, maar een God die Zelf herstelt, vergeeft en nieuw leven schept (Rom. 4:17).

Delen: