GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

GoedBericht.nl wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen! Omdat GOD nooit laat varen de werken van zijn handen.


Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus deze als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf.

 

De levende GOD is een Redder van ALLE mensen, speciaal van gelovigen!

1 Timotheus 4:10

Prikbord

Vandaag in het Nederlands Dagblad: een mooi interview met Francien (95), die vrijmoedig spreekt van Gods genade voor álle mensen. Ook het boek ‘101 bommen en granaten’ komt ter sprake.

Artikelen & Nieuwsflitsen

koning Agrippa en Katwijk

Wie vanuit Katwijk over de N206 richting Leiden rijdt (de Tjalmaweg), komt bij Valkenburg onder een viaduct door met een opmerkelijke naam: Praetorium Agrippinae. Het is een herinnering aan het Romeinse verleden van onze omgeving, maar achter die naam gaat een geschiedenis schuil die verrassend nauw verbonden is met de wereld van het Nieuwe Testament. Via een Romeinse veldheer en de familie van keizer Augustus komen we namelijk terecht bij Herodes de Grote, diens kleinzoon Agrippa en uiteindelijk zelfs bij de apostel Paulus. een Romeins fort in Valkenburg Bijna tweeduizend jaar geleden vormde de Oude Rijn de noordelijke grens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde Limes (= grens, spreek uit: lie-mes). Langs deze grens hadden de Romeinen een reeks legerplaatsen aangelegd, waaronder een fort op de plaats van het huidige Valkenburg. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit fort in de winter van 39 op 40 na Christus werd gesticht, tijdens de regering van keizer Caligula. Het kreeg de naam Praetorium Agrippinae, wat zoveel betekent als 'hoofdkwartier van Agrippina'. Vermoedelijk was het vernoemd naar Caligula's moeder, al kan ook diens zus Agrippina zijn bedoeld. Deze laatste is trouwens de moeder van de beruchte keizer Nero. Hoe dan ook, moeder en dochter behoorden tot de Romeinse keizerlijke familie. Caligula's moeder was een dochter van Marcus Vipsanius Agrippa, een beroemde Romeinse veldheer en rechterhand van keizer Augustus, die we kennen uit Lukas 2:1, in verband met de geboorte van Jezus. Deze Agrippa (63–12 v.Chr.) was een van de machtigste mannen van zijn tijd en bovendien een persoonlijke vriend van Herodes de Grote. Dat is de Herodes die we uit Mattheüs 2 kennen als de koning die het kind Jezus naar het leven stond. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vertelt uitvoerig over de bijzondere vriendschap tussen Herodes en Agrippa. Ze bezochten elkaar over en weer en Herodes ontving zijn Romeinse vriend zelfs met groot eerbetoon in Jeruzalem. Hun band was zo hecht dat Herodes een van zijn kleinzonen naar Agrippa liet vernoemen. En daarmee komen we bij een koning die we ook uit het Nieuwe Testament kennen: Herodes Agrippa I. Deze kleinzoon van Herodes de Grote groeide op in Rome, verkeerde in de hoogste kringen van het keizerlijke hof en raakte nauw bevriend met Caligula. Toen deze in het jaar 37 keizer Tiberius opvolgde, schonk hij Agrippa een koningstitel en een eigen gebied. En juist deze vriendschap brengt ons opnieuw terug naar de contreien van Katwijk! een Bijbelse koning op Katwijkse bodem? In de winter van 39 op 40 na Christus bevond Herodes Agrippa I zich in het gezelschap van keizer Caligula, die in die periode met zijn legers naar het uiterste noordwesten van het Romeinse Rijk trok. De keizer bereidde een militaire onderneming tegen Brittannië voor en bezocht daarbij ook het gebied van de Rijnmonding. Vermoedelijk heeft zijn vriend Agrippa hem op deze reis vergezeld en is dus ook in de omgeving van het huidige Katwijk en Valkenburg geweest. Opmerkelijk is dat juist in die tijd het Romeinse fort in Valkenburg werd gesticht. Bij archeologische opgravingen is daar zelfs een wijnvat aangetroffen met een stempel waarop de officiële naam van keizer Caligula stond vermeld. Een tastbare herinnering aan de keizer, die daar wellicht ook met koning Herodes Agrippa heeft rondgelopen. Dus direct in de omgeving van waar tegenwoordig het verkeer over de N206 raast! Dat alles speelde zich af rond het jaar 40 na Christus. Het waren de jaren waarin de apostel Paulus actief was in de streken van Syrië en Cilicië, zoals hij zelf vermeldt in Galaten 1:21. Terwijl hier aan de Noordzee de Romeinse legers hun posities innamen, voltrok zich in het oosten van hetzelfde rijk de geschiedenis die we kennen uit het boek Handelingen. En die koning Agrippa, die wellicht dus Katwijk bezocht, ontmoeten we enkele jaren later in Handelingen 12. Daar lezen we hoe hij Jakobus, de broer van Johannes, met het zwaard liet ombrengen en vervolgens ook Petrus gevangen liet zetten. Zijn regering eindigde in het jaar 44 op dramatische wijze. Toen hij in Caesarea, gekleed in zijn koninklijke gewaad, het volk toesprak en zich als een god liet toejuichen, werd hij door een boodschapper van de Heer geslagen en stierf hij (Hand.12:20-23). van Agrippa naar Paulus Maar daarmee houdt de verbinding tussen de naam van het Valkenburgse viaduct en de Bijbelse geschiedenis nog niet op. Herodes Agrippa I had namelijk een zoon die eveneens Agrippa heette. Deze Herodes Agrippa II was dus een achterkleinzoon van Herodes de Grote en ook hem ontmoeten we in het boek Handelingen. In hoofdstuk 25 en 26 lezen we hoe hij samen met zijn zus Bernice een bezoek brengt aan de Romeinse stadhouder Festus in Caesarea. Daar bevindt zich op dat moment Paulus als gevangene en krijgt hij de gelegenheid tegenover de koning te getuigen van zijn ontmoeting met de opgewekte Christus. Tijdens zijn verdediging legt Paulus Agrippa II hem het vuur aan de schrenen, zodat deze uitriep: "Je beweegt mij bijna een Christen te worden!" (Hand.26:28). Zo ontmoeten we in het boek Handelingen twee opeenvolgende generaties Agrippa: de vader in hoofdstuk 12 en de zoon in hoofdstuk 25 en 26. Beiden behoorden tot de Herodesfamilie, die haar positie en macht in hoge mate aan de Romeinse keizers te danken had. En zo komen we weer terug bij het viaduct Praetorium Agrippinae in Valkenburg. De naam voert ons via de keizerlijke familie van Augustus en diens veldheer Marcus Agrippa naar Herodes de Grote, diens kleinzoon Agrippa I en diens achterkleinzoon Agrippa II. Een geschiedenis die zich uitstrekt van Rome tot Jeruzalem en Caesarea, maar waarvan de sporen ook op nog geen kilometer afstand (hemelsbreed) van mijn huis zijn terug te vinden. Wie had gedacht dat een naam langs de N206 zo'n verrassende verbinding heeft met de geschiedenis van het Nieuwe Testament?!

28-10-2026 Lees verder

regionale alliantie rond Israël krijgt contouren

Op 5 september berichtten we dat de regering-Trump werkt aan een nieuwe regionale ordening in het Midden-Oosten, met Israël in een sleutelpositie. Het plan verkeerde toen nog in de ontwerpfase en de precieze samenstelling van de beoogde alliantie was niet bekend. Inmiddels worden daarvan concrete contouren zichtbaar. Vorige week kwamen in Duitsland onder leiding van het Amerikaanse CENTCOM de militaire leiders bijeen van Israël en zeven Arabische staten: Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Koeweit, Qatar, Jordanië en Egypte. Zij spraken over verdere regionale veiligheidssamenwerking. Opmerkelijk is dat ook Saoedi-Arabië en Qatar deelnamen, landen die geen diplomatieke betrekkingen met Israël onderhouden. Israël neemt binnen deze door de VS georganiseerde regionale veiligheidsstructuur een steeds centralere plaats in. Bijzonder is ook de samenstelling die nu zichtbaar wordt: Israël plus zeven Arabische staten — acht landen in totaal — worden binnen één regionaal veiligheidskader samengebracht. In het licht van de profetieën van Daniël is dit een opmerkelijke ontwikkeling. Daar verschijnt in de eindtijd een regionale bond van tien koningen, waarbij Jeruzalem binnen deze uitleg het bestuurlijke centrum vormt en Israël zelf dus niet tot het tiental gerekend hoeft te worden. Van zo’n Tienstatenbond kan hier uiteraard nog niet worden gesproken. Maar nu een eerder aangekondigd Amerikaans plan voor een regionale alliantie rond Israël daadwerkelijk contouren begint te krijgen, is er alle reden het vervolg nauwlettend te volgen. Bronnen:Axios, 15 september 2026 — oorspronkelijke berichtgeving over de bijeenkomstThe Times of Israel, 15 september 2026 — bericht over de deelnemende Arabische staten

16-09-2026 Lees verder

Recente Toespraken

1. 1Korinthe 1:1-10

Studieavond over 1Korinthe 1:1-10 (NBG): 1 . Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Sostenes, de broeder, 2 aan de gemeente Gods te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, hun en onze Here: 3 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. 4 Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; 5 want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, 6 gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, 7 zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. 8 Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus Christus. 9 God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here. 10 . Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen. Beluister of download de studie deel 1:   Download Beluister of download de studie deel 2:   Download Bekijk of download de presentatie: Download .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak Deze studie vormt een introductie op de eerste brief aan de Korintiërs en belicht de historische achtergrond van de gemeente vanuit Handelingen 18. De nadruk ligt op het feit dat een ecclesia een spontaan, door God geroepen organisme is en geen menselijke organisatie. Gelovigen worden opgeroepen te beseffen dat zij door pure genade geheiligd en in elk opzicht verrijkt zijn in Christus Jezus, ongeacht hun eigen feitelijke levenswandel. Tot slot klinkt de aansporing om vanuit Zijn Woord eenstemmig te zijn en vol verwachting uit te zien naar de openbaring van de Heer. “Die ecclesia was daar op het moment dat Paulus het Woord doorgaf en mensen rondom dat Woord samenkwamen. Zie daar de ecclesia; een heel spontaan, levendig en organisch gebeuren.” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Introductie op de 1 Korinthebrief ▶ 02:04 De Historische Achtergrond in Handelingen 18 ▶ 10:20 De Afzender: Paulus, een Geroepen Apostel ▶ 21:27 De Adressering en de Betekenis van Ecclesia ▶ 31:47 Geheiligden en Geroepen Heiligen ▶ 38:18 Een Rondzendbrief voor Alle Plaatsen ▶ 39:38 Genade en Vrede van God Onze Vader ▶ 45:10 Dankzegging op Basis van Gods Genade ▶ 49:10 In Elk Opzicht Rijk Geworden in Hem ▶ 53:19 Genade-effecten en Uitzien Naar de Openbaring ▶ 01:02:25 Bevestigd en Onberispelijk tot de Dag van Christus ▶ 01:05:48 God Is Getrouw en Roept tot Gemeenschap ▶ 01:08:33 Bemoediging tot Eenstemmigheid Zonder Scheuringen ▶ 01:19:22 Het Belang van Concordant Vertalen en Één van Zin Zijn ▶ 00:00 Introductie op de 1 Korinthebrief ↑ hoofdstukken Het is allemaal wat wennen, maar ook van mijn kant een hele goede avond allemaal. Zoals te zien is op het projectiescherm, ben ik van plan om een serie studies te gaan geven over de Korinthebrief, hier in deze mooie plaats Bodegraven. Dat zouden wel eens een heleboel studies kunnen gaan worden, want we beginnen bij hoofdstuk 1 vers 1 en het is een tamelijk uitgebreide brief met zestien hoofdstukken. In Rijnsburg zijn we momenteel bezig met een studie over de Kolossensenbrief. Daar hebben we inmiddels al twaalf studies op zitten en dan zijn we nog maar net in het derde hoofdstuk bezig. Ik heb het vermoeden dat we met de Korinthebrief wat sneller zullen gaan, zeker bij bepaalde passages. De ene passage is nu eenmaal wat zwaarder om te verstaan dan de andere, maar we zien wel waar we uitkomen. Ik wil niet al te veel ingaan op de kleine details, want dan is het geen studie meer over de Korinthebrief, maar dan wordt het een woordstudie. Dat is ook weer niet de bedoeling. Ik heb erover gedacht om eerst even wat toelichting te geven over de achtergronden. Over de schrijver hoef ik niet zoveel te zeggen, daar komen we trouwens vanzelf nog wel over te spreken. Dat geldt ook voor het tijdstip waarop de brief geschreven is, maar bij nader inzien lijkt me dat eigenlijk niet eens zo handig om nu te doen. Ik ga er namelijk vanuit dat door de manier waarop we nu Bijbelstudie gaan doen, we vanzelf op alle onderwerpen uitkomen die van belang zijn. Wat het tijdstip betreft zullen we daar bijvoorbeeld bij een latere gelegenheid uitgebreider bij stilstaan, omdat het dan van belang is om een bepaald gedeelte te begrijpen. Dat geldt ook voor de plaats van waaruit de brief geschreven is; dat zullen we trouwens pas zien in het zestiende hoofdstuk, dus dat duurt nog een paar weken. ▶ 02:04 De Historische Achtergrond in Handelingen 18 ↑ hoofdstukken Wat me wel een goed idee lijkt voordat we naar vers 1 van hoofdstuk 1 gaan, is eerst even naar de historische achtergrond te kijken. Dat is het enige wat ik toch even wil aanstippen: de historische achtergrond zoals de Bijbel hem zelf beschrijft van de Korinthebrief, of beter gezegd over hoe deze ecclesia — want Paulus schrijft deze brief aan een ecclesia, aan een gemeente in Korinte — hoe die ontstaan is. Dat vinden we in Handelingen 18. Dat is beschreven door Paulus' medewerker Lukas en ik stel voor dat we dan even naar vers 1 van hoofdstuk 18 toe gaan. Ik ga dus niet vanavond een bespreking geven van Handelingen 18, van dat hele gedeelte, maar ik wil het wel eerst even zorgvuldig lezen voordat we naar de Korinthebrief toe gaan. Want in Handelingen 18 treffen we dus aan dat Paulus inderdaad in Korinte aankomt en wat daar zoal gebeurd is, hoe lang hij daar verbleven heeft en wat daar allemaal is voorgevallen. Er staat in vers 1 van Handelingen 18 dit: "Daarna verliet hij — dat is Paulus — Athene en hij kwam te Korinte." Dat is niet zo'n heel grote afstand, ook dat zullen we straks nog wel zien. "En hij vond daar een Jood genaamd Aquila, van geboorte uit Pontus, die juist uit Italië gekomen was met Priscilla zijn vrouw." Omdat Claudius, dat was de keizer, bevolen had dat alle Joden Rome zouden verlaten. Paulus kwam bij hen, bij Aquila en Priscilla dus, en omdat hij hetzelfde handwerk uitoefende als dit echtpaar, bleef hij bij hen en zij werkten samen, want zij waren tentenmakers van hun handwerk. En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge. Dat is de gebruikelijke procedure: als Paulus ergens arriveert, dan komt hij eerst in de synagoge. En dan lees je: "en hij trachtte de Joden en Grieken te overtuigen." En toen Silas en Timoteus, ook medewerkers van Paulus, uit Macedonië kwamen, wijdde Paulus zich geheel aan de prediking, waarin hij de Joden betuigde dat Jezus de Christus is, de Messias dus. Maar toen dezen, de Joden in de synagoge, zich verzetten — ook dat is de gebruikelijke procedure als je het boek Handelingen leest — maar toen dezen zich verzetten en lasterden, schudde hij zijn kleren uit en zei tot hen: "Uw bloed zij op uw hoofd, ik ben er rein van; voortaan zal ik mij tot de natiën, tot de heidenen wenden." En hij vertrok vandaar en hij kwam in het huis van iemand genaamd Titius Justus, die God vereerde. Dat is een standaard uitdrukking in het boek Handelingen voor iemand die een niet-Jood is, maar wel sympathiseert met de Joodse godsdienst: een godvereerder. Een andere bekende in het boek Handelingen is Cornelius; die Romeinse hoofdman was ook zo'n godvereerder. En dan staat er nog bij dat Paulus daar in dat huis komt, "wiens huis naast de synagoge stond". Vrij typerend denk ik ook. Het had dus wel connectie met de synagoge en meer in het algemeen met het Jodendom, en toch stond het ernaast. En Crispus, de overste van de synagoge, kwam tot geloof in de Here met zijn hele huis. En vele van de Korintiërs die hen hoorden, geloofden en werden gedoopt. Ja, in de nieuwe vertaling, in de NBG-vertaling, staat: "en lieten zich dopen". Maar dat staat er eigenlijk niet. Als je een Statenvertaling hebt, staat het inderdaad op deze wijze: "ze werden gedoopt". Als er staat "ze lieten zich dopen", dan denk je meteen aan waterdoop, maar dat is nog maar zeer de vraag. Daar komen we trouwens ook nog over te spreken als we later in 1 Korinthe 1 ergens terechtkomen. Goed, en de Here zei in de nacht door een gezicht tot Paulus: "Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet, want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad." En hij woonde daar een jaar en zes maanden en hij leerde onder hen het woord Gods. Maar toen Gallio landvoogd van Achaje was — dat is die landstreek waar Korinte zich bevond — keerden de Joden zich als één man tegen Paulus en brachten hem voor de rechterstoel. Ze zeiden: "Deze tracht de mensen te overreden om God op onwettige wijze te vereren." En toen Paulus op het punt stond zijn mond te openen, zei Gallio tot de Joden: "Indien er sprake was van enige onrechtmatigheid of misdrijf, dan zou ik u, o Joden, uit de aard der zaak ontvankelijk verklaard hebben. Maar nu het geschillen zijn over een woord, namen en de wet die bij u geldt, moet gij het zelf maar uitmaken; hierover wil ik geen rechter zijn." En hij joeg hen van zijn rechterstoel weg. En allen grepen Sostenes — die naam komen we straks al meteen in de aanvang ook tegen — en allen grepen Sostenes, de overste van de synagoge, de nieuwe overste dus, en ze sloegen hem voor de rechterstoel. Maar Gallio trok zich er niks van aan. Nou, tot zover, want als je dan verder leest in het boek Handelingen, dan krijg je een andere pericoop en vertrekt Paulus vandaar. Dat is dus het anderhalf jaar durend verblijf van Paulus in Korinte. Er is daar heel wat gebeurd. Er is daar in elk geval een kring ontstaan. De Heer had tegen hem gezegd: "Ik heb veel volk in deze stad." In aanvang mogen we aannemen dat deze kring ook in huiselijke sfeer bij elkaar kwam. Dat spreekt ons wel aan natuurlijk, als we op een locatie als deze zijn. Maar later is de kring dus veel groter geworden en waar ze toen een onderkomen hebben gevonden, dat weet ik niet; dat staat niet in de Bijbel. In elk geval is dit de historische achtergrond zoals de Bijbel die zelf geeft over hoe deze gemeenschap ontstaan is. Lukas beschrijft dat wel vanuit een heel speciaal oogpunt, ook vooral met het oog op de reactie van Israël; dat staat heel centraal in het boek Handelingen. Wat Paulus namelijk daar precies verkondigd heeft, dat speelt niet zo'n grote rol. Ja, dat Jezus de Christus is, maar ook dat is weer zo'n typisch Joods thema. Maar er waren ook velen uit de natiën, niet-Joden, die tot geloof kwamen in Christus. De inhoud van Paulus' boodschap moet je niet in de eerste plaats in het boek Handelingen zoeken, maar die moet je zoeken in zijn brieven. En daarvoor gaan we dus naar deze brief toe. Ik stel voor dat we gewoon bij het begin beginnen, en dat heet een analytische bijbelstudie. Je hebt twee manieren van bijbelstudie. Je hebt thematische bijbelstudie: je hebt een onderwerp en dan zoek je dat woord op in de concordantie en je kijkt gewoon waar dat allemaal voorkomt. Dit is wat mij betreft nog een betere manier van bijbelstudie, dat noemen ze analytisch. Dat wil zeggen: je bestudeert een passage en je begint bij het begin. Je legt de loep erop, je kijkt wat er nou precies staat en wat dat betekent. Nou, zo gaan wij dus beginnen met de Korinthebrief. ▶ 10:20 De Afzender: Paulus, een Geroepen Apostel ↑ hoofdstukken En dan begint de brief, zoals altijd, met de naam van de schrijver: Paulus. Alleen al bij die naam zou je zomaar het risico lopen om een hele avond door te gaan denken over wat daar allemaal achter zit. Dat ga ik nu niet doen, dat hebben we bij een andere gelegenheid wel eens gedaan, maar ik wil wel even zeggen dat zijn naam wordt gemarkeerd door het feit dat hij een bediening heeft voor de natiën. Zijn oorspronkelijke naam was Saulus, maar vanaf Handelingen 13:9 begint hij Paulus te heten. Dat is het moment dat je leest dat hij zich tot de natiën gaat wenden. Dat gebeurde toen hij in aanraking kwam met een man die ook zo heette: Paulus, een Romeinse landvoogd. De naam Paulus heeft ook alles te maken met de onderbreking in de heilsgeschiedenis, een pauze. En dan staat er: "Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus." Al die woorden die hier worden gebezigd, zijn heel karakteristiek. Dat geldt niet alleen voor elke brief waarmee Paulus aanvangt; hij begint altijd met het vermelden van zijn naam. Dat is sowieso de Griekse stijl. Wij zetten een naam helemaal achterin de brief, maar dat doen ze in de Bijbel niet. Het eerste wat je wilt weten van een brief is: wie heeft het geschreven? De afzender. Welnu, dat is Paulus. En dan wordt er vervolgens gezegd dat hij geroepen is. U ziet dat ik de interlineair hieronder heb staan. Dat zal ik door deze hele Bijbelstudie blijven doen, omdat ik dat een hele waardevolle manier vind. Niet alleen voor mezelf als spreker, maar ook voor u als luisteraar of als kijker in dit geval. Zo kun je met één oog kijken naar de tekst zoals we die in de MBG-vertaling lezen – en ik ga ervan uit dat u allemaal een MBG-vertaling of misschien wel een Statenvertaling leest, dat maakt dan niet zoveel uit – maar dat je dan ook ziet hoe het er precies staat. We hebben vandaag de mogelijkheid om dat zo te projecteren en het is voortreffelijk. De tweede regel is de concordante weergave; dit noemen ze een interlineair. De tweede regel is dus de meest letterlijke weergave, in dit geval in het Engels, van wat er staat. Hieronder ziet u de wijze waarop de MBG het weergegeven heeft. Dat is hier heel correct: "Paulus, geroepen apostel van Christus Jezus." Dat woordje "een" staat er dus eigenlijk niet. Dat is de manier waarop je zo'n interlineair leest, en daar kun je ook volgen in hoeverre een vertaling vrij is of niet. Hij is geroepen. Daarmee refereert hij uiteraard aan wat er ooit plaatsvond op de weg naar Damaskus. Toen werd hij met recht geroepen vanuit de hemel. Hij zegt: "Ik ben een apostel." Een apostel is letterlijk een afgevaardigde, iemand die gedelegeerd is, die een officiële roeping heeft of officieel is afgevaardigd. Het woord zoals dat hier gebezigd wordt, komt elders ook voor, bijvoorbeeld in de Filippenzenbrief, maar ook ergens in de andere Korinthebrief. Daar wordt iemand een afgevaardigde van de gemeente genoemd. Als ik iemand afvaardig, dan is dat een apostel. Wij denken bij een apostel meteen aan een kerkelijk ambt, tussen aanhalingstekens, maar "apostel" was gewoon een Grieks woord voor wat wij een afgevaardigde noemen. Eigenlijk denk ik, terwijl ik het zo zeg: waarom kiezen wij dan voor het woord apostel? Daar is op zich niet zoveel bezwaar tegen, maar als je het gewoon in normaal Nederlands zou zeggen, is het: "Paulus, geroepen afgevaardigde." Want dat was hij. Dan is de volgende vraag: je bent altijd afgevaardigd dóór iemand. Nou, dat staat er meteen bij: "Ik ben een afgevaardigde van Christus Jezus." Dat wil zeggen: ik ben hoogstpersoonlijk geroepen en ook afgevaardigd door Christus Jezus. Ook die term is weer typisch Paulus. Ik zei al dat deze hele beginzin typisch Paulus is, met al die woorden die hier zo gebezigd worden. "Van Christus Jezus." Ik doe het nu even uit het hoofd, maar ik meen dat die uitdrukking "Christus Jezus" ongeveer een honderdtal keren voorkomt in zijn brieven in het Nieuwe Testament. Vrijwel altijd, in 99% van de gevallen, is het Paulus die dat zo doet. Niet "Jezus Christus". Je zou zeggen dat dat de meest logische volgorde is: Jezus was de mens die hier op aarde wandelde, Hij stond op uit de doden en toen kreeg Hij de titel Christus. Dus historisch is het Jezus Christus. Maar voor Paulus was dat anders, en dan zie je ook weer hoe typerend dat voor hem is. Paulus kende Hem als de Opgestane, als de Opgewekte. Hij kende dus eerst Christus, toen werd hij geroepen, en toen zei de Christus die hem riep: "Ik ben Jezus, die jij vervolgt." Dus de mens die hier ooit op aarde wandelde, stierf en gekruisigd is. Voor Paulus was de volgorde Christus Jezus. In wezen geeft hij daarmee ook iets aan van zijn persoonlijke ervaring en hoe hij Christus kende: hij kende Hem als de Opgestane die ooit hier op aarde geleefd heeft. De twaalf apostelen kenden Hem eerst als mens, zij hebben met Hem op aarde gewandeld en later leerden ze Hem kennen als degene die opstond uit de doden. Daarom spreken zij ook altijd over Jezus Christus. Daar is niks mis mee, het is gewoon volstrekt helder, maar Paulus spreekt over Christus Jezus: Zijn heerlijkheid als de Opgewekte, als de hemelse Heer. Zo werd hij immers geroepen: door Christus vanuit de hemel. "Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus." Prachtig zoals hij daarmee aanvangt. In feite heeft hij met deze ene zin al zoveel gezegd. En dan staat er nog bij: "door de wil van God." Door Gods wil. Ik vind dat ook wel mooi dat dat erbij staat. In meer dan één brief formuleert hij dat zo. Het idee daarachter is: het is niet mijn keuze. Het is Gods wil waardoor ik een geroepen apostel ben. Het was niet zijn keuze; nou, dat was bij Paulus helemaal overduidelijk. Want hij was geroepen op de weg naar Damaskus, terwijl hij Jezus vervolgde: "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" In die toestand werd hij geroepen. Dus het was niet zijn eigen wil dat hij geroepen werd en vervolgens nog eens een keer een enorme missie kreeg, een afvaardiging om naar de natiën te gaan. Dat was Gods wil, en daarom gebeurde het ook. Elders, in de Galatenbrief, zegt hij ook dat het inderdaad Gods keuze was dat hij zo die missie en die taak en die zending heeft vervuld. Gods wil en niet zijn keuze. En dan zegt hij er nog bij: "en Sostenes, de broeder." Dat is eigenaardig, want we hebben zojuist nog gelezen in Handelingen 18 dat deze zelfde naam voorkomt. Je leest daar dat er een overste van de synagoge was. Eerst had je Crispus, maar die kwam tot geloof, en vervolgens lees je in Handelingen 18:17: "En allen grepen Sostenes, de overste van de synagoge, en ze sloegen hem voor de rechterstoel; maar Gallio trok zich er niks van aan." Het gaat nu even niet over dat precieze verband, maar men heeft wel eens betwijfeld of dit dezelfde Sostenes zou zijn. Men zegt dan: in Handelingen is die Sostenes een overste van de synagoge en niet een broeder, niet iemand die gelooft in Christus Jezus. Dat kan natuurlijk, maar je zou kunnen opperen... Dat het een ander is geweest... Je kunt natuurlijk net zo goed zeggen: "Ja, maar hier was hij nog geen gelovige in Christus Jezus." Per slot van rekening was er al een keer eerder een overste van de synagoge tot geloof in Christus gekomen, dus waarom deze niet? Dus het is maar net hoe je het hebben wilt. In elk geval is het zo dat de naam maar twee keer voorkomt, en beide keren in verband met Korinte. Dan lijkt mij de conclusie voor de hand liggend dat het inderdaad dezelfde is. Ik vind het een beetje een ontsnappingsroute om het anders te menen. Dus ik ga ervan uit dat deze Sostenes ooit de overste van de synagoge was en later een broeder is geworden, een broeder naar de geest. We gaan verder naar vers 2. ▶ 21:27 De Adressering en de Betekenis van Ecclesia ↑ hoofdstukken We hebben nu in vers 1 gezien door wie de brief geschreven is, de afzender, en dan begint vers 2 met de adressering aan de ekklesia, aan de gemeente Gods, of eigenlijk: aan de gemeente van dé God. Je zult het trouwens vaker zien als je de interlineair bekijkt; heel vaak als het woord God gebruikt wordt – dat geldt ook voor Christus – staat daar in het Grieks een bepaald lidwoord bij. Het is dus niet zomaar een god of gewoon God, maar dé God. Dat is nog veel krachtiger: dé God. Het is dus aan de ecclesia van dé God. Er is geen god als Hij; Hij is dé God. Ik wil graag even een woord wijden aan dat begrip ecclesia. Het woord ekklesia betekent letterlijk 'ek' – dat is 'uit' – en het heeft te maken met het werkwoord 'roepen'. Een ekklesia is dus eigenlijk een uitroeping, dat wat uitgeroepen wordt. In het Grieks was dat een heel bekend begrip. Ik had het zojuist al even over het woord apostel, wat een normaal woord was voor een afgevaardigde, maar ekklesia kende men net zo goed. Het was de benaming voor een volksvergadering waar de besluiten genomen werden. We vinden dat in Handelingen 19, het hoofdstuk volgend op waar we zojuist uit lazen. Daar gaat het over Efeze en daar lees je over de volksvergadering van Efeze. Daar werden besluiten genomen, zoals wij dat op landelijk niveau de Tweede Kamer noemen of de gemeenteraad. Het was in wezen een politiek orgaan waar de belangrijke keuzes en besluiten gemaakt werden. In feite is het dus ook een aanduiding van status. Het is niet zomaar een vergadering of een bijeenkomst. Natuurlijk is het een vergadering van hen die bijeengeroepen zijn, maar met het oog op een heel belangrijk doel. Het geeft een status aan, een waardigheid, en dat geldt ook voor de ecclesia van God. Feitelijk zijn wij ook geroepen. Paulus zegt later: "Weet gij niet dat wij de wereld zullen oordelen?" En hij zegt dat we bestemd zijn tot bestuur op hemelsniveau. Ik bedoel: zij die nu nog achter de schermen in de overheden en de machten in de hemelse gewesten zitten, hun plaats gaan wij straks innemen. Dus wij zijn met recht ook een ecclesia. Als wij nu al bij elkaar zijn, dan heten wij ecclesia en daarmee is feitelijk ook de status en de bestemming begrepen die wij hebben, namelijk om straks vanuit de hemel of in de hemel ecclesia te zijn, bestemd tot regering met Christus. We heten ook het lichaam van Christus. Christus is het Hoofd, Hij regeert, maar wij regeren met Hem. Dus wij zijn Zijn ecclesia, in dit geval de ecclesia van God. Het is dus veel meer dan alleen maar een vergadering. De Bijbel spreekt over de ecclesia Gods te Korinte. Let op: niet de gemeente 'van' Korinte, alsof elke plaats een eigen ecclesia heeft. Nee, er is feitelijk maar één ecclesia, namelijk de ecclesia die het lichaam van Christus is. Maar die ecclesia komt op alle mogelijke plaatsen bij elkaar. Zodra een aantal gelovigen bij elkaar zijn rondom Zijn woord, dan heet dat ecclesia. Dat is geen organisatie, maar met recht een organisme. Het Woord klinkt en mensen komen rondom dat Woord samen in de ecclesia. Als dat met enige regelmaat gebeurt, zoals in Korinte, Thessalonika of Galatië, dan kun je een brief schrijven aan zo'n ecclesia. Maar strikt genomen: daar waar gelovigen bijeen zijn, heet dat ecclesia. Mensen spreken vaak typisch kerkelijk over 'geïnstitueerd zijn'. Nou, laat ik u dit vertellen: die ecclesia in Korinte was niet geïnstitueerd. Dat wil zeggen: zonder reglementen, zonder een organisatie, zonder papieren en zonder lidmaatschap. Niets van dat al. De ecclesia was ontstaan doordat Paulus daar de boodschap had doorgegeven. Er waren mensen die daar oren naar hadden – of eigenlijk moet ik het anders zeggen: God geeft daar oren voor. Als er mensen zijn voor wie de oren opengegaan zijn, dan zoeken ze elkaar op. Dat is wat je gemeenschappelijk hebt en dat heet ecclesia. Daar valt niets aan te organiseren. Je kunt zeggen dat die mensen bij elkaar komen, en dat is het precies: ze kómen bij elkaar, God bréngt ze bij elkaar, en dat heet ecclesia. Ik vind het zo geweldig om daaraan te denken; dat een ecclesia geen mensenwerk is. Anders krijg je een kerk, een menselijke organisatie, en dan gaat het niet meer om het Woord, maar om wat mensen ervan gemaakt hebben, met hun eigen reglementen en een bestuur dat het voor het zeggen heeft. Dat is niet wat een ecclesia is. Die ecclesia was daar op het moment dat Paulus het Woord doorgaf en mensen rondom dat Woord samenkwamen. Zie daar de ecclesia; een heel spontaan, levendig en organisch gebeuren. Goed, de ecclesia van God dus te Korinte, die in Korinte is. Ik heb er even een kaartje bij gedaan, dat is wel handig. Hier heb je Athene. De afstand tussen Athene en Korinte is, meen ik, een kilometer of tachtig. Paulus was dus in Athene, zoals we lazen in het begin van Handelingen 18. Hij had daar die bekende rede op de Areopagus gehouden in Handelingen 17. Hij verliet Athene en ging vervolgens naar Korinte. Dat is nog steeds een bekende havenplaats, al moet ik erbij zeggen dat er van het oude Korinte alleen nog wat restanten over zijn. Je hebt daar het beroemde kanaal van Korinte. Ik heb het zelf nooit gezien, alleen op foto's. Het is een lang kanaal van enige kilometers dat de ene zee met de andere verbindt: de Ionische Zee en de Egeïsche Zee. Dat kanaal verbindt die twee zeeën met elkaar. Korinte was een havenplaats, en daarmee is ook wel iets gezegd over de achtergrond van veel van wat daar speelde. Je zou de brief voor de aardigheid eens aandachtig moeten lezen. Het zijn zestien hoofdstukken, dus zo'n enorme kluif is het ook weer niet, maar dan krijg je een indruk van wat daar speelde. Omdat het een havenplaats was, was er in die dagen een bekende uitdrukking: "leven als een Korintiër". Dat betekende dat je een zeer losbandige levensstijl had. Dat was een Korintiër ten voeten uit. Dat werd natuurlijk in de hand gewerkt door de locatie als havenstad. Tegenwoordig hebben Rotterdammers toch ook een beetje die reputatie? Maar goed, dat over Korinte. Daar komen we vanzelf allemaal nog over te spreken. Laten we gewoon wat verder gaan. ▶ 31:47 Geheiligden en Geroepen Heiligen ↑ hoofdstukken Aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen. Ik zei al: vers 2 is de adressering. We weten nu dat het een ekklesia van God in Korinte was, maar bovendien – en dat is veel belangrijker dan het feit dat het in Korinte was – het zijn geheiligden. Having been hallowed. Dat wil zeggen: ze zijn geheiligd, voltooid, in Christus Jezus. Dus je kan zeggen dat ze in Korinte waren, maar wat veel belangrijker is: zij waren geheiligd, apart gezet. Dat woord 'heilig' is hetzelfde woord dat ook gebruikt wordt in verband met het heiligdom, de tempel, en het heilige en het heilige der heiligen. De geheiligden in Christus Jezus, en dan staat er ook bij: geroepen heiligen. Paulus zelf was een geroepen apostel, een geroepen afgevaardigde, maar zij waren allemaal geroepen heiligen. Ik had het net al even over kerkelijk spraakgebruik, waarbij het begrip ekklesia organisatorisch wordt opgevat en verkerkelijkt wordt. Maar dat geldt van zoveel begrippen. We hadden het al eerder over apostel, maar dat geldt voor het woord heilige ook. Want wat is een heilige? In de Rooms-Katholieke Kerk moet je wachten tot je dood bent om heilig verklaard te worden door de paus, ook weer zo'n kerkelijk ambt. Maar Paulus spreekt over deze Korintiërs en ik zei zojuist: Korinte, dat was niet zo'n brave stad, maar een zeer losbandige stad. Toch zegt Paulus van hen: jullie zijn geheiligd in Christus Jezus. Daarmee beschrijft hij niet hun praktische wandel, want lees de brief maar eens een keertje door wat daar allemaal speelde in die geloofsgemeenschap. Neem alleen al het vijfde hoofdstuk, waar Paulus beschrijft dat er gevallen van hoererij waren die zelfs onder de natiën niet gevonden werden. Dat schetst hij dus daar in Korinte, dus dat moet dan echt een hele extreme bedoeling geweest zijn. En niettemin – kijk, en dat is nou genade – zegt Paulus: jullie zijn geheiligd in Christus Jezus. Niet op basis van jullie handelen of wandelen, maar dat is jullie positie. Jullie zijn geroepen. God heeft jullie oren geopend en Hij heeft jullie ook geheiligd. En daarom worden jullie geroepen heiligen. En als God roept, dan rechtvaardigt Hij. Dat is trouwens de Romeinenbrief: die Hij tevoren gekend heeft, die bestemt Hij ook tevoren. En die Hij tevoren bestemde, die roept Hij. En die Hij roept, die rechtvaardigt Hij. En die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij. Men heeft dat wel een gouden ketting genoemd. Dat wil zeggen: het is allemaal goud, een goddelijke actie. God is het die ons tevoren kende. God is het die ons tevoren bestemde. Hij is het die vervolgens ook roept, of wij Hem nou zoeken of niet. Sterker nog: wij zoeken Hem helemaal niet van nature. Ik had het net over Paulus, die daar zelf een levend voorbeeld van was. En die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook, en die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij ook. En alles is uit Hem, dus het is Zijn werk. Kijk, dat is grond onder de voeten, want op het moment dat ik het moet steunen op mijn eigen werk, dan word ik nooit gelukkig. Paulus begint gewoon met te danken, dat zullen we straks in de volgende verzen nog zien. Hij zegt dus: geroepen heiligen. En dan vervolgt hij: "met allen die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen". Dat woordje 'allerwege' krijgen we straks nog te zien, want de vertalers hebben het vooraan geplakt, terwijl het erachteraan staat. Maar goed, dat doet even niet ter zake. Zij die de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen. Hoe wist Paulus dat zij geroepen heiligen waren? Wel, ze riepen de naam aan van onze Here. De Kurios. Hij die alles voor Zich heeft, die de Eigenaar is. Want dat is wat een heer is: een heer is een eigenaar. Je bent Zijn eigendom, je bent van Hem en dus ook voor Zijn rekening. Ze riepen Hem aan, namelijk ze riepen Jezus Christus aan als Heer. Ze erkenden Hem als Heer. Dat is wat er gelovig is. Moeilijker is het niet, en moeilijker moeten we het zeker ook niet maken, denk ik. Deze brief is dus gericht aan geroepen heiligen en er staat – dat is wel van belang: "met allen". Deze brief is niet alleen maar gericht aan de geroepen heiligen in Korinte, maar er staat: met allen die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen. Daar staat bij: in elke plaats, van hen en van ons. Het is wat ingewikkeld als ik het zo zeg, maar laat ik het gewoon nemen zoals de vertaling het weergeeft, vrij correct: "met allen die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, hun en onze Here". Let op: deze brief is dus niet alleen maar gericht aan Korinte. Paulus geeft hiermee aan dat dit een rondzendbrief zou zijn; deze brief is gericht aan alle geroepen heiligen op elke plaats. ▶ 38:18 Een Rondzendbrief voor Alle Plaatsen ↑ hoofdstukken In elke plaats dus, of dat nou Rotterdam of Bodegraven is. Het is aan ons gericht. Paulus was ook onze apostel en zijn brief is voor ons; wij zijn immers ook mensen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, geroepen heiligen, en daarmee is ook deze brief gericht aan ons. Dat is wat Paulus zegt: zij die allerwege de naam van onze Heer aanroepen, in elke plaats. Zodat deze brief – en dat is bij aanvang dus vastgesteld – een veel wijdere strekking heeft dan alleen maar de plaats Korinte. En vandaar dus dat wij ons met recht, nu in 2012, zoveel jaren later op een heel andere locatie, direct aangesproken weten door wat Paulus hier toen, zoveel eeuwen en zoveel millennia inmiddels terug, heeft opgetekend. Deze brief is ook voor ons. Dus al die rijkdommen die hierin staan, dat zijn onze rijkdommen. En dan laten we dat ook nog even meepakken. Dan kunnen we daarna even pauzeren, stel ik voor. ▶ 39:38 Genade en Vrede van God Onze Vader ↑ hoofdstukken Paulus gaat dan nog verder. De adressering heeft hij in vers 2 aangegeven en dan in vers 3: "genade zij u" – of: genade zij aan jullie (meervoud) – "en vrede". Dat geldt voor de aanhef van de hele brief, maar heel veel dingen die standaard zijn, daar hebben we de neiging om – omdat Paulus de brieven altijd zo begint – snel overheen te lezen, want hij doet dat altijd al. Het lijkt mij juist, omdat hij het altijd doet en zo vaak doet, des te belangrijker om daar juist aandacht aan te geven. Waarom doet hij dat zo? Omdat hij daarmee hele kernachtige dingen aangeeft. Wat is het nou? Wij zijn geroepen heiligen. Waarom? Vanwege onze praktijk? Nee, het is Zijn werk. En Hij heeft ook onze mond geopend, zodat we Zijn naam aanroepen. Maar dan vervolgens het eerste wat dan klinkt: genade. Genade aan jullie en vrede. Niet "genade zij aan u" in de zin van: wij wensen het je toe of wij wensen je vrede. Nee, genade zij u. Het wordt gezonden aan jullie. Er worden geen voorwaarden genoemd; er wordt gewoon iets vastgesteld: genade is bestemd voor jullie, en vrede. Die twee gaan hand in hand, dat is broertje en zusje. Want daar waar je genade kent, daar heb je ook vrede. Als er een God is die alles geeft, die in jouw behoeften voorziet, die alles plaatst en die jou liefheeft – ja, waar wij ook niets aan af of toe kunnen doen – daar word je blij van, maar dat geeft ook vrede in het hart. Dat betekent dat ik niet meer hoef te vechten tegen allerlei dingen waarvan ik denk dat het fout gaat. Nee, God is het die plaatst. En daarom heb ik genade; ik ontvang zo'n genade en heb daardoor vrede in het hart. Ik ben er ook van overtuigd dat dat ook de basis is voor vrede onderling. Want je kunt jezelf schikken en je hebt vrede in het hart, maar daardoor is er ook onderlinge vrede. Dus die vrede in de meest wijde zin des woords... Natuurlijk die vrede voor de wereld, ja, die komt ook, zoals trouwens deze dagen nogal veel gezongen wordt – althans de komende tijd: vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. Die vrede komt ook gewoon voor de volkerenwereld, maar dat is een later programmapunt. Dat is niet wat God vandaag bezig is te bewerken. Nu zijn het nog oorlogen en geruchten van oorlogen en dat wordt er de komende jaren niet beter op. Dat weten we ook, dat is gewoon ook wat de Schrift zegt. Maar niettemin, in zo’n donkere wereld waar jij het zojuist over had in je gebed, in zo’n donkere wereld is er voor ons die Zijn woord kennen en leven uit Zijn genade, de vrede. En dat is waar Paulus mee begint: vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. Dus die vrede komt van God. Wie is die God? Dat is de Vader. En er staat bij: "en van de Heer Jezus Christus". Ja, hier is het Jezus Christus. Het is niet zo dat het een wetmatigheid is dat Paulus altijd van Christus Jezus spreekt; dat is beslist niet waar. Maar het is omgekeerd wel zo dat waar je de term "Christus Jezus" tegenkomt, dat het bij Paulus is. Je moet het dus niet omkeren: dat als er sprake is van Jezus Christus, dat dit dan niet Paulijns zou zijn. Nee, want het hangt ook een klein beetje af van het verband. Jezus Christus... ik zei zojuist al, het is feitelijk de historische volgorde. Dat wist Paulus ook wel, alleen hij noemt Hem ook dikwijls Christus Jezus. Dat is typisch voor hem om daarmee het eigendom aan te geven zoals hij Christus predikte. Dit is de wijze waarop ook de andere apostelen Hem benoemden, en daar is niks mis mee. Hij doet het hier ook. Maar het is dus – en dat is het laatste wat dit deel betreft – genade en vrede. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. Want, zegt Paulus (maar dat is 1 Korinthe 8): voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn. En, zegt hij: één Heer, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn. Dus het is altijd die volgorde: één God de Vader en de Heer Jezus Christus. Nou, en dan in vers 4 begint hij met iets nieuws aan te heffen. Maar ik stel voor dat we eerst even een kopje koffie zullen drinken. ▶ 45:10 Dankzegging op Basis van Gods Genade ↑ hoofdstukken Goed, we gaan verder met onze studie. We hebben de drie verzen inmiddels achter de rug; dat is de aanhef van de brief. En dan vangt Paulus zijn eigenlijke betoog aan met deze woorden: "Ik dank God te allen tijde over u." Over karakteristieke opmerkingen gesproken, dit is er ook zo eentje. Al eerder hadden we het over vers 3: "Genade zij u en vrede." Wat is de vrucht van genade? Dat is dankzegging. Charis, eucharistia; het heeft alles met elkaar te maken. En dan ook nog eens dat "te allen tijde". Ik dank God – mijn God – niet alleen "ik dank God", maar ik dank mijn God altijd aangaande u. Nogmaals, ik roep in herinnering wat ik al zei over alles wat er op die Korintiërs viel aan te merken – en als je de brief leest, was dat heel wat. Paulus vangt aan met deze woorden; hij zegt: "Ik dank God altijd over u, aangaande u." Waarom? Dat zegt hij vervolgens. En daar hebben we precies waar ik het over had. Je kon dat al concluderen uit het voorgaande, maar hij zegt het hier zelfs nog expliciet: "Ik dank God altijd aangaande u." Waarom? Vanwege de genade Gods. Ziet u, er staat eigenlijk "op" – misschien is dat niet zo goed Nederlands – maar epi wil dat eigenlijk zeggen. Dus: ik dank God altijd aangaande u, over, concerning u, op basis van de genade van God. Wat was de basis waarop hij dankte? Wat zou dat anders zijn dan genade? Het is dus niet alleen maar vanwege genade, nee, het is op genade. Het idee daarachter is dat alles gebaseerd is op genade. Wil je danken, oftewel wil je vreugde hebben in je leven? Dan moet je de genade van God leren kennen. Weet hebben van wie Hij is en wat Hij geeft – altijd puur om niet. Dan kun je inderdaad danken. Dan zie je voorbij aan alle grieven en alle verwijten die je misschien naar het vlees zou hebben. Die doen niet ter zake; het gaat om hoe God jou ziet. God zag die Korintiërs aan – zij die trouwens in veel opzichten misschien nog leefden als Korintiërs. God ziet hen aan als geheiligd. God ziet ons aan naar wat wij straks zullen zijn; zo ziet Hij ons nu al. Paulus zag het ook vanuit dat standpunt en op basis van die genade dankt hij God altijd. De genade van God die u gegeven is, geschonken is in Christus Jezus. Daar heb je het weer. Hebben jullie al die genade ontvangen? Ook hier is het weer een voltooid feit; dat is jullie deel. Het is u gegeven, en omdat het uw deel is, kunt u daar ook altijd voor danken. Dat geldt ook voor onze eigen positie. Als we Hem kennen, dan hebben we die genade en dan kunnen we God daar altijd voor danken, op basis daarvan danken. ▶ 49:10 In Elk Opzicht Rijk Geworden in Hem ↑ hoofdstukken Want, zegt Paulus, zo vervolgt hij in vers 5: "Want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem." In alles, in elk ding zijn jullie verrijkt in Hem. Dus alle rijkdom is jullie gegeven. Dat is dus niet verdiend; dat is totaal niet aan de orde. Voor Paulus zelfs niet, voor die Korintiërs niet, voor niemand trouwens. Later in dezezelfde brief – sterker nog, in ditzelfde hoofdstuk, ik geloof dat het vers 31 is van hoofdstuk 1 van 1 Korinte – zegt hij dat... Nee, hoe staat het nou precies? Wie wil het even voorlezen? "Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, die voor ons is geworden wijsheid, heiligheid en verlossing." Ja precies, dat is het; die bedoelde ik. Uit Hem is het, dat wil zeggen: uit God is het dat gij in Christus Jezus bent. Dus het loutere feit dat wij in Christus Jezus zijn, is ook niet uit ons; dat is uit Hem. En alle rijkdom die daarmee gegeven wordt... Later in de Efezebrief zegt Paulus dat wij gezegend zijn met elke geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus Jezus. Ook weer: in Hem. Daar is geen uitzondering op. De NBG-vertaling heeft dat afgezwakt door ervan te maken "met allerlei geestelijke zegeningen", want die vonden "elke" een beetje te gek. Maar er staat gewoon echt "elke geestelijke zegen", hoor. Onmiskenbaar. Niet allerlei; elke, elke geestelijke zegen. En we zijn rijk geworden omdat het ons gegeven is in Hem. En er staat bij: "in elk woord en alle kennis". Feitelijk zijn dit twee uitdrukkingen, maar het is één ding. Dat vind je heel vaak; dat noemen ze een hendiadis. Dat is niet alleen een Griekse stijlfiguur, maar een verschijnsel dat je in het algemeen in de taal vindt. Dat woordje 'en' betekent hier niet 'plus' – in alle woorden plus alle kennis – maar het betekent: in alle woorden, namelijk in alle kennis. Want wat doe je namelijk met een woord? Daar geef je kennis mee door. Dat lijkt me vrij logisch. Waarom spreek je? Om iets mee te delen, om iets bekend te maken, om iets te delen. Dus in elk woord en in alle kennis; dat is wat zij hadden ontvangen. Want hoe weet je van die rijkdom? Wel, doordat het bekend is gemaakt. Paulus heeft daarover gesproken en dat leefde daar. En dan staat er vervolgens in vers 6: "Gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is." Dus het getuigenis wat Paulus daar heeft getuigd aangaande – let op – de Christus. Kijk, dan zie je hoe waardevol een interlineair is als je daar eventjes met een schuin oog naar kijkt. Er staat niet "het getuigenis aangaande Christus", maar "het getuigenis van de Christus". Van dé Christus. Van dé beloofde Messias. "Aangaande" is eigenlijk te mager. Het getuigenis van de Christus, van de Messias, werd onder u bevestigd. Onder jullie. Dat wil zeggen: bevestigd is vastgesteld. Het getuigenis is jullie gebracht, maar het is ook bevestigd; het heeft vaste grond te midden van jullie gevonden. We zullen dat trouwens straks ook nog in vers 8 lezen, want de bevestiging gaat alleen maar door. Dat is heel mooi, maar eerst krijgen we nog vers 7. ▶ 53:19 Genade-effecten en Uitzien Naar de Openbaring ↑ hoofdstukken Want er staat: 'zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave tekort komt'. Dat woord staat mij nog vers in het geheugen: genadegaven. We hebben het daar afgelopen zondag over gehad, over het woord charisma, dat meestal vertaald wordt met genadegaven, maar waarvan ik toen ook al gezegd heb dat het letterlijk een genade-effect is. Dus als we dat hier ook zo weergeven: 'zodat gij ten aanzien van geen enkel genade-effect gebrek hebt of tekort komt', in niets. Die genade was gepredikt, dat was getuigd en het was bevestigd, en dat had zijn effect. In al die effecten die die genade onder hen had, kwamen ze niets tekort. Dus we zijn verrijkt, we krijgen genade, we zijn geheiligd. Ziet u trouwens dat hier nog helemaal niets is gezegd over de praktijk, over hoe wij dingen waarmaken? Ik zal u dit vertellen: daar waar je de genade leert kennen, zal dat inderdaad zijn effect gaan hebben. Mensen geloven het niet; ik maak het zo vaak mee. Mensen denken dat als je genade predikt, dat een vrijbrief is om te zondigen. 'Als je alleen genade predikt, is dat gevaarlijk', dat hoor je altijd weer. Maar ik hoop van harte dat ik op deze basis altijd mag blijven staan en genade alleen mag blijven prediken, want er is geen andere basis. Ik geloof ook dat daar waar de genade niet alleen gepredikt wordt, maar ook geloofd wordt, de genade onmiskenbaar altijd zijn effect heeft. Geloof namelijk. Want kijk, bij de wet — ongeacht welke wet, of dat nu een Joodse wet is of een wet in het algemeen — daar moet gewerkt worden. Je kunt zelfs heel liberaal denken en toch wet prediken, namelijk dat je gaat vertellen over hoe een mens moet leven: fatsoenlijk en netjes, ongeacht hoe je dat opvat. Dan krijg je wet. Dat moet jij doen. Want als ik wet predik, wat kun je met wet doen? Die moet gewerkt worden. Maar als je genade predikt, dan vertel je over wie God is en wat Hij geeft; wat Hij doet, wat Hij gaat doen en wat Hij heeft gedaan. Wat kun je daarmee? Daar kun je niet mee werken, want werken kun je alleen als er iets van je gevraagd wordt. We praten nu echter over genade, louter over belofte. Wat kun je daarmee? Dan kun je maar één ding: geloven. Dat wil zeggen: 'amen, zo is dat'. En laat ik u dit vertellen — nou ja, dat hoef ik eigenlijk niet eens te vertellen want het staat op elke bladzijde van met name de brieven van Paulus, maar het is een algemeen Bijbelse waarheid — dat daar waar de genade gebracht en geloofd wordt, God aan het werk gaat en het altijd zijn effect zal hebben. Ik weet gewoon dat het waar is. Ik weet het zelf en iedereen die die genade kent, weet dat het waar is. Omgekeerd is het zo dat degenen die die genade niet kennen, het ook bestrijden. Waarom? Omdat ze domweg niet weten waar ze het over hebben. Ze denken dat het gevaarlijk is, omdat ze toch vertrouwen op zichzelf, op het vlees en op hun eigen werk. 'Het zal maar makkelijk wezen.' De verwijten of de bezwaren tegen genade alleen, sola gratia — het was een van de pilaren van de Reformatie en van wat Luther vertelde — hebben niet lang mogen beklijven, want via de achterdeur komen de werken altijd weer om de hoek kijken. Dat is altijd zo. Maar goed, ze hadden geen enkel tekort aan die genade-effecten. En dat niet alleen, want dat was wat hun deel geworden was: ze waren verrijkt, dat was hen allemaal gegeven. En onderwijl, wat de toekomst betreft, daar gaat het tweede deel van vers 7 over: 'Terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus.' Verwachtende... ja, dat is wel mooi. Terwijl gij uitziet. Dit woord 'verwachten' — ik heb er nu geen lijstje van gemaakt, maar kijk het maar eens na in de concordantie — is inderdaad niet alleen maar weten dat iets komt. Daarom is dit woord 'uitzien' eigenlijk wel mooi: er ook naar uitkijken en naar verlangen. Ik kan verwachten dat er vannacht ijzel komt, maar ik zie er niet naar uit. Dat zijn twee verschillende dingen. Je kunt dingen verwachten, maar er naar uitkijken is wat anders. Dit woord betekent niet alleen weten dat het gaat komen, maar ze zien er echt naar uit. Naar de openbaring. Je hoeft niet eens de Griekse letters goed te kennen om hier het woordje apokalypsis in te herkennen. Dit is de naam — of in ieder geval een soortgelijk woord, iets anders vervoegd — van het laatste Bijbelboek. De Apocalyps van Johannes wordt het altijd genoemd, maar dat is trouwens een onterechte naam. Want het is niet de Apocalyps van Johannes, de openbaring van Johannes. Dat laatste Bijbelboek heeft meestal twee foute benamingen: of men noemt het 'Openbaringen', maar dat is het niet, of men noemt het 'De openbaring van Johannes', en ook dat klopt niet. De titel van het boek vind je meteen al in hoofdstuk 1 vers 1. Het is de openbaring, de apokalypsis. Dat 'kalipsis' heeft te maken met bedekken en dat 'apo' is weghalen. Dus eigenlijk het weghalen van de bedekking; de onthulling. De onthulling van Jezus Christus. In het hele boek Openbaring gaat het over één ding, namelijk dat Jezus Christus onthuld wordt. Met daarbij de veronderstelling dat Hij dus nu nog bedekt is. Als je uitziet naar de onthulling van de Heer Jezus Christus van ons, dan betekent dit dus dat Hij nu nog bedekt is, oftewel verborgen. De openbaring staat tegenover de verborgenheid. Wij kijken uit naar Zijn openbaring, wat betekent dat Hij nu nog — en dat lijkt me nogal wiedes — verborgen is, onttrokken aan het oog. Dat is precies de positie van de Heer Jezus Christus vandaag. Er is een heel Bijbelboek waarin dat prachtig wordt toegelicht aan de hand van de tabernakel, namelijk in de Hebreeënbrief, waar Christus Jezus in het hemels heiligdom is, achter het voorhangsel. Zo hoort dat; dat is Zijn positie vandaag. Maar wij wachten, verwachten en zien uit naar de openbaring, de apokalypsis van de Heer van ons, Jezus Christus. Dat is het uitzicht. Dus aan de ene kant de genade-effecten en de overvloed aan rijkdommen die ons in genade gegeven zijn — dat is verleden en heden — en wat rest ons? We kijken uit naar die stralende toekomst. Want het wordt alleen maar mooier als Jezus Christus openbaar gaat worden, oftewel onthuld zal worden. Daar zien we naar uit. Als u het mij vraagt, ben je dan een zeer, zeer rijk mens als je dat voor nu mag weten, en wat de toekomst betreft weet dat het alleen maar stralender zal worden. In verband met de Ecclesia, Israël en de volkerenwereld. Die kringen worden steeds wijder rondom de Heer Jezus Christus, totdat uiteindelijk de hele schepping omringd zal zijn, of liever gezegd: vervuld zal zijn van Zijn heerlijkheid. Voilà! Dat is de hoop, dat is de verwachting en dat is met recht hoop. ▶ 01:02:25 Bevestigd en Onberispelijk tot de Dag van Christus ↑ hoofdstukken We krijgen onderwijl dan nog de bevestiging tot die tijd, want wij kijken uit naar de onthulling van onze Heer Jezus Christus. En dan staat erbij in vers 8: "Hij zal u ook bevestigen." Hij is dus ook degenen die jullie vaststelt, en dat staat erbij: tot het einde aan toe, namelijk tot aan die onthulling van onze Heer Jezus Christus. Dus al die tijd die ons daar nog van scheidt, de tijd die nog rest, hebben we deze verzekering dat we vastgesteld worden. Kijk maar naar vers 6: "gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is." Dat getuigenis is bevestigd. En nu gaan we verder: Hij zal u ook bevestigen ten einde toe. Waarin bevestigt Hij? Nou, in geloof. Daarom zegt Paulus ook iedere keer – en dan zie je hoe belangrijk de boodschap is, beste mensen – dat je blijft in Zijn woord. Laat je er niet van afbrengen, want alleen op die plaats zal Hij je bevestigen, in de genade. Daarom zegt Paulus: laat u niet afbrengen, laat u niet afwijken. Ik moet aan allerlei plaatsen denken, woorden die mij nog erg voor de geest staan uit de Kolossensenbrief, dat we bevestigd worden in het geloof. Niet in werken, maar in geloof; daarin worden we bevestigd ten einde toe. En dan zie je ook: Hij zal dat doen, Hij zal u daar werkelijk vast in instellen. Dat is het mooie van die boodschap van genade: daarin word je ook altijd weer bevestigd en vastgesteld, zodat gij onberispelijk zult zijn. Ik roep weer even in herinnering wat die Korintiërs waren. Onberispelijk, of onbeschuldigbaar zult zijn in de dag van de Heer van ons, Jezus. Dat is Zijn werk, let wel; dat is niet ons werk. Ook hier ligt weer de nadruk op: Hij zal u bevestigen en vaststellen ten einde toe. Wiens werk is dat dus? Dat is van Hem, zodat gij onberispelijk zult zijn in de dag van de Heer van ons, Jezus. Ook hier zie je weer het woord van genade dat klinkt, en op dat terrein van genade word je vastgesteld. Daarin is ook onberispelijkheid te vinden, niet in werken. Laat ik u dat vertellen, ook al wilt u het niet geloven. ▶ 01:05:48 God Is Getrouw en Roept tot Gemeenschap ↑ hoofdstukken Nou, dan gaan we nog even verder met vers 9: "God is getrouw." Met andere woorden, of: "Getrouw is de God." Hier staat weer "de God". Ik wees er al even eerder op deze avond: Hij is de God, degene die alles plaatst. Hij is trouw of betrouwbaar. Dat wil zeggen dat wat hier in het voorgaande gesproken en gezegd is – dat Hij u vast zal doen stellen, of vaststellen, ten einde toe, zodat u onberispelijk zult zijn – dat we dat van Hem hebben te verwachten. Nou, heel duidelijk: trouw is God, en van niets anders. En daar staat bij: "door wie gij zijt geroepen." Dus Hij is degene door wie jullie werden geroepen. Dat "gij zijt" is niet enkelvoud, dat is meervoud; door wie jullie werden geroepen. God is degene die jullie riep. Dat schrijft Paulus aan die Korintiërs en, zoals we weten, aan hen die allerwege de naam van de Here aanroepen, dus ook aan ons hier in Bodegraven. Trouw is God, door wie jullie werden geroepen. En aangezien Hij roept... als Hij roept, dan maakt Hij het werk ook af. Hij die in u – dat is Filippenzen – Hij die in u een goed werk begonnen is, namelijk toen Hij riep, die zal het ook voleindigen. Er staat trouwens ook bij: tot het einde aan toe. Ik citeer nu even vrij, maar ik meen dat het zo staat: tot de dag van Christus. Zo staat het in ieder geval. Door wie jullie werden geroepen tot gemeenschap. Ja, met Zijn Zoon? Nee, dat staat er niet. Er staat: tot gemeenschap van de Zoon van Hem, zie je? De gemeenschap van de Zoon; de gemeenschap die Hij Zich vormt. Wij behoren tot de gemeenschap van Hem, die kring die Hij rondom Hem vormt, Zijn gemeenschap. En wie dat uiteraard is: Zijn Zoon. Waarom heet Hij de Zoon? Omdat Hij door God Zelf verwekt is, uiteraard. "Daarom zal dat heilige wat uit u geboren wordt, Zoon Gods genaamd worden," werd tegen Maria gezegd. Dus: de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus, de Heer van ons. Weer wat intiemer: de Heer van ons. En dan... ▶ 01:08:33 Bemoediging tot Eenstemmigheid Zonder Scheuringen ↑ hoofdstukken In vers 10 begint in mijn bijbeltje weer een nieuwe passage. De NBG-vertaling zet daar, geloof ik, de kop "Partijschap" boven. Daar gaat het in de volgende verzen inderdaad over. Ik zei al dat er op die Korinthiërs een heleboel aan te merken was; er was van alles te beleven daar, en niet altijd in de positieve zin des woords. Het loutere feit dat er in onze vertaling "Partijschap" boven staat, geeft al aan dat de sfeer daar niet altijd even goed was. We zullen dat ook zien, want je leest: "Doch ik vermaan u, broeders." Dat woord "vermanen" is het Griekse parakaleo. Para is een voorzetsel dat "naast" betekent en kaleo is "roepen". Het woord ecclesia is in elk geval afgeleid van datzelfde werkwoord "roepen", maar hier is het "naast roepen". Ik herinner me dat ik nog niet zo lang geleden een artikeltje gelezen heb over de Doopsgezinde gemeenschappen hier in Nederland. Die noemen hun kerkzaal "De Vermaning". Dat had ik nog nooit gehoord, maar dat heet zo. Waarom komen ze daar bij elkaar? Om vermaand te worden. Het zou kunnen dat het begrip "vermanen" vroeger een andere betekenis had, dat weet ik niet, maar bij ons heeft het toch vooral een vermanende bijsmaak. Het is ook niet per se altijd "vertroosten". Ik vind het echt een aardig voorbeeld om te laten zien dat het woord "vermanen" vaak niet klopt. Als je naar 1 Thessalonicenzen 4 gaat, het laatste vers van dat hoofdstuk, dan lees je in de NBG-vertaling – nadat Paulus onderwijs heeft gegeven over de hoop, over de komst van onze Heer Jezus Christus en de wegrukking – "vermaan elkaar dan met deze woorden". Ik snap niet hoe de vertalers ertoe gekomen zijn om het zo weer te geven. In de Statenvertaling staat: "Vertroost elkander met deze woorden." Dat is volkomen logisch, want Paulus wilde hen juist een hart onder de riem steken aangaande degenen die gestorven zijn, over de hoop die we hebben en de verwachting van de opstanding en van Zijn komst. Daar vertroost je elkaar mee, daar vermaan je elkaar niet mee. Dat is hier in Korinthe ook het geval. Ik zeg overigens niet dat de betekenis "vertroosten" is, want dat is weer een ander woord, maar het idee is aanmoedigen of bemoedigen. Van de tientallen keren dat het in het Nieuwe Testament wordt gebezigd, kun je het zonder uitzondering weergeven met "aanmoedigen". Dat is ook een waarmerk. Letterlijk is het "ernaast roepen". Ik vergelijk het wel eens met een supporter aan de kantlijn: wat doe je dan? Je roept ernaast. Dat is wat het letterlijk is: ernaast roepen, dus aanmoedigen of bemoedigen. "Ik moedig jullie aan, broeders, door de naam van onze Heer Jezus Christus, dat u allen eenstemmig bent." Letterlijk staat er: "zegt allen hetzelfde". Dat is wat eenstemmigheid is: allemaal hetzelfde zeggen. Dat lijkt misschien een onbereikbaar ideaal, om allemaal hetzelfde te zeggen, maar er staat niet dat we allemaal hetzelfde moeten zijn, maar dat we allemaal dezelfde dingen spreken. Het gaat om dezelfde oriëntatie. Ik denk niet dat dit echt moeilijk is, zolang we onze eigen opinies ondergeschikt houden en Zijn woord spreken; dan is daar altijd herkenning. Ook al heb je je eigen gedachten die afwijkend zijn, dat maakt niet uit; je spreekt dezelfde woorden. In het Grieks is het woord voor "belijden" letterlijk "hetzelfde zeggen". Wij belijden bijvoorbeeld de Heer Jezus Christus; wij belijden Zijn woord. Dat betekent letterlijk: hetzelfde zeggen. Daartoe zijn we geroepen: om Zijn woord te spreken en te zeggen: "Er staat geschreven." Dat is ook de basis. Die basis vind je niet door onderlinge afspraken te maken. Ik weet niet in hoeverre u bekend bent met wat er allemaal in de christenheid en de kerkelijke wereld speelt, maar als er onenigheid is, gaan ze dikwijls bij elkaar zitten om de koppen bij elkaar te steken. Wat er dan dikwijls gebeurt, is dat wanneer men de boel bij elkaar wil brengen, men gaat reduceren en schrappen. Men zoekt dan de gemene deler van datgene waarover men het eens is. Maar dat is mensenwerk. Ik ga ervan uit dat als we gewoon Zijn woord met elkaar spreken – en ik bedoel niet alleen als ik bijbelstudie geef – dat dit een basis is om gemeenschap te vormen. Daarom zegt Paulus later in deze brief, in 1 Korinthe 4: "Wees niet wijs boven hetgeen geschreven staat." Dat wil zeggen: luister naar wat er staat geschreven en spreek die woorden. Daarin kun je elkaar onderwijzen en met recht op Jezus wijzen. Dat verheugt en dat is ook de basis van eenheid: hetzelfde spreken. Het is niet: "Jullie moeten zeggen wat ik zeg", want dat is heerschappij voeren. Paulus zegt in 2 Korinthe 1 van zichzelf dat hij geen heerschappij voert over hun geloof. Hij ging hen niet vertellen wat zij moesten denken; hij sprak Zijn woord, en dat verenigt. In 1 Johannes 1 staat: "Indien wij in het licht wandelen... hebben wij gemeenschap met elkaar." We wandelen in het licht van Zijn woord en dan vinden we elkaar ook. We spreken gewoon Zijn woord. "Weest allen eenstemmig." Laat het Woord klinken en laat er geen scheuringen onder u zijn. Zolang je Zijn woord spreekt, is er eenstemmigheid, maar dan zijn er ook geen scheuringen, geen schismata. Een schisma is een scheuring. Het woord wordt ook gebruikt voor kledingstukken in de Evangeliën, waar je leest over een nieuw stuk lap dat op een oud kledingstuk wordt genaaid, waardoor het scheurt. Die scheuringen waren het gevolg van verschillende woorden die klonken. Er staat ook nog bij: "vast aaneengesloten". Hier wordt een woord gebruikt dat "aaneengeklonken" of "gereedgemaakt" betekent. Gereedgemaakt ook door Zijn woord. En vervolgens: "één van zin en één van gevoelen". Dezelfde mind, dezelfde denkzin. Maar hoe krijg je eenzelfde denkzin? Hoe kan het dat we hetzelfde denken? Dat is geen mensenwerk. Zet mensen bij elkaar en ze denken doorgaans allemaal verschillend; dat gaat alle kanten op. Maar daar waar je Zijn woord spreekt, daar krijg je dezelfde denkzin en dezelfde opinie. Ook dat is een groeiproces, namelijk door Zijn woord steeds beter te leren kennen. Eén van zin en één van gevoelen. Ik heb er even een lijstje van gemaakt met het bijbelprogramma ISA (Interlinear Scripture Analyzer). Dat is een geweldig programma; je klikt op een woord en je krijgt meteen zo'n lijstje te zien. Je ziet dan bij dit Griekse woord de concordante weergave en hoe verschillend men het woord soms heeft weergegeven: met mening, voorkennis, besluit, zin, gezindheid of gevoelen. ▶ 01:19:22 Het Belang van Concordant Vertalen en Één van Zin Zijn ↑ hoofdstukken In dit verband is het goed om daar even op voort te borduren. Want eenstemmigheid en eensluidendheid onder elkaar hebben te maken met het eerbiedig omgaan met Zijn Woord en dat ook eensluidend weer te geven. Concordant. Het woord 'concordant' is het hart; concordant is eigenlijk 'met het hart'. Maar hoe kun je inderdaad van harte één worden? Dat is doordat je het ook eensluidend weergeeft. Niet één woord de ene keer zus en de andere keer zo weergeven, want dat zegt namelijk iets over de mening van een vertaler. Als we zeggen: "Nou, we geven het hier zus weer", op die plaats zo, en op weer een andere plaats op nog een andere manier... ja, dan weet je dus nooit wat er staat. Dat is niet eensluidend. Als de Bijbel één woord gebruikt, dan zouden wij daarvoor ook één woord gebruiken, voor zover dat in het Nederlands, onze taal, ook mogelijk is. Ik bedoel: dat is ook eensluidend denken. Dat is zo belangrijk, want ik ben ervan overtuigd – dat zou een onderwerp apart zijn om te laten zien – dat mensen ook uit elkaar gedreven worden juist door die discordante, niet-eensluidende vertalingen. Dan krijg je... ik zal een voorbeeld geven, misschien een vrij berucht voorbeeld. Er staat in het Grieks het woordje aion en dan zeggen de vertalers: "Nou, soms geven we het weer met 'eeuw' en op andere plaatsen weer met 'eeuwigheid'." Zegt dat iets over het woord aion? Nee, dat zegt iets over de vooringenomenheid van de vertaler. Zij hebben bepaalde ideeën en dat projecteren ze in de vertaling, maar daarmee geven ze niet het woord weer; daarmee geven ze hun eigen gedachten weer. En dan lees je en zeg je: "Ja, maar het staat in de Bijbel." Nee, het staat in een Bijbelvertaling die discordant is, niet eenstemmig. Daardoor worden mensen ook uiteengedreven, want dan krijg je verschillende opinies. Die ene denkzin, dat één van gevoel of één van opinie zijn, is alleen maar mogelijk als je eerbiedig met Zijn Woord omgaat. Daar staat één woord en we willen daarvan de betekenis weten. Hoe kom je daarachter? Nou, gewoon zo: kijk waar het woord voorkomt. Dan is die weergave correct die in alle gevallen inderdaad kan, en dan weet je wat er staat. Anders weet je alleen maar wat de mening, om het zo maar te zeggen, van de vertaler is. Maar dat is niet interessant. Dat geldt ook voor de mening van de voorganger of van de bijbeleerder. Wat staat er geschreven? Eerbied voor het Woord, dat brengt ons ook bij elkaar en dan ben je één van zin en één van gevoelen. Nou, dat lijkt mij een heel mooi moment om de studie af te sluiten. Dan stel ik voor dat we de volgende keer bij vers 11 verdergaan. 🎧 1 1Korinthe 1:1-10 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); if (!allDet.length) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { for (var j = 0; j < allDet.length; j++) { target.parentNode.insertBefore(allDet[j], target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { for (var k = 0; k < allDet.length; k++) { col.appendChild(allDet[k]); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSrc = floatAudio.getAttribute('src') || ''; var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var activeDet = null; var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); for (var i = 0; i < allDet.length; i++) { var dUrl = allDet[i].getAttribute('data-audio-url') || ''; if (dUrl) { if (curSrc.indexOf(dUrl) !== -1 || dUrl.indexOf(curSrc) !== -1) { activeDet = allDet[i]; break; } } } var scope = activeDet || document; var allTs = scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = scope.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl(btn) { if (btn) { var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } } var anyDet = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (anyDet) { var dUrl2 = anyDet.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl2) return dUrl2; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); var scope = det || document; scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(btn); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth 1) { partLabel = parts.slice(1).join(':').trim(); } } } var mainHeading = partLabel ? (pTitle + ' (' + partLabel + ')') : pTitle; titleEl.textContent = cTitle ? (mainHeading + ' · ' + cTitle) : mainHeading; } if (floatAudio) { var curRate = speeds[speedIdx]; function seekAndPlay() { if (sec >= 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

03-11-2026 Lees verder

alle heiligen & Paulus

Allerheiligen en Halloween zijn bepaald geen Bijbelse hoogtijden. Integendeel, ze vormen een karikatuur van wat de Bijbel onderwijst over ‘alle heiligen’. Een mooi onderwerp om juist op de eerste november eens te belichten. Wie zijn ‘alle heiligen’ en wat onderscheidt hen van ‘alle zielen’, oftewel alle mensen? Paulus spreekt over een apart gezette groep met een zeer bijzondere bestemming, die zelfs in het Oude Testament al cryptisch is aangekondigd… .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak Naar aanleiding van Allerheiligen en Allerzielen belicht deze studie het contrast tussen de kerkelijke traditie en het onderwijs van de Schrift, in het bijzonder van de apostel Paulus. Volgens de Bijbel is een ieder die het Evangelie gelooft een geheiligde, en is de dood geen voortzetting van het leven maar het tegenovergestelde daarvan. Na het sterven is er tot aan de opstanding geen enkel bewustzijn, waarmee begrippen als het vagevuur en de hel vervallen. Paulus openbaart het geheim dat gelovigen niet afzonderlijk bij het sterven naar de Heer gaan, maar tegelijk door opstanding en transformatie bij Zijn komst. Uiteindelijk zal de dood geheel worden tenietgedaan doordat in Christus allen levend worden gemaakt. “We gaan niet door sterven naar de Heer, we gaan door opstanding naar de Heer.” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Inleiding: Allerheiligen en Halloween ▶ 07:32 Maarten Luther en de 95 Stellingen ▶ 15:34 Wat de Bijbel Leert over Heiligen ▶ 22:28 Hemel, Hel en Vagevuur Versus de Schrift ▶ 31:55 Dood als Tegenovergestelde van Leven ▶ 39:26 De Leugen van de Slang en de Onsterfelijke Ziel ▶ 45:02 Paulus als de Geringste van Alle Heiligen ▶ 54:21 Samen de Heer Tegemoet: Opstanding en Transformatie ▶ 58:27 Verschijnen met Alle Heiligen en de Dood Tenietgedaan ▶ 00:00 Inleiding: Allerheiligen en Halloween ↑ hoofdstukken Nou, en dan mag ik het eindelijk zeggen: een hele goede middag allemaal, vrienden! Goed om elkaar hier weer op deze middag en avond te treffen. En zoals aangekondigd op de website en zoals zojuist door Arnold aangegeven: het is inderdaad vandaag 1 november en daar wil ik dan toch even aandacht aan geven. Ik wou eigenlijk ook zeggen: op zo'n protestantse plaats als Urk zou je niet al te veel aandacht hoeven of willen geven aan een dag als deze, Allerheiligen. En tegelijkertijd – ook dat gaf Arnold in die paar zinnen al aan, je hebt eigenlijk al wat gras voor mijn voeten weggemaaid, maar dat is geen verwijt – is het inderdaad waar dat Allerheiligen ook weer alles te maken heeft met de dag van gisteren, namelijk Hervormingsdag of de dag van de Reformatie. Laat ik even een paar dingen in het algemeen daarover zeggen. Kijk, deze 1e november is het Allerheiligen. Dat is een oude manier van zeggen van een tweede naamval: 'van alle heiligen' betekent dat. En eigenlijk is het ook zo dat de voorafgaande avond – dus gisteravond was het 31 oktober – de feitelijke kerkelijke feestdag al begint: Allerheiligenavond. En waarom zeg ik dit nu ook? Omdat dat in het Engels All Hallows' Eve is, en als je die woorden samentrekt, dan krijg je Halloween. Dus Halloween betekent feitelijk gewoon Allerheiligenavond. Een nogal – in onze ogen – macaber feest tussen aanhalingstekens. Ik heb er niet veel mee; nee, maar daar gaat het nu even niet om. Het is trouwens wel eigenaardig, en daar wil ik ook wel eventjes op wijzen, hoewel het niet al te veel met het onderwerp te maken heeft: het gebruik van kerkelijke feestdagen die beginnen in de avond. Dat is niet alleen bij Allerheiligen zo, maar dat is dus ook het geval met Kerstavond. Want dat is niet 25 december in de avond, maar 24 december in de avond. Dat heb je trouwens ook weer met Pasen en met Pinksteren, met paaswakes en met pinksterwakes. En ik realiseer me ook dat dat het geval is op 5 december. Dat is ook weer zo'n heilige dag... Nee, dat zeg ik verkeerd: 6 december is eigenlijk de heilige dag. En wij noemen dat dan altijd de geboortedag van Sint-Nicolaas, maar het was niet zijn geboortedag, het was zijn sterfdag. En de avond daarvoor, dat wordt dan gevierd. Trouwens, de eerstvolgende Bijbelstudie is op 6 december, maar we gaan het dan niet over Sint-Nicolaas hebben, dat kan ik u nu al verklappen. Ja, jazeker. Allerheiligen: eventjes voor de goede orde, voor zover we dat niet weten. In het algemeen is daar niet zo heel veel over bekend. Ik geef persoonlijk ook helemaal niks om kerkelijke dagen en ik heb daar een heel goed argument voor: dat het feitelijk geen enkele Bijbelse grond heeft. Niet alleen wat men viert en hoe men dat doet, maar zelfs in de datumkeuze zit heel veel willekeur. In ieder geval heeft het geen Bijbelse grond. Maar wat ik er... dat vind ik vooral het nut ervan: het biedt gelegenheid om eens een bepaald onderwerp, juist vanwege de aandacht die het krijgt, in het Bijbelse licht te stellen en daar Bijbels licht op te laten schijnen. Dus dat vind ik dan toch wel weer de positieve kant daarvan, zeg maar. Allerheiligen, dat betekent dus 'van alle heiligen', feitelijk de dag van alle heiligen. En daarmee bedoelt men – kijk het maar na, dit is geen invulling van mijn kant: gewijd aan heiligen die in de hemel zijn en aangeroepen worden tot voorbede. Die definitie heb ik gewoon rechtstreeks overgenomen van het internet, dat is een van de omschrijvingen van deze dag. Ik moet er meteen bij zeggen: dat is zoals de rooms-katholieke leer luidt. Dit is dus niet zoals de Bijbel dat zou omschrijven, even voor de goede orde. Het gaat om de heiligen die in de hemel zijn en zij worden dan ook aangeroepen tot voorbede. De dag later, dus dat is morgen, is het Allerzielen. En die dag is gewijd aan voorbede voor overleden gelovigen, dat wil zeggen mensen van de Rooms-Katholieke Kerk – want daarover hebben we het dan – die in het vagevuur worden gelouterd. Dat is de gedachte achter deze feestdag of kerkelijke heilige dag. Ik heb trouwens begrepen dat er op een gegeven ogenblik – dat zal in de derde of vierde eeuw van onze jaartelling geweest zijn – zoveel heiligendagen waren dat ze inmiddels de 365 gepasseerd waren. Er waren dus niet meer dagen beschikbaar, zodat men gewoon een dag gereserveerd heeft voor alle heiligen die nog niet benoemd zijn. Want volgens mij zijn alle dagen van het jaar al gereserveerd voor de een of andere heilige. Maar Allerheiligen is in feite een speciale categorie die ook door de kerk, en in dit geval ook door de paus, heilig verklaard zijn. Die bevinden zich, zoals de leer luidt, in de hemel en zij doen dan voorbede, en daartoe wordt opgeroepen. En bekend is natuurlijk ook in de Rooms-Katholieke Kerk dat het een heel normale praktijk is dat Maria wordt aangeroepen, maar ook allerlei andere heiligen kunnen worden aangeroepen om een goed woordje te doen, voorbede te doen. Ik probeer het hier zo feitelijk mogelijk voor te stellen. Je zou als niet-rooms-katholiek de neiging kunnen hebben om daar wat laconiek over te doen – in feite doe ik dat ook wel – of om daar spottend over te doen, en dat wil ik in ieder geval proberen te vermijden. Gewoon, dit is de wijze waarop dat beleefd wordt en geformuleerd wordt. En in het algemeen is de gedachte dat gelovigen die overlijden, alvorens in de hemel terecht te komen, eerst in het vagevuur komen, alwaar ze gelouterd worden om alsnog vervolgens gepromoveerd te worden naar de hemel. ▶ 07:32 Maarten Luther en de 95 Stellingen ↑ hoofdstukken Daar hadden we het zojuist even over: op de 31ste oktober, voorafgaand aan deze beide dagen, sloeg Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de Slotkerk in Wittenberg. Ik heb begrepen trouwens dat dat historisch wat omstreden is, dus voor wat het waard is, maar dat is in ieder geval de gedachte. Terwijl al het kerkvolk op Halloween, op de avond van 31 oktober, naar de kerk ging, konden ze al die stellingen die Luther had geformuleerd lezen, en de aanklacht die hij deed. Wij als protestanten – als niet-Rooms-katholieken bedoel ik daarmee – praten er altijd met de grootste achting over. En eigenlijk ik ook. Ik vind het dapper wat Maarten Luther heeft gedaan: dat hij zich niet al te veel gelegen heeft laten liggen aan kerkelijke autoriteiten en dat hij bepaalde motto's heel uitdrukkelijk heeft geïntroduceerd die zo oerbijbels zijn. Sola Scriptura bijvoorbeeld, alleen de Schrift, of alleen genade: sola gratia, of sola fide, dat wil zeggen: alleen geloof. Al die uitdrukkingen komen rechtstreeks of vrijwel rechtstreeks uit de Bijbel. Terwijl wij hier samengekomen zijn rondom het Woord, kun je daar alleen maar de grootste achting voor hebben. Maar ik moet er meteen wel een aantekening bij plaatsen. Als je nou eens echt kennis zou nemen van die 95 stellingen, dan schrik je je een hoedje. Tenminste, bij heel veel stellingen waar je je totaal niet in kunt vinden en die haaks staan op het hele Bijbelse gedachtegoed. Daar wil ik toch een paar voorbeelden van geven. Het zijn 95 stellingen en u kent ze ongetwijfeld niet allemaal uit uw hoofd – ik ook niet. Ik selecteer er even vijf uit om aan te geven wat ik met die aantekening bedoel. In feite is het vooral een aanklacht tegen de aflaathandel die plaatsvond. Aflaten kon je kopen: in feite een soort van vergeving die je kon kopen, waardoor geliefden die zich in het vagevuur bevonden daaruit bevrijd zouden worden of verlichting kregen. Het zijn hele merkwaardige gedachten. Ik benoem het nu zo, maar je denkt: merkwaardig hoe men daarover dacht. Het ging vooral om die handel in aflaten; je kon iets kopen waardoor mensen die overleden waren het beter kregen in het vagevuur, of waardoor de tijd daarin verkort zou worden of de heftigheid verminderd zou worden. De zevende stelling van de 95 luidt bijvoorbeeld zo: "God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als zijn plaatsvervanger." Ik houd expres even stil natuurlijk, gewoon om eventjes tot u te laten doordringen wat Luther hier beweert. Wat Luther dus zegt: zonder dat je je eerst gehoorzaam onderwerpt aan de priester als jouw plaatsvervanger, kan jouw schuld nooit vergeven worden! Als ik u nu vraag: hoe reformatorisch bent u eigenlijk? We gaan een tiental stellingen verder, naar nummer 17: "De zielen in het vagevuur zullen zeker behoefte hebben aan vermindering van hun angst en hun verschrikking..." Met andere woorden: Maarten Luther ging helemaal mee in de gedachte dat men, voordat men in de hemel komt, eerst door het vagevuur moet. Hij spreekt over de zielen in het vagevuur die zeker behoefte zullen hebben aan vermindering; dat stelt hij helemaal niet ter discussie. Hij heeft bezwaar tegen de aflaathandel, maar niet tegen de gedachte van het vagevuur. En nog een: nummer 30: "Niemand is zeker (...) of hij wel volkomen vergeving van zonden ontvangen heeft." Wederom stel ik mij de vraag: hoe reformatorisch ben ik eigenlijk? Het wordt steeds minder op deze manier, als ik het zo lees! Nummer 32: "Wie denken door aflaatbrieven zeker te zijn van hun behoud zullen met hun leraars onder het eeuwig oordeel vallen." Daar twijfelde Luther dus ook helemaal niet aan. Wat hij daarmee bedoelde – een eindeloze helstraf – stond voor hem zo vast als wat. Is er ook geen tegenstrijdigheid dan met wat je daarnet zei? Hoe bedoel je? Nou, wie denken door aflaten zeker te zijn... terwijl daarnet gezegd werd: je moet aflaten betalen omdat degene die in het vagevuur zit het dan beter krijgt. Nee, nee, dat zei hij niet. De zielen in het vagevuur zullen zeker behoefte hebben aan vermindering, dat wel. Maar hij bevestigt toch niet de aflaathandel? Oh, oké. Daar hebben we het zo meteen nog wel even over. Maar in ieder geval deze: stelling 71: "Wie de waarheid van de pauselijke aflaat weerspreekt, die zij vervloekt!" En dan denk ik: daar hoor ik bij, in die categorie! Ik stelde zojuist de vraag: hoe reformatorisch ben je? Laten we het anders vragen: hoe luthers ben je eigenlijk? Nu heb ik het over uitspraken die hij heeft gedaan met betrekking tot die 95 stellingen, maar ik zou ook een heel aantal citaten kunnen geven over wat hij heeft verteld of gezegd over het Joodse volk en over de eindtijd. Eén ding moet ik hem nageven: hij was vaak heel duidelijk in zijn taal, en dat is hij hier trouwens ook. Maar goed, we zijn hier samengekomen om het Woord te laten spreken en de Schriften te openen. Ook om de Schriften te openen met het oog op wat er beweerd wordt. In dit geval hebben we het over Allerheiligen en over de kerkelijke leer, maar het moet toch duidelijk zijn, bij wat ik zojuist even in een paar dingen naar voren heb gebracht, dat daar zoveel niet alleen van Rooms-katholieke zijde, maar net zo goed ook van Luthers kant haaks staat op wat de Schrift leert. ▶ 15:34 Wat de Bijbel Leert over Heiligen ↑ hoofdstukken Het hele concept dat aan dit alles voorafgaat, en wat Luther trouwens ook helemaal niet weersproken heeft, is dat men, om tot 'alle heiligen' te behoren, eerst gestorven dient te zijn. Ik bedoel: die dag is gewijd — het heet Allerheiligen — en dan gaat het over degenen die zich nu in de hemel bevinden. Pas dán ben je inderdaad een heilige en is die dag aan jou gewijd. Maar dat betekent dus dat je eerst gestorven moet zijn. Hoe Bijbels is dat? Nou, ik kan u zeggen: totaal niet dus! Dat wijkt er zo van af. Kijk, als je Paulus hierover leest — want dat was toch de titel: alle heiligen & Paulus. Ik wil in het algemeen de Schrift laten spreken, maar we zullen ons met name straks ook richten op wat Paulus onderwees. Voor hem was het zo dat ieder die het Evangelie gelooft — dat wil zeggen het goede bericht dat hij aan de natiën mocht brengen, het ware Evangelie... Want ik zeg het er maar even bij: er gaat ook heel veel voor evangelie door dat geen evangelie is. Dat was trouwens in Paulus' dagen al zo; lees maar in Galaten 1 dat hij al zei: men spreekt over een evangelie, maar het is geen evangelie. Zo wordt het wel verkocht — zo heb ik het trouwens ook wel gehoord — maar het is het niet. Want degene die gelooft in de blijde tijding die hij wereldwijd onder de natiën mocht bekendmaken, ja, degene van wie de ogen, oren en harten daarvoor geopend zijn, die is geheiligd! Laat ik daar één schriftplaats voor noemen; ik vind dat een heel mooi en frappant voorbeeld in 1 Korinthe 1. Paulus begint zijn brief en stelt zich voor: "Paulus, een geroepen apostel..." En dan zegt hij ook aan wie de brief die hij schrijft geadresseerd is: "aan de ekklesia van God te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen die allerwege de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen." Wat trouwens apart frappant is, want dat betekent dus ook — vooral uit dat laatste — dat deze brief helemaal niet uitsluitend geschreven is aan de Korinthiërs. Weliswaar primair, dat is de achtergrond, maar daarmee over de hoofden van de Korinthiërs heen is het gericht aan allen die allerwege — ik zou haast zeggen inclusief zij die vandaag hier in Urk samenkomen — allerwege de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen. De Jezus die door God is opgewekt uit de doden en tot Heer en Christus gemaakt is. Ja, inderdaad: JAHWEH redt, want dat is wat de naam Jezus betekent. Degenen die Hem aanroepen, zijn geroepen heiligen. Geheiligd, dat wil zeggen apart gezet. En waarom ik dit zo frappant vind en citeer uit de Korinthebrief, is omdat Paulus in het vervolg van deze brief toch laat zien hoeveel misstanden er waren daar in Korinte. Je leest eigenlijk vanaf de aanvang, al in hoofdstuk 3, over hun vleselijke gezindheid. Hij beklaagt zich erover dat ze nog steeds aan de melk zitten en dat hij zo graag vaste spijs vanuit het Woord zou willen brengen, maar daar waren ze niet aan toe en ze konden het eigenlijk niet verdragen. Later lees je over de toestanden van hoererij, over de schisma's, de splitsingen en de tweedracht in deze ekklesia. En ja, ook dat er onderlinge rechtszaken waren! Het was eigenlijk, als je het op menselijke wijze zou benaderen en zou moeten benoemen, dat je zou zeggen: wat een zooitje zeg, daar in Korinte! En dan vind ik het juist zo mooi hoe Paulus hen benadert: hij spreekt hen aan op grond van hun positie in Christus Jezus. Ze zijn geroepen, en God is degene die hen rechtvaardigde. En Hij is ook degene die hen heiligt en apart zet. En dat is wie zij zijn in Christus! Niet omdat Paulus dat zo waarnam in hun gedrag — want dat was helemaal niet het geval — maar God ziet ons zo aan, en we worden geacht om in geloof ook zó naar elkaar te kijken. En dat is ook waar Paulus heel demonstratief in deze brief meteen mee begint en hen aanschrijft in die hoedanigheid: dát is wat jullie zijn! Dus het hele idee dat heiligen mensen zouden zijn die, als ze eenmaal gestorven zijn, door de paus heilig verklaard worden en een bepaalde status hebben gekregen omdat ze zo trouw zijn geweest in de rooms-katholieke leer... Alleen dat al! Dan hebben we het dus over leringen die al in een heel vroeg stadium zijn vastgelegd, zoals de eindeloze hellestraf en de leer van de drie-eenheid. Dat is de algemene christelijke leer, tenminste zo werd dat neergezet en zo is dat beleden. Als je je die dingen realiseert, dan merk je van: ja, dat is een religieuze wereld die weliswaar de Naam heeft en zich naar Hem noemt, maar in werkelijkheid staat alles in de boodschap die daar verteld wordt haaks op wat Paulus heeft mogen uitdragen en zoals hij daar getuigenis van geeft in zijn brieven. Ja, dat moet gezegd worden. Ik bedoel: die motto's van de Reformatie zijn geweldig, maar je moet je ook realiseren hoe enorm veel er ook in de Reformatie nog aan leer is meegenomen vanuit de Rooms-Katholieke Kerk. ▶ 22:28 Hemel, Hel en Vagevuur Versus de Schrift ↑ hoofdstukken Een ander leerstuk dat heel duidelijk meekomt in die dagen van Allerheiligen en Allerzielen, is dat mensen direct na het sterven... Ja, er zijn eigenlijk drie opties. Ze gaan óf naar de hel — dat is definitief — óf naar de hemel, óf naar het vagevuur. Kent de Bijbel dat? Nee, maar de kerkelijke leer dus uitdrukkelijk wel. Er wordt gewaarschuwd dat je wel de goede keuze moet maken, dat je je wel bij de kerk moet voegen. Want dat is met name een van de formuleringen van de Rooms-Katholieke Kerk, maar het is ook door de protestanten overgenomen: buiten de kerk is geen zaligheid. Nou, er is geen redding buiten Jezus Christus, maar het hele idee dat er buiten het instituut van de kerk geen zaligheid zou zijn... Als je daarbij stilstaat, dat is eigenlijk weerzinwekkend. Maar goed, die drie opties dus. Je gaat direct naar de hel, en dat is definitief. Óf je gaat naar de hemel, maar dat is slechts voor een hele kleine groep weggelegd. Dan moet je welhaast een heilig boontje zijn, want daar komt het wel op neer: het is voor mensen die zich in vroomheid buitengewoon sterk ontwikkeld hebben, die daardoor die status hebben gekregen en vervolgens ook de bevestiging hebben ontvangen van het kerkelijk instituut — die door bisschoppen en de paus heilig verklaard zijn. En de derde optie — en dat is veruit de grootste categorie van het kerkvolk — is dat ze na het overlijden eerst in het vagevuur terechtkomen, waar ze gelouterd worden. Dat is de kerkelijke leer. Hoe verhoudt zich dit nu tot de Schrift? De Schrift leert, als u het mij vraagt, heel duidelijk dat er na het sterven tot aan de opstanding geen enkele bewuste ervaring is. De mooiste en eenvoudigste manier om het te formuleren is zoals de Schrift het zelf zegt in het boek Prediker: "de doden weten niets" (Pred. 9:5). Er is geen bewuste ervaring na het sterven tot aan de opstanding. Als je in Prediker 9 een paar verzen doorleest, vers 10, dan lees je: "Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat." En de schrijver motiveert dat zo: "want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk waarheen gij gaat." Wat is er dan wel? Helemaal geen bewustzijn! De doden weten niets. Het woord 'dodenrijk' suggereert alsof het een bepaald rijk is waar de doden zich bevinden en op een of andere manier tot elkaar verhouden. Die term zelf suggereert al een bewust bestaan. Vandaar dat je eigenlijk veel beter kunt teruggrijpen op de oorspronkelijke woorden. In het Hebreeuws staat hier She'ol, en men weet daar eigenlijk weinig over te zeggen, behalve dat het verwant is aan een werkwoord dat 'vragen' betekent. Het Griekse woord is helemaal frappant: hades. En hades betekent letterlijk 'het onwaarneembare'. Dat wil zeggen: degene die dood is, neemt niets meer waar. Er is geen waarneming in het dodenrijk, als je die term dan toch gebruikt. Nu kun je tegenwerpen: als je spreekt over Hades, dan weten de meeste mensen niet wat dat betekent. Nou, dan moet je het uitleggen! Ik heb daar eigenlijk niet veel moeite mee, want dat doe ik nu immers ook. Het woord 'dodenrijk' wekt associaties op die niet bijbels zijn, dus moet je je richten naar betere woorden. En het beste is om de woorden te gebruiken die de Bijbel zelf aanreikt. Dat doen we immers ook als we spreken over aion. Dat is over het algemeen ook een onbekend woord, maar het is wel een schriftuurlijk woord. Correct woordgebruik is essentieel om de dingen scherp te krijgen; om bijbels te leren denken, moet je gezonde, bijbelse woorden gebruiken, zoals Paulus dat noemt. Als dit de werkelijkheid is — dat degene die sterft de laatste adem uitblaast, de ogen sluit en dat het eerstvolgende bewuste moment de opstanding is — dan begrijpt u wel dat zo iemand zelf helemaal niet zit te wachten op de opstanding. Wie wachten er dan wel? Degenen die achterblijven! Zij wachten. Voor degene die overlijdt, is het eerstvolgende bewuste moment wanneer hij de ogen weer opslaat in de opstanding. Ik heb daar ooit het mooie voorbeeld van gehoord van Abel. Abel werd doodgeslagen door zijn broer Kaïn. Het eerstvolgende moment dat hij straks in de opstanding zijn ogen opslaat — en dan laat ik even in het midden of dat bij de eerste opstanding zal zijn of na de duizend jaren — kijkt hij direct om zich heen: "Hé, waar is Kaïn?" In de menselijke geschiedenis zijn er dan duizenden jaren voorbijgegaan, maar voor Abel houdt de tijd op het moment van sterven met recht op. Vroeger was het in Nederland volgens mij het gebruik om bij het overlijden van iemand de klok stil te zetten. Dat vind ik een prachtig beeld: inderdaad, de tijd staat stil. En die gaat pas weer lopen op het moment dat de mens opstaat. Voor mij is dit al vele tientallen jaren een vanzelfsprekende overtuiging, maar het staat natuurlijk haaks op wat er alom over gezegd wordt — niet alleen in de rooms-katholieke wereld, maar net zo goed in de protestantse en evangelische wereld. Dit sluit direct aan bij het trio hemel, hel en vagevuur. Even voor de goede orde: het vagevuur kent de Schrift niet. De hel trouwens evenmin. De hemel kent de Bijbel zeker wel. Maar je moet zulke begrippen natuurlijk eerst zuiver definiëren. Wat bedoel je met 'de hel'? Eigenlijk zou je moeten vragen: wélke hel? Dat vraag ik niet om het ingewikkeld te maken, maar kijk maar eens in de Statenvertaling. Daar is het woord 'hel' soms de vertaling van she'ol of hades, maar het is ook de vertaling van het Griekse woord gehenna (het dal van Hinnom). Dat zijn volstrekt verschillende bijbelse begrippen, die toch allemaal met 'hel' worden vertaald. En dan heb je ook nog het woord abyssos (de afgrond), dat soms eveneens met hel wordt aangeduid. Waarover heb je het dan? Kort door de bocht wordt in het algemeen met 'de hel' dat oord bedoeld waar een mens terechtkomt en waar nooit meer een einde aan komt: de plaats van eeuwige godverlatenheid en pijniging. Er bestaan allerlei varianten op, maar dat is simpelweg niet wat de Schrift leert. Prijs God op uw blote knieën dat dat zo is! God heeft een geweldig plan met de mensheid. Dat zeg ik niet op een zoetsappige manier alsof er geen gericht zou zijn. Integendeel! Maar 'gericht' betekent in de Schrift juist dat Hij de dingen rechtzet en terechtbrengt. Dat is toch een geweldige waarheid? En dat is iets heel anders dan een vagevuur. Het vagevuur is de gedachte dat je tussen sterven en opstanding nog een loutering ondergaat. Maar dat kent de Bijbel dus niet: er is helemaal geen bewuste fase tussen het sterven en de opstanding. ▶ 31:55 Dood als Tegenovergestelde van Leven ↑ hoofdstukken Maar goed, bij het derde punt: mensen gaan niet dood, maar ze leven op een andere wijze verder. Dat is eigenlijk in het algemeen het hele concept achter Allerheiligen en Allerzielen. Eigenlijk is de dood een andere vorm van leven — dat wil zeggen, in de algemene opvatting. Een mens gaat niet echt dood, maar hij leeft op een andere wijze en op een andere plaats verder. Maar in de Bijbel is de dood niet een andere vorm van leven, maar juist het tegenovergestelde van leven. Of eigenlijk: daar waar geen leven is. Wie dood is... nou, dit is een open deur intrappen: wie dood is, leeft niet, en wie leeft, is niet dood. In Openbaring 20 lees je, in verband met die duizend jaren waar ik het zojuist over had, eerst over een opstanding van degenen die gedurende de grote verdrukking — de martelaren, degenen die geen teken op hun hand of voorhoofd hebben genomen en om die reden gedood zijn — dat zij, voordat de duizend jaren aanvangen, zullen opstaan. Opstaan uit de doden, dat wil zeggen: met achterlating van de overige doden. Dat is wat opstanding uit de doden betekent. En dan lees je in verband met die opstanding dat de overige doden niet wederlevend werden voordat de duizend jaren voleindigd waren. En degene die dus wel levend werd, dat wordt genoemd de eerste opstanding; een opstanding uit de doden. Na de duizend jaren lees je dat de overige doden — feitelijk alle doden — opstaan bij de grote witte troon. En ja, dat is dus de opstanding der doden, dat wil zeggen de opstanding van alle doden. Allen die dan nog dood zijn, zullen bij die gelegenheid opstaan. Het is overigens nog niet het eind van het verhaal, maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat er mij nu vooral om dat dood het tegenovergestelde is van leven. De overige doden werden niet levend. Dus die doden zijn dood. Ze leven niet op een andere wijze; nee, ze zijn niet levend. Dat is het grote contrast. Het is een verschil van dood en leven — zo groot is het verschil. In 1 Korinthe 15, hét hoofdstuk bij uitstek in de Bijbel dat ons wijst op de betekenis van de opstanding — alles draait in de Bijbel immers om de waarheid dat God de doden opwekt — zegt Paulus in vers 18: indien Christus niet is opgewekt, dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Kijk, die ontslapen zijn. Alleen de term 'ontslapen' is al heel veelzeggend. Want waarom vergelijkt de Bijbel de dood met een slaap? Eigenlijk om twee redenen. In de eerste plaats: degenen die dood zijn, zijn zich van niets bewust, zoals je ook geen bewustzijn hebt wanneer je slaapt. En de tweede reden is dat slaap een tijdelijk fenomeen is; uit de slaap ontwaak je weer. En dat is precies zoals de Bijbel de dood belicht: het is een slaap, je bent je van niets bewust, maar je wordt daaruit gewekt — opgewekt, zodat je opstaat. Dat is de Bijbelse gedachtegang. En daarom: als Christus niet is opgewekt, dan zijn zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Kijk, als het waar zou zijn wat er in het algemeen gezegd wordt — kijk de rouwadvertenties maar na: iemand gelooft, sterft en juicht dan vervolgens voor Gods troon, er zijn talloze manieren om dat te benoemen, maar men is in de gelukzaligheid — dat is niet de manier waarop de Bijbel erover spreekt. Want in dat geval: zij moeten immers nog opstaan? Hoezo zijn degenen die in Christus ontslapen zijn dan verloren als er geen opstanding is? Want ze zijn toch al in de gelukzaligheid? Ze juichen toch al voor Gods troon? Dat betekent dus dat er in feite hoop zou zijn voor de doden buiten de opstanding om. En dat staat echt haaks op de hele Bijbelse boodschap. Op het moment dat je de gedachte toelaat of opening geeft voor het idee dat er zoiets zou zijn als hoop tussen dood en opstanding, daarmee degradeer je de betekenis van de opstanding. Want in feite wordt die dan irrelevant. En dat is wat je over het algemeen ziet: niet alleen in de officiële theologie, maar ook gewoon in het volksgeloof heeft de opstanding geen betekenis. Want je sterft en je bent al in de gelukzaligheid, maar dan is de waarheid van opstanding eigenlijk niets anders dan suiker op de honing. Wat voegt dit toe? Nou, niets! Paulus stelt juist: als er geen opstanding is, dan zijn zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Dus er is hoop voor de doden, jazeker, maar niet buiten de opstanding om. Kijk, ik realiseer me dat, terwijl ik dit onderwerp nu aansnij in verband met Allerheiligen en Allerzielen, er natuurlijk veel meer over te zeggen is. Ik weet ook dat er allerlei bezwarende vragen gesteld kunnen worden naar aanleiding hiervan. Ik heb destijds op mijn website een hele lijst van veelgestelde vragen daarover geformuleerd. Dus als u zegt: "Je bent wel erg kort door de bocht", dan geef ik u voluit gelijk. Maar u moet één ding niet vergeten, en dat is het basale Bijbelse geluid en de waarheid: dat dood werkelijk dood is, en dat er hoop is voor de doden, namelijk via en door opstanding. ▶ 39:26 De Leugen van de Slang en de Onsterfelijke Ziel ↑ hoofdstukken En nu maken we het nog wat ernstiger, want in feite: die ontkenning hiervan, waartoe is dat te herleiden? Als je helemaal teruggaat naar het begin, namelijk in Genesis 3, dan lees je over de slang die met zijn dubbele tong al de eerste leugen inbracht en de dood ontkende. Hij zei: "Gij zult geenszins sterven, maar integendeel: uw ogen zullen geopend worden." Dat wil zeggen: een mens gaat niet echt dood. Dat heeft God wel gezegd, maar dat is wat die slang naar voren brengt en poneert: "Je zult niet sterven; nee, je ogen worden juist geopend." En in feite is dit wat de hele religieuze wereld is overkomen, eigenlijk vrijwel zonder uitzonderingen. Ik ken wel uitzonderingen, bijvoorbeeld Jehova's getuigen, die erkennen wat ik hier nu zeg. Zij zeggen inderdaad: de doden zijn dood en dat wat er beweerd wordt over dat een mens eigenlijk verder leeft, is niet Bijbels. Maar in het algemeen – of het nou gaat over de islam of het boeddhisme... Het jodendom is trouwens een wat lastig ding, want in het latere rabbijnse jodendom is ook de leer van de onsterfelijke ziel binnengedrongen. Maar dat geldt eveneens voor het boeddhisme en eigenlijk het hele idee in de Griekse filosofie van Plato: de ziel is onsterfelijk. Dat kent de Bijbel dus niet. Er staat in Ezechiël dat de ziel die zondigt, zal sterven. Een onsterfelijke ziel is een filosofisch concept of een religieus idee. Door de hele godsdienstige wereld is dat doorgedrongen en is dat zelfs een vanzelfsprekendheid geworden: een mens gaat niet echt dood, maar leeft op een andere manier voort. Waar dan ook en hoe dan ook, daar zijn heel veel varianten op, maar dat is de basis of het grondidee waar het helemaal op terug te voeren is. In feite zie je dat ook bij reïncarnatie. Want bij reïncarnatie leeft de ziel ook gewoon weer verder, alleen dan hier op aarde in een lagere of hogere orde dan waarin hij of zij eerder leefde. Maar ook reïncarnatie is in feite een variant van de leer van de onsterfelijke ziel. Een mens gaat dus niet echt dood, dat is de gedachte. En als je het helemaal terugbrengt naar het begin, dan is dat precies waar de slang mee begon: met die gedachte. Dan begrijp je ook waarom de Bijbel zo waarschuwt en dit zo benadrukt. Want dat betekent namelijk ook dat er geen communicatie mogelijk is met overleden geesten. De Schrift waarschuwt uitdrukkelijk tegen spiritisme. Dat is ronduit demonisch; het wordt geschaard onder de leringen van demonen. Als de doden werkelijk dood zijn en je zou toch contact kunnen hebben met overleden personen – of dat nou oma Marie is of wie dan ook – en je zou hen in een seance kunnen oproepen, dan weet je op voorhand dat dit leugen moet zijn. Want de doden zijn dood, en als ze zich dan toch als een geest manifesteren en communiceren, dan weet je: dit zijn leugengeesten. In feite is wat de Rooms-Katholieke Kerk doet ook spiritisme. Spiritisme is immers het oproepen van geesten of het communiceren met geesten van doden. Op het moment dat jij bidt tot Maria, ben je dus bezig met spiritisme. Want Maria – laat ik u dit vertellen – is dood. Zij is zich van niets bewust en wacht op de opstanding. Er is er nog maar één uit de doden opgestaan: de eersteling Christus Jezus. En wat betreft de eerstvolgende lichting, daar hoeven we niet zo lang meer op te wachten, maar in ieder geval: Maria slaapt, zij is een ontslapene, dat is waar. Maar er valt niet met haar te communiceren. Dus als Maria verschijnt, of dat nou in Fatima is of weet ik veel waar, en het is niet gewoon helemaal nep – want dan is het sowieso al bedrog – maar als er daadwerkelijk een geestverschijning is, dan is het pas echt een leugen. Als u begrijpt wat ik bedoel: dan wordt het nog veel trickier. Maar dat betekent dus: als je dit helemaal Bijbels bekijkt en er Bijbels licht over laat schijnen, over wat de dood en het graf werkelijk is, dan kom je tot deze overwegingen als we het dan toch over 'alle heiligen' hebben. ▶ 45:02 Paulus als de Geringste van Alle Heiligen ↑ hoofdstukken Ik wil u toch even meenemen naar Paulus, want dat was natuurlijk ook de titel: 'alle heiligen & Paulus'. Hij spreekt trouwens in de Efezebrief drie keer over 'alle heiligen'. Hij zegt: 'samen met alle heiligen', maar ook in Efeze 6 spreekt hij erover dat wij voorbeden zouden doen voor alle heiligen om zicht te krijgen op het geheim van het evangelie. Maar ik neem u even mee naar Efeze 3 vers 8, en daar zegt hij dit: "Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen..." Die is heel mooi: 'van alle heiligen'. Ja, 'aller heiligen' zal er in de Statenvertaling staan, denk ik. Maar zó benoemt Paulus zich hier. Het is heel apart, want er is een drietal uitspraken van hem die vergelijkbaar zijn. In 1 Korinthe 15, waar ik zojuist uit citeerde, zegt hij: 'Ik ben de geringste van de apostelen, niet waard een apostel te heten.' Maar hij motiveert dat ook door te zeggen: 'want ik heb de ekklesia van God vervolgd.' Hij vervolgde de ekklesia van God, en toen hij geroepen werd, zei de stem uit de hemel: 'Ik ben Jezus, die jij vervolgt.' De Heer identificeerde Zich dus met die ekklesia. Maar hij was de geringste van de apostelen, zegt hij. En hier zegt hij dat hij de geringste is van alle heiligen, van welke heilige dan ook: ben ik de geringste. En in 1 Timotheüs 1 zegt hij: 'Ik ben de eerste van de zondaren.' Dat laatste kun je op twee manieren lezen. Namelijk dat hij de grootste zondaar is; hij heeft immers de opgewekte Christus vervolgd als geen ander, en om die reden hoort hij in de categorie van de zwaarste zondaar. Maar je kunt het ook zo lezen – en persoonlijk maak ik daarin geen keuze – dat juist doordat hij geroepen is door de Heer Jezus Christus Zelf, hij onder alle zondaren (alle mensen dus, want alle mensen zijn zondaren, doelmissers en stervelingen) de eerste plaats inneemt, omdat God Zijn genade in hem heeft bewezen. Dat zegt hij hier trouwens ook: 'is deze genade te beurt gevallen.' Ik maak hier graag de vergelijking met water. Kijk, water zoekt altijd de laagste plaats op, en zó zoekt genade ook degene op die er het minst aanspraak op kan maken. Hij zegt: aan mij, juist aan mij is deze genade te beurt gevallen! De grootste genade is aan hem bewezen, juist omdat hij de geringste van alle heiligen is. En dan zegt hij erbij: 'om aan de natiën' – wereldwijd nu eigenlijk, ook buiten Israël als volk om – 'de onnaspeurlijke rijkdom van de Christus te evangeliseren.' Zo staat het er letterlijk. Men vertaalt vaak 'te verkondigen', maar er staat werkelijk het woord 'evangeliseren'. 'Onnaspeurlijke rijkdom', dat is een prachtige term. Daarmee heeft hij het over een rijkdom van de Christus die niet in het Oude Testament te traceren is. Het was voorheen altijd verborgen, en nu is het aan hem geopenbaard. Hij zegt dat trouwens ook in het navolgende vers (ik laat dat nu verder niet meer zien): het was voorheen verborgen, en daardoor, zolang het je niet geopenbaard wordt, is het dus onnaspeurlijk. 'De Christus', dat wil ik ook nog eventjes toelichten, want hier staat 'de rijkdom van de Christus'. Dat is niet alleen maar de rijkdom van Jezus Christus die nu als Hoofd daarboven verheven is. Nee, als je kijkt in de hele Efezebrief met name: de Christus, dat is Hij die het Hoofd is, maar verbonden met de ekklesia als Zijn lichaam. Dat wil zeggen: wij zijn – dat was het onderwerp trouwens de vorige keer – bij Hem of in Hem ingelijfd, samen één lichaam geworden. En dat wat God met de Heer Jezus Christus als Hoofd voorneemt, die positie deelt Hij met een gezelschap dat vandaag wordt uitgeroepen: de ekklesia. God verzamelt Zich vandaag een gezelschap en zij krijgen die positie, verbonden met Hem die het Hoofd is. Ja, dat is onnaspeurlijke rijkdom. Dat wil zeggen: een rijkdom die je, als het niet geopenbaard is, nooit kon terugvinden in wat voorafging, ook niet in het Oude Testament, tenzij het je eenmaal geopenbaard is. Maar ik kom daar straks nog even op terug. En dan moet je ook weten dat God juist door de Christus heel de schepping gaat herstellen. Paulus zegt in Efeze 1 vers 10: 'hetzij wat in de hemel, hetzij wat op aarde is, alles onder één Hoofd samen te brengen.' Heel de schepping gaat via de Christus teruggebracht worden tot God. Kijk, dat is andere koek dan het verhaal van hemel, vagevuur en hel! Nee, God heeft een hele schepping, alles wat Hij voortgebracht heeft, en daar heeft Hij een plan mee. Hij heeft het lief, omdat Hij het gemaakt heeft. En via de Christus... Ik heb laatst een studie gegeven onder de titel 'Gods Elitekorps'. Wij zijn corpsleden, een elite, uitgezocht en uitgeroepen. En wij delen in die positie uit pure genade; dat heeft niets met prestatie te maken. Maar als het woord tot je is gekomen en je mag het geloven, dan hoor je bij dat gezelschap waarmee God heel de schepping gaat redden. En in dat proces nemen wij die plaats in – zoals ook Israël enzovoort – maar wij als gemeente hebben de meest intieme en hoge positie, letterlijk bedoeld, ook hemels. Ongekend! En dat vind ik zo mooi: er staat niet alleen maar om die onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, maar te 'evangeliseren'. Dit is echt een blijde tijding! Dat de Christus niet één persoon is, maar dat het ook een heel gezelschap is dat met Hem verbonden is, én dat God via de Christus hemel en aarde, alles, de hele schepping tot Zich gaat verzamelen door de aionen, de wereldtijdperken heen. Het traditionele verhaal is: als Christus terugkomt, op de jongste dag zoals men dat noemt, dan is het eeuwig wel of eeuwig wee. Als je eenmaal dit evangelie hebt mogen vernemen, dan is er een wereld van verschil. En dat betekent ook – dat is het meest geweldige ervan – dat dit geen enkele menselijke bijdrage vergt. Dit is het voornemen van God: 'het voornemen der eeuwen', zoals het twee verzen verder staat. Dan wil ik nog iets naar voren brengen. Paulus is dus degene aan wie onnaspeurlijke dingen zijn geopenbaard, dingen die voorheen onnaspeurlijk waren, maar nu aan hem bekendgemaakt zijn. Hij zegt ook in Efeze 3, in Kolossenzen 1 en in Romeinen 16 dat hem het geheim of de verborgenheid is geopenbaard. En speciaal in verband met dit onderwerp wil ik daarover iets zeggen. Dat heeft alles te maken met waar we het bij de aanvang over hadden. Laat ik meteen maar noemen wat ik bedoel. ▶ 54:21 Samen de Heer Tegemoet: Opstanding en Transformatie ↑ hoofdstukken Kijk, ik ben er momenteel erg mee bezig; ik ben op mijn website elke dag een stukje aan het schrijven over de Thessalonicenzenbrieven, over de eerste brief. En juist op dit moment ben ik bezig met het vierde hoofdstuk, waarin Paulus met een woord van de Heer vertelt wat de toekomst is van de ekklesia. Hij zegt tegen de Thessalonicenzen: ik wil niet dat jullie hier onkundig over zijn. Hij wil dat we weten wat er gebeurt met hen die ontslapen zijn. Want wanneer de Heer straks neerdaalt van de hemel, bij de bazuin Gods, dan zullen zij die ontslapen zijn eerst opstaan. En vervolgens zullen zij, tegelijk en samen met de levenden — dat wil zeggen degenen die op dat moment in leven zijn en veranderd worden — de Heer tegemoet gaan. Je hebt dus twee categorieën. Aan de ene kant de ontslapenen: al die generaties van gelovigen die in Christus ontslapen zijn; zij zullen eerst opstaan. En dan vervolgens degenen die op aarde dan nog in levenden lijve hier vertoeven: zij zullen in een ondeelbaar ogenblik — dat vinden we trouwens in 1 Korinthe 15 — worden veranderd, getransformeerd. En zij samen zullen dan de Heer tegemoet gaan in de lucht. Het hele gangbare idee, zoals rond Allerheiligen en Allerzielen, is de gedachte dat mensen overlijden en één voor één achter elkaar naar welk oord dan ook of naar de Heer gaan. Maar dat is niet wat de Bijbel erover zegt! Wat Paulus juist onthult, is: we gaan niet allemaal één voor één naar de Heer, we gaan allemaal tegelijk. Er is alleen sprake van een volgorde: eerst de doden, en pal daarop de levenden die getransformeerd worden. En vervolgens gaan ze samen en tegelijk de Heer tegemoet in de lucht. Paulus zegt dit ook met nadruk, want dit is een gebeurtenis die je nergens anders vindt. Je vindt het niet in de evangeliën of in het Oude Testament. Hij zegt dit met een woord van de Heer; hij heeft dit van de Heer Zelf vernomen. En in 1 Korinthe 15 zegt hij: ik deel jullie een geheim mee. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden. Hoe dan ook: hetzij door opstanding, hetzij door transformatie. Moet u zich voorstellen — en ik weet dat ik deze verwachting deel met heel wat mensen hier — dat wij in levenden lijve zijn als dat moment daar is, dat we niet zullen ontslapen, maar behoren tot die generatie die in een ondeelbaar ogenblik getransformeerd wordt en een onvergankelijk lichaam krijgt. Hoe zegt Paulus dat in Filippenzen 3? Hij zegt dat ons lichaam gelijkvormig gemaakt zal worden aan het lichaam van Zijn heerlijkheid: een onvergankelijk lichaam. Dan wordt ineens dit sterfelijke verslonden in onvergankelijkheid. Ja, dat is onvoorstelbaar, geweldig! Maar dat is het geheim wat hij vertelt. Ik zeg dit nu ook even in contrast met de gangbare christelijke voorstelling van één voor één naar de Heer gaan. Niks ervan! Niks één voor één naar de Heer. We gaan allemaal tegelijk, en wel door opstanding. We gaan niet door sterven naar de Heer, we gaan door opstanding naar de Heer. ▶ 58:27 Verschijnen met Alle Heiligen en de Dood Tenietgedaan ↑ hoofdstukken Zoals de Heer eerst komt vóór alle heiligen, daarna zal Hij ook verschijnen mét alle heiligen. Dat is ook vrij logisch. Paulus zegt in Kolossenzen 3: "Uw leven is verborgen met Christus in God." Dat is een verborgen werkelijkheid. Het is een werkelijkheid, maar het wordt nog niet gezien en het wordt zelfs nog niet aan den lijve beleefd. Maar wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, dan zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Dat is het geweldige: we zijn één met Hem, en als Hij dan in heerlijkheid zal verschijnen, dan zullen wij met Hem in heerlijkheid verschijnen. En nou ga ik nog iets vertellen, want ik denk dat we in het Oude Testament hier al iets van vinden. Dit is voor sommige mensen — ik weet dat het bezwaarlijk is om dit zo te zeggen, maar ik deel het toch. Ook het Oude Testament spreekt van de Heer die verschijnt, en daar staat: "met al zijn heiligen". In Zacharia 14 vind je dat. Het aparte is dat daar niet bij staat wie dat zijn; dat blijft verborgen. Kijk, in Zacharia 14... ik zou in de verleiding komen, maar ik zie dat ik inmiddels al een uur aan het woord ben, dus ik moet het hierbij laten. Maar ik wil het dan toch even aanstippen. In Zacharia 14 lees je dus in de tijd pal na Israëls grote verdrukking dat de Heer zijn voeten zal zetten op de Olijfberg, die bij die gelegenheid ook zal scheuren. Er zal een vluchtweg gecreëerd worden en men zal naar de woestijn vluchten, et cetera. Daar gaat het me nu niet om. Het gaat mij erom dat de Heer zal verschijnen. Hier staat zelfs: "JAHWEH, mijn God, zal komen." Hoezo? JAHWEH is toch de onzienlijke God? Jawel, maar Hij heeft een beeld in wie Hij zich uitdrukt, namelijk zijn Zoon. En Hij is het beeld. De Heer Jezus is niet een onzienlijke God, maar Hij is wel het beeld, Hij representeert God. Dus als Hij straks gaat verschijnen, dan verschijnt Hij met alle heiligen. Ik weet dat sommigen daarover denken dat dat zal zijn met heilige engelen. Maar 'heiligen' in de Schrift, als je die uitdrukking leest, dan gaat het altijd over mensen. Engelen worden wel heiligen genoemd, maar je leest nooit dat engelen 'de heiligen' worden genoemd. Als de Bijbel die uitdrukking bezigt, gaat het over mensen. Alleen staat het hier in het Oude Testament op een hele cryptische manier: dat de Heer zal komen en met al zijn heiligen. Maar wie dat zijn, staat er niet. Dat weten we alleen bij het licht dat de apostel Paulus daarop laat schijnen: dat moeten wij zijn! Want als Hij zal verschijnen, dan zullen wij met Hem in heerlijkheid verschijnen. Daarom heb ik het ook expres genoemd. Toen ik bezig was met de voorbereiding van dit onderwerp zat ik te zoeken op 'alle heiligen'. Waar komt dat allemaal in voor? Nou, onder andere ook in Zacharia 14: alle heiligen, allerheiligen. Die wil ik dan toch genoemd hebben, want het is een hele cryptische manier waarop in feite al gewezen wordt op dat gezelschap met wie de Heer straks in heerlijkheid zal verschijnen. En dan breekt de toekomende eeuw aan, de toekomende aion, en daarna nog een aion en uiteindelijk... Dat is de allerbelangrijkste waarheid over de dood, en daarmee wil ik afsluiten. Ik zei zojuist: religie weet niet wat de dood is, omdat ze denkt dat het een andere vorm van leven is. Maar één ding weet ze helemaal niet, en dat is dat er aan de dood een einde komt. Dat de dood tenietgedaan wordt! En weet u hoe? Door alle mensen levend te maken. Het staat gewoon letterlijk zo in 1 Korinthe 15, zo simpel: de dood wordt tenietgedaan doordat allen die in Adam sterven levend gemaakt worden. Ieder in zijn eigen rangorde, maar niettemin: dat feit staat. En ontkent u maar eens dat dat echt een goed bericht is? Zo wil ik het hierbij laten, vrienden. 🎧 alle heiligen & Paulus 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); if (!allDet.length) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { for (var j = 0; j < allDet.length; j++) { target.parentNode.insertBefore(allDet[j], target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { for (var k = 0; k < allDet.length; k++) { col.appendChild(allDet[k]); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSrc = floatAudio.getAttribute('src') || ''; var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var activeDet = null; var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); for (var i = 0; i < allDet.length; i++) { var dUrl = allDet[i].getAttribute('data-audio-url') || ''; if (dUrl) { if (curSrc.indexOf(dUrl) !== -1 || dUrl.indexOf(curSrc) !== -1) { activeDet = allDet[i]; break; } } } var scope = activeDet || document; var allTs = scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = scope.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl(btn) { if (btn) { var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } } var anyDet = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (anyDet) { var dUrl2 = anyDet.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl2) return dUrl2; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); var scope = det || document; scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(btn); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth 1) { partLabel = parts.slice(1).join(':').trim(); } } } var mainHeading = partLabel ? (pTitle + ' (' + partLabel + ')') : pTitle; titleEl.textContent = cTitle ? (mainHeading + ' · ' + cTitle) : mainHeading; } if (floatAudio) { var curRate = speeds[speedIdx]; function seekAndPlay() { if (sec >= 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

01-11-2026 Lees verder

de Schriften verklaren zichzelf!

De Bijbel laat zich slechts openen met de sleutels die zij zelf daarvoor aanreikt. De gangbare academische benadering vormt daarbij geen hulp, maar eerder een blokkade: zij beschouwt de Schrift als een menselijke verzameling teksten en miskent zo haar eigen aanspraak en onderlinge samenhang. Wie de aanspraken van de Schrift bij voorbaat afwijst (=ongeloof), zal haar nooit kunnen verstaan. .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak De Schriften vormen een goddelijke bibliotheek die zichzelf bewijst en verklaart, zonder dat externe theologische hypothesen nodig zijn. Aan de hand van kritische inleidingen uit moderne bijbelvertalingen wordt aangetoond hoe menselijke wijsheid twijfel zaait over het auteurschap en de betrouwbaarheid van bijbelboeken zoals Genesis, Daniël en Jesaja. De Schrift onderscheidt zich juist doordat God Zichzelf bewijst door profetie en het exact voorzeggen van de toekomst. Om Gods Woord werkelijk te begrijpen moet men zich als een kind nederig openstellen en, naar het voorbeeld van de Bereeërs, alles rechtstreeks toetsen aan de Schriften. “Dan moet je wel gewoon de Schrift zichzelf laten verklaren.” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Inleiding: de Schriften als Één Bibliotheek en Puzzel ▶ 03:12 Geen Profetie Der Schrift Heeft een Eigen Uitlegging ▶ 09:42 Verborgen voor Wijzen en Geopenbaard aan Kindertjes ▶ 14:15 Ontspoord Reeds voor Vertrek: Inleidingen in de Nbv ▶ 18:21 Voorbeeld 1: Genesis en het Auteurschap van Mozes ▶ 29:26 Voorbeeld 2: de Datering en Profetieën van Daniël ▶ 36:28 Voorbeeld 3: Jesaja en de Voorzegging van Kores ▶ 47:58 Voorbeeld 4: het Getuigenis en Auteurschap van Lucas ▶ 52:19 Voorbeeld 5: de Authenticiteit van de Pastorale Brieven ▶ 55:38 Voorbeeld 6: het Testament van 2 Petrus ▶ 58:50 Geestelijke Woorden en Toetsen als de Bereeërs ▶ 00:00 Inleiding: de Schriften als Één Bibliotheek en Puzzel ↑ hoofdstukken Aansluitend op wat zojuist naar voren gebracht is door Art over deurnaam, wil ik jullie vanmorgen graag eens meenemen naar dit thema. En het zou zomaar een serie kunnen worden, want ik veronderstel niet dat ik daar bij benadering volledig over kan zijn. Want ja, dit is zo'n sleutelbegrip. Het is in dit geval zelfs een heel toepasselijk woord of een frase die zo basaal is: de Schriften, dat wil zeggen die complete verzameling van boeken. Want ik blijf zeggen: dit is niet zozeer één boek – hoewel dat waar is –, maar het is een bibliotheek. En dan zeg ik er ook altijd bij – juist afgelopen week hadden we nog een etentje, nietwaar Boas? – toen kwam dat nog eventjes ter sprake bij iemand die eigenlijk helemaal niet de achtergrond heeft van de Bijbel. Maar toen ging het nog even over het aantal boeken dat de Bijbel telt. Er wordt altijd gezegd: dat zijn er 66. Kijk het maar na op Wikipedia; altijd is het verhaal dat de Bijbel 66 boeken telt. Nee, wij hebben het niet zo op 66 – ik hoop het volgend jaar wel te worden, weliswaar. Of zal ik het jaar overslaan? Maar er zijn trouwens nog meer redenen waarom ik het daar niet zo op heb, en als u dat niet geloven wilt, dan moet u Openbaring maar eens lezen. En ik heb trouwens nog meer redenen, maar die noem ik hier nu even niet. De Bijbel telt zeventig boeken, en dat is ook weer zo'n getal waarin eigenlijk de goddelijke handtekening begrepen is. En dat is een eenheid: al die boeken, al die geschriften. Hoe divers ook: in de loop van vele eeuwen en millennia is dat alles opgetekend, vanuit alle lagen van de bevolking en op allerlei locaties. En wat blijkt? Het blijkt één groot geheel te zijn; het een kan niet zonder het ander. Ik vergelijk het heel dikwijls met een puzzel. De Bijbel is inderdaad een puzzelboek. Dat wil zeggen, ook in een ander opzicht nog, namelijk: het zijn allemaal puzzelstukjes. En het wonderbaarlijke – waaruit dus ook de eenheid blijkt – is dat ze tezamen verbonden zijn, mits goed neergelegd. Want bij puzzelstukjes is het wel elementair dat je ze goed neerlegt. En dan blijkt het één geheel te zijn en één panorama te bieden. En dat geeft wel aan hoe divers het dan ook moge zijn: het heeft maar één bron en die Schriften verklaren zichzelf. Het is een schitterend onderwerp om positief te benaderen, dat gaan we ook doen, maar ik wil het vanmorgen ook afzetten tegen een contrast, omdat je zo dikwijls anders geleerd wordt. ▶ 03:12 Geen Profetie Der Schrift Heeft een Eigen Uitlegging ↑ hoofdstukken Laat ik eerst eventjes, om te beginnen, een Schriftwoord aanhalen uit de Petrusbrief. Petrus schrijft dat in zijn geestelijk testament — ik kom er straks trouwens nog even op terug — over de waarde en de betekenis van de Schrift. En dan zegt hij in 2 Petrus 1 dit. En voordat ik nu verder ga, wil ik dat eerst even goed onderstreept hebben, letterlijk en figuurlijk zelfs in dit geval. Hij zegt: "Dit eerst wetende" — dat wil zeggen: vóór alles moet je je hiervan bewust zijn. Hij heeft het trouwens over de dingen die gebeurd zijn in het verleden en die ook de vervulling zijn van dat wat tevoren was gezegd in de profetie. En dan moet je goed weten, sterker nog, het is primair: dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift haar eigen uitlegging voortbrengt. De vertaling is soms wat problematisch, maar de essentie is heel simpel. Dat wil zeggen: als je de profetie van de Schrift wilt verstaan, dan moet je bij andere profetieën wezen. Profetieën van de Schrift hebben niet een eigen uitlegging; nee, die leggen elkaar uit. En dat is, om eventjes die metafoor van de puzzelstukjes er weer bij te nemen, ook heel erg logisch. Dat wil zeggen: één fragment op zich biedt niet zoveel zicht. Nee, maar op het moment dat je het naast andere stukjes neerlegt, dan biedt het zicht, wordt het uitzicht steeds grootser en wijder, en blijkt het allemaal samen te hangen. En dat is een geweldig kenmerk van de Bijbel. Ik heb het al vijfentwintig of zesentwintig jaar pontificaal op de voorpagina van mijn website staan: de Bijbel bewijst zichzelf en verklaart zichzelf ook. En het bewijs van de Bijbel is inderdaad wat ik zojuist al zei: het blijkt, hoe divers ook in achtergrond en hoe divers ook het aantal boeken mag zijn, een eenheid te zijn. En die eenheid op zich is al een goddelijk bewijs. Dat is één ding, maar ook het feit dat het profeteert. Profetie — het Griekse woord profetie betekent letterlijk ook: 'pro' heeft te maken met 'voor', en het laatste deel van het woord heeft te maken met 'zeggen' of 'verklaren'. Dus het is tevoren zeggen, oftewel voorzeggen. En dat is ook een goddelijk kenmerk. Want weliswaar kunnen mensen voorspellen, maar er is er slechts Eén die de toekomst voorzegt, die de dingen aankondigt alsof ze reeds hadden plaatsgevonden, zoals dat in Jesaja genoemd wordt. En Petrus motiveert dat ook: geen profetie van de Schrift heeft een eigen uitlegging; profetieën van de Schrift leggen elkaar uit. En hij motiveert dat, want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens. Nee, als je het woord profetie ook in de meest letterlijke zin verstaat, namelijk 'voorzeggen': dat kan een mens nu eenmaal niet. Hoe knap je ook bent en hoe groot de instituten ook zijn die zich ermee bezighouden om prognoses te uiten enzovoorts: voorzeggen kunnen we niet. Zelfs bij benadering niet, dat is het niet eens. Nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar door heilige Geest gedreven — dat wil zeggen: een Geest die niet kenmerkend is voor wat wij hebben; nee, het is heilige Geest, dat wil zeggen Geest van een heel aparte, andere orde, van goddelijke komaf namelijk — door heilige Geest gedreven hebben mensen van Godswege gesproken. Alleen als Gods Geest Zich vaardig maakt over een mens, zijn ze in staat om dingen te zeggen die normaal gesproken een mens niet gegeven zijn. Slechts als zij inderdaad door Gods Geest gedreven zijn. En vandaar ook dat wanneer mensen aangegrepen worden door God en gaan spreken, of ze leggen het vast — ik bedoel: ze tekenen het op. De Schrift, dat mogen dan de woorden van God zijn die mondeling gesproken zijn, maar het is ook opgetekend, godzijdank, en daarom kunnen we daar nu ook zo mee bezig zijn. Het is opgetekend en al die Schriften hangen dus met elkaar samen, omdat ze één gemeenschappelijke bron hebben. En daarom moet je dus ook profetieën met elkaar vergelijken. Het is van Godswege, het is solide, het is betrouwbaar. Ik vind trouwens dat hier nog iets heel opmerkelijks aan vastzit, en daar wil ik u vanmorgen vooral ook bij bepalen: namelijk bij het gegeven van dit eenvoudige uitgangspunt dat de Schriften elkaar uitleggen, of de Bijbel als geheel legt zichzelf uit. Daarmee geef je dus ook aan dat je feitelijk geen andere bronnen nodig hebt om de Schrift te verstaan. Omgekeerd is het zo dat wanneer je die regel niet toepast, de Schrift zich ook nooit aan jou zal ontsluiten. Dat wil zeggen: de Bijbel kun je slechts openen aan de hand van en met de sleutels die zij zelf aanreikt. Weiger je dat te doen en plaats je je eigen wijsheid daarboven — dat is dus echt eigenwijs, en het is bovendien nog heel hoogmoedig ook — dan zal... ▶ 09:42 Verborgen voor Wijzen en Geopenbaard aan Kindertjes ↑ hoofdstukken En met al je wijsheid die je misschien meent te hebben, of misschien academische titels en dergelijke, zul je de Schrift nooit kunnen verstaan. Ook daar is de Bijbel heel duidelijk over. Ik had er even een diaatje van moeten maken, maar lees het maar; dat vind ik bijvoorbeeld een hele sterke in Matteüs 11. Daar lees je dat de Heer Jezus – terwijl Hij juist was afgewezen door de synagogen, de rabbijnen, de schriftgeleerden en farizeeën van Zijn dagen, eigenlijk de theologen in die tijd – dat de Heer Jezus op Zijn knieën gaat. Dan staat er: "Ik dank U, Vader, dat U deze dingen" – die Hij zo naar voren bracht – "verborgen hebt voor wijzen en verstandigen." Ik moet er eigenlijk bij zeggen: wijzen en verstandigen, dat wil zeggen zij die menen wijs te zijn of pretenderen dat te zijn, en die als verstandig, intelligent, begaafd, academisch gevormd – noem het maar op – te boek staan en die reputatie hebben. "Ik dank U, Vader, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijzen en verstandigen, maar", zegt Hij dan, "aan kindertjes geopenbaard." Dat wil zeggen: er is helemaal geen hoog intellect nodig om de Schrift te verstaan. Ik zeg niet dat het per definitie een hindernis is, maar om de Schrift te verstaan zul je je eerst heel eerbiedig, maar ook nederig als een kind gewoon moeten openstellen voor dat wat de Schrift zelf zegt, wat God zegt in Zijn Woord. En dan moet je dus je eigen wijsheid – een leuk woord in dit verband – even helemaal aan de kant zetten. Doe je dat niet, dan gaat de Bijbel dicht en zul je het nooit verstaan. En dan kun je dus dokter in de theologie zijn en totaal niets van de Schrift verstaan; er heel veel over weten en weten wat anderen erover gezegd hebben, maar de Bijbel zelf blijft dicht. Je zult ook nooit de kracht ervan ervaren. En dit is heus niet zomaar een theoretisch ding hoor, want ik heb voor de aardigheid eens een Bijbel meegenomen. Ik heb hier... dat is de NBG-vertaling – ik zeg er natuurlijk even bij, maar dat is wellicht voor dit publiek ten overvloede, maar als ik het heb over de Bijbel bedoel ik in dit geval ook het origineel. Ik heb het niet over een Bijbelvertaling, want een vertaling is per definitie altijd maar mensenwerk. Maar het origineel, gewoon de grondtekst, dat wat daar opgetekend is in het Hebreeuws en in het Grieks, dat is goddelijk geïnspireerd. Dat staat ook letterlijk zo in Timotheüs. Maar ik heb hier een vertaling meegenomen, dat is de NBV-vertaling, en ik lees er eigenlijk nooit uit. Ik heb hem al jaren in de boekenkast staan, ik geloof dat hij dateert van 2004. Dit is eigenlijk de tegenwoordige, gangbare bijbelvertaling die in kerken overal gelezen wordt. Als ik hem even omhoog houd, dan zult u zeggen: "O ja, ik ken die kaft wel." Ja, een mooie kaft, daar niet van. Laat ik dan toch ook iets positiefs ervan zeggen. Over de vertaling zelf en de vertaalprincipes heb ik het nu nog niet eens. U weet natuurlijk ook dat ik zelf erg van het concordant vertalen ben. Dat wil zeggen: zo dicht als mogelijk bij het origineel blijven. En dan mag je misschien soms wat kromme zinnen krijgen in onze taal, maar dan toch in ieder geval om zo goed te verstaan wat er in het origineel staat opgetekend. Hoe dichter bij de bron, hoe beter. En u weet: hoe dichter je bij de bron komt, dan moet je soms wel tegen de stroom in zwemmen. Een leuke metafoor in dit geval, en dat klopt helemaal. Maar waarom heb ik hem meegenomen? Nou, omdat in deze Bijbel – en ik denk dat dat tegenwoordig ook zo is – bij elk bijbelboek een inleiding staat. Bij al die 76 boeken heb je inleidingen. ▶ 14:15 Ontspoord Reeds voor Vertrek: Inleidingen in de Nbv ↑ hoofdstukken Ik heb hier een dia die ik zo heb genoemd: 'ontspoord reeds vóór vertrek'. Die moet ik even toelichten, want deze uitdrukking zal je iedere keer opnieuw tegenkomen. Ik heb een plaatje door AI laten genereren dat dat aardig illustreert: je ziet daar een trein die uit de rails loopt, maar die kennelijk nog in het station staat en nog niet eens vertrokken is. Dat is eigenlijk de uitbeelding: het is ontspoord, reeds vóór vertrek. Wat bedoel ik daarmee? Nou, als jij als bijbellezer de Bijbel gaat lezen — want dat is wat je als bijbellezer doet — en laten we beginnen bij het begin, bij Genesis, dan lees je eerst nog even de inleiding tot het Bijbelboek. Maar dat moet je dus juist niet doen! Dat ga ik u vertellen en ik laat u echt zien hoe fataal dat is. Ik wil niemand scheef aankijken en ik wil ook niemand onterecht ergens van beschuldigen; het is niet negatief benaderd, maar ik wil wel echt waarschuwen en daarmee illustreren hoe belangrijk het is dat de Schrift zichzelf uitlegt, en dat je daarbij niet te rade gaat bij menselijke wijsheid. Want op het moment dat je dat doet, ben je op voorhand — terwijl je nog niet één woord in het boek gelezen hebt — eigenlijk al verkeerd voorgesorteerd. Laat ik gerust zeggen: ontspoord om het überhaupt nog te kunnen verstaan. Dat is heel verraderlijk, moet je nagaan. Een officieel instituut als het Nederlands Bijbelgenootschap geeft bijbels uit. Wat is er kostbaarder dan dat? Woorden zijn er immers plenty, en boeken ook. Maar een mens heeft werkelijk woorden nodig die licht geven, die de duisternis verdrijven, die levend en krachtig zijn, die solide zijn en waar je werkelijk van op aan kunt. En weet u, bij elk boek vind je in de NBV zo'n inleiding, en daarin word je er meteen op gewezen: de Bijbel pretendeert dit wel te zijn, maar het is anders. Dat is eigenwijsheid. Het presenteert zich als wijsheid, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en dergelijke, maar het is ook heel hoogmoedig. Het is het beter willen weten, want dat is eigenlijk de claim: de Bijbel zegt dit, maar wij — wijs, verstandig en academisch gevormd — hebben bevonden dat het vermoedelijk of zeker anders is. Dat is natuurlijk ook heel effectief, want op het moment dat je dat doet... U weet wat er algemeen over de Bijbel gezegd wordt: "Met de Bijbel kun je alle kanten op." Ja, op déze manier zeker! Maar de Bijbel wijst wel degelijk één duidelijke weg. Dan moet je je echter ook werkelijk houden aan dat wat de Schrift zélf aanreikt. Dat is fundamenteel. Ik ga een aantal voorbeelden geven van dit 'ontspoord reeds vóór vertrek'. Daarmee bedoel ik dus: voordat je ook maar één letter gelezen hebt in het bewuste Bijbelboek, ben je eigenlijk al op het verkeerde spoor gezet door de uitspraken, pretenties en beweringen die in de inleiding naar voren zijn gebracht. Ik zal het laten zien; zij zeggen bijvoorbeeld: ▶ 18:21 Voorbeeld 1: Genesis en het Auteurschap van Mozes ↑ hoofdstukken Genesis, dat is geen geschrift van Mozes. Nou, ik zal het u laten zien. Je gaat naar de inleiding. Ik heb het expres ook gewoon uit deze weergave genomen – je hebt ook een uitgebreidere digitale versie – maar u kunt het allemaal nagaan als u zelf zo'n vertaling hebt. Zo wordt het inderdaad gepresenteerd. Daar staat dit: 'Vanaf de tijd van Ezra en Nehemia, rond 450 voor Christus, werden deze boeken...' Deze boeken, dat wil zeggen de eerste boeken van de Bijbel, dat noemen ze de Pentateuch – penta betekent vijf – de vijf boeken van Mozes. '...werden deze boeken aan Mozes toegeschreven.' Alleen dat al! Daarom spreekt men ook wel van de vijf boeken van Mozes. Nou, de boeken van Mozes: die term of die beweringen of de gedachte erachter komt niet van 'men'. Ik geef de Bijbel zelf aan. In de Bijbel worden die boeken – in dit geval Genesis – niet aan Mozes toegeschreven alsof buitenbijbelse bronnen dat hebben gedaan. Nee, zo presenteert de Schrift zich! En dit is al een hele subtiele manier van afstand nemen van het Woord. Het is nog niet eens het direct ontkennen ervan, maar twijfel zaaien. U weet dat dat trouwens een hele diabolische tactiek is: diabolisch, des duivels. In feite was de eerste theoloog – sorry dat ik het zo zeg – inderdaad de slang. De oude slang die zich als een lichtdrager voordeed in de hof. En die begon over Gods Woord te spreken. En wat doet hij dan? Eerst twijfel zaaien: God heeft zeker wel gezegd dat... En als je dan toehapt, dan komt het echte vergif. Je bent eerst al op het verkeerde spoor gezet. Vervolgens, als je dan toehapt, dan komt de echte tegenspreking. Dan wordt God ook in diskrediet gebracht: het is precies andersom. Ja, maar dat is een hele subtiele tactiek: eerst twijfel zaaien, en als je daarmee eenmaal succes hebt gehad, dan kun je vervolgens echt gaan tegenspreken. Hier wordt dat ook al gedaan. Daar wordt nog bij gezegd – ik lees gewoon even voor, nogmaals, dit is dus die inleiding, dat hadden we begrepen: 'Het boek Genesis is het resultaat van een langdurig proces van overleveren en redigeren. Het redactieproces is al in de tijd van de koningen van Israël en Juda begonnen en werd pas afgesloten na de Babylonische ballingschap in de Joodse gemeenschap in de tijd van de Tweede Tempel.' Dat is dan ergens in de tijd van Ezra en Nehemia geweest. Ik moet u zeggen, dit is gewoon... ja, hoe zal ik het nou eens netjes zeggen? Nou, laat ik het gewoon feitelijk houden: dit is dus on-Bijbels. Dit is wat men bevonden heeft, onderzocht heeft. Dit zijn conclusies van mensen, maar dit is eigen wijsheid van mensen. Ik hecht aan deze formulering: eigen wijsheid van mensen. Waarom? Omdat de Bijbel zelf, de Schrift, de eerste boeken toeschrijft aan Mozes. Mozes heeft ook... ik zeg trouwens niet eens dat Mozes het hele boek Genesis geschreven heeft. We hebben er ooit wel meerdere keren aandacht aan gewijd dat het boek Genesis eigenlijk ook weer een verzameling documenten is die opgetekend zijn door de aartsvaders zelf: door Adam en door Noach, al die aartsvaders, maar ook door Abraham en Isaak en Jakob en Jozef. Die hebben gewoon hun eigen, om zo te zeggen, memoires opgetekend, zodat het directe ooggetuigen waren of ooggetuigenverslagen waren. En het is in handen van Mozes gekomen, die het geredigeerd heeft, er een boek van gemaakt heeft, etcetera. Vervolgens heeft hij ook nog Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium opgetekend – in totaal dus vijf boeken. Maar daarom heten het de boeken van Mozes. Dat is simpelweg wat de Schrift zelf erover zegt. Hoeveel bewijzen wilt u? Ik geef er maar één, maar in werkelijkheid is dit natuurlijk veel grootser. Ik ga er eigenlijk ook een beetje vanuit dat u weet dat dit zo is. Als je enigszins vertrouwd bent met de Bijbel, dan vind je dat zo dikwijls terug: 'Hebt gij niet gelezen?' of 'Heeft Mozes niet gezegd dat...?' En dan volgt er een citaat uit Genesis bijvoorbeeld. Maar bijvoorbeeld in Johannes 5, daar lees je dit. Daar zegt de Heer Jezus tegen de leidslieden, de theologen van zijn dagen... De Heer sprak en Hij deed de Schrift open, Hij sprak vanuit de Schrift: jullie geloven dus wat Ik beweer dat staat geschreven, het is voorzegd. En Hij stuitte tegen zoveel tradities of weer zoveel eigenwijsheid. En dan zegt Hij: uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. Dat wil zeggen: jullie gaan er prat op dat jullie Mozes hooghouden, maar in werkelijkheid is hij degene die jullie aanklaagt. Want indien gij Mozes zoudt geloven, dan zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden dan geloven? Met andere woorden: de Heer kwam juist in naam van het Woord van God en dat wat er staat geschreven, om te beginnen bij Mozes. U kent de geschiedenis van de Emmaüsgangers, dat de Heer zich op de dag van de opstanding als de Opgestane aan hen presenteert en met hen meeliep, eerst incognito. En dan lees je dat Hij aan de hand van de Schriften, te beginnen bij Mozes en al de profeten, uitlegde hoe al de Schriften betrekking hadden op de Christus. En Hij liet zien dat Hij zou lijden en vervolgens ook zou opstaan uit de doden. Dat wil zeggen: het is allemaal voorzegd. Kijk maar na in het boek Handelingen. Volgens mij hebben we het er de vorige keer even over gehad dat als Paulus of Petrus in de synagoge het evangelie verkondigden, dan deden ze dat ook gewoon om aan te tonen aan de hand van de Schrift dat wat is voorzegd, wat al in hun eigen boeken stond geschreven: aan dat profiel voldoet Jezus exact. Met andere woorden: Hij is degene die is aangekondigd. En ze hielden maar geen preken; nee, ze bewezen uit de Schriften dat Hij het is, dat Hij de Christus is. Ja, en dat is wat de Heer Jezus trouwens zelf ook doet daar. Eigenlijk is het echt een polemiek, hè? Dit is maar geen gezellig onderzoekje, integendeel of zo. Nee, dit was echt op scherp, hè? Jullie beroepen je op Mozes, maar jullie kennen Mozes helemaal niet, jullie geloven hem in ieder geval niet. Want hij heeft van Mij geschreven en zijn geschriften, etcetera. Maar ja, als jullie dat niet geloven, dan kunnen jullie mijn woorden ook niet geloven. Waarom ik dit nu even aanhaal? Nou, omdat hier inderdaad gezegd wordt: hij, Mozes, heeft van Mij geschreven en zijn geschriften. Met andere woorden: die boeken, de eerste boeken in de Bijbel, zijn zijn geschriften. Dus dat hele verhaal wat in de inleiding van deze Bijbel staat geschreven: ja, dat is pas veel later na Mozes, áls Mozes überhaupt al bestaan heeft. Ja, want dat staat dan in feite ook nog weer ter discussie. Want ja, als Mozes niet de schrijver was, wie was hij dan wel? En het is pas eeuwen later, pakweg een kleine duizend jaar later, in de tijd van de ballingschap begonnen en geredigeerd en bijeengebracht, en de uiteindelijke redactie heeft toen plaatsgevonden... Ja, en dan zijn het dus niet meer de geschriften van Mozes. En heb je je dus gewoon op een hele subtiele manier ontdaan van de Schrift en daar afstand van genomen. En dan moet je nagaan, ik zeg het ook nog eens: dan heb je nog geen woord in Genesis gelezen en je bent meteen al op het verkeerde spoor gezet. Ziet u hoe subtiel dat is? Ja, hoe subtiel, maar ook hoe venijnig dit is! U mag rustig weten, terwijl ik erover spreek: ik had me voorgenomen om rustig te blijven, maar ik word er steeds bozer om, dat meen ik echt. Het is verschrikkelijk hoe menselijke wijsheid zich meester heeft gemaakt van de Bijbel. En wij zullen wel eens even vertellen: ja, dat staat in de Bijbel, maar nou ga ik even vertellen hoe wij erover denken. En dan er nog verbaasd van te staan dat mensen zeggen: wat heb je met die Bijbel te zoeken? Of: wat heb ik daar voor een boodschap aan? Ja, want ik bedoel: als het niet waar is wat de Bijbel pretendeert, wat heb ik er nou nog mee? De waarde van de Bijbel is juist gelegen in haar waarheid. Niet omdat er zulke mooie dingen in te vinden zijn of moreel verheven, poëtische boodschappen en dergelijke – dat mag waar wezen, maar dat is niet waar het om gaat. Het is Gods Woord waar we op kunnen bouwen. Wat vast is, wat solide is. Dat is waar het om gaat. Oké, nou nog een voorbeeld. Want u bent natuurlijk niet meer tevreden met die ene. U zegt: ja, dat is toevallig een misser geweest bij het boek Genesis. Maar ik ga u vijf of zes voorbeelden geven. In werkelijkheid had ik er veel meer kunnen geven. Maar goed, ik dacht van: nou, zes vind ik een aardig getal in dit verband. Daar houden we het dan bij. Ja, nu wel. Ja, ik had er ook 66 kunnen geven. Maar dan wordt het helemaal zo laat natuurlijk. Ja, ontspoord reeds vóór vertrek. ▶ 29:26 Voorbeeld 2: de Datering en Profetieën van Daniël ↑ hoofdstukken Een tweede voorbeeld: Daniël is niet de schrijver van het boek. Ik bedoel: het boek Daniël. U zegt: staat dat in de Bijbel? Nou, het staat wel gewoon geschreven in het Bijbeltje dat u misschien bij u hebt, namelijk in deze uitgave. Het staat gewoon in de inleiding. Nou ja, het is geen citaat van de Schrift zelf, maar dit is wel de bewering die gedaan wordt. Ik zal het u laten zien in de inleiding op Daniël in de NBV. De situering in de zesde eeuw voor Christus – dat wil zeggen: het boek Daniël gaat over de tijd van de Babylonische ballingschap. Daniël was in ballingschap in Babel, had daar een hoge functie en heeft ook nog koning Kores meegemaakt. Dat is de tijd waarin het boek Daniël zich afspeelt. Maar nu zeggen ze dit: "De situering in de zesde eeuw voor Christus hoeft niet te betekenen dat Daniël ook in die tijd geschreven is." Nou, als Daniël, de hoofdfiguur, dit heeft opgetekend en hij leefde in de zesde eeuw, dan moet dat wel betekenen dat het in de zesde eeuw – of als die chronologie juist is – is geschreven. "Op grond van historisch onderzoek en de taal en stijl van het boek nemen velen tegenwoordig aan..." Ziet u de omtrekkende bewegingen? Er wordt niet echt iets stellig beweerd, maar je wordt eigenlijk helemaal voorgesorteerd en opgewarmd om bij deze conclusie uit te komen: "...nemen velen tegenwoordig aan dat het boek in zijn huidige vorm uit de eerste helft van de tweede eeuw voor Christus stamt." Aha, maar dat is dus in de tijd van de Makkabeeën. Ik weet niet in hoeverre u een beetje op de hoogte bent van die tijdlijn, maar na de Babylonische ballingschap kreeg je de Perzen, en toen kreeg je het Griekse Rijk van Alexander de Grote. In die tijd daarna viel dat uiteen, en toen had je ook de tijd van de Makkabeeën. Nou, pas toen zou Daniël gecomponeerd zijn. Weet u waarom men dat zegt? Omdat Daniël zo accuraat... Ja, zij zeggen dus dit, laat ik het even voorlezen: Daniël kan niet de schrijver zijn van het boek, omdat hij zo accuraat schrijft over de Perzische koningen, Alexander de Grote en de tijd van de Makkabeeën. Het is dus puur ongeloof: wij geloven niet dat Daniël de schrijver kan zijn, omdat het zo precies klopt. Dat moet achteraf dan opgetekend zijn, en daarom geloven wij dat het eeuwen later pas... Het wordt gepresenteerd als voorzegging – dat is onmiskenbaar – maar dat was het natuurlijk niet, want dat kán immers niet, hè? En dus is het veel later pas opgetekend. Dat is de redenering. Dit is kort door de bocht hoor, dit zou uitgebreider toegelicht kunnen worden, maar dit is de afdronk. Waar komt het op neer? Nou, dit is de hele gedachtegang. Maar het boek Daniël presenteert het toch echt heel anders. Dat is het contrast dat ik wil laten zien: de Schrift zegt dit, maar wij weten beter. Daniël is heel uitdrukkelijk. Zie bijvoorbeeld in Daniël 7 vers 1: "In het eerste jaar van Belsassar, de koning van Babel, zag Daniël een droom en gezichten die hem op zijn legerstede voor ogen kwamen." Hij schrijft in de derde persoon over zichzelf, dat is helemaal niks bijzonders. Hij zag een droom en gezichten die hem op zijn legerstede voor ogen kwamen, "en toen schreef hij deze droom op." Nee, zegt de inleiding, dat is pas eeuwen later gebeurd! De vraag is dus: wie geloof je? Want met die vraag word je heel duidelijk geconfronteerd: wie moet ik nou geloven? Daniël 10: "In het derde jaar van Kores" – ik kom er straks ook nog op terug – "de koning der Perzen, werd aan Daniël, die Beltesassar genoemd werd, een woord geopenbaard. Dat woord was waarheid en sprak van grote nood en hij, Daniël, gaf acht op dat woord en had aandacht voor het gezicht." Dat was echt het visioen dat hij te zien kreeg. Dat is profetisch en dat was de waarheid. Eigenlijk is het mooi: men is zó onder de indruk van de accuratesse en hoe solide het is opgetekend, dat men zegt: ja, maar dat kan nooit van tevoren zijn opgetekend! Nee, een mens kan dat niet voorspellen, dat snap ik. Maar als je rekent met God, Die Zichzelf bewijst door profetie, door te voorzeggen – dat is juist Zijn handelsmerk... sorry, dat is geen goede term, maar dat is nu precies het kenmerk van Zijn spreken: Hij bewijst Zichzelf en Hij verklaart ook Zichzelf. Daniël 10 nog even verder: dan zegt die man in die linnen mantel – moet u maar even nakijken – die zegt dan: "En ik ben gekomen om u, Daniël, te verstaan te geven wat uw volk in latere dagen overkomen zal. Want wederom is het een gezicht aangaande de toekomst." Ja, dat is het hele boek! Het gaat juist over die dingen. En dan vervolgens zeggen de theologen: nee, dat kan helemaal niet, dit is gewoon achteraf opgetekend en gepresenteerd als profetie, als voorzegging, terwijl het in werkelijkheid gewoon achteraf allemaal geprojecteerd is. Weet u, daar is een naam voor, hè? Als je zoiets doet, dat heet valsheid in geschrifte. Dat je iets presenteert als... nou ja, in dit geval valselijk dus. Het is gewoon fraude. Als je zo denkt over de Bijbel, dan vraag je je toch af wat zulke mensen sowieso nog met de Bijbel hebben? Hoe kun je dat dan wel aanbevelen? Want dat is ook echt zo bizar. Het is echt bizar: ze bevelen de Bijbel aan en zeggen dat je er geweldig veel van kunt leren, maar op keper beschouwd is het gewoon fraude, valsheid in geschrifte en valselijke claims. Nog één. ▶ 36:28 Voorbeeld 3: Jesaja en de Voorzegging van Kores ↑ hoofdstukken Jesaja is een thema waar we het in het verleden al vaker over gehad hebben, dus ik hoef er nu niet zo heel uitgebreid op in te gaan. Maar het voorbeeld zelf is wel weer zo'n prachtig gegeven. Men zegt dan: Jesaja kan onmogelijk Kores bij name hebben genoemd. Waarom? Kijk, Jesaja was profeet in een tijd waarin het nog wel een eeuw of anderhalve eeuw zou duren voordat Kores überhaupt geboren werd. Het zou nog een eeuw duren voordat hij geboren werd, en pakweg anderhalve eeuw voordat hij zou optreden als koning en het volk zou doen terugkeren. Jesaja profeteert dat al, die voorzegt reeds voordat het volk überhaupt in ballingschap is gegaan, dat wanneer het volk eenmaal in ballingschap gaat, het ook weer zal terugkeren. En wel onder leiding van een koning wiens naam al genoemd wordt: Kores! Onder hem zal het volk worden teruggevoerd en hij zal Jeruzalem weer laten herbouwen. Dus heeft men gezegd — en nu lees ik weer voor uit de inleiding op Jesaja 40 tot 55, een groot deel van vijftien of zestien hoofdstukken: 'In Jesaja 40–55 staat een tweede verzameling profetieën. Deze worden gewoonlijk toegeschreven...' — merk op hoe afstandelijk dat klinkt, niet: 'de Schrift zegt dat', nee: 'ze worden toegeschreven aan een profeet die optrad gedurende de Babylonische ballingschap.' Aha, dat was Jesaja dus niet, want die leefde anderhalve eeuw daarvóór! Ja, ze schrijven ook... dit is echt sneaky, hè? Dat heeft te maken met 'sneek', denk ik! Want er wordt niet ronduit gezegd: hij noemt zich wel Jesaja, maar hij is het niet. Het wordt veel omzichtiger verwoord, veel vriendelijker en aardiger. Men zegt: 'Het wordt toegeschreven aan een profeet die optrad gedurende de Babylonische ballingschap en die wordt aangeduid met de term Deutero-Jesaja, de tweede Jesaja. Men veronderstelt dat hij een geestverwant is geweest van de grote profeet Jesaja.' Dat klinkt heel gewichtig, maar feitelijk zeg je gewoon: de schrijver claimt Jesaja te zijn, maar hij is het niet; ze verbloemen dat. En waarom zegt men dat? Omdat men veronderstelt dat hij het pas aan het einde van de ballingschap heeft opgetekend. En dán pas kon hij Kores bij name noemen, want anders zou dat immers niet kunnen. In feite is dit een gelijksoortig ongeloof als we zien bij het boek Daniël. Maar wat zegt de Schrift? Kijk, daar gaat het om. U bent hier gekomen omdat u uitgaat van de Schrift, dat is volstrekt logisch. Maar ik wil dit ook laten zien aan de hand van het contrast. 'Zo zegt Jahweh, uw Verlosser en uw Formeerder...' in Jesaja 44, '...die de waarzeggers als dwazen aan de kaak stelt.' Dat doet God, hè! Ze heten waarzeggers, maar het zijn leugensprekers. Ja, ze beweren van alles en als ze een beetje geluk hebben, hebben ze een keertje gelijk. U weet immers: een klok die stilstaat, geeft ook twee keer per dag de juiste tijd aan. Toevallig hebben waarzeggers soms gelijk, maar dat bevestigt hun claim allerminst. '...Die de waarzeggers als dwazen aan de kaak stelt en die de wijzen doet terugwijken en hun kennis tot dwaasheid maakt.' Zie je hoe Jesaja dit stelt? Er wordt weleens tegen mij gezegd: 'André, jij praat zo badinerend en neerbuigend over theologen.' Sorry, maar ik heb hier ook geen goed woord voor over. Hebt u gelezen wat hier staat? 'Die de wijzen doet terugwijken en hun kennis tot dwaasheid maakt.' Dat is ook niet erg respectvol naar die wijzen toe! En dat klopt, want dat is precies hoe God aankijkt tegen de redeneringen der wijzen en hun menselijke claims. Waarzeggers voorspellen, maar God voorzegt. Dat is het grote verschil. Nog even verder in Jesaja 44: 'Die het woord van Mijn knecht' — Jesaja dus — 'gestand doet' — dat wil zeggen: God spreekt via Jesaja en Hij maakt het ook waar — 'en de aankondiging van Mijn boden volvoert; die tot Jeruzalem zegt: Het worde bewoond.' En nog even verder: 'Die tot Kores zegt...' Jesaja profeteert dit dus anderhalve eeuw — laten we het daarop houden — voordat Kores daadwerkelijk optreedt en op het toneel verschijnt. Jesaja zegt al dat God over die man, Kores genaamd (of Cyrus, het hangt er maar net vanaf hoe je het uitspreekt, dat maakt niet zoveel uit), verklaart: 'Die tot Kores zegt: Mijn herder, hij zal al Mijn welbehagen volvoeren door tot Jeruzalem te zeggen: Het worde herbouwd en de tempel worde gegrondvest.' Dat gaat God via Kores doen! En hoe kan God dat doen? Nou, omdat Hij het heden kent en de toekomst overziet! Lees maar even verder in Jesaja 45: 'Zo zegt Jahweh tot Zijn gezalfde' — letterlijk staat er Zijn mashiach, Zijn gezalfde — 'tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb om volken voor hem neer te werpen.' Kores was in zijn dagen de heerser van het wereldrijk van de Meden en de Perzen. En dan staat erbij dat God Kores geroepen heeft. Dus ruim een eeuw, anderhalve eeuw vóór zijn optreden heeft God zijn naam al laten optekenen door Jesaja. 'Opdat gij weet dat Ik Jahweh ben, die u bij uw naam riep, de God van Israël.' Dat kan alleen Hij, dat kan geen mens. En ik zal u vertellen — u hebt dat verhaal vast al weleens van mij gehoord, want het is uiterst boeiend: wanneer Daniël later aan het hof verblijft, inderdaad anderhalve eeuw later, heeft Daniël aan Kores verteld: 'Weet je dat jouw naam al in de Schriften staat opgetekend? Dat die al genoemd is door de profeet Jesaja? En dit jaar, het zeventigste jaar van Jeruzalems verwoesting, is precies het jaar dat Jeremia heeft aangekondigd. En weet je wat jou nu te doen staat? Jeruzalem herbouwen en het volk laten terugkeren!' En Kores weet in het eerste jaar dat hij aantreedt meteen: dit is God die dit tot mij gesproken heeft. Hij verklaart het ook aangaande de God van Israël — ik parafraseer nu: 'God heeft tegen mij gezegd dat het volk dat in ballingschap is, weer terug mag keren naar Jeruzalem.' Kores wist: dit is het woord van God. Hoe wist hij dat? Wel, hij heeft het gewoon gelezen in de profetie en Daniël heeft hem daarmee geconfronteerd, want Daniël was een hooggeplaatste functionaris binnen zijn eigen regering. Zo ingewikkeld is dat dus niet. En er staat ook bij waarom God zijn naam kon noemen: 'Opdat gij weet dat Ik Jahweh het ben, die u bij uw naam riep.' Dat is juist het goddelijke kenmerk van die voorzegging! 'De God van Israël. Ter wille van Mijn knecht Jakob en van Israël, Mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam; Ik gaf u een erenaam, hoewel gij Mij niet kendet.' Wist Kores veel! Dat was gewoon een heidense koning, die had daar van tevoren geen enkele weet van. Hij kwam via Daniël in aanraking met de geschriften van de profeten en toen heeft Kores vernomen: wauw, zolang van tevoren is mijn naam al genoemd, ik weet precies wat mij te doen staat! Het is een voorzegging. En dan staat er nog bij: 'Want Ik ben Jahweh en er is geen ander; buiten Mij is er geen God.' En dat claimt Hij niet alleen, Hij bewijst het ook. Hij doet namelijk iets wat geen enkel mens kan: profeteren, voorzeggen! Dat lezen we ook in Jesaja 46. Dit is een geliefde tekst in deze samenkomst, ik haal hem zo graag aan: 'Ik, Jahweh...' Jesaja spreekt hier namens God Zelf: 'Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is.' Aan het begin staat het einde al vast! Waarom? Omdat Hij God is. Er gebeurt niets buiten Hem om en daarom kan Hij ook zo spreken. 'Die de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is; die zegt: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al Mijn welbehagen doen.' Er is maar één God, en dus is er niets en niemand die Hem kan verhinderen dat te doen. Hij beschikt over alles! En dan staat er nog achter: 'Die uit het oosten een roofvogel roept, uit een ver land de man van Mijn raadsbesluit.' Dat wil zeggen, wat Jesaja hier voorhoudt... Uit het oosten – Kores de Perser – ga Ik een roofvogel roepen. Dat is op zich geen compliment natuurlijk, het is een roofvogel, maar die ga Ik roepen. Hij is de man van Mijn raadsbesluit. En Ik heb het gesproken, en Ik doe het ook komen; Ik heb het ontworpen, en Ik breng het ook tot uitvoering. Met andere woorden: de hele regie, het geheel is in Mijn hand. Het is waar, het is zeker, het is betrouwbaar. En dit is Mijn bewijs. Ziet u hoe... Nou ga ik nog bozer worden. Dat is niet gepland, maar één van de machtigste bewijzen van het goddelijk Woord wordt op deze manier gewoon ontkracht, weggeredeneerd. Moet ik daar achting voor hebben? Ik vind het vreselijk. Ja, en als mensen dat zeggen, dan vind ik het prima, maar dit staat gewoon tussen de bijbelboeken in, als inleiding! Zo van: als je wilt weten waar het over gaat, moet je eerst even dit lezen. Ja, nou, gefeliciteerd daarbij hoor! Ziet u hoe belangrijk het is om de Schrift zichzelf te laten verklaren? Alleen dan zul je verstaan, alleen dan zal je ook onder de indruk zijn van wat God verklaard heeft, en wat God doet en wie Hij is, en wat alleen Hij bij machte is te doen. Ja, hoe ver gaan we? Nou, ik zal wel die hekjes moeten gaan overslaan. We waren sowieso al wat later. Maar ik wil nog een paar andere voorbeelden geven van: ontspoord reeds vóór vertrek. ▶ 47:58 Voorbeeld 4: het Getuigenis en Auteurschap van Lucas ↑ hoofdstukken Voorbeeld 4: 'De schrijver Lucas was helemaal niet Lucas, dat is niet Paulus' metgezel die hij suggereert te zijn.' In de inleiding op het boek Lucas – u kent het wel, zoals Lucas zijn geschrift introduceert; zijn geschriften, want ook het boek Handelingen is natuurlijk van zijn hand, dat is zijn tweede boek – lees je dat hij nauwkeurig onderzoek heeft gedaan, zodat Theophilus, aan wie hij zijn boek opdraagt, op de hoogte zou zijn, maar ook dat hij bevestigd zou worden in dat wat waar is. Hij zegt: ik heb het allemaal nauwkeurig onderzocht. Hij hoort zelf niet bij de ooggetuigen, maar hij heeft het wel allemaal nagegaan. En in zijn tweede boek doet hij zich ook voor als een metgezel van Paulus. Want dat blijkt ook – heel interessant, ik ga het nu zeker niet allemaal laten zien, maar ga het maar eens na – dan blijkt dus dat de schrijver van het boek Handelingen in bepaalde periodes met Paulus meereist, want dan spreekt hij in de wij-vorm. En op een gegeven moment weet je ook meteen weer dat hij dan ergens achterblijft, want dan zegt hij: 'en zij gingen daar en daar naartoe.' Dan weet je dus precies wanneer de schrijver erbij was en wanneer hij er niet bij was. Van zo'n persoonlijk voornaamwoord gaat een enorme sprake uit. Maar goed, de inleiding op Lucas in De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV): 'Op grond van een aantal passages uit het Nieuwe Testament wordt van hem gezegd dat hij arts was en een metgezel van Paulus.' Hier zie je ook alweer dat afstandelijke. De Bijbel zegt gewoon heel duidelijk: hij was inderdaad onze geliefde geneesheer, Paulus noemt hem zo. 'Aan deze traditie heeft het boek zijn naam te danken.' Hoezo, aan deze traditie? Het is helemaal geen traditie! Het hele verhaal is dat de schrijver zichzelf zo presenteert en vervolgens door Paulus zo bevestigd wordt. Als je het interne bewijs aanhoudt, of gewoon de Schrift zichzelf laat verklaren, dan is dit geen enkel probleem. Hier wordt je meteen weer zand in de ogen gestrooid en word je onder hypnose gebracht: ja, historisch onderzoek heeft aangetoond... 'Het boek wordt over het algemeen tussen de 80 en 100 na Christus gedateerd.' Met andere woorden: het was niet de Lucas die hij claimde te zijn, namelijk een reisgenoot, metgezel en daarmee dus ook een tijdgenoot van Paulus. Het zou dan veel later zijn opgetekend. En in dat geval was hij dus ook niet in staat om de ooggetuigen zelf te raadplegen. Nee, hij was zelf geen ooggetuige, dat is waar, maar hij behoorde wel tot de eerste generatie. Hij heeft nauwkeurig onderzoek gedaan naar alles wat erover bekend was, en hij doet dat zo accuraat. Dat was ook precies zijn doelstelling, want je leest het ook in Lucas 1. Heb ik hiernaast...? Nee, ik heb die dia weggehaald, ik voelde de bui wel hangen dat het wat lang zou worden. Maar hij heeft dus zijn evangelie opgetekend opdat Theophilus – dus de lezer – zou weten: het is waar, het klopt! Het is niet zomaar een mooi verhaal wat de theologen ervan gemaakt hebben. Ik scheer iedereen over één kam, dat is waar, oké, maar dat is wel wat ervan gemaakt is: een mooi verhaal, een preek, moralistisch hoogstaand, of poëtisch en literair geweldig. Ja, en? Het is niet waar! Daar heb ik niets aan, want ik wil vaste grond onder de voeten waar je op kunt staan. En dat is nu juist wat de Schrift wél geeft. Een ander voorbeeld – ik ga hier nu verder niet eens op in, maar u bent gewaarschuwd. ▶ 52:19 Voorbeeld 5: de Authenticiteit van de Pastorale Brieven ↑ hoofdstukken De pastorale brieven, zo worden ze genoemd – niet door de Bijbel, maar zo worden ze genoemd: de persoonlijke brieven van Paulus aan Timotheüs (1 en 2 Timotheüs), aan Titus en ook Filemon. De bewering is dat de pastorale brieven valselijk onder Paulus' naam zijn geschreven. Dat is wat ze beweren. Nou ja, het woord 'valselijk' gebruiken ze zelf natuurlijk niet, maar dat is wel wat het feitelijk is, hè? Ik zal het u voorlezen: "De eerste en de tweede brief aan Timoteüs en de brief aan Titus staan ook wel bekend als de pastorale brieven. Volgens sommigen zijn de brieven door Paulus zelf geschreven..." Nou, weet u wat we eerst zouden moeten vaststellen? Vólgens de brieven zelf zijn ze door Paulus zelf geschreven! Niet 'volgens sommigen', want dan laat je het weer afhangen van een menselijke opinie. Nee, we nemen de Schrift zoals ze zich aandient. Doe je dat niet, dan ben je nergens. Er staat dus: "Volgens sommigen zijn de brieven door Paulus zelf geschreven aan het einde van zijn leven. Anderen menen op grond van de stijl en de inhoud dat de brieven niet van Paulus' hand zijn." Alsof Paulus niet verschillende stijlen zou kunnen hebben! Hij liet zijn brieven bovendien vaak optekenen; dat klopt, maar dat was dan een secretaris. Dat er stijlverschillen zijn in brieven en geschriften, kan trouwens ook nog met je leeftijd te maken hebben. En gewoon met de situatie: als ik een persoonlijke e-mail schrijf, dan is dat anders dan wanneer ik een blog schrijf, om maar wat te noemen. Dat zijn verschillende stijlen. En moet ik de Belastingdienst aanschrijven of zo, dan heb je weer een heel andere stijl. Men vervolgt: "Anderen menen op grond van de stijl en de inhoud dat de brieven niet van Paulus' hand zijn, maar dat ze pas aan het einde van de eerste eeuw en begin van de tweede eeuw zijn opgetekend" – dus in ieder geval niet meer door de ooggetuigen zelf – "door een auteur die ons verder onbekend is gebleven en die met de naam van Paulus zijn brieven gezag wilde verlenen." Dit is wat ik zojuist noemde: dit is gewoon fraude, dit is oplichting. In de voetbalkantine noemen ze dit gewoon opschepperij. In de medische wereld zeggen ze: dan ben je een kwakzalver. En in de zakelijke wereld ben je gewoon een oplichter, een beunhaas of een charlatan. Maar hier wordt er met veel achting over gesproken, terwijl er in feite wordt gezegd dat iemand de naam van Paulus eronder heeft gezet om zijn brief gezag te verlenen. Maar dat is dus gewoon pure oplichterij. En dit staat nota bene in uw Bijbels. Nou ja goed, ik ga deze niet eens meer verder lezen om aan te tonen waarom dit niet kan, want dat lijkt me wel duidelijk. ▶ 55:38 Voorbeeld 6: het Testament van 2 Petrus ↑ hoofdstukken Het zesde voorbeeld: Petrus' tweede brief. Dat is een testament, zijn geestelijk testament, want hij zegt ook dat het moment van zijn verscheiden nabij is. Maar volgens hen is dat een vervalst testament. Zij noemen het natuurlijk niet 'vervalst', maar kijk eens wat ze zeggen in de inleiding: "Het geschrift behoort veel eerder tot het genre 'testament': de aankondiging van de spoedige dood van de schrijver, de voorspelling van toekomstige gebeurtenissen, en een aansporing tot de juiste levenswandel. In de Grieks-Romeinse tijd was dit genre in joodse en christelijke kring populair. Als schrijver van 2 Petrus wordt in de tekst de apostel Petrus genoemd. Toch menen veel uitleggers dat Petrus niet de auteur van het boek is. Het toeschrijven van een 'testament' aan een gezaghebbend persoon was niet ongebruikelijk." Ik krijg al kriebels van die formulering, want dit is typische theologentaal. Op die manier rubriceer je het eerst en plak je er een etiket op: "Dat is het genre", net als met mythen, weet je wel. Dan kunnen we het wegzetten en er vervolgens gewoon van maken wat we er zelf van willen hebben. Het geschrift zou dus veeleer behoren tot het genre 'testament': de aankondiging van de spoedige dood van de schrijver, de voorspelling van toekomstige gebeurtenissen en een aansporing tot de juiste levenswandel. In de Grieks-Romeinse tijd was dat in joodse en christelijke kring populair. Dat wil zeggen: als je het op die manier verpakte en verkocht, was het populair. Als schrijver van 2 Petrus wordt in de tekst de apostel Petrus genoemd. Met andere woorden: 2 Petrus presenteert zich als geschreven door Petrus. Toch menen vele uitleggers dat Petrus niet de auteur van het boek is; het toeschrijven van een testament aan een gezaghebbend persoon was immers niet ongebruikelijk. O, dus omdat ze destijds de boel zo oplichtten en omdat dat wel vaker gebeurde, kunnen wij daar nu gewoon met respect over spreken? Dat is wat hier staat, hè? Het was heel gebruikelijk om het op die manier te doen. Vreselijk! En dan zeggen ze nog: "Ja, we kunnen er wel veel van leren." Nou sorry, maar van oplichters wil ik in moreel opzicht eigenlijk helemaal niets leren. Het eerste wat ik doe als ik weet dat iets oplichterij is, dan zeg ik: oud papier. Dan krijg je er in ieder geval nog wat voor. Ja, die wilde ik eigenlijk niet noemen, maar goed. Die heeft u niet allemaal gehoord, maar het is echt zo. Petrus presenteert zich toch echt zo. Ik scroll nu even door de dia's, want ik hoef niet eens mijn best te doen om aan te tonen dat 2 Petrus door hem geschreven is. Het staat er gewoon zwart-op-wit en op allerlei manieren wordt dat bevestigd. Maar volgens hen was het heel gebruikelijk om het op die manier te verkopen en te verpakken, omdat dat je geschrift meer autoriteit gaf. Tja. ▶ 58:50 Geestelijke Woorden en Toetsen als de Bereeërs ↑ hoofdstukken Ik wil hiermee afsluiten, want het wordt hoog tijd om dat te doen, met wat Paulus in de Korinthebrief zegt. Ik lees het voor, zonder al te veel toelichting: "Wij nu hebben niet ontvangen de geest van de wereld" – wat er in de wereld allemaal aan boodschappen rondgaat – "maar de Geest uit God, opdat we zouden weten wat ons door God in genade geschonken is." We hebben grond onder de voeten, we weten! Wij voelen niet zomaar wat dingen, of van die verhalen van: ja, maar het is moreel zo verheven, we kunnen er zoveel van leren. Hoezo? Van oplichters? Nee, omdat het wáár is wat ze hebben opgetekend, en God maakt Zijn Woord waar. En dus weten wij de dingen en kunnen we daarop staan. Het is slechts mogelijk, het is ons medegedeeld, juist omdat het betrouwbaar is. En daarom weten we dat ook. En dan staat er ook bij – hiervan zegt Paulus dus: "Spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn; geestelijke woorden passend bij geestelijke dingen." Dat wil zeggen: de boodschap die ik vertel is geestelijk, maar de wijze waarop ik het doorgeef, de woorden die ik eraan geef, zijn ook geestelijk. Dus niet alleen de inhoud, maar zelfs de vorm! De hele formulering, mondeling maar ook schriftelijk, dat zijn de gezonde woorden. Geestelijke woorden bij een geestelijke boodschap. U ziet, ik ga er nu heel snel even doorheen om bij mijn ene punt uit te komen. "Doch een ziels mens ontvangt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid." Een ziels mens... De gewone vertalingen geven dit verkeerd weer; die zeggen dan "een vleselijk mens" of "een natuurlijk mens", maar er staat gewoon letterlijk een psychikos, een ziels mens. Iemand merkt op: "Ik dacht vlees?" Nee, niet hier, ietsje verderop. Sorry, ik dacht eventjes: je bent een theoloog, dus ik moet er hard tegenin! Nee hoor, ik dacht zomaar... Klopt, later wordt het woord vleselijk wel gebruikt. Maar goed, ik wil geen ruzie met je krijgen – krijg je ook niet! Doch een ziels mens: beheerst worden door de ziel, vooral ook beheerst worden door gevoelens en door de waan van de dag. Dan ben je daar erg gevoelig voor. Als je een ziels mens bent, ontvang je de dingen van de Geest Gods niet. Ik vind het nog wel een aardig beeld in dit geval: je kunt dat niet ontvangen zoals je een radiozender niet kunt ontvangen. Je zit wat dat betreft op een heel andere golflengte. Het is een dwaasheid, hij snapt het niet. En er staat ook bij: hij kan het ook niet verstaan, omdat het op een geestelijke wijze kritisch – zo staat er letterlijk – wordt beoordeeld. De Schriften kun je slechts verstaan wanneer je de Schriften gewoon neemt zoals ze zich aanbieden. En dan ook inderdaad als een kind. Zo van: ik snap het niet, maar hoe gaat dat met een vader? Ik bedoel, straks is het weer Sinterklaastijd en dan zeg je tegen de kinderen dat Sinterklaas en Zwarte Piet op de daken lopen en cadeautjes door de schoorsteen gooien. Of het pedagogisch slim is, dat weet ik niet, daar heb ik het nu niet over. Maar zo'n kind denkt: "Oh, we hebben helemaal geen schoorsteen!" "Ja, maar papa zegt het." Mag ik daar toch even een pedagogisch advies over geven? Wees er voorzichtig mee, want je gooit wel je betrouwbaarheid te grabbel. Zoals ik ooit las van iemand die schreef: toen ik dat aan mijn kind vertelde over Sinterklaas, kreeg ik als reactie dat het kind huilend wegging en zei: "Nou is zeker dit verhaal van de kerstman ook niet waar!" Weet dus wat je doet. Maar snapt u wat ik bedoel? Wij zijn inderdaad simpel; we snappen een heleboel dingen niet, maar God weet het. Maakt dat dom? Nee, helemaal niet! Integendeel, want hier wordt het Griekse woord anakrino gebruikt. Dat is het laatste waar ik op wil wijzen: beoordelen. Dat is een juridische term en dat betekent onderzoeken, navraag doen, checken. En weet u waarom ik hierop wijs? Omdat dit precies hetzelfde woord is dat gebruikt wordt van de Bereeërs in Handelingen 17. Daar lees je dat Paulus daar kwam en dat zij zeer bereidwillig luisterden naar alles wat Paulus vertelde. En ze gingen dagelijks na in de Schriften of deze dingen alzo zijn. Kritisch dus, checken! Maar hoe dan wel? Niet aan de hand van inleidingen van theologen natuurlijk, of van wat wij ervan vinden. Nee, aan de hand van wat de Schrift zelf zegt! Snapt u? Dát is het. En dan word je heel kritisch op wat men beweert. Ik heb het nu vooral over wat theologen te berde brengen, maar dat is de gevaarlijkste categorie. Weet u waarom? Omdat zij uitspraken doen over wat God gezegd zou hebben. Het komt zelfs zo regelrecht in onze Bijbels terecht. Nagaan: hééft God dat gezegd? Want weet u waar het om gaat? Om het Woord van Hém, dat vast en solide is. En juist daarom kunnen we erop staan. Daarom maakt het blij, daarom geeft het vrede, daarom hebben we zo'n geweldig perspectief. Waarom hebben wij hoop? Nou, omdat God het gezegd heeft! En als Hij het zegt, dan gaat het gebeuren. Dat heeft Hij bewezen ook. Dan moet je wel gewoon de Schrift zichzelf laten verklaren. En dat is wat ik vanmorgen graag wilde duidelijk maken. Ik hoop dat het overgekomen is! 🎧 de Schriften verklaren zichzelf! 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); if (!allDet.length) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { for (var j = 0; j < allDet.length; j++) { target.parentNode.insertBefore(allDet[j], target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { for (var k = 0; k < allDet.length; k++) { col.appendChild(allDet[k]); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSrc = floatAudio.getAttribute('src') || ''; var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var activeDet = null; var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); for (var i = 0; i < allDet.length; i++) { var dUrl = allDet[i].getAttribute('data-audio-url') || ''; if (dUrl) { if (curSrc.indexOf(dUrl) !== -1 || dUrl.indexOf(curSrc) !== -1) { activeDet = allDet[i]; break; } } } var scope = activeDet || document; var allTs = scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = scope.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl(btn) { if (btn) { var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } } var anyDet = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (anyDet) { var dUrl2 = anyDet.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl2) return dUrl2; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); var scope = det || document; scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(btn); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth 1) { partLabel = parts.slice(1).join(':').trim(); } } } var mainHeading = partLabel ? (pTitle + ' (' + partLabel + ')') : pTitle; titleEl.textContent = cTitle ? (mainHeading + ' · ' + cTitle) : mainHeading; } if (floatAudio) { var curRate = speeds[speedIdx]; function seekAndPlay() { if (sec >= 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

25-10-2026 Lees verder

het Onze Vader – voor wie en wanneer?

Het Onze Vader is wellicht het bekendste gebed ter wereld. Maar tot wie richtte Jezus zich toen Hij dit gebed onderwees? En welke tijd stond Hem voor ogen bij de woorden “Uw koninkrijk kome” en “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde”? Dat zijn enkele van de vragen die aan de orde zullen komen over een vertrouwd gebed dat, gelezen in zijn Bijbelse verband, verrassende perspectieven opent! .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak Het Onze Vader wordt traditioneel beschouwd als een algemeen gebed voor alle christenen, maar Jezus' onderwijs in de evangeliën was exclusief gericht op Israël. De afzonderlijke beden sluiten naadloos aan bij de profetische gebeurtenissen rondom de toekomstige grote verdrukking op aarde, terwijl de hemel reeds gezuiverd is. Dit gebed kent een specifieke timing en adressering, in contrast met het onderwijs van Paulus over onvoorwaardelijke genade. Uiteindelijk zal God Zelf dit gebed vervullen wanneer Hij Zijn naam heiligt onder de volkeren en Zijn Koninkrijk op aarde vestigt. “Strikt genomen is dit gebed met precisie en heel accuraat eigenlijk slechts op een hele korte tijd van toepassing, namelijk in de tijd dat Gods wil op aarde nog niet geschiedt, maar in de hemel al wel.” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:01 Inleiding: Botsende Vanzelfsprekendheden Rond het Onze Vader ▶ 05:43 Jezus' Onderwijs voor Israël en Paulus voor de Natiën ▶ 09:46 De Twee Bergredes en de Profetische Context ▶ 14:12 Bidden in de Binnenkamer Zonder Omhaal van Woorden ▶ 23:39 Onze Vader: Israëls Aanspraak en de Heiliging van Gods Naam ▶ 33:15 Uw Koninkrijk Kome: Daniël 2 en het Stenen Koninkrijk ▶ 38:15 Uw Wil Geschiede: Satans Uitwerping uit de Hemel ▶ 50:40 Geef Ons Heden Ons Dagelijks Brood in de Grote Verdrukking ▶ 55:05 Vergeef Ons Onze Schulden: het Contrast met Paulus' Genade ▶ 57:46 Leid Ons Niet in Verzoeking en Verlos Ons van de Boze ▶ 01:00:16 Conclusie: een Getimed Profetisch Gebed en Onze Bedeling ▶ 00:01 Inleiding: Botsende Vanzelfsprekendheden Rond het Onze Vader ↑ hoofdstukken Ja, waar zullen we het vanmorgen eens over hebben? Nou, ik zal u dit vertellen: het is al een paar weken geleden eigenlijk dat mijn voornemen vaststond om het – nou niet per se hier, maar om het toch eens over dit onderwerp te gaan hebben. Ik heb daar een heel aantal jaren geleden op een andere plaats ook wel eens een keer aandacht aan gegeven, maar er was nu ook een speciale aanleiding om het over het Onze Vader te hebben. En ik hoef dat niet eens uit te leggen; als ik dat zo zeg, het Onze Vader, dan is dat bij iedereen, zelfs bij het buitenkerkelijke publiek denk ik, genoegzaam bekend wat dat is. Nou ja, in ieder geval wat ik daarmee bedoel; of de betekenis ervan onderkend wordt, dat is hoogst twijfelachtig. Laat ik het dan zo aanvliegen, maar daar gaan we het vanzelf nog over hebben. En daarbij stellen we ons met name ook de vraag, zoals ook in de ondertitel staat: voor wie en wanneer? Voor de goede verstaander klinkt daarin al iets door dat daar toch wat meer over te melden is dan dat het zomaar een algemeen – of zal ik het zo zeggen: een katholiek – gebed is. Dat wil zeggen: voor iedereen en voor alle tijden. Het kan namelijk zijn dat zomaar – en dat was dus de aanleiding waar ik zojuist op doelde – allerlei vanzelfsprekendheden kunnen botsen. Het is een paar weken geleden dat mijn vader overleed, op een zeer gezegende leeftijd. Voorafgaand aan de uitvaart hadden wij een gesprek met de predikant die de dienst zou leiden. Toen ging het over de dienst zelf, maar ook over wat er nog bij het graf gedaan of gezegd zou worden. De predikant – die dat trouwens allemaal heel mooi heeft geleid, daar niet van – stelde voor om af te sluiten met het Onze Vader. Hij keek ons zo aan, dat wil zeggen de kinderen: mijn broer en mijn beide zussen waren daarbij. En ik keek zo bedenkelijk van: dat lijkt me niet zo gepast. Gelukkig kreeg ik bijval van mijn broer. Het is allemaal niet verder ter sprake gekomen, maar ik vond het niet zo gepast; het heeft een hele speciale betekenis. Maar ja, we wilden bij die gelegenheid natuurlijk niet een heel gesprek over allerlei Bijbelse aangelegenheden gaan voeren, dus ook dat leek me een beetje misplaatst. Maar hij keek me aan alsof hij water zag branden. Hij begreep hier echt helemaal niets van, temeer omdat hij al snel in de gaten had dat wij als gezelschap toch wel Bijbels georiënteerd waren en dat we dus bezwaar konden maken tegen het Onze Vader. Het is ook niet gebeurd trouwens. Hij wilde trouwens ook nog de Apostolische Geloofsbelijdenis voorlezen. Dat vonden wij ook niet zo'n goed idee, en daar gold trouwens hetzelfde voor. Want ja, ik zeg: "Nou, apostolisch? De apostelen hebben dat niet opgesteld hoor." "Maar het is toch de belijdenis van de kerk van alle eeuwen?" Toen dacht ik: ja, dáárom! Maar ja, toen dacht ik dat hoor, ik wil het gesprek niet anders neerzetten. Maar ik bedoel eigenlijk dit te zeggen: het was voor hem – en dat geldt voor de meerderheid van de mensen – zó vanzelfsprekend om bij een gelegenheid als deze het Onze Vader te bidden. Kijk, en dat bedoel ik ook met vanzelfsprekendheid: wat voor deze predikant en in het algemeen voor het volkschristelijk publiek, zal ik maar zeggen de gewone doorsnee kerkganger, een vanzelfsprekendheid is. Want ja, de kern van het hele christelijke onderwijs, dat draait toch om wat Jezus ooit hier op aarde geleerd heeft en zoals we dat in de evangeliën aantreffen? Het plaatje wat u daaronder ziet, is eigenlijk ook wel illustratief voor die gedachte, hoewel het eigenlijk vooral in de Engelstalige wereld een gebruik is: The Red Letter Bible. Wie kent dat? We zitten hier in Nederland natuurlijk, maar ik heb ze vaak in handen gehad. Ik heb er ooit eentje cadeau gekregen: dat zijn dan Nieuwe Testamenten of complete Bijbels, Oude en Nieuwe Testament, waarbij de uitspraken van Jezus rood gekleurd zijn. Daarmee is aangegeven van: ja, dít, van alles wat hier staat opgetekend, is dit de kern! Dit is waar het allemaal om gaat, en vandaar ook dat dat op die manier dus onder de aandacht gebracht wordt. En dat is de eerste benadering. Ook voor velen is dit gewoon een open deur intrappen: natuurlijk, daar gaat het toch om, om wat Jezus hier op aarde ooit allemaal heeft verteld? Maar voor mij – en ik zit nou in een zaal te kijken naar een heleboel mensen voor wie het helemaal niet vanzelfsprekend is – voor ons is iets heel anders vanzelfsprekend. En laat ik dat dan meteen even noemen. ▶ 05:43 Jezus' Onderwijs voor Israël en Paulus voor de Natiën ↑ hoofdstukken Dat het onderwijs dat Jezus geeft in de evangeliën uitsluitend gericht was op Israël... Ja, ik pauzeer nu even expres, maar dat staat toch zo duidelijk in de evangeliën? En als er dan bij gelegenheid een heidense vrouw bij Hem komt – u kent die geschiedenis wellicht in Matteüs 15, van die Syro-Fenicische vrouw – dan zegt Hij: "Nee, Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls." De geschiedenis heeft een vervolg, dat weet ik, maar niettemin zegt Hij dan: "Het is niet goed om het brood der kinderen – dat wil zeggen het voedsel dat voor de kinderen van Israël bestemd is – aan de hondjes te geven." In feite is de gedachte daarbij dat men de natiën, de heidenen, de niet-Joden, als honden beschouwde. U zult denken: dat is niet erg complimenteus, maar dat was wel de hele gedachtegang. Het toont de heel specifieke plaats die Israël daarin inneemt. Ik verwijs hier op de dia ook naar Matteüs 10. Daar lees je ook dat de Heer Jezus in eerste instantie de twaalf eropuit stuurt en dan zegt: ga uitsluitend naar het huis van Israël, en betreed zelfs niet de weg naar de Samaritanen. Ga daar absoluut niet naartoe. Met andere woorden: dat onderwijs is heel duidelijk, expliciet en exclusief gericht op Israël. En het onderwijs dat speciaal voor ons is, vinden we bij Paulus, die later geroepen werd toen Israël eenmaal op een zijspoor geplaatst was. Hij is van Godswege gesteld tot een apostel, een afgevaardigde van Christus Jezus Zelf, en een leermeester, een leraar voor de natiën. Zijn onderwijs is in onze dagen, in deze tussentijd, bepalend en beslissend; daar gaat het om, dat is leidend. Dat is mijn vanzelfsprekendheid. En weet je wat je dan krijgt? Ik motiveer het nu even kort. Natuurlijk is het een vanzelfsprekendheid, maar het aparte is: wanneer twee vanzelfsprekendheden gaan botsen, dan zeggen we dat wat voor de één volkomen normaal is, voor de ander juist volkomen misplaatst is. Ik bedoel er trouwens helemaal niet mee te zeggen dat dat gebed dat de Heer Jezus leerde, het Onze Vader waar we het nu over gaan hebben, geen goed gebed zou zijn. Maar het gaat erom: voor wie is dat bestemd? En heeft het misschien ook een speciale timing? Daar wil ik het straks ook over hebben. En je moet je hierbij goed realiseren: in de aanloop naar deze samenkomst ben ik er al een paar keer op gestuit dat sommige mensen begrijpen wat ik nu zeg, ook die tweede vanzelfsprekendheid die ik vanmorgen naar voren breng, dat Jezus' onderwijs in de evangeliën voor Israël bestemd is. Maar dan nog: als je dan stuit op beweringen die anders zijn – bijvoorbeeld wat in het algemeen geleerd wordt – dan sta je soms zomaar met je mond vol tanden op het moment dat jouw vanzelfsprekendheden betwijfeld worden. Dat is trouwens een hele goede ervaring. Ik vind het zeer aanbevelingswaardig om geconfronteerd te worden met vragen die je jezelf misschien nooit zo gesteld hebt. Waarom? Omdat je het vanzelfsprekend vindt; dat heb je nu eenmaal met vanzelfsprekendheden. Die hoef je niet uit te leggen, daarom zeggen we ook dat het vanzelfsprekend is. Totdat je iemand ontmoet of mensen treft voor wie dat juist totaal niet vanzelfsprekend is. Ja, dan moet je het gaan uitleggen. Zie daar de reden, de motivatie om dit onderwerp eens aan te snijden. ▶ 09:46 De Twee Bergredes en de Profetische Context ↑ hoofdstukken Laten we vooraf nog een paar dingen vaststellen. Dit gebed wordt heel dikwijls 'het Gebed des Heren' genoemd. Daar is op zich niet zoveel op aan te merken; het is inderdaad een gebed dat de Heer ooit heeft uitgesproken. Maar ik moet er tegelijkertijd bij zeggen: het is niet een gebed dat Hij zelf bad, maar Hij leerde het aan zijn discipelen. 'Het Gebed des Heren' zou kunnen suggereren dat het een gebed was dat Hij zelf bad, maar dat is niet wat er staat. Er staat nadrukkelijk: Hij leerde het zijn discipelen. Dat wil ik er toch even bij aangetekend hebben. Verder vinden we dit gebed terug in Matteüs 6. De hele aanleiding maakt deel uit van de beroemde Bergrede, zoals we die aantreffen in ons Nieuwe Testament in Matteüs 5 tot en met 7. In Lucas vind je het ook, maar daar wordt het weer op een andere manier gesitueerd, namelijk in de vlakte. De Heer heeft dit onderwijs uiteraard bij meerdere gelegenheden gegeven. In ieder geval is de aanduiding 'de Bergrede' ontleend aan de beschrijving van Matteüs in hoofdstuk 5 tot en met 7. Ik moet er trouwens meteen bij zeggen: als we spreken over dé Bergrede, dan zou je eigenlijk moeten vragen: wélke Bergrede? Want de Heer heeft namelijk meerdere redes gehouden op een berg. En dat brengt mij bij het volgende punt. In deze studie willen we gaan ontdekken — en ik wil u daar graag deelgenoot van maken — hoe dit gebed thuishoort in de context van Israël, en heel specifiek in de tijd van Israëls grote verdrukking. En dat brengt mij precies op het punt dat ik wil neerzetten: het hoort ook thuis in de tijd waar de tweede Bergrede over gaat. Als ik het zo formuleer, is dat misschien wat onbekend. Dé Bergrede wordt immers altijd gesitueerd in Matteüs 5 tot en met 7. Dat klopt, maar er is nóg een heel beroemde rede die de Heer op een berg heeft gegeven, en dat is Matteüs 24. In het Engels ben ik die term wel vaker tegengekomen: the second sermon on the mount — in ieder geval de tweede rede die de Heer op de berg hield. Dus eigenlijk de tweede Bergrede. Als je het zo formuleert, maakt dat het heel inzichtelijk en buitengewoon illustratief. Want de eerste Bergrede krijgt zijn betekenis juist ook in de context van de tweede Bergrede. In Matteüs 24 zit de Heer op de Olijfberg, met uitzicht op de gebouwen van het tempelcomplex van Jeruzalem. En dan begint Hij te spreken over wat daarmee zal gebeuren, maar ook over de gruwel van de verwoesting die ooit geplaatst zal worden op de heilige plaats. Hij spreekt over de dingen die vlak voorafgaan aan zijn wederkomst, en over de vraag naar het einde van deze aeon — dat wil zeggen: van dit wereldtijdperk. Tot op de dag van vandaag is dat nog altijd toekomstig. We staan er weliswaar heel dichtbij, maar het is nu nog steeds toekomstig. Daarmee heb ik al een beetje de toon gezet voor deze uitleg. Laten we nu naar de passage zelf toegaan in Matteüs 6. Ik begin niet meteen bij vers 9, maar wil om wat context te geven eerst de directe aanleiding erbij betrekken. Ik wil daar een beetje snel doorheen gaan om straks alle aandacht te kunnen geven aan het gebed zelf. ▶ 14:12 Bidden in de Binnenkamer Zonder Omhaal van Woorden ↑ hoofdstukken In Matteüs 6 vers 5 staat dan: "En wanneer gij bidt..." Gij, wanneer jullie bidden – het is meervoud, dat wordt ook aangegeven met die streepjes voor 'gij'. "En wanneer jullie bidden, zullen jullie niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden." De huichelaars; er staat hier in het Grieks letterlijk een woord waar ons woord 'hypocriet' (of hypokrites) van afgeleid is. Een hypocriet is eigenlijk een toneelspeler. Ik vind het wel grappig om daar zo even aan te denken, want het is niet zomaar een moreel oordeel als je het woord hypocriet gebruikt. Het is gewoon de naam die men in het Grieks gaf aan een toneelspeler. Dat vind ik niet per se een morele diskwalificatie. Hoewel, ik kom uit kringen waar toneelspel eigenlijk helemaal niet in goede reuk stond. Toneelspelen, in een film en dergelijke, dat was niet echt gewaardeerd. Ik ben nu in Papendrecht en ik denk dat ik me nu ook wel een beetje in het milieu beweeg waarin die gedachte herkenbaar is. En eigenlijk, als ik het zo bekijk, begrijp ik het ook wel een beetje. Toneelspel is je anders voordoen dan je bent, dat is de gedachte. Genoeg over dat woord, want er staat nog bij: "want zij..." Die huichelaars doen zich dus op een bepaalde manier voor, zij spelen toneel. Want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden. Dit is trouwens wel weer even grappig, of eigenlijk heel opmerkelijk – meer dan grappig. Het geeft precies de Joodse context aan waarin de Heer dit sprak. Dat onderstreept het, en daar wil ik toch even aandacht aan geven. Als je even later in dezelfde rede leest, in Matteüs 7 vers 6, dan zie je dat ook weer uitgedrukt. Daar zegt de Heer: "Geeft het heilige niet aan de honden." In feite... Ik kijk nog even later in Matteüs 15 na, daar had ik het daarnet ook nog over: het is niet goed om het brood der kinderen aan de hondjes te geven, want dat is voor de kinderen. Ik ga er even vanuit dat u allemaal die geschiedenis kent. Die vrouw zegt dan: ja, maar de honden eten toch ook de kruimeltjes op die van de tafel van hun heren vallen? En de Heer is verbaasd: zo'n geloof heb ik zelfs in Israël niet aangetroffen! Dus dat is waar, maar in ieder geval worden 'de honden' in Bijbelse beeldspraak gebruikt voor wie niet tot het brood bestemd is. En de Heer zegt het hier zelfs exclusief: "Geeft het heilige niet aan de honden." Dat wil zeggen: dit wat Ik nu spreek, is niet bestemd voor de natiën. Het wordt dus uitgesproken in een Joodse context. Het hele idee is dat er vaak een toneelspel van gemaakt wordt; gebed wordt een demonstratie van vroomheid om te laten zien dat men goed bezig is met goede werken en dat men wel heel welgevallig voor God zal zijn. Want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden om zich aan de mensen te vertonen. "Voorwaar Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds." Met andere woorden: de waardering die ze graag willen hebben, die hebben ze al gekregen; straks krijgen ze die in ieder geval van Gods wege niet meer. Dat is de gedachte. "Maar gij," zegt de Heer dan in vers 6: "Wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene." Gebed is primair geen openbare aangelegenheid. Wij bidden natuurlijk ook gewoon, maar feitelijk is dat ook onder ons. Zelfs als je het gezamenlijk doet, is het een zaak van de verborgenheid. Je spreekt tot God, je spreekt eigenlijk niet tot de mensen. Het kan zijn dat iemand het woord voert namens anderen, maar gebed is in wezen een privéaangelegenheid. Het is dus niet zo dat je moet bidden om te demonstreren: kijk mij nou toch eens vroom zitten wezen! Het is een verborgen aangelegenheid. Ik laat dat nu even verder rusten, hoewel het onderwerp op zich belangwekkend genoeg is, maar om bij vers 9 aan te komen ga ik gewoon door. En de Heer zegt er ook nog bij in vers 7: "En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de natiën." Opnieuw worden we geconfronteerd met de Joodse context. Want de Heer zegt eigenlijk: hoe gaat dat onder de heidenen, onder de natiën? Die gebruiken het gebed als een soort pressiemiddel, met een hele omhaal van woorden, om het zo uitgebreid mogelijk te doen. De Heer spreekt hier dus over de natiën, maar tot Zijn Israëlitische hoorders. Ook dit onderstreept weer precies de context waarin Hij dit onderwijst. "Want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden." Dat is de heidense gedachte in het algemeen: lange gebeden, eindeloze herhaling. Kettinggebeden, weet je wel? Waarbij je voortdurend hele lange gebeden hebt, en als de één op adem moet komen of uitgebeden is, dan gaat de ander weer verder. Dat hele fenomeen van een omhaal van woorden, een veelheid van woorden, is ook in de christelijke wereld algemeen bekend. Men denkt dat als je maar hard, emotioneel en vooral langdurig bidt – en als je zelf niet meer kunt bidden, dat dan de ketting moet worden voortgezet door de volgende schakel, en de volgende ronde gaat dan gewoon weer verder om dan dagen achter elkaar zo'n kettinggebed te houden. Maar het is gewoon een veelheid van woorden, vanuit de gedachte dat je God daarmee adviseert, of dat je een soort petitie aanbiedt met zoveel handtekeningen dat God wel moet inbinden of Zijn beleid moet gaan aanpassen. God even informeren... Ik vind het wel grappig om dit in dit verband even te noemen, want het is niet mijn eigen achtergrond, maar er zitten hier mensen die wel die achtergrond hebben: als je uit de rooms-katholieke wereld komt, dan ken je het fenomeen van de rozenkrans. Ik heb hier op de dia ook een afbeelding getoond; dat zijn allemaal kraaltjes en daar zit ook zo'n hele omhaal van woorden aan vast. Iedere keer worden er verschillende gebeden opgezegd, maar ook telkens het Onze Vader, de paternosters – dat betekent letterlijk 'onze Vader'. En bij de grote kralen moet je dan weer een Onze Vader bidden, en dat komt achter elkaar door. Als je een beetje vertrouwd bent met zo'n heel ritueel, dan merk je dat dat in een razend tempo gaat. Niet dat je er met je gedachten echt bij bent, maar het moet gewoon allemaal afgewikkeld worden. Net als bij een altaar wordt het heel snel afgeraffeld en uitgesproken. Ik maak hierbij ook de aantekening: bij evangelische liederen kan dat evengoed gebeuren, maar dan krijgt het een wat andere strekking. Dan zeg je wel honderd keer achter elkaar: "Heer, ik prijs U en ik ben zo vol van Uw..." Ik, ik, ik – allemaal 'ik'. "Ik ben zo vol van Uw liefde en ik prijs Uw naam, ik heb nog nooit zoveel van U gehouden als nu." Het is eigenlijk gewoon een grote demonstratie van wie jij denkt te zijn. "Want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt." Gebed dient dus niet om God te informeren, dat sowieso niet. En ook niet om God te herinneren aan onze noden. Feitelijk is het zo dat je bidt om jezelf te herinneren aan God: wie Hij is en wat Hij bij machte is om te doen. Ik heb daar ooit een hele mooie oneliner over gehoord: een gebed verandert niet God, maar de bidder. ▶ 23:39 Onze Vader: Israëls Aanspraak en de Heiliging van Gods Naam ↑ hoofdstukken Want dan zegt de Heer: "Bidt gij dan aldus" – bidden jullie dan aldus. Niet eens zozeer als een formuliergebed in de zin van een vast stramien, maar op deze wijze, met deze elementen. En dat gebed begint dan met "Onze Vader", enzovoort. De traditionele titel van dit gebed is ontleend aan die allereerste woorden: Onze Vader, Avinu shebashamayim. Ik heb ooit een lied gehoord – van Gethsemane was dat: Avinu, avinu, avinu shebashamayim. Dat wil zeggen: onze Vader die in de hemelen zijt. Dat is trouwens een heel opmerkelijk gegeven waar ik u graag op attent wil maken: Israël spreekt God collectief, als volk, aan als "onze Vader". Dat vind je veelvuldig in de Schrift, maar nooit individueel. Dat is heel eigenaardig: nooit als "mijn Vader". Nu zult u zeggen: "Maar dat vind je in de evangeliën toch heel vaak, dat Jezus spreekt over 'mijn Vader'?" Ja precies, dat is exact wat ik bedoel! Jezus doet dat veelvuldig in de evangeliën; met name in het Johannesevangelie spreekt Hij voortdurend over "mijn Vader". Dat heeft ermee te maken dat Hij op een volstrekt unieke wijze God als zijn Vader kende. Letterlijk zelfs: Hij is immers door God verwekt. De kracht van de Allerhoogste overschaduwde Maria en zo werd zij zwanger. En Hij is later ook weer opgewekt, verwekt uit de doden. Dus op een dubbele manier is de Here Jezus Christus de Zoon van God, de eniggeboren Zoon van God. Israël als volk kent God daarentegen als "onze Vader". U zult in het Oude Testament nergens aantreffen – behalve in een Messiaanse psalm – dat een enkeling God aanspreekt als "mijn Vader". Het is altijd: Hij is "onze Vader", de Vader van ons als natie. Ik geef u een voorbeeld uit Jesaja 63, waar een gebed wordt uitgesproken: "Schouw uit de hemel!" Dat is een dringende vraag, een hartenkreet: "En zie uit uw heilige en luisterrijke woning, waar zijn uw ijver en uw machtige daden?" Hier wordt een beroep gedaan op God om vanuit de hemel, vanuit zijn luisterrijke woning, in te grijpen met machtige daden. En dan staat er even verderop als motivatie: "Gij immers zijt onze Vader... Gij, JAHWEH, zijt onze Vader, onze Verlosser van oudsher is uw naam." De naam van God is JAHWEH. Die naam is heilig, en er wordt als volk een appel gedaan op Hem die zij kennen als JAHWEH. God heeft Zich immers ook als JAHWEH aan zijn volk Israël geopenbaard. Denk aan Mozes, aan wie God zijn naam bekendmaakte: "JAHWEH, Ik ben die Ik ben, en zo zult gij mijn naam aan de Israëlieten bekendmaken." JAHWEH is zijn verbondsnaam. En Hij is voor Israël: "onze Vader". "Onze Vader, die in de hemelen zijt." Waarom wees ik zojuist op die naam JAHWEH? Omdat er direct achteraan staat: "uw naam worde geheiligd", oftewel: laat uw naam geheiligd worden. En hoe doet God dat dan? We hebben het hier over een uitgesproken Israëlitische context. Israël kent haar God als "onze Vader", en God heeft Zich met de naam JAHWEH aan hen geopenbaard. Wanneer er staat: "uw naam worde geheiligd", dan is dat een bede die nog zijn vervulling moet vinden. Die naam ís heilig, maar die naam zal ook daadwerkelijk geheiligd wórden. Hoe dan wel? We komen hier steeds dichter bij de profetische strekking: niet alleen voor wie dit gebed bestemd is, maar ook wanneer het concreet zijn vervulling krijgt. God heiligt zijn naam onder de natiën namelijk door Israël, zijn volk, te herstellen. Wij leven nu in de tijd waarin Israël als volk terzijde is gesteld. God maakt als het ware een omweg; het is een tussenfase, een pauze in Gods handelen met de aarde. In die tussenperiode is Paulus de spreekbuis voor de natiën. Maar er komt een tijd – en die zal eerdaags aanbreken, want de termijn is nagenoeg vol – dat God zijn naam openlijk gaat heiligen. Ik zal u dat vanuit de profetieën aantonen. Wat de Here Jezus hier in dit gebed aan zijn discipelen leert, is in hoge mate geworteld in de profetische geschriften. Jesaja noemde ik zojuist al, maar kijkt u ook eens naar Ezechiël 36 en 37. Ezechiël 37 is wellicht het bekendste hoofdstuk over het nationale herstel van Israël: het visioen van het dal met de dorre doodsbeenderen, waaruit Israël als een opstanding uit de doden tevoorschijn komt – op de derde dag, uiteraard. En hoe verwoordt Paulus dat in Romeinen? "Indien hun verwerping de verzoening der wereld is..." Dat is de huidige realiteit: Israël heeft haar Messias verworpen en is daardoor tijdelijk terzijde gesteld, waardoor het evangelie van verzoening wereldwijd ruim baan heeft gekregen. Maar dat is tijdelijk! Want Paulus vervolgt: als God zijn volk straks weer aanneemt, wat zal die aanneming dan anders wezen dan leven uit de doden? Welnu, Ezechiël 36 sorteert daar al helder op voor. Daar zegt God Zelf: "Ik zal mijn grote naam, die onder de volken ontheiligd is..." En Israël krijgt de schuld daarvan rechtstreeks aangerekend; zij zijn daar zelf debet aan: "...die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen." Aan die smaad en ontheiliging komt een einde: God Zelf gaat zijn naam heiligen. "En de volken zullen weten..." Let wel, dit spreekt over een publiek, universeel moment. Nu leven we nog in de verborgenheid, maar straks treedt God zichtbaar naar voren. Hij zal zijn naam zodanig heiligen dat de wereldvolken het zullen weten: "dat Ik JAHWEH ben, luidt het woord van de Heer JAHWEH, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen." Leest u goed wat daar staat: God betoont Zich de Heilige aan het volk Israël, ten aanschouwen van alle natiën. De volkeren zullen het met eigen ogen zien, met stomheid geslagen zijn en erkennen wie Hij is, omdat God demonstratief bewijst dat Hij de Heilige is. Wanneer God dus wordt aangeroepen als "onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd", dan is dat geen abstract, zwevend gebedje voor willekeurig welke situatie. Het doelt op die specifieke profetische tijd waarin God zijn naam daadwerkelijk gaat heiligen aan en door Israël, voor het oog van alle naties. Dat is ook het moment waarop er geen enkele atheïst meer zal bestaan; dat is dan voorgoed voorbij. Nu kan men zich dat nog permitteren, maar dan is het uitgesloten. En dat brengt ons meteen bij de volgende bede van het Onze Vader. ▶ 33:15 Uw Koninkrijk Kome: Daniël 2 en het Stenen Koninkrijk ↑ hoofdstukken "Uw Koninkrijk kome." Waar gaat het over? Nou, over de tijd dat het Koninkrijk gaat komen en gaat aanbreken. En wanneer zal dat zijn? Ook dat is weer een profetisch moment. Dat God Zijn naam gaat heiligen, is niet zomaar altijd van toepassing. Nee, dat gaat over een specifieke tijd waarin de volkeren het zullen gaan weten. En dat is precies ook het moment. In feite verklaart het gebed zichzelf: de ene frase wordt gebruikt, en mocht het je ontgaan zijn waar het over gaat, dan brengt de volgende frase je meteen alsnog op het spoor. En mocht het je dán nog ontgaan, dan doet de volgende frase dat wel. Ik zal het straks laten zien. "Uw Koninkrijk kome." Wanneer zal dat zijn? Daniël 2! Dat gaat, zoals u weet, over die droom die Nebukadnezar had over dat statenbeeld met dat gouden hoofd. Dat zijn vier koninkrijken. En dat laatste koninkrijk is van ijzer, en in de tweede fase is dat ijzer en leem met die tien tenen. In die laatste fase zullen daar tien koningen zijn. En in die fase zal HET Koninkrijk vanuit de hemel komen en baanbreken op aarde. In Daniël 2 lees je dit — u kent, daar ga ik nu even van uit, die droom en de uitleg daarvan. Je leest dus over dat reusachtige beeld dat Nebukadnezar in zijn droom zag, en dan wordt er een uitleg gegeven: dat eerste koninkrijk is het gouden hoofd, het tweede koninkrijk is van zilver, het derde koper, en in het vierde koninkrijk zal de eerste fase van ijzer zijn en de laatste fase van leem en ijzer. Het laat zich immers niet mengen. En dan lees je vervolgens dat Nebukadnezar in de droom ziet dat dat beeld geconfronteerd wordt met een steen die van de berg afrolt, zonder het toedoen van enige mensenhand, staat erbij. Die rolt van boven naar beneden — zo gaat dat meestal als iets naar beneden komt — raakt het beeld bij de voeten en het hele beeld wordt dan verpulverd. Maar er wordt dan ook uitgelegd wat er dan zal gebeuren. In Daniël 2 vers 44 staat dit: "Maar in de dagen van die koningen..." — die tien koningen; later in Daniël 7 worden ze ook weer zo genoemd, dat zijn de tien horens — "...zal de God des hemels" — onze Vader die in de hemelen is! — "een koninkrijk oprichten dat tot in de aeonen niet zal te gronde gaan en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan. Het zal al die koninkrijken" — dat wil zeggen: die eraan voorafgegaan zijn — "verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan tot in de aeonen." Dat stenen koninkrijk... Er is goud, zilver, koper, dan ijzer, en ijzer en leem. En dan vervolgens krijg je een stenen koninkrijk. Dat steentje wordt zo groot dat het de hele aarde vervult. Ja, dat is het definitieve Koninkrijk. En dan zal de heerschappij niet meer overgaan op een ander volk. Eerst waren het de Babyloniërs, dan de Perzen en dan de Grieken, maar het uiteindelijke Koninkrijk wordt gegeven aan het volk dat God daarvoor heeft bestemd: een koninkrijk van priesters. In Daniël 7 wordt het genoemd "het volk van de heiligen van de Allerhoogste" — een hele plechtige manier om te zeggen: dít volk heeft God bestemd voor de heerschappij en als kanaal van zegen voor de hele volkerenwereld. In feite krijg je dus: het laatste wereldrijk is een Israëlitisch wereldrijk, het volk waar God Zijn naam aan verbonden heeft. En dat zal dan gaan baanbreken. "Uw Koninkrijk kome!" Wanneer? Nou, in de dagen van die koningen. Dán komt dat. Dan wordt dit zo'n actueel gebed! En dan, ja... nog iets anders: hoe zal dat zich dan manifesteren? Dan krijg je weer zo'n frase die je beslist niet mag ontgaan. ▶ 38:15 Uw Wil Geschiede: Satans Uitwerping uit de Hemel ↑ hoofdstukken Zoals de Heer dat formuleert: "Uw wil geschiede, gelijk in de hemel..." Nee, "gelijk in de hemel" staat hier in het enkelvoud. Soms wordt het meervoud gebruikt, maar hier staat het in het enkelvoud: "gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde." Nou weet ik wel wat de algemene uitleg is: Gods wil geschiedt nú in de hemel, dus dit gebed kun je altijd bidden. Maar ik kan u uit de droom helpen: dat is niet zo. Momenteel zeker niet. Hoeveel Schriftplaatsen wilt u hebben? Bekend is bijvoorbeeld Efeze 6, waar gesproken wordt over rivalen die het op ons gemunt hebben. Paulus spreekt erover dat wij geen strijd hebben tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers — de kosmocraten — van deze duisternis, in de hemelse gewesten, te midden van de hemelsen. Daar, achter de schermen, volstrekt onttrokken aan het oog, zijn overheden en machten in de hemelen die het op ons gemunt hebben en die zich verzetten. Waarom is het zo donker in de wereld? Nou, om allerlei redenen, maar dat heeft met name ook te maken met de macht der lucht, zoals Efeze 2 dat noemt: de overste van de macht der lucht. Achter de schermen zijn daar machten werkzaam die de boel hier gewoon verduisteren en het licht tegenstaan. Maar wat de Bijbel nu juist voorzegt, is dat de satan met de zijnen, zijn trawanten en consorten — hoe zal ik het zeggen — uit de hemel geduveld zal worden. Ik pleeg daar graag het werkwoord 'duvelen' voor te gebruiken, want dat vind ik heel toepasselijk. De duivel met al zijn trawanten zal uit de hemel worden geworpen. En pas wanneer Gods Koninkrijk komt en openbaar wordt, dán zal Zijn wil geschieden. Maar dat is nadat de satan, de tegenstander, uit de hemel zal zijn geworpen. Openbaring 12 spreekt daar heel expliciet over. In beeldtaal, dat is waar, maar de betekenis kan je eigenlijk niet ontgaan. Eerst lees je in Openbaring 12 dat er een vrouw wordt voorgesteld, Israël, die hoogzwanger is en een mannelijke zoon voortbrengt. Die mannelijke zoon, dat is Christus. En die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Heel vaak wordt gezegd dat dit de hemelvaart van de Heer Jezus is, maar dat was geen wegrukking, hoor. Die mannelijke zoon wordt weggerukt, en vervolgens vlucht die vrouw naar de woestijn waar ze drieënhalf jaar lang bewaard en onderhouden wordt. Kijk er maar naar in Openbaring 12; het staat er allemaal letterlijk zo. Die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, en vanaf dat moment gaat Gods wil geschieden in de hemel. Weet u wat namelijk het eerste is wat er dan gebeurt? Michaël en de zijnen gaan oorlog voeren. Zij zullen ervoor zorgen dat satan en al zijn engelen — al zijn boodschappers, al zijn personeel zal ik maar zeggen — uit de hemel worden geworpen. André, lees nou maar gewoon voor wat er staat: "En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt diabolos en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem." De oude slang, die genaamd wordt Diabolos. Ik vind dat veel treffender dan 'duivel'. Diabolos is het eigenlijke Griekse woord en het betekent letterlijk: de dooreenwerper. Het werkwoord ballo heeft te maken met werpen. Diabolos is de dooreenwerper, dat is zijn beroep. Hij hanteert dikwijls het woord van God. Hij is, als ik het zo mag zeggen, een theoloog; hij houdt zich voortdurend bezig met Gods woord. Maar wat doet hij ermee? Hij gooit het gewoon dooreen, hij haalt alles door elkaar. Daar is hij druk mee bezig, en dan weet je meteen waar hij actief is. En 'satan', dat is dan weer Hebreeuws en betekent 'tegenstander'. Zolang satan en zijn engelen niet uit de hemel zijn geworpen, geschiedt Gods wil daar dus nog niet! Maar op het moment dat hij uit de hemel geworpen wordt, is de heerschappij in de hemel gevestigd en gaat Gods wil daar daadwerkelijk geschieden. Ik lees even verder in Openbaring 12: "En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde" — van Zijn Mashiach. Dat is die mannelijke zoon, en het lijdt voor mij geen twijfel: die mannelijke zoon is Christus, inclusief Zijn lichaam, de ekklesia. Vanaf dat moment is Gods Koninkrijk daadwerkelijk gevestigd in de hemel. En dan staat er even later in Openbaring 12 vers 12: "Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen." Waarom? Omdat de hemel vanaf dat moment gezuiverd is van alle boze machten! De boze machten die nu nog achter de schermen actief zijn in de hemelse gewesten, zijn dan verdreven. Dus is er alle reden tot vreugde voor de hemelen en wie daarin wonen. En ik zal u vertellen: daar hoort u bij en daar hoor ik bij, aangenomen dat we tot die ekklesia behoren. Het is eigenlijk heel bijzonder: op het moment dat wij in de hemelen zijn, wordt dít gebed — het Onze Vader — op aarde gebeden! Wij zijn dan zelf in de hemelen. "Verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen." Maar dat is pas de ene kant van het verhaal. Want dan geschiedt Gods wil weliswaar in de hemel, maar: "Wee de aarde en de zee" — ook de volkerenzee — "want de diabolos is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende dat hij weinig tijd heeft." Achter de schermen heeft hij het nu al voor het zeggen, maar tegen die tijd wordt hij letterlijk op aarde geworpen. En dan breekt op aarde echt de hel los, als ik die term even mag gebruiken. Vandaar dat er staat: "Wee de aarde en de zee." Dat verklaart al die oordelen en gerichten in het boek Openbaring. Gods Koninkrijk wordt eerst in de hemel gevestigd; de hemel wordt gezuiverd. Maar wanneer de hemel gezuiverd is, barst de ellende op aarde in alle hevigheid los. Dat verklaart de enorme confrontatie, de gerichten, de zegels en de bazuinen in Openbaring. En dan staat er nog bij: "En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had." Die vrouw is Israël, die de Christus heeft voortgebracht — en zoals gezegd inclusief de ekklesia, die haar troon in de hemel heeft gevestigd. Op dat moment is de draak op de aarde geworpen, en wat gaat hij doen? Die vrouw vervolgen. Welke vrouw? Israël. Die vrouw had die mannelijke zoon gebaard, die per direct en met grote haast weggerukt wordt voor naderend gevaar en gebracht wordt op de troon. Vanaf dat moment wordt het koninkrijk gevestigd in de hemel. Er staat nog bij in vers 14 van Openbaring 12: "En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven..." Ik ga er nu even aan voorbij wat dat precies is, maar: "...om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt, buiten het gezicht van de slang, een tijd, tijden en een halve tijd." Dan zie je hoe de Bijbelse profetie in elkaar steekt, want deze laatste uitdrukking is weer direct ontleend aan Daniël 7. Een jaar, twee jaren, een half jaar: drieënhalf jaar is dat. En in die drieënhalf jaar, of 42 maanden, of 1260 dagen — gewoon dezelfde termijn — zal die vrouw een plaats hebben in de woestijn. Zij vlucht en daar heeft ze een onderduikadres. Niet alleen die mannelijke zoon is weggerukt en heeft met recht een plaats daarboven, maar ook die vrouw wordt bewaard, veilig. Bovendien wordt zij daar onderhouden en is ze onaantastbaar. Dus terwijl die periode van de grote verdrukking — zo wordt het in de Bijbel genoemd — plaatsvindt, zal er een overblijfsel zijn dat in de woestijn onderduikt en van Godswege bewaakt wordt, onaantastbaar. Die slang zal alles in het werk stellen om die vrouw te raken en te kwetsen, maar dat is niet mogelijk. Ook zij wordt in feite bewaard in de grote verdrukking. Zij wordt daar onderhouden en als u het mij vraagt: net als Israël ooit in de woestijn in het verleden, krijgt ze daar gewoon elke dag voedsel, brood uit de hemel, elke dag. En dat brengt ons meteen bij vers 11, want over bruggetjes gesproken... Het volgende gebed: "Uw koninkrijk kome, uw wil geschiede." Wanneer? Als God zijn naam gaat heiligen onder de volkeren en Gods wil zal geschieden: zoals dat in de hemel al geschiedt, zo gaat het ook op de aarde gebeuren. Strikt genomen is dit gebed met precisie en heel accuraat eigenlijk slechts op een hele korte tijd van toepassing, namelijk in de tijd dat Gods wil op aarde nog niet geschiedt, maar in de hemel al wel. Dat is nu nog niet het geval; dat is slechts in die periode van tijd, tijden en een halve tijd. Dán is dat gebed inderdaad heel ter zake en ook volkomen logisch. ▶ 50:40 Geef Ons Heden Ons Dagelijks Brood in de Grote Verdrukking ↑ hoofdstukken "Geef ons heden ons dagelijks brood." Je kunt dat nu natuurlijk ook wel bidden. Begrijp me goed, ik zeg alleen dat dit gebed een specifieke plek heeft: het is actueel voor een bepaald volk in een specifieke tijd. Je kunt zeggen: "Ja, maar ik bid de Heer elke dag dat Hij mij voorziet." Eerlijk gezegd bid ik Hem daar eigenlijk nooit om; ik dank Hem voor het feit dat Hij dat doet. En daar komt nog iets bij: ons dagelijks brood... Ik ben er vrij zeker van dat er morgen en overmorgen gewoon weer brood op de plank zal zijn. Goed, u zegt misschien: "Die redenering vind ik niet zo sterk." Nee, dat vind ik eigenlijk zelf ook niet. Maar laat ik het dan zo benaderen: deze bede is hoogst actueel in de periode dat Gods wil alleen nog in de hemel zal geschieden. Want zoals ik al zei: in de woestijn bevindt zich dan een volk dat tijdig de vlucht heeft genomen. Want dat is het punt: ze kunnen slechts gedurende een heel korte tijd vluchten. Wat moet ik allemaal als bekend veronderstellen? Laat ik het zo zeggen: er gaat straks weer een tempeldienst komen, een offerdienst daar in Jeruzalem. En op het moment dat die offerdienst gestaakt zal worden — wat natuurlijk alleen kan als er eerst weer een offerdienst is — zal er in plaats van het dagelijks offer een gruwel worden neergezet: een afgodsbeeld. Dat is de gruwel van de verwoesting. En als je dat ziet, dan moet je maken dat je wegkomt! Dat is het allerlaatste moment. Zelfs als je nog spullen in huis hebt liggen: ga niet naar beneden, maak dat je wegkomt. Dat is het laatste moment waarop je nog kunt vluchten. En wie dan niet gevlucht is, is te laat; dan kun je niet meer naar de woestijn toe. Waarom dat precies zo is, daar heb ik wel een idee over, maar dat doet nu niet ter zake. De Heer zegt heel duidelijk: dát is het laatste moment dat je nog kunt ontkomen. En in die woestijn wordt dat volk onderhouden en ontvangen zij dagelijks hun brood. Er zijn ook uitleggers die zeggen dat de term voor 'dagelijks brood' heel bijzonder is: letterlijk het brood dat van boven is. En ik moet u zeggen: die gedachte vind ik eigenlijk ook wel heel mooi. Want als je denkt aan het manna, dan was dat immers heel letterlijk zo: het brood dat van boven is, dat gewoon neerdaalt vanuit de hemel. Ik denk eerlijk gezegd — maar dat is mijn uitleg — dat het volk straks in de woestijn opnieuw zo voorzien zal worden. En als ze dan ook nog vlees willen hebben, dan komen er kwartels aanvliegen; ook dat komt van boven. Maar ik moet erbij zeggen dat het voor degenen die niet tijdig gevlucht zijn — want het wordt niet voor niets een grote verdrukking genoemd — heel anders ligt. Er zullen twee getuigen gaan optreden en die zijn trouwens ook onaantastbaar, tenminste 1260 dagen lang. En in die tijd dat er een beeld daar op het tempelplein zal staan, zal er een beest-heerschappij zijn. En ieder die dat merkteken dan niet op zijn rechterhand of op zijn voorhoofd krijgt — echt een beestachtige heerschappij — die zal niet kunnen kopen of verkopen. Met andere woorden: je bent helemaal uitgesloten van het economisch verkeer. Je kunt dus niet naar de supermarkt, want je bent daarvan uitgesloten. Nou, dan kan ik me heel goed voorstellen dat ook voor hen geldt: "Geef ons heden ons dagelijks brood." Want waar moet je het dan vandaan halen? Een vreselijke periode zal dat zijn. En dat zeg ik dus ook in alle ernst. Terwijl ik dit uitleg, denk ik eraan en word ik erbij bepaald hoe ontzaglijk ernstig dit is. ▶ 55:05 Vergeef Ons Onze Schulden: het Contrast met Paulus' Genade ↑ hoofdstukken Maar die bede wordt dan heel actueel: "en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren". Israël zal in die dagen ook als natie vergeving ontvangen en schuldbewust haar schuldenaren vergeven. In feite, op het moment dat zij gaan ontdekken dat zij zelf onder de natiën Gods naam hebben ontheiligd, komen ze ook tot de erkenning dat de natiën hen weliswaar zoveel hebben aangedaan, maar dat dit mede door hun eigen schuld is. Dus zullen ze hun schuldenaren vergeven. Maar nu wil ik op nog iets wijzen wat u niet mag ontgaan, en dat is het grote contrast — of laat ik het voorzichtiger zeggen: het totaal andere accent dat je bij Paulus aantreft. Bij Paulus is vergeving, het bewijs van genade, namelijk onvoorwaardelijk. Kijk, hier in het gebed is het: vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Wat is hier de voorwaarde van de vergeving? Dat wij onze schuldenaren vergeven. Bij Paulus zie je precies de omkering. Dan zie je ook dat dit dus niet matcht. Het betreft verschillende doelgroepen; alles heeft zijn plek, zijn plaats en zijn tijd, dat is waar. Maar Paulus zegt: bewijs elkaar genade — de meeste vertalingen zeggen "vergeef elkaar" — zoals de Heer ook jullie genade bewezen heeft. Hier zien we dus een omkering. Het is niet: God bewijst ons genade voor zover wij onze naasten genade bewijzen. Nee, het is precies omgekeerd: God hééft jullie genade bewezen en bewijst die. En vanwege dat feit bewijzen wij nu ook anderen genade. Dat is een heel ander motief, een heel ander accent ook. Beide hebben hun plek, maar u ziet wel: wie weet heeft van de boodschap van Paulus, kan het niet ontgaan dat deze bede in het Onze Vader toch een hele andere sfeer ademt dan wat we van Paulus leren. En dan staat er nog bij... ▶ 57:46 Leid Ons Niet in Verzoeking en Verlos Ons van de Boze ↑ hoofdstukken "En leid ons niet in verzoeking." Nee, dat is dan ook wel heel erg actueel, want je leest in verband met het boek Openbaring ook: in Openbaring 3 vers 10 wordt aan de ekklesia van Philadelphia gezegd: "Ik zal jullie ook bewaren uit de ure van verzoeking, die over de gehele wereld komen gaat om te verzoeken hen die op aarde wonen." Dit gaat ook weer heel specifiek over een specifieke tijd van verzoeking, een uur van verzoeking dat over de hele wereld komen gaat. Dat wil zeggen: het is een geprofeteerde tijd waarin er een verzoeking plaatsvindt, en met name ook vanwege die diabolos die op de aarde is geworpen, et cetera. Ziet u hoe concreet het dan wordt? Dan hangt het maar niet abstract in het luchtledige, universeel en al van toepassing op alle tijden. Nee! Het gaat over een hele specifieke tijd als het Koninkrijk gaat komen en baan gaat breken. En ook, dat is dan de laatste bede: "verlos ons van de boze." Ja, hoezo de boze? Nou, ik hoop dat ik dat inmiddels duidelijk ga maken. Die zal namelijk dan op de aarde geworpen zijn. Waarom? Wel, omdat Gods wil in de hemel inmiddels geschiedt. Ja, maar dat betekent dat ze op de aarde dus getrakteerd zijn – ik zeg het ook wel wat oneerbiedig hoor – met de boze die nu helemaal gaat uitpakken in de wetenschap dat hij maar een hele korte tijd heeft. Ja, maar dan is de bede: verlos ons van de boze. En dat gaat dus gebeuren, want de boze zal, wanneer hij op aarde geworpen is, na korte tijd voor duizend jaren worden gebonden. Hij wordt in de afgrond geworpen. Er komt een deksel op. Hij wordt trouwens eerst gebonden, hij komt in de afgrond en vervolgens wordt er een deksel op gedaan. Met andere woorden, en er staat ook bij: zodat hij de volkeren duizend jaren lang niet zal kunnen verleiden. Dan is men inderdaad verlost van de boze, die juist in die laatste tijd, als Gods wil zal geschieden in de hemel, juist zo zal huishouden op aarde. Nou, het wordt tijd om... ▶ 01:00:16 Conclusie: een Getimed Profetisch Gebed en Onze Bedeling ↑ hoofdstukken Om af te sluiten: ik heb vanmorgen een heleboel dingen duidelijk willen maken, maar één ding moet toch gezegd zijn: God Zelf gaat dit gebed dus ook vervullen. En het is getimed; het is voor een specifiek volk in een specifieke tijd. Hij zal zijn naam heiligen en Hij zal zijn Koninkrijk doen komen. Hij zal zijn wil op aarde doen geschieden, zoals dat dan ook in de hemel inmiddels al geschiedt. En Hij zal hen dan ook hun dagelijks brood verschaffen. En Hij zal vergeven, zoals ook Israël haar schuldenaren zal vergeven. En Hij zal hen uitredden uit die ure van verzoeking en Hij zal verlossing schenken van de boze. Ziet u dat het volstrekt zijn vervulling gaat krijgen in die concrete tijd en voor dat concrete volk? Dus nu even teruggrijpend op waar ik mee begon. Voor mensen is het zo vanzelfsprekend om dit te bidden. Ben je klaar met eten: "Onze Vader..." En ik heb het al zo vaak meegemaakt bij een uitvaart; dan hoor je iedereen het zo prevelen. Maar weet men nou echt waar het over gaat? Mijn antwoord is: nee, dat weet men echt niet. Weet men veel dat de woorden van Jezus gericht zijn aan Israël en wanneer zo'n specifieke adressering haar vervulling gaat krijgen! Maar wij weten het nu wel. En ik hoop dat vanmorgen ook duidelijk gemaakt te hebben. Het is natuurlijk aan u om dit te checken aan de hand van de Schrift, maar wat mij betreft is het zo duidelijk. En dat is het allerlaatste wat ik erover wil zeggen: hoe bevoorrecht zijn wij in onze dagen dat wij niet deze woorden uitspreken, maar dat wij ons mogen bezighouden met de gebeden die ooit de apostel Paulus bad en ons geleerd heeft – met verlichte ogen van het hart. Dat wij met hem onze knieën buigen voor de Vader, ja voor de Vader naar wie alle geslacht genoemd wordt, opdat Hij ons naar de inwendige mens versterkt en dat we gaan zien hoe rijk we zijn. Dát je dat besef gaat krijgen, dát zijn onze gebeden! En het gebed van het Onze Vader: is dat mooi? Geweldig! Laat dat ook duidelijk zijn en heel concreet. En dat gaat ook zijn vervulling krijgen: alles op zijn tijd, goed geadresseerd, goed bezorgd en laten staan waar het staat. Ik hoop u dat zo vanmorgen duidelijk gemaakt te hebben en dan zullen we het daar dan ook bij laten. God zegene zijn Woord! 🎧 het Onze Vader - voor wie en wanneer? 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); if (!allDet.length) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { for (var j = 0; j < allDet.length; j++) { target.parentNode.insertBefore(allDet[j], target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { for (var k = 0; k < allDet.length; k++) { col.appendChild(allDet[k]); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSrc = floatAudio.getAttribute('src') || ''; var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var activeDet = null; var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); for (var i = 0; i < allDet.length; i++) { var dUrl = allDet[i].getAttribute('data-audio-url') || ''; if (dUrl) { if (curSrc.indexOf(dUrl) !== -1 || dUrl.indexOf(curSrc) !== -1) { activeDet = allDet[i]; break; } } } var scope = activeDet || document; var allTs = scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = scope.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl(btn) { if (btn) { var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } } var anyDet = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (anyDet) { var dUrl2 = anyDet.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl2) return dUrl2; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); var scope = det || document; scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(btn); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth 1) { partLabel = parts.slice(1).join(':').trim(); } } } var mainHeading = partLabel ? (pTitle + ' (' + partLabel + ')') : pTitle; titleEl.textContent = cTitle ? (mainHeading + ' · ' + cTitle) : mainHeading; } if (floatAudio) { var curRate = speeds[speedIdx]; function seekAndPlay() { if (sec >= 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

18-10-2026 Lees verder

Paulus – apostel van de natiën (2) – hoezo, “eerst de Jood”?

Paulus was apostel van de natiën en toch zocht hij telkens eerst de synagoge op. Waarom? Niet omdat zijn opdracht erop gericht was Israël als volk tot bekering te brengen, maar om Israël bekend te maken dat het heil naar de natiën was gegaan. Deze lijn loopt door tot Paulus’ laatste ontmoeting met Joodse leiders in Handelingen 28. .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak Hoewel Paulus is aangesteld als de apostel van de natiën, ging hij tijdens zijn reizen in Handelingen consequent telkens eerst naar de synagoge. Deze werkwijze vloeit rechtstreeks voort uit zijn specifieke bediening: hij moest Israël aanzeggen dat het heil wegens hun verharding naar de natiën gaat om hen tot naijver te wekken, terwijl tegelijkertijd enkelingen tot geloof komen. De confrontatie op Cyprus met de tovenaar Elymas, die met tijdelijke blindheid werd geslagen toen Saulus voor het eerst Paulus werd genoemd, vormt hiervan een sprekend beeld. Paulus fungeert als de spreekbuis van Christus die Israëls tijdelijke pauze aankondigt, totdat de volheid van de natiën is binnengegaan. In Rome sluit Handelingen af met de definitieve vaststelling dat de redding van God aan de natiën is gezonden en dat zij zullen horen. “Als je weet wat hij te melden had aan Israël, juist in zijn hoedanigheid als apostel van de natiën, dan begrijp je ook waarom hij eerst naar de synagoge ging.” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Inleiding: de Apostel van de Natiën en het Principe 'eerst de Jood' ▶ 01:31 Terugblik: Paulus als Dertiende Apostel, Afzonderlijk Geroepen ▶ 05:28 Romeinen 9-11: Israëls Tijdelijke Struikeling en Na-ijver ▶ 12:26 Het Patroon in Handelingen: Telkens Eerst Naar de Synagoge ▶ 24:36 Handelingen 13: het Keerpunt Naar de Natiën ▶ 27:48 Sergius Paulus en het Verzet van Elymas de Tovenaar ▶ 36:40 Van Saulus Naar Paulus: Tijdelijke Blindheid als Beeld van Israël ▶ 49:58 Paulus' Toespraak in Antiochië in Pisidië en het Citaat uit Habakuk ▶ 56:50 Blijven bij de Genade van God ▶ 01:03:07 De Nijd Der Joden: Na-ijver en Kift ▶ 01:07:19 Het Woord tot de Natiën: Gesteld tot een Licht Der Volkeren ▶ 01:15:35 Vreugde Onder de Natiën en Bestemming tot Aionisch Leven ▶ 01:21:40 Paulus in Rome en de Toespraak tot de Joodse Leiders ▶ 01:25:39 Het Slotwoord uit Jesaja 6: Horende Doof en Ziende Blind ▶ 01:33:38 Handelingen 28:28: de Redding van God aan de Natiën Gezonden ▶ 00:00 Inleiding: de Apostel van de Natiën en het Principe 'eerst de Jood' ↑ hoofdstukken Wij gaan ons voor de tweede keer bezighouden met Paulus, en wel in zijn hoedanigheid als apostel van de natiën. U weet het wellicht, of u weet het niet – maar daar komt u vanzelf achter als u deze avonden bezoekt –, dat wij zeer sterk Paulus-georiënteerd zijn. En dat heeft een hele goede reden: namelijk dat God in deze dagen, waarin Israël Zijn volk terzijde staat en terzijde gesteld is, Zich bedient van een spreekbuis. En dat is deze apostel Paulus; hij noemt zichzelf immers ook de apostel van de natiën. Maar – en dat is waar deze titeldia ons eigenlijk ook meteen op brengt – de vraag is dan: hoezo dan eerst de Jood? Als Paulus – en ik hoop dat u de paradox of de schijnbare tegenstrijdigheid of tegenstelling opmerkt – nou de apostel is van de natiën, waarom gaat hij dan, zoals we dat in het boek Handelingen ook lezen, altijd eerst naar de Jood? Dat is toch op zijn minst vreemd. Wat heeft hij daar te zoeken als hij de apostel van de natiën is? Nou ja, dat is dus de vraag van deze avond. Ik wil eerst nog even... ▶ 01:31 Terugblik: Paulus als Dertiende Apostel, Afzonderlijk Geroepen ↑ hoofdstukken Laten we terugblikken op de eerste studie en wat we toen hebben gezien. We hebben toen een aantal dingen vastgesteld, en ik geef dat nu eigenlijk gewoon even puntsgewijs weer, zonder dat al te zeer toe te lichten, want anders zouden we daar te veel en te lang mee bezig zijn. De twaalf, dat was eigenlijk de gedachte: dat is een afgerond getal in de Bijbel. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, want wij zeggen dat tien een afgerond getal is, maar twaalf is dat in de Bijbel ook. Trouwens, op ons uurwerk, in de jaartelling en in de maanden is dat ook zo, dus zo vreemd is het nu ook weer niet. De twaalf staan voor Israël. En de twaalf apostelen vormen een compleet gezelschap. Dus hoezo dan nog een dertiende? Dat is dan de vraag. En dat hij inderdaad een dertiende is, dat kan niet missen. Dat zegt Paulus zelf ook, want hij spreekt zijn collega-apostelen — 'afgevaardigden', dat is wat het woord apostel betekent — ook inderdaad aan als 'de twaalf'. Dat geeft gewoon aan dat hij daar zelf niet bij hoorde. Hij was dus de dertiende. En dan zeg ik dat eigenlijk zonder een knipoog naar de associaties die bij ons het getal dertien oproept; dat staat er even los van. Dat is wat we vastgesteld hebben. Je zou in die zin kunnen zeggen dat hij overcompleet is, maar dat is dus niet zo. Hij is naast de twaalf geroepen, en bovendien op een veel later tijdstip. Hij is afzonderlijk geroepen. We hebben daarbij vooral ingezoomd op Galaten 1 en 2, waar Paulus uitgebreid ingaat op zijn roeping en waarom die helemaal losstaat van Jeruzalem. Daarmee bedoel ik ook de twaalf, die toch met name in Jeruzalem gezeteld waren, zeker in die dagen nog. Paulus is daar los van geroepen door Christus Jezus Zelf. Hij is dus wel degelijk geroepen en ook een apostel, maar van een totaal andere orde. Hij heeft de Heer Jezus hier op aarde nooit gekend, hij is niet geroepen in het land maar buiten het land, en hij heeft niet eerst een opleiding ontvangen van het aardse onderwijs dat Jezus hier heeft gegeven; daar had hij geen weet van. Hij is geroepen door Jezus Christus — of zoals Paulus dat zelf vaak formuleert: door Christus Jezus — vanuit de hemel, terwijl hij nog een vijand was. Hij is in één keer omgekeerd, zijn hart werd veranderd, het licht heeft hem beschenen, en zo is hij geworden wie hij was. Ook het evangelie dat hij heeft ontvangen, heeft hij niet van de twaalf. Het is niet zo dat hij geroepen is en dat Jezus Christus hem vervolgens vanuit de hemel naar Jeruzalem heeft gedirigeerd om daar alsnog onderwijs te krijgen en bijscholing te ontvangen, of hoe dat ook heten mag. Nee, hij heeft het evangelie van Christus Jezus hoogstpersoonlijk ontvangen en hij is ook door Hem onderwezen. We weten ook dat Paulus, toen hij geroepen werd op de weg naar Damascus, niet naar Jeruzalem is gegaan. Hij is eerst naar Arabië gegaan. En als u het mij vraagt — maar dat is nu een beetje kort door de bocht — heeft hij gewoon daar in Arabië, waar zich ook de berg Sinaï bevond (zoals we uit de Bijbel weten, uit diezelfde Galatenbrief), zijn onderwijs genoten, hoogstpersoonlijk van de hemelse Christus. Een heel andere orde dus dan de twaalf. ▶ 05:28 Romeinen 9-11: Israëls Tijdelijke Struikeling en Na-ijver ↑ hoofdstukken Dat waren de eerste vier punten die we toen hebben belicht, en vervolgens zijn we ook nog naar Romeinen 9 tot 11 gegaan. Dat zullen we in deze serie nog wel vaker doen, want niet alleen de uitdrukking 'de apostel der natiën' is aan die hoofdstukken ontleend, maar ook het hele onderwijs daaromtrent en de reden waarom dat zo is. Dat wordt mede en in hoge mate heel systematisch uiteengezet in Romeinen 9 tot en met 11. Paulus laat daar zien dat Israëls struikeling — waarmee hij bedoelt dat zij hun eigen Messias hebben afgewezen — weliswaar een struikeling is, maar geen definitieve val. Integendeel, het huidige ongeloof van Israël is een tijdelijk fenomeen. U zegt wellicht: "Ik vind tweeduizend jaar heel lang." Dat is ook zo, maar dat is heel relatief. En ik kan u verklappen: die termijn is bijna ten einde. Maar dat is weer een ander onderwerp. Israël zal te zijner tijd alsnog in haar positie gesteld worden en God gaat via dat volk Zijn beloften vervullen, ook voor de volkerenwereld. In onze dagen is het echter zo dat de redding naar de natiën gaat. Eigenlijk moet ik het in een historisch perspectief plaatsen: toen Paulus geroepen werd, is hij vervolgens naar de natiën gegaan. Dat was ook de hele opzet van zijn bediening: de boodschap van redding ging naar de natiën. En daar staat ook bij — en dat is een van de meest misverstane begrippen in dit verband, waar we in deze serie nog vaker tegenaan zullen lopen — dat door Israëls struikeling het heil naar de natiën is gegaan om hen tot naijver te wekken. Dat wordt meestal zo opgevat alsof het de bedoeling is om hen jaloers te maken zodat zij ook willen wat wij hebben; het wordt vaak op een positieve manier uitgelegd. Maar dat wekken tot naijver blijkt juist negatief te zijn. Doordat het heil nu naar de natiën gaat en God Zich een volk uit de natiën verzamelt — ik heb dat de vorige keer al veel breder uiteengezet — is dat juist om hen jaloers te maken. Paulus' eigenlijk ondankbare taak was om naar Israël toe te gaan en hun te vertellen dat het heil nu naar de natiën is gegaan en dat God Zich nu een volk uit de natiën verzamelt. Israël, dat altijd meende het volk van God te zijn, is nu tijdelijk op een zijspoor gezet. Strikt genomen: noemt Hij hen nu wel Gods volk? Misschien moet ik het correcter formuleren: Hij noemt hen nu niet Zijn volk. Hij noemt hen nu Lo-Ammi: niet-Mijn-volk. Tijdelijk, haast ik mij er iedere keer bij te zeggen, maar als u mij goed kent, dan weet u dat dat voor mij een vanzelfsprekendheid is. Maar het is nu tijdelijk Lo-Ammi. En waar is Ammi dan wel? Ammi betekent 'Mijn volk'. Welnu, niet in Israël, maar daarbuiten. En die reactie heeft Paulus iedere keer opgeroepen bij zijn volksgenoten. Dat was dus ook de bedoeling: die naijver is echt bedoeld als provocatie. Juist als de apostel van de natiën had Paulus die taak. Dat is het bijzondere ervan. Feitelijk zou je kunnen zeggen: "Eigenlijk heb ik nu verteld wat ik te melden heb en u kunt weer naar huis gaan." Dan kunt u nog even wat anders doen! Nee, er is nog zoveel meer te vertellen, maar dit is wel de clou: juist als apostel van de natiën — dat wil zeggen als een apostel die bij de natiën hoort — heeft Paulus een boodschap voor Israël. En dat verklaart nader waarom we vanavond deze vraag onder ogen zien: hoezo 'eerst de Jood'? De term 'eerst de Jood' komen we ook in de brieven van Paulus tegen. Terwijl ik hier sta te praten realiseer ik me dat ik daar niet eens een dia van heb, maar kijk maar eens na in Romeinen 1 vers 16: het Evangelie is een kracht Gods tot redding voor ieder die gelooft, eerst de Jood en ook de Griek. Dat is trouwens historisch gezien sowieso waar: het ging eerst naar de Jood en later ook naar de natiën. Maar bij Paulus zit daar nog iets achter. De vraag dringt zich op: als Paulus inderdaad zo'n speciale missie had om naar de natiën te gaan, waarom ging hij dan iedere keer, terwijl hij zich in het buitenland bewoog en zijn missie volbracht, toch altijd eerst naar de synagoge? Dat is toch eigenaardig? Als u zojuist goed geluisterd hebt, bent u denk ik al op het goede spoor gezet. Maar het verdient toelichting. En sterker nog: ik denk dat er nog andere vragen beantwoord moeten worden. Je zou ook de vraag kunnen stellen: wat had hij dan als apostel van de natiën te melden? 'Apostel van de natiën', als je die term letterlijk neemt zoals hij zich aandient in de tweede naamval, betekent dat het een apostel is die zich rekent tot de natiën. Ook al is hij een Jood, hij rekent zich tot de natiën. Trouwens, de naam Paulus — dat zullen we straks ook zien — is een Romeinse naam; hij was ook een Romein. Eigenlijk is het zo dat wanneer je deze vraag kunt beantwoorden, je ook het antwoord weet op de eerste vraag. Als je weet wat hij te melden had aan Israël, juist in zijn hoedanigheid als apostel van de natiën, dan begrijp je ook waarom hij eerst naar de synagoge ging. Kortom: waarom juist dan eerst aan Israël? Laten we dat nu eens nader bekijken. ▶ 12:26 Het Patroon in Handelingen: Telkens Eerst Naar de Synagoge ↑ hoofdstukken Laten we de historische feiten even heel kort op een rijtje zetten. Ik ga er gemakshalver een beetje vanuit, terecht of ten onrechte, dat u allen enigszins op de hoogte bent van de geschiedenis van het boek Handelingen. En zo niet, dan pakt u het denk ik toch vrij snel op. Maar goed, u weet het: de eerste hoofdstukken van het boek, de eerste zeven hoofdstukken van Handelingen, gaan over hoe de boodschap van de opgestane Messias klonk in Jeruzalem en hoe het getuigenis ook bevestigd is met wondertekenen et cetera. En dan eindigt dat in hoofdstuk 7 met die striemende rede die Stefanus heeft gehouden in het Sanhedrin tegen zijn volksgenoten; hoe zij niet alleen Jezus hadden laten kruisigen, maar nu ook de opgestane Messias verwierpen. En dan, in Handelingen 7, krijg je voor het eerst dat de figuur van Paulus achter de coulissen, vrijwel letterlijk, tevoorschijn komt. Of in ieder geval: hij is degene die de kleding bewaakt, de mantels van de mannen van het Sanhedrin die Stefanus stenigen. Heel uitdrukkelijk een publieke daad waarbij het gezagsorgaan van de Joodse staat, als ik het zo mag zeggen, afstand neemt van het getuigenis, nu ook van de opgestane Messias. En Saulus stemde daarmee in. Vervolgens lees je dat hij dé vervolger van de ekklesia wordt, nou ja, zelfs tot in het buitenland. Hij wordt geroepen en dan verdwijnt die Saulus van Tarsus eigenlijk een hele tijd van de radar. In het boek Handelingen zie je dat ook: een heel aantal jaren, een jaar of acht, negen, gaat hij weer terug. Zo weten we ook als je het reconstrueert: hij gaat terug naar zijn vaderstad, naar Tarsus en omgeving. En uiteindelijk komt hij dan weer terug. En dan, in Handelingen 13, begint zijn eigenlijke bediening, zeker ook als Paulus. En wat je daar consequent ziet, is dat wanneer hij erop uitgezonden wordt en overal naartoe gaat, hij telkens eerst naar de synagoge gaat. Dat is het patroon in Handelingen. Het is dus niet een keertje een incidenteel geval dat toevallig zo uitkwam; nee, het is systematisch zijn werkwijze. En ik wil die voorbeelden even op een rijtje zetten. Ik ga ze niet allemaal uitvoerig bespreken, helemaal niet, integendeel: ik wil juist gewoon het feit neerzetten en een stuk of zeven, acht, negen voorbeelden geven waarin je dat iedere keer ziet. Het eerste voorbeeld is Handelingen 13 vers 5 – op Handelingen 13 komen we straks trouwens nog uitgebreid terug. Daar staat: en te Salamis gekomen – dat was op Cyprus – verkondigden zij het woord Gods in de synagogen der Joden. 'Zij', dat zijn Barnabas en Saulus. En zij hadden ook Johannes Marcus tot helper. Even een paar verzen later in Handelingen 13 vers 14 lees je: doch zelf gingen zij, Barnabas en Saulus, van Perge verder en kwamen te Antiochië in Pisidië. Dat is trouwens een beetje verwarrend met die steden genaamd Antiochië, want er zijn er verschillende. Je hebt het Antiochië waar tegenwoordig Aleppo in de buurt ligt, en je hebt Antiochië in Zuid-Turkije. Beide waren bekende steden, maar je moet ze wel uit elkaar houden. Goed, dit was Antiochië in Pisidië. En op de sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, namen zij plaats. Aha, wéér dus! Ze zijn daar in het buitenland, maar waar gaan ze naartoe? Naar de synagoge. Natuurlijk kun je dat altijd afdoen als een sociaal of cultureel fenomeen. Dat wil zeggen: het waren Joodse mannen, dus waar ga je naartoe als je je als Jood ergens begeeft? Stel je voor: je bent Nederlander in Zuid-Afrika – nou, dat is nu geen goed voorbeeld – maar je gaat naar Spanje en woont daar in de vreemde, dan zoek je toch ook weer connectie met Nederlanders. Sommigen juist niet, die zijn blij dat ze ervan af zijn, maar normaal gesproken is dat een heel natuurlijk fenomeen. Maar dit gaat dieper. Dit is niet slechts van: tja, ze waren Joods en zochten wat Joodse connecties. Ik ontken dat element niet, maar dat is niet waar het om gaat. Nog een voorbeeld: Handelingen 14 vers 1. En het geschiedde evenzo te Ikonium – weer een andere plaats; je had eerst Salamis, toen kwamen ze in Perge, daarna in Antiochië en nu in Ikonium – dat zij in de synagoge der Joden gingen en zo spraken dat er een grote menigte, zowel van Joden als van Grieken, tot geloof kwam of gelovig werd. Ik wijs er altijd graag even op dat de uitdrukking 'tot geloof komen', zoals we die heel vaak in vertalingen aantreffen, niet de manier is waarop de Schrift het benoemt. De Bijbel spreekt er altijd over dat men 'gelovig werd'. Zal ik dat even toelichten? Ik vind het te mooi om het voor me te houden. 'Tot geloof komen' suggereert dat je... je hebt hier het geloof, en voordat je daar bent, moet je eerst tot geloof komen. Nee, dat is het idee niet. Er komt een boodschap op je af en je gelooft het – of tenminste: je bent bereid het te geloven of niet. Meer smaken zijn er niet, hè? Je gelooft het wel of je gelooft het niet. Nou, dat is de wijze waarop de Bijbel dat ook benoemt. Het is eigenlijk dus veel directer: je gelooft het of je gelooft het niet. En we zullen straks nog wel zien hoe het komt dat iemand gelovig wordt. Dan het vierde voorbeeld: Handelingen 17 vers 1 en 2. En hun weg nemende over Amfipolis en Apollonia kwamen zij te Tessalonica, waar een synagoge der Joden was. Ook hier weer zijn het Paulus en Silas. En dan staat er: en Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen. Deze vind ik heel frappant, want hier wordt meteen aangegeven dat de voorbeelden die ik zojuist gaf niet incidenteel waren. Nee, het was gewoon zijn vaste gewoonte. Zo staat het er namelijk: Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen – dat wil zeggen in die synagoge der Joden dus. En hij behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften. Heel boeiend, want in die drie weken tijd is de ekklesia in Tessalonica ontstaan, waar Paulus kort daarna een brief aan heeft geschreven. Goed, maar daar gaat het nu even niet om. Het vijfde voorbeeld: Handelingen 17 vers 10. Maar de broeders... Ja, u weet hoe dat dan gaat, want dat is ook het patroon wat je iedere keer weer ziet: wanneer hij ergens komt, en zeker als hij in de synagoge der Joden is, ontstaat er meteen of vrijwel meteen conflict en wordt hij eruit geknikkerd. Zo ging het ook in Tessalonica. Het was niet zo dat hij na drie weken dacht: nou vind ik het welletjes ofzo. Nee, het punt was: hij moest daar weg om het vege lijf te redden, zeg maar. Goed, Handelingen 17 vers 10: maar de broeders zonden terstond Paulus en Silas naar Berea – dat lag vlak bij Tessalonica – die daar aangekomen naar de synagoge der Joden gingen. Een van de weinige uitzonderingen waar men zich trouwens heel gunstig onderscheidde, in Berea, dat weet u wel. Waarin onderscheidden zij zich ook alweer zo gunstig ten opzichte van hen die in Tessalonica waren? Omdat zij gewillig aanhoorden wat Paulus te melden had en dagelijks in de Schriften nagingen of deze dingen alzo waren. Ja, Berea was wat dat betreft een witte raaf, om zo te zeggen. Het zesde voorbeeld in Handelingen 18 vers 4: en hij, Paulus, hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en hij trachtte Joden te overtuigen. Er staat letterlijk zoiets als dat hij hen overtuigde, dat wil zeggen: hij bracht het bewijs... Hij voerde het bewijs aan. Dat ze zich niet lieten overtuigen, had niet te maken met zijn gebrekkige pogingen, maar gewoon met de onwil om te horen wat er bewezen werd. Maar ook hier weer: hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge. Handelingen 18. U bent inmiddels wel overtuigd natuurlijk, maar goed, voor de volledigheid gaan we nog eventjes twee verzen verder. Handelingen 18 vers 19: "En zij kwamen te Efeze aan en hen daar achterlatende..." – ik weet even niet meer precies hoe het verband ook alweer was; o ja, hij had een hele club van medewerkers bij zich – "...ging hij, Paulus, zelf naar de synagoge en hij hield besprekingen met de Joden." En ik geloof dat dit het laatste voorbeeld is: Handelingen 19 vers 8: "En Paulus ging naar de synagoge en trad daar drie maanden lang vrijmoedig op om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk van God." Nou, ik moet inmiddels toch wel de conclusie trekken dat als je Paulus' gang zo volgt, terwijl hij van plaats naar plaats gaat, je dan inderdaad ziet dat hij eerst naar de synagoge gaat. Eerst naar zijn eigen volksgenoten. Oké, nou, dat hebben we dan bij dezen vastgesteld. Dus dat hij zelf ook eerst nog steeds... Ondanks... Nee, nu zeg ik het zelf fout. Terwijl hij apostel van de natiën was, ging hij niettemin eerst naar de synagoge toe, eerst naar de Jood. En dat woordje 'ondanks' moet ik niet zeggen, want het is juist: juist ómdat hij apostel van de natiën is, ging hij eerst daar naartoe. Daar heb ik al wat over gezegd en daar ga ik nog meer over zeggen, maar eerst dit. ▶ 24:36 Handelingen 13: het Keerpunt Naar de Natiën ↑ hoofdstukken We gaan nu naar Handelingen 13, want als er één hoofdstuk is in het boek Handelingen dat ons bepaalt bij een enorme wisseling, dan is het dit wel. En eigenlijk ook bij het begin van Paulus' bediening. De eerste keer dat we de naam Paulus tegenkomen is in Handelingen 13. Ik zeg niet de figuur Paulus, maar de naam Paulus. Het is ook de eerste keer dat het heel demonstratief naar de natiën gaat. En dan bedoel ik daarmee dat hij vanwege de afwijzing van Israël naar de natiën gaat. Kijk, want je zou natuurlijk ook kunnen verdedigen dat al eerder in het boek Handelingen – in Handelingen 10 – Petrus gezonden was. U weet wel, naar Joppe, en daar trof hij die Romeinse hoofdman aan, Cornelius, die ook een godvereerder was. En er moest heel wat gebeuren voor Petrus om daar het huis binnen te gaan; er was geen haar op het hoofd van Petrus die eraan dacht. Petrus, die toch de woordvoerder is van de twaalf. Dus de twaalf dachten er niet aan om naar de heidenen toe te gaan. Niet omdat zij dachten dat God geen plan heeft met de natiën, maar hun overtuiging was, volkomen terecht: inderdaad moeten alle volkeren tot discipelen gemaakt worden, maar eerst Israël. Eerst moet Israël haar Messias gaan aanroepen en dan zal Hij terugkomen. Dat was de verwachting. Daarom was die verwachting in die generatie ook: het gaat allemaal nu gebeuren, of in ieder geval in deze generatie. Als Israël gelooft, dan komt de Messias terug en dan komen de volkeren in beeld. Maar dan gaat ook vanuit Israël het heil naar de natiën toe. Dat was de verwachting, dat was het perspectief. In Handelingen 13 wordt het verhaal heel anders. En dat is: Israël wijst de boodschap af, en juist vanwege die afwijzing gaat het naar de natiën toe. Handelingen 13 bij Sergius Paulus. Laten we eerst maar gewoon even lezen wat erover staat. Ze waren – Barnabas en Saulus, ik noem het eventjes expres zo, die volgen we daar in die benaming – uitgezonden vanuit Antiochië. Antiochië daar bij Aleppo zeg maar, zo staat het niet in de Bijbel hoor, maar dat Antiochië. Daar waren ze uitgezonden en vervolgens gaan ze hun weg en komen ze op het eiland Cyprus. ▶ 27:48 Sergius Paulus en het Verzet van Elymas de Tovenaar ↑ hoofdstukken Laat ik het gewoon lezen: "En na het gehele eiland Cyprus namelijk doorgetrokken te zijn tot aan Pafos..." Dat is helemaal aan de andere kant. Dat wil zeggen: als je vanuit het oosten komt, dan ga je naar het westen, en dan kom je aan de westkant van Cyprus en daar ligt de plaats Pafos. "En daar troffen zij een zekere magiër aan. Het was een valse profeet, een Jood," wordt erbij gezegd, "wiens naam was Barjezus." Het lijkt alsof hij iets met Jezus te maken heeft, maar dat was dus maar schijn, of het was vals – in die zin klopt dat wel. Zijn naam was dus Barjezus. Hij had trouwens ook een bijnaam, maar daar komen we straks nog op. Wat is er nu aan de hand met die magiër en deze geschiedenis? Ik betrek het erbij omdat juist in deze betrekkelijk korte geschiedenis dit voorval plaatsvindt; dit is een apart voorval wat hier in Pafos gebeurt. En waarom verhaalt Lucas dat? Nou, gewoon omdat het zo karakteristiek is! Voor zijn hele verhaallijn zet dit gewoon het patroon neer. Als je een klein beetje feeling hebt met bepaalde lijnen en met karakteristieke gebeurtenissen en patronen, dan zie je hier iets aan het licht komen. Als je dit eenmaal gelezen hebt, zie je dat vervolgens in de rest van het relaas telkens weer terugkomen. Hoe dan ook, die Jood hield zich op bij de landvoogd. Een proconsul was het, zo wordt hij hier ook in de interlineair genoemd. Hij hield zich op bij de landvoogd, zeg maar de man die – ik weet niet goed waar ik het mee moet vergelijken, een burgemeester? Nee, hij had een hele regio onder zijn beheer. Weet je wie ook zo genoemd wordt, die dezelfde functie vervulde? Pilatus, die had ook zo'n rol. Het was dus niet de eerste de beste. Hij hield zich op, die Barjezus, die Jood dus, bij de landvoogd Sergius Paulus. Dat is eigenaardig! Ik zei zojuist wel over feeling hebben met patronen, maar dat klinkt wat zwaar, want eigenlijk struikel je er in dit geval gewoon over. Als dit je ontgaat, dan weet ik niet wat ik hier nog doe, maar het is namelijk zó duidelijk: hier kom je voor het eerst iemand tegen in de hele Bijbel die de naam Paulus draagt! Sergius Paulus, een Latijnse naam. Want Paulus betekent vanuit het Latijn – we komen er straks nog even op terug – 'kleintje'. Deze man had dus een Latijnse naam, het was ook een Romein, een Romeinse hotemetoot, als ik het even oneerbiedig mag zeggen. Bovendien wordt hij gekwalificeerd als een verstandig man. En waarom verstandig? Ik denk dat de volgende zin allesverklarend is: "deze begeerde het woord van God te horen." Dat vind ik heel verstandig. Want je kunt wel begeren om de opinie van mensen te willen horen, maar dat is meestal niet zo verstandig; daar word je meestal ook niet heel erg veel wijzer van. In ieder geval, deze verstandige man, Sergius Paulus, begeerde het woord van God te horen en hij liet Barnabas en Saulus tot zich roepen. Ik heb het al een beetje geaccentueerd – dankjewel René. Waarom? Omdat het tweetal eropaf ging en Barnabas hier altijd het voortouw neemt. Barnabas had Saulus trouwens ook ooit opgehaald uit Tarsus; die speelde daar in eerste instantie ook die belangrijke rol en hij gaat ook voorop. Het is ook gewoon "Barnabas en Saulus". Kijk maar na in de concordantie, dan zie je Barnabas en Saulus iedere keer zo terugkomen. Hij liet Barnabas en Saulus tot zich roepen, die Sergius Paulus dus. Maar Elymas, de tovenaar, de magiër – want zo wordt zijn naam vertaald, dat wil zeggen: hij heette dus Barjezus, of Grieks geformuleerd dan, maar hij kreeg ook de naam Elymas. Het is een vertaling van zijn naam. En moet je opletten wat hier gebeurt: Elymas, u weet wel, die Jood, de magiër, iemand die trucs uithaalt... In feite bestond zijn beroep of zijn hele bediening uit het vervalsen van dingen. Is dat een respectabele bezigheid? Nee, allerminst, maar het is wel een bezigheid waar ook heel veel mee te verdienen valt. Hoe dan ook, die Elymas verzette zich tegen Barnabas en Saulus. Hij verzette zich tegen hen en hij trachtte de landvoogd, die proconsul Sergius Paulus dus, van het geloof afkerig te maken. Notabene! Dus, even voor de goede orde, zodat het plaatje helder voor de geest staat: daar is dus iemand uit de natiën, een Romein die van toeten noch blazen weet. Hij wordt ook niet geïntroduceerd als een godvereerder, zoals u bijvoorbeeld wel leest van Cornelius. Gewoon een Romeinse proconsul, een verstandig man, maar die in de gaten heeft dat Barnabas en Saulus het woord van God doorgeven. En dan zou je zeggen: nou, een Jood, vanwege de afkomst uit het volk waaraan de woorden Gods zijn toevertrouwd, die moet daar toch heel erg blij mee zijn dat het op deze wijze zijn uitweg vindt? Nee, hij verzette zich tegen hen en hij trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken. Het geloof – niet in de zin van een religie, maar hét geloof. Het geloof wil zeggen: een boodschap. Kijk, het is niet een boodschap van werken, waarin je wordt opgedragen om iets te doen. Maar wanneer er iets aan je wordt meegedeeld, als je wordt verteld wie God is en wat Hij doet en wat Hij zal doen, ja, daar kun je met eigen werken niets mee doen. Dat kun je alleen maar geloven. Nou, dat is wat Barnabas en Saulus doorgaven. En deze Elymas verzette zich daartegen. En niet alleen verzette hij zich daar persoonlijk tegen, maar hij zette ook nog eens alles in het werk om die Sergius Paulus, die proconsul, daar afkerig van te maken. Kijk, en dit is dus typerend voor de historie: een Jood die iemand uit de natiën afkerig wil maken van het geloof. Ik ben geneigd om te zeggen: vul het plaatje zelf maar in, want dit is precies het hele fenomeen waar Paulus altijd weer op stuitte en wat eigenlijk zijn hele bediening typeert. Daarom is dit zo karakteristiek. Het is de eerste keer dat je leest dat hij naar iemand uit de natiën gaat, en waarachtig: het is juist een Jood die hier een stokje voor probeert te steken en dat probeert te verhinderen! Doch... en dan vers 9: dan krijg je een heel eigenaardige omkering. ▶ 36:40 Van Saulus Naar Paulus: Tijdelijke Blindheid als Beeld van Israël ↑ hoofdstukken "Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld van heilige Geest, zag hem scherp aan." Dat is die Elymas. En hij zei... maar eerst eventjes aandacht voor die ondersteunende hoorder. "Saulus, anders gezegd Paulus" – dit is de eerste keer dat Saulus Paulus wordt genoemd. Wanneer wordt Saulus voor het eerst Paulus genoemd? Op het moment dat hij bij Sergius Paulus is. Juist het loutere feit dat hier zijn naam Paulus wordt... Het is trouwens zeer omstreden of Paulus niet altijd al twee namen gehad heeft, namelijk Saulus en Paulus, waarbij de ene een Hebreeuwse naam was en de andere een Romeinse naam. Dat is allemaal tot je dienst, maar dan ontgaat je de clue: Lucas noemde hem tot dusver consequent Saulus. En nu, terwijl zij op Cyprus zijn en hij bij die proconsul is – die heidense man, om zo te zeggen – en waarachtig, die man heet Paulus! En vanaf dit moment gaat Saulus van Tarsus altijd Paulus heten. Consequent! Ik zal het laten zien. Tot dusver had Lucas – kijk er maar naar, ik heb het nageteld, dat is tegenwoordig lekker handig met computerprogrammaatjes en zo – tot dusver was de naam Saulus al zestien keer gevallen in het boek Handelingen. Gewoon voor deze figuur, Saulus van Tarsus: zestien keer wordt hij Saulus genoemd. En vanaf hier wordt hij nooit meer Saulus genoemd, maar maar liefst honderdtweeëndertig keer Paulus! Ik denk dat ik daarmee wel overtuigend mijn punt maak dat Saulus vanaf hier inderdaad Paulus wordt. En tot je dienst als je zegt: "Ja, maar die naam had hij altijd al." Maar dat verklaart nog niet het fenomeen waarom hij vanaf hier altijd Paulus heet. Nogmaals, je struikelt erover vanaf het moment dat hij met die Paulus in aanraking komt: een man uit de natiën die verhinderd wordt door een Jood. Althans, die Jood probeert hem te verhinderen om kennis te maken met het woord van God en met het geloof dat gepredikt werd. Vanaf dit moment wordt Saulus Paulus. En dan staat er: "Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld van heilige Geest, zag hem scherp aan, en zeide: Zoon van de diabolos..." In de NBG-vertaling en de meeste vertalingen staat gewoon 'duivel'. Dat kan je doen, hoor, alleen ontgaat je dan denk ik iets waar ik op deze manier wel aandacht voor vraag: de diabolos is namelijk de dooreenwerper. Degene die de dingen vervalst door ze door elkaar te schoppen, door elkaar te gooien. Dat is eigenlijk de term; bolos heeft te maken met een bal en met werpen. Hij gooit de dingen door elkaar. "Zoon..." Hij zegt: jij bent een erfgenaam van de diabolos, vol van allerlei list en streken. En Paulus – want zo heet hij vanaf hier dus – pakt uit, hè? Het is geen diplomatieke benadering. Je zou zeggen: je bent nou bij die proconsul, dan moet je toch een beetje letten op je woorden. Maar juist die proconsul wilde wat horen, en waarachtig, die Elymas probeert het maar te verhinderen. En Paulus wordt furieus. Hij zegt: "Zoon van de diabolos, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid" – bedenk gewoon: van wat recht is. Deze man verdraaide alles, en dat is dus precies het tegenovergestelde van wat recht is. "Zult gij niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien?" Dat is wat hij deed. Ik heb het woordje 'ophouden' even vetgedrukt met een streep eronder gezet. Waarom? Omdat hier het Griekse woord pausē staat. En dat hoeven we eigenlijk nauwelijks toe te lichten, want wij weten allemaal dat ons woord 'pauze' hiervan afgeleid is. Dat is nogal evident, want pauze betekent eigenlijk ook gewoon stoppen. De grap is dat in onze taal pauze ook altijd de betekenis heeft van een tijdelijk stoppen; dat wil zeggen: je gaat het ook weer hervatten. Of dat in het oorspronkelijke Grieks ook zo is, durf ik niet te zeggen; de eigenlijke betekenis is gewoon: je stopt, je houdt op. En de aardigheid is – en dat tref je over het algemeen aan als je in de handboeken kijkt bij de naam Paulus – dat men zegt: dat is een Latijnse naam en dat betekent gewoon 'kleintje'. Die verklaring vind je eigenlijk altijd. En ik doe daar niets aan af, ik ontken dat niet, want het is volgens mij ook een vrij duidelijk gegeven. Maar het punt is: daar houdt het niet mee op. Dat is een leuke woordspeling in dit verband! Daar houdt het niet mee op, want ook vanuit het Grieks ontstaat er dan een hele aardige link. Je hebt namelijk het woord pauō. Pauō betekent letterlijk stoppen of ophouden. En dan paulos: dat betekent iemand die doet ophouden, of iemand die stopt. Dat is wat dat tweede element, die uitgang, betekent. Er zijn heel veel Griekse woorden waarmee je iemand aanduidt die in het Grieks eindigen met deze mannelijke uitgang. Daar gaan we verder niet ingewikkeld over doen; het gaat er even om dat paulos, als je het als een Grieks woord opvat, gewoon betekent: iemand die stopt. Een stopper dus, een ophouder. Dat is opmerkelijk, want wat Paulus hier zegt tegen deze man Elymas, die Jood die aangesproken wordt: "Zult gij niet ophouden – zult gij niet stoppen, zult gij niet pauzeren – de rechte wegen van de Heer te verdraaien?" En wat Paulus hier feitelijk doet, zoals blijkt uit het vervolg: Paulus doet deze man ophouden. En als u mij vraagt, krijgen we hiermee een nog veel mooiere betekenis van de naam Paulus, namelijk als degene die in dit geval deze Jood de wacht aanzegt en doet stoppen, doet ophouden. Vanuit het Grieks geeft dat een perfecte betekenis. Ik zeg dat dus niet om de Latijnse betekenis van de naam weg te zetten of weg te verklaren; ik zeg: er komt een Griekse betekenis die zich vanuit de context zelf aan ons opdringt. En Paulus is juist degene die hier die man doet ophouden. Hoe weet ik dat? We lezen even verder, en dan zegt Paulus dit: "En nu, zie, de hand van de Heer keert zich tegen u, en gij zult een tijd lang blind zijn en de zon niet zien." Dat bedoel ik dus. Paulus zegt deze man de wacht aan en hij doet hem stoppen. Paulus vraagt: "Zult gij niet ophouden?" Nou, het antwoord is: ja, jij zult ophouden. Niet voor altijd, maar een tijd lang. En dit is nou zo opmerkelijk, want dit is precies wat je ook in Romeinen 11 – waar ik het al eerder over had – over het Joodse volk leest. In Romeinen 11 haalt Paulus dat aan en zegt hij: gelijk geschreven staat: "God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden." Wat er met deze Jood gebeurt, die de proconsul Paulus probeert af te houden van het geloof en van het woord van God: deze Jood wordt gestopt voor een tijd lang en is totaal onvermogend om nog te kunnen zien. "Gij zult een tijd lang blind zijn." Een pauze! Ik houd eigenlijk altijd van dingen die simpel worden en daarmee heel overtuigend zijn. Dit is zo logisch! Hoezo Paulus? Je kunt allerlei boeken erop naslaan en allerlei lades opentrekken, maar de simpelste link is altijd nog gewoon het tekstverband zelf. Paulus is de man van de pauze; degene die in dit geval Israël tijdelijk op een zijspoor zet. De Heer doet dat natuurlijk, maar Paulus is daarvan de woordvoerder. Hij zet Israël tijdelijk on hold, zoals ze zeggen; gewoon eventjes aan de kant. Voor een tijd lang is het blind, tot op de dag van heden, zoals Paulus al zegt in Romeinen 11 – en anno 2026 zeggen wij nog steeds hetzelfde: tot op de dag van vandaag. En dan staat er: "En terstond..." Paulus zegt dat tegen deze Elymas, en terstond viel op hem donkerheid en duisternis; zijn ogen werden bedekt. Dat is trouwens ook een beeldspraak van Paulus in 2 Corinthiërs, dat er een bedekking op hun ogen ligt en op hun hart. Ja, in feite is dat ook wat blindheid is: als je slaapt, zijn je oogleden toegesloten. Je ogen zijn bedekt en het komt er gewoon op neer: je ziet niks. Of het nou donker is of dat je ogen dicht zijn, in de praktijk is het hetzelfde: je ziet niks, toch? En hier, in dit geval, heeft dit woord kracht, want er staat: en terstond viel op hem – die Elymas dus – donkerheid en duisternis. En toen de landvoogd zag wat er gebeurd was, geloofde hij. Hij was begerig naar het woord van God. Hij werd tegengehouden, maar nu niet langer. Integendeel, hij zag wat er gebeurd was, dat zag hij voor zijn eigen ogen gebeuren, zeer getroffen door het onderwijs van de Heer. Leuk hè, zoals het hiervoor geformuleerd wordt? Het is onderwijs. Dat wat hij voor zijn ogen zag gebeuren, dat is gewoon onderwijs dat de Heer Zelf gaf. Gewoon aanschouwelijk. Natuurlijk, het was te horen, maar het werd meteen ook gedemonstreerd. Heel apart. Oké, nou dat was het begin van Handelingen 13, dat hele typerende voorval. Eigenlijk is daarmee – zo bedoel ik het ook – de toon gezet. Dat wat hier gebeurde is zo karakteristiek voor het vervolg en daarom ben ik er ook gewoon mee begonnen. Dat wat zich als eerste aandient, blijkt dan ook karakteristiek te zijn. Je ziet dit trouwens in de Bijbel in het algemeen; dat is een bijbelstudietip die ik meegeef. Ik heb het al zo vaak gedemonstreerd gezien, het is haast een wetmatigheid: de eerste keer dat je iets tegenkomt, een bepaald onderwerp, de eerste keer dat er een woord voorkomt, is vaak meteen tekenend voor de rest. Je wordt meteen op het spoor gezet. De Engelsen zeggen: the key hangs at the door, de sleutel hangt bij de deur. Op het moment dat je binnenkomt: aha, daar hangt hij, dat is de sleutel! En ik zou er heel wat voorbeelden van kunnen geven. Ik zeg niet dat het altijd een wet van Meden en Perzen is, maar let maar eens op: de eerste keer is meteen karakteristiek. En in dit geval is de figuur of de naam Paulus... de eerste keer dat we hem tegenkomen, meteen tekenend voor de pauze die Paulus introduceert. Oké, nou dan gaan we verder in Handelingen 13. ▶ 49:58 Paulus' Toespraak in Antiochië in Pisidië en het Citaat uit Habakuk ↑ hoofdstukken En dan is Paulus in de synagoge van Antiochië aangekomen – in dit geval Antiochië in Pisidië. Ik hoop dat wanneer u zegt: "Nou, ik hou ze nu niet meer uit elkaar", u dan niet denkt dat u pech hebt; zo erg is het nou ook weer niet hoor! Maar even voor het goede perspectief: je leest dat Paulus in Antiochië is en hij verkondigt daar in de synagoge. Die had ik er nog even bij moeten zetten: hij is hier dus in de synagoge, daar in Antiochië. En wat doet hij daar? Nou, hij vertelt daar... nee, hij bewijst daar! Paulus hield geen preek, hè. Paulus deed de hele Schrift open en ging vanuit de Schriften bewijzen dat Jezus van Nazareth degene is die in het Oude Testament – of nou ja, zo noemde hij dat niet: in de Hebreeuwse Bijbel – was aangekondigd en volkomen beantwoordt aan dat wat van Hem voorzegd is, in alle opzichten. Hij bewees uit de Schriften dat Jezus de beloofde Messias is, met alles erop en eraan. Dat is iedere keer het patroon, die beweging: hij had iets te vertellen; nou, hij ging iets bewijzen. En dan wijst hij uiteraard op diens opstanding: Jezus Christus' opstanding uit de doden. God heeft Hem opgewekt uit de doden, hét bewijs bij uitstek dat Hij de beloofde Messias is. En hij kondigt dan ook vergeving, bevrijding en rechtvaardiging in Hem aan. Dat is een hele rede die hij houdt, en Lucas beschrijft ook wat Paulus daar in de synagoge verteld heeft. Daar gaan we nu allemaal even aan voorbij; ik haak aan bij vers 40, want dan eindigt hij zijn toespraak met deze woorden: "Ziet dan toe," zegt hij tegen al die Joodse mannen, Godvereerders en alles wat zich daar in die synagoge bevond, "ziet dan toe dat u niet overkome wat in de profeten gezegd is." Nu gaat hij een citaat geven. Voor het publiek dat hij bediende was dat logisch en niet zo spannend natuurlijk; zij kwamen immers samen rondom de Hebreeuwse Bijbel. En daar citeert hij iets uit de profeet Habakuk, hoofdstuk 1 vers 5 om precies te zijn. Daar haalt hij aan: "Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk dat gij voorzeker niet zult geloven, als iemand het u verhaalt." "Ziet, verachters" – dat zijn mensen die verachten. Het gaat hier trouwens over verachters van het Woord, mensen die geen acht geven op het Woord. "Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt, want Ik werk een werk in uw dagen, een werk dat gij voorzeker niet zult geloven als iemand het u verhaalt." Ik vind het prachtig dat Paulus dat zo uit hun eigen Schriften haalt. Want wat hij hier aanstipt, is niet alleen maar Israëls ongeloof – dat zij het voorzeker niet zullen geloven –, maar hij kondigt ook nog eens een keertje hun verdwijning aan! Dat is trouwens de aanklacht van de profeten in het algemeen: jullie verachten het Woord, maar dat zal dan ook leiden tot jullie verdwijning. Op de een of andere manier raken jullie uit het zicht; jullie verdwijnen, ook als natie. Hoe veelzeggend is dat? Israël verdwijnt als een schip in de zee. Ja, daar eindigt het boek Handelingen ook mee, weet u wel: met Paulus die daar schipbreuk leed... Maar laten we het niet te ingewikkeld maken, het is per slot van rekening inmiddels al avond. Maar ik bedoel dit: de verachters van het Woord wordt al aangezegd dat zij als volk zullen verdwijnen. Maar er staat ook nog iets bij: "verwondert u". Weet u wat verwonderen is? Dat betekent dat je het niet begrijpt. Je ziet iets voor je ogen gebeuren en je denkt: mijn hemel, waar gaat dit over? Je verbaast je erover, het is een wonder, je begrijpt het niet – in het Engels zeggen ze dat ook: wonder. Je verwondert je. En hoezo dan wel? Nou, God zegt: "Ik" – met een hoofdletter – "werk een werk in uw dagen." Ik ga iets doen in jullie tijd: "een werk dat gij voorzeker niet zult geloven als iemand het u verhaalt." Nou, ik moet u zeggen: dit is meteen alweer zo typerend voor de hele boodschap van Paulus, namelijk de boodschap van de verborgenheid! Dat God iets doet op een wonderlijke wijze buiten Israël om, en dat Hij Zich nu bedient van heidenen en van de natiën die totaal geen sjoege hebben van het Woord van God, die God nooit hebben gezocht. Nee, maar ze vinden God wel! En zij die zich erop voorstonden zo ijverig religieus te zijn, die hebben Hem compleet gemist. Verwondert u en verdwijnt; jullie zullen het niet geloven. Dat is de waarschuwing waar Paulus zijn toespraak mee afsluit. En dan staat er nog bij: "En toen zij vertrokken..." Dat wil zeggen: Paulus gaat daar met Barnabas weg. Heel grappig, dat heb ik nog niet gezegd, maar het was altijd: Saulus en Barnabas. Sorry, even terugspoelen: het was altijd Barnabas en Saulus! En vanaf het moment dat Saulus Paulus wordt, wordt die volgorde ineens heel anders; dan wordt het altijd Paulus en Barnabas. Er gebeurt echt ook iets in de verhoudingen: ineens gaat Paulus het voortouw nemen. Toen zij daar vertrokken uit de synagoge, verzochten zij die in de synagoge waren hun tegen de eerstvolgende sabbat weder deze woorden te spreken. Er is dus ook interesse in dat wat hij te melden heeft. ▶ 56:50 Blijven bij de Genade van God ↑ hoofdstukken In Handelingen 13 vers 43 staat: "En na het uitgaan van de synagoge, volgden velen van de Joden en de vereerders van God, die Jodengenoten – proselieten – waren, Paulus en Barnabas." Paulus en Barnabas spraken dan ook tot hen en drongen er bij hen op aan te blijven bij de genade Gods. Hoe karakteristiek is dat ook weer! Want genade staat tegenover werken. God doet iets om niet; Hij geeft gewoon. Dát is het evangelie. God zegt: "Dit ben Ik, dit heb Ik gedaan, en dit ga Ik doen." En er wordt van jou nul, niente, helemaal niets verwacht. Er zijn mensen die dat geloven, maar het merendeel gelooft het niet. Ze zeggen: "Dat is wel heel makkelijk. Dat moet toch moeilijker zijn? Dat is niet respectvol ten opzichte van onze prestaties; wij kunnen toch ook wel wat?" Menselijk gezien valt er inderdaad geen eer aan te behalen. Maar Paulus drong er bij hen op aan om te blijven bij de genade van God. En ik zal u dit vertellen: dat is ook het enige wat écht blij maakt, wat vrede geeft en hoop, en wat ook nooit teleur kan stellen. Weet u waarom niet? Omdat er niets van een mens verwacht wordt en God garant staat voor de goede afloop. Nou, dat vind ik nou echt evangelie! We zouden nu verdergaan bij vers 44, maar we lassen nu eerst even een korte pauze in en dan gaan we straks verder. We hebben namelijk nog een heleboel dia's te gaan en nog 35 minuten, en ik wil mijn punt toch graag even gemaakt hebben. We waren dus in Antiochië in Pisidië, waar Paulus een toespraak had gehouden. Bij het uitgaan van de synagoge had hij de toehoorders, degenen die hem gewillig hadden aangehoord, aangespoord om te blijven bij de genade Gods. En vervolgens, de volgende sabbat, kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord van God te horen. Dus niet alleen de synagoge en alles wat daarbij hoorde, maar bijna de hele stad kwam erop af! Dat heeft een enorme impact gehad. Er wordt een vraag gesteld: "Mag ik een vraag stellen over die vetgedrukte zin over blijven bij de genade? In mijn hoofd zit: de Joden zijn onder de wet en wij zijn onder de genade. Hoe kan Paulus dan tegen Joden zeggen: blijf bij de genade?" Nou, die tegenstelling zou ik zeker niet willen maken. Paulus onderwijst namelijk aan Jood én heiden het evangelie van de genade Gods. Dat Israël een boodschap heeft waar werken wel een zekere rol spelen – denk bijvoorbeeld aan de Jakobusbrief –, dat is waar, maar ik zou zeker niet willen zeggen dat... Laat ik één vers noemen. In Galaten 2 zegt Paulus dit – de vraag vereist eigenlijk een veel uitgebreider antwoord dan ik nu ga geven, dus ik hoop maar dat je er tevreden mee bent. In Galaten 2 vers 15 zegt Paulus: "Wij, geboren Joden" – hij heeft het hier dus heel specifiek over Joodse mensen, niet over zondaars uit de natiën – "wetende dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof van Christus Jezus, zijn ook zelf tot geloof in Christus Jezus gekomen." Waarom haal ik dit nu aan? Omdat Paulus ook hier van de geboren Joden zegt: wij weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken, maar uit genade. Dat is de universele waarheid: een mens heeft niets van zichzelf. In feite geef je daarmee zelf al het antwoord op de vraag waarom hij hier tegen een overwegend Joods publiek zegt te blijven bij de genade Gods. En als straks Israël weer in beeld komt en in haar Messias zal geloven, dan wordt de wet in hun hart geschreven. Dan zullen ze inderdaad ook van harte gaan doen wat in de wet geschreven staat – niet meer omdat het moet, maar omdat ze daar van harte uit leven. Ik zie aan je ogen dat je denkt... Het vereist inderdaad een uitgebreider antwoord. Om nu niet te ver af te dwalen van het eigenlijke onderwerp – want hoewel ik 'blijven bij de genade Gods' belangrijk genoeg vond om te onderstrepen en vet te drukken, is het niet ons hoofdonderwerp voor vanavond – gaan we nu toch even verder. Bijna de hele stad kwam dus bij elkaar om het woord van God te horen. En toen waren de Joden toch een partij blij, zeg, toen ze dat vernamen... ▶ 01:03:07 De Nijd Der Joden: Na-ijver en Kift ↑ hoofdstukken Zou je denken: wat een geweldige publieke belangstelling! Maar vers 45 zegt: "Doch toen de Joden de scharen zagen, werden zij vervuld met nijd en spraken lasterende tegen hetgeen door Paulus gezegd werd." Dit is nou weer zo'n prachtig voorbeeld van waar we het eerder over hadden. Hier wordt namelijk een woord gebruikt dat uit dezelfde woordfamilie komt als wat we de vorige keer bespraken en wat ik nu ook al een paar keer genoemd heb: dat wat er in Romeinen 10 en 11 gezegd wordt over de na-ijver van Israël. 'Na-ijver' is een oud-Nederlands woord voor jaloezie. En nogmaals – het is al even aan de orde geweest – dat is geen na-ijver in de zin van: "Oh, dat willen wij ook zo graag hebben!" Nee, dat is kift: de boosheid dat de boodschap nu bij anderen terechtkomt en dat de Joden daarin eigenlijk gepasseerd worden. Hier zie je die nijd, die jaloezie al opkomen. Wat Paulus in Romeinen 10 vers 19 uitlegt, is terzijde eigenlijk wel een heel aardige opmerking. Wat je ziet in Romeinen 9, 10 en 11 is immers niet zomaar een afstandelijke, dogmatische uiteenzetting van Paulus. Nee, het is pure ervaring! Het raakt direct aan zijn eigen bediening. Hij ziet het voor zijn eigen ogen gebeuren, het is zijn dagelijkse beleving dat Israël de boodschap afwijst en gestruikeld is over de steen des aanstoots, over de Messias. En nu gaat de boodschap naar de natiën toe. God verzamelt Zich een volk uit de natiën, en dat wekt de na-ijver op. Paulus zegt in Romeinen 10 vers 19: "Maar ik vraag: heeft Israël het dan niet verstaan?" En dan haalt hij Mozes aan uit Deuteronomium: "Ik zal u [Israël] naijverig maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk." Hier blijkt trouwens ook heel uitdrukkelijk dat die na-ijver toorn is: kift, pure provocatie. De boodschap is terechtgekomen bij een volk uit de natiën, en in de ogen van Israël is die ekklesia niet eens een volk. Wij zijn immers geen nationaal volk met landsgrenzen en regeringen, zoals een etnisch volk dat kent. In die zin zijn wij helemaal geen volk zoals Israël dat wel is: één grote, uit de kluiten gewassen familie. Bovendien, voor zover we al een volk genoemd kunnen worden, zijn we ook nog eens 'onverstandig'. Dat wil zeggen: wij zijn niet van jongs af aan grootgebracht bij het woord van God, zoals zij. In alle opzichten zijn wij in hun ogen dus gediskwalificeerd: we zijn geen volk, en voor zover we het wel zijn, zijn we nog onverstandig ook. Dus hoezo zouden wij ons kwalificeren? Zij zijn altijd buitengewoon religieus geweest, met een enorme ijver, en nu gaat het heil zomaar naar een volk dat God vooraf helemaal niet gezocht heeft! "Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten" – dat staat trouwens ook in Romeinen 10. Dát is genade; dat is precies die genade waar we het over hadden. Wat Paulus hier in Antiochië beleeft, is dan ook de daadwerkelijke na-ijver van de Joden. Zij zien dat er een volk uit de natiën verzameld wordt – en met recht verzameld, want bijna de gehele stad loopt daar uit en komt bijeen! En zij spraken lasterend tegen hetgeen door Paulus gezegd werd. Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig... ▶ 01:07:19 Het Woord tot de Natiën: Gesteld tot een Licht Der Volkeren ↑ hoofdstukken Het was nodig dat eerst tot u het woord van God werd gesproken. Het was nodig, dat móest dus. Eerst. Doch nu gij het verstoot en u het aeonische leven niet waardig keurt... Voor een heleboel van u hoef ik het niet toe te lichten, maar voor een aantal misschien wel, ik weet het niet. Houd er altijd rekening mee dat er mensen zijn die dit niet weten: in de meeste vertalingen staat hier 'eeuwig leven', maar het idee is niet een leven waar geen eind aan komt. Het is het leven van de aion, het leven van de toekomende eeuw, van de toekomende aionen, een toekomend wereldtijdperk. Vandaar ook: aeonisch leven. Daar moet je even aan wennen. Nog niet zo heel erg lang geleden werd bij ons thuis de vergissing gemaakt: je hebt toch ook van dat spul wat je op je brood doet, aioli... hoe heet dat ook weer? Aioli, o ja, dat was het, ja! En toen dachten ze: kan je dat op je brood doen? Nee, nee, dat kan niet. Maar goed, ik heb het dus over aeonisch. Het aeonische leven, dat hoort bij de toekomende eeuw. Als u daar een mooie tekst voor wilt hebben waarom wij dat heel duidelijk zien: dat is in Lukas 18 vers 30. Onthouden! Oké, nu stelt Paulus gewoon vast. Hij zegt: het woord van God werd eerst tot jullie gesproken. Nu verstoten jullie het — dat was het hele traject daaraan voorafgaand ook al het geval, maar hier in Antiochië werd het opnieuw duidelijk — en keurt u het aeonische leven niet waardig. Zie, nu wenden wij ons tot de natiën. Met andere woorden: Paulus richt zich nu uitdrukkelijk tot de natiën, maar eerst wordt dit Israël aangezegd. Kijk, dit is nou ook typisch de apostel van de natiën. Hij wordt gestuurd naar de natiën, hij rekent zich ook tot de natiën, maar met die boodschap richt hij zich primair tot hen. Eerst moeten zíj het weten, zodat duidelijk is dat het volk dat nu verzameld wordt, uit de natiën komt, niet uit Israël. Dat wil zeggen: het is niet... Nee, wél uit Israël, want een deel van hen gelooft wel, maar ik bedoel: het is niet Israël als geheel. Israël als volk staat terzijde. Hebt u hem? Nou ja, zo niet, dan moet u nog maar eens weer terugkomen; we hebben er een heel seizoen over. En dat is de aardigheid: via allerlei aanvliegroutes komen we toch iedere keer weer bij hetzelfde punt uit, zodat het je eigenlijk, als Hij je ogen daarvoor opent, niet kan ontgaan. En dan zegt Paulus nog zoiets heel bijzonders. Want zo heeft ons — Paulus en Barnabas — de Heer geboden. En nou gaat hij iets aanhalen uit Jesaja 42, een profetie aangaande de Knecht des Heren. Anders gezegd: dat is het opschrift in uw Bijbel, maar het is een Messiaanse profetie, het gaat gewoon over wie de Messias zou zijn. Er zijn verschillende profetieën aangaande de Knecht des Heren en voor ons is wellicht de bekendste in Jesaja 53: dat Hij als een lam ter slachting werd geleid en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders. Nou ja, dat. Maar hier wordt een citaat gegeven uit Jesaja 42 en daar gaat het over de Messias. En dan staat er dit, dat is wat Paulus aanhaalt: 'Ik heb U — Ik, dat is God Zelf, Ik heb U, Messias — gesteld tot een licht der natiën, opdat Gij tot redding zoudt zijn tot het uiterste van de aarde.' Ja, de 'U', als je dat in Jesaja 42 nakijkt, is de Messias. Maar Paulus zegt: zo heeft óns de Heer geboden. Met andere woorden: Paulus en Barnabas, die als één mond spreken, zijn hier de spreekbuis van de Messias Zelf, Die Zich richt... Die gesteld wordt tot een licht van de natiën. Dat is echt zó boeiend! We hebben daar ooit in Zoetermeer nog eens een hele serie aan gewijd, aan dat fenomeen dat ook in Jesaja al gezegd is dat de Heer Zich eerst richt tot Israël en dan stuit Hij alleen maar op ongeloof en weerstand, en dan zegt Hij: het is te gering voor U dat Gij de stammen Israëls zoudt oprichten, Ik stel U tot een licht van de natiën — woorden van gelijke strekking — opdat Gij tot redding zoudt zijn tot aan het uiterste van de aarde. Ik wijs hier even op omdat hier een Messiaanse profetie aangehaald wordt door Paulus, en Paulus zegt: 'Dit heeft de Heer ons geboden.' Waarmee Paulus zich in feite tot spreekbuis maakt van Jezus Christus. En laat ik u dit zeggen: zo bijzonder is dat nou ook weer niet. Hij zegt dat zo vaak in zijn brieven, altijd als hij zich een apostel van Christus Jezus noemt. Een apostel betekent een afgevaardigde. En een afgevaardigde is iemand die spreekt namens een ander, die diens spreekbuis is. Christus Jezus is daarboven en nu heeft Hij iets te vertellen. Nou ja, iets: Hij heeft een geweldige boodschap! De verzoening der wereld; hun verwerping, dat is de verzoening der wereld. En die boodschap die Christus nu verkondigt, dat doet Hij via Zijn spreekbuis Paulus. Heel duidelijk zie je dat ook in Galaten 1 vers 15 en 16, waar je leest dat Paulus zegt: toen het Hem, God — Die mij van de schoot van mijn moeder aan heeft afgezonderd en door Zijn genade geroepen heeft — behaagde Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de natiën zou verkondigen. Let op de formulering: dat het God had behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem aan de natiën zou verkondigen. Met andere woorden: God heeft het zo gewild, daartoe was hij afgezonderd, dat de Zoon van God geopenbaard zou worden in Paulus. Waarom? Wel, om Hem als zodanig ook onder de natiën te verkondigen. Die status en de positie van Paulus daarin is zo ongelooflijk duidelijk. Dat kan je niet ontgaan. Op het moment dat je dat niet ziet — die bijzondere plaats die hij inneemt en dat wat God vandaag te melden heeft — als je dat ontgaat, dan verdwaal je per definitie. En dat is inderdaad het lot geworden van eigenlijk zo'n beetje de hele christenheid. Dat wat de Galaten overkwam, is eigenlijk in heel de christenheid de realiteit geworden: namelijk dat men de boodschap die aan Paulus is toevertrouwd, heeft miskend. En ze zijn verdwaald in een evangelie dat geen evangelie is. Dat is de ernst ook wel weer. Hoe dan ook, even terug naar af. Dat is wat Paulus dan aanhaalt, en dan staat er: 'Toen nu de natiën dit hoorden...' Zie je het opmerkelijke verschil? ▶ 01:15:35 Vreugde Onder de Natiën en Bestemming tot Aionisch Leven ↑ hoofdstukken Toen de natiën dit hoorden – wat Paulus te vertellen heeft en hoe zijn bediening eigenlijk al gegrond is in dat wat voorzegd is, wellicht op een verborgen wijze, maar voorzegd in de Hebreeuwse Bijbel – toen de natiën dit nu hoorden, verblijdden zij zich. En ze verheerlijkten het woord van de Heer. En allen die bestemd waren tot aeonisch leven geloofden. Pardon? Lees je dat goed? Er staat dus niet dat allen die bestemd waren om te geloven, het aeonische leven kregen. Nee, ze waren niet bestemd ómdat ze geloofden, maar het is precies omgekeerd: ze geloofden omdat ze bestemd waren tot aeonisch leven. Degenen die daartoe bestemd zijn... God heeft een plan, en degenen die daartoe bestemd zijn, die geloven. Nou laat je nou altijd gedacht hebben dat geloof iets is wat je zelf bewerkt, een eigen keuze! Dat is toch het gangbare verhaal in de hele christenheid: geloof is een eigen keuze, een vrije wil. Maar hier staat precies het tegenovergestelde. Hoe komt het nou dat deze mensen geloofden? Het antwoord staat gewoon zwart-op-wit: omdat ze bestemd waren tot aeonisch leven. En ik kan u dit vertellen: God heeft een bestemmingsplan met elk schepsel en met elk mensenkind. Alleen ieder in zijn eigen rangorde. Zo moeilijk is dat niet, hoor. Want in de hele natuur zie je ook dat fenomeen. Je hebt eerstelingen en je hebt mensen die later zijn... of bloemen, dingen in de natuur. Je hebt sneeuwklokjes, je hebt narcissen en je hebt forsythia's. Ik bedoel: het is er in alle soorten en maten. Wat zegt u? O ja, noem maar wat. Ik bedoel, we zeggen dat toch? Alles op zijn tijd. God wint altijd. Ontgaat mij iets? Oh, narcisten! Ook zij, jazeker! Ze moeten misschien eerst verdrinken in zichzelf, maar dan toch. Nee, het is geweldig: allen die bestemd waren tot aeonisch leven geloofden. Ook dit is nou weer niet mijn onderwerp, maar ik vind het te mooi om dat niet te onderstrepen. Waarvan akte. En het woord van de Heer verbreidde zich door het hele land. Zo ging dat dus. Het was ook nog eens een keertje zo dat de weerstand juist van Joodse zijde ook weer een trekker is geworden, juist doordat de boodschap onder de natiën verbreid werd. O ja, en er staat nog iets bij wat ik bijna vergat: maar de Joden stookten de aanzienlijke vrouwen die God vereerden op. Dat betekent in dit verband: dat zijn vrouwen uit de natiën, maar die aanzien of een voorname positie hadden – whatever that may be, maar gewoon die voornaam waren. De Joden stookten de aanzienlijke vrouwen die God vereerden en de voornaamsten der stad op. En zij verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en dreven hen uit hun gebied. Ook dit is weer eigenlijk standaardprocedure, dat zie je iedere keer weer. Ook hier weer de Joden die... En in feite moet je ook zeggen: degenen die de religieuze boodschap van werken representeerden, zij zijn de grootste tegenstanders. In feite is dat vandaag de dag nog steeds zo, hoor. De grootste vijandschap tegen het evangelie komt vanaf de kant van hen die religie propageren. Die denken, zeggen, beweren en leren dat de mens ook wel degelijk een bepaalde bijdrage moet leveren, of toestemming moet geven, of moet kiezen. Op het moment dat je op dat spoor zit, dan heb je in wezen de genade van God verlaten. Je kunt erbij blijven, maar je kunt het ook gewoon verlaten. En hier dus ook: ze dreven Paulus en Barnabas uit hun gebied. En dan komen we ten slotte nog in Rome aan, want daar eindigt het boek Handelingen. Ik ben nu wel met zevenmijlslaarzen door het boek gegaan, omdat de avond nu eenmaal beperkt is en ik hier de belangrijkste highlights moet aanstippen. Hier vinden we in Handelingen 28 – dat is het laatste hoofdstuk van het boek – ook Paulus' laatste aanzegging. Het is ook Paulus' persoonlijke bediening, dus in die zin historisch. Ik geloof ook niet dat je kunt zeggen – misschien dat we later in de serie daar nog op komen – dat de gemeente vandaag de roeping heeft om Israël tot naijver te wekken. Dat staat er ook niet. Het was Paulus' bediening en het was Paulus' roeping als apostel van de natiën om hen tot naijver en tot toorn te wekken en enigen uit hen te redden. Dat wordt dus niet van de ecclesiastische algemeenheid gezegd. Hoe dan ook. ▶ 01:21:40 Paulus in Rome en de Toespraak tot de Joodse Leiders ↑ hoofdstukken Hier in Rome aangekomen, even de directe voorgeschiedenis: Paulus arriveerde daar als gevangene in Rome. Hij was gevangen vanwege de Joden die hem in Jeruzalem gearresteerd hadden en bijna gelyncht. En het waren de Romeinen geweest die Paulus ervoor behoed hebben dat hij niet daadwerkelijk gedood werd. Zij hebben hem toen via allerlei wegen uiteindelijk in gevangenschap gebracht in Caesarea, waar hij nog twee jaar gevangen heeft gezeten. Uiteindelijk heeft hij zich toen ook beroepen op de keizer. Hij was een Romein, begrijpt u? Hij is een Romein. En dus kon hij zich beroepen op de keizer, en zo komt hij in die hoedanigheid als gevangene in Rome aan. En het eerste wat hij dan doet – dat lees je in Handelingen 28 – is dat hij de voormannen van de Joden samenriep om uit te leggen waarom hij, en juist hij, in Rome is en wat hij te vermelden heeft. Daar blijkt interesse voor te zijn, want die voorname Joden – ik stel me dat zo voor: die rabbijnen en zeg maar de hotemetoten daar in de stad onder de Joodse bevolking – die hadden wel vernomen dat de sekte van de Nazareeërs overal weerstand ondervond. Zij wilden nu Paulus zelf weleens een keertje horen. Dan staat er – en nu haak ik aan in vers 23 – dat nadat zij een dag met hem hadden afgesproken, er verscheidenen tot hem kwamen in zijn verblijf. Dus niet allemaal, maar in ieder geval een aantal tot hem in zijn verblijf. Paulus had een eigen gehuurde woning, lees je. Hij had een redelijke mate van vrijheid. Hij was weliswaar gevangen en er was voortdurend een soldaat bij hem, maar hij had ook een grote mate van vrijheid; het was dus niet zo dat hij achter de tralies zat. Hoe dan ook, er kwamen verscheidenen tot hem in zijn verblijf, aan wie hij met nadruk het Koninkrijk – of het koningschap – van God voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus vanuit de wet van Mozes en de profeten. Gewoon wat wij dan het Oude Testament noemen, de Hebreeuwse Bijbel. Hij heeft dus gewoon, ook hier weer, voortdurend gebladerd – nou ja, het waren toen nog boekenrollen. Hij heeft hen gewezen op wat er staat geschreven en dat Jezus inderdaad de beloofde Messias is. En dat heeft hij niet gedurende een half uurtje gedaan, of anderhalf uur zoals ik hier de gelegenheid heb, maar van de vroege morgen tot de avond toe. Nou, daar kun je heel wat vertellen! En sommigen werden overtuigd door hetgeen gezegd werd, maar anderen bleven ongelovig. Dus je krijgt eigenlijk het verhaal: ze waren ongelovig en ze bleven het, maar een aantal van hen gaf wel gehoor. Ik wil nog even wijzen op wat ik al eerder citeerde uit Romeinen 10 en 11, dat Paulus ook zegt: juist omdat ik apostel van de natiën ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening om hen tot naijver te wekken, jaloers te maken en enigen uit hen te redden. Dat wil zeggen: het hele volk als geheel wil er niks van weten en wordt juist geprovoceerd en gaat haten, maar een aantal van hen geeft wel gehoor. Die zijn er altijd geweest. In feite was Paulus er zelf ook zo eentje. Hoe dan ook, en dan staat er in vers 25... ▶ 01:25:39 Het Slotwoord uit Jesaja 6: Horende Doof en Ziende Blind ↑ hoofdstukken "...en zonder het eens geworden te zijn werden zij weggezonden." Zo staat het er echt. Ze gingen niet uiteen zoals de NBG-vertaling zegt, maar ze werden weggezonden. Paulus heeft ze gewoon weggestuurd. Nou ja, hij heeft ze weggestuurd – moet je eigenlijk goed zeggen – met een woord. Hij zegt eigenlijk: voordat jullie nou weggaan, heb ik nog een slotwoord, een boodschap voor jullie. Dat is wat er staat: en zonder het eens geworden te zijn werden zij weggezonden, nadat Paulus dit ene woord gesproken had. Heel specifiek dus. "Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken..." En dan citeert hij uit Jesaja 6 vers 9 en 10: "...zeggende: Ga heen..." Dat werd destijds tegen Jesaja gezegd, en Paulus haalt dit aan om te zeggen: dat was terecht, en ik herhaal wat Jesaja toen zei. En wat Jesaja zei, was feitelijk profetisch en ging over een situatie die zou voortduren tot aan de eindtijd toe. Kijk het maar na in Jesaja 6. Misschien dat ik er zo nog eventjes op kan wijzen; ik betwijfel het, maar goed. "Ga heen tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan..." Horen, wat heet: jullie horen het wel, maar het is slechts geluid. Wij zeggen dan: het gaat het ene oor in en het andere weer uit. "...en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken." Dat mag dan zo zijn, maar jullie zullen het niet opmerken. Hoe vaak gebeurt dat niet? Dat je dingen ziet, maar je ziet ze niet; je merkt het niet op, het valt niet op. Soms moet je er zelfs over struikelen en zelfs dan zie je het nog niet: ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken. God zegt dit bij monde van Jesaja en Paulus herhaalt dit: "Want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij toegesloten..." Je kunt het dus op twee manieren benaderen. Hun ogen zijn bedekt, dat wil zeggen dat Gód het heeft gedaan. Maar als je het puur filmisch bekijkt, in termen van observatie, dan hebben zíj hun ogen toegesloten. Is dat nou actief of passief? Dat is niet echt een tegenstelling, het is een verschillend perspectief. Vanuit God bezien heeft Híj dat gedaan, maar wat je vervolgens bij de mens ziet gebeuren, is dat de ogen worden toegesloten; die ogen gaan dicht en ze zien niet. En dan staat er ook bij: "...opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan..." Dat "opdat" – daarin zie je trouwens ook al dat dit van Gods wege is. Dit is die mooie subtiele aanwijzing: ziende zult gij zien en geenszins opmerken, ronddwalend in duisternis gelijk Elymas. Dat "opdat" geeft ook aan dat weliswaar de mens hier voor het oog zijn inbreng heeft, maar het is God die de regie in handen heeft. God heeft daar een bedoeling mee: opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zij zich omkeren – staat er eigenlijk letterlijk – en Ik hen zou genezen. Dit is een van de laatste woorden in het boek Handelingen. Hier wordt voor het laatst en ook definitief door Paulus gezegd: Israël zal niet horen, niet zien, met hun hart niet opmerken, en ze zullen dus ook niet hersteld worden, genezen worden, en zich dus ook niet omkeren. In het eerste hoofdstuk van Handelingen lees je nog dat de twaalf vlak voor de hemelvaart vragen: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?" En weet u wat de Heer Jezus dan zegt? "Het komt u niet toe te weten de tijden en gelegenheden die de Vader aan Zich ter beschikking heeft gehouden. Maar jullie zullen Mijn getuigen zijn." Het kwam hen toen niet toe, maar aan het einde van het boek wordt het antwoord gegeven: nee, in déze tijd niet. Het koningschap voor Israël zal hersteld worden, maar niet in deze tijd. Israël is inderdaad verblind en God heeft daar Zijn bedoeling mee. En daarom is Paulus ook geroepen en kreeg hij die bediening. Paulus krijgt de bediening om naar de natiën te gaan, maar ook om vanuit de natiën dit aan Israël aan te zeggen: jullie zullen het niet zien, en nu gaat het ergens anders naartoe. Israël zal zich niet bekeren. En als je dat in Jesaja 6 zelf terugleest – ik ga daar nu geen diaatje van tonen, maar kijk het maar na – dan vraagt Jesaja: "Hoe lang, Here? Hoe lang gaat dit duren?" Nou, dan staat er ook: totdat... En dat "totdat" is trouwens nog onthutsend ook. Want er staat bij: totdat al de steden in het land verwoest zijn, en dan zal Ik Mij richten op u. Met andere woorden: Israël gaat pas hersteld worden als het land compleet een puinhoop zal zijn en er niks meer van over is, en het laatste deel dat nog overgebleven is, zal vluchten naar de woestijn. Dat is in feite het einde van de Joodse staat. Maar let op: het heeft een "totdat". Dat zegt Paulus ook in Romeinen 11: een verharding, een gedeeltelijke verharding – het grootste gedeelte namelijk – is over Israël gekomen, totdat de volheid van de natiën zal zijn binnengegaan. En alzo zal gans Israël worden gered; dat wil zeggen: het hele volk, maar dan als de totaliteit van wat overgebleven is. En wanneer? Als de bediening van de natiën tot volheid zal zijn gekomen, dán gaat God weer de draad oppakken met dat volk Israël. De hele systematiek, de hele volgorde is heel simpel, maar het geeft gewoon aan dat dit een pauze is. De naam Paulus zegt eigenlijk alles, als u het mij vraagt; daar zit alles al in besloten. En dit is dan het slotwoord, het laatste, als ik me niet vergis, dat Paulus spreekt in Handelingen 28. ▶ 01:33:38 Handelingen 28:28: de Redding van God aan de Natiën Gezonden ↑ hoofdstukken Vers 28 zegt – en dit is zijn finale woord aan Israël: "Het zij u dan bekend..." Hij zegt tegen de Joden die nu weggaan, hij zet hen weg met dit woord: "Het zij u dan bekend dat deze redding..." of "dit heil", staat er in de NBG-vertaling, maar redding is heil, "...dat deze redding van God aan de natiën werd gezonden." Niet zoals sommige vertalingen ervan hebben gemaakt en sommige uitleggers zeggen: "Vanaf nu gaat het naar de natiën." Want dat is onzin, het ging immers al jaren naar de natiën toe. Dat was in Handelingen 13 al zo, dat was al zo'n twintig jaar eerder. In ieder geval vele jaren eerder. In Handelingen 13 werd het al voor het eerst weggenomen bij het volk van Israël en kwam het onder de natiën terecht. En nu gebeurt dat voor het laatst door Paulus. Nogmaals, dat is geen dankbare positie en roeping die hij daarin heeft vervuld, want het heeft hem heel veel miskenning opgeleverd. "Maar het zij u dan bekend dat deze redding van God aan de natiën werd gezonden. En die zullen dan ook horen." Niet zien. Israël heeft ook gezien, met allemaal tekenen. Trouwens, dat is een onderwerp voor de volgende keer – een mooie cliffhanger trouwens – over de rol van tekenen in de bediening van Paulus. Wat hebben die zichtbare manifestaties eigenlijk in Paulus' bediening nog te betekenen? Maar de natiën, die zouden gaan horen. En zo wil ik het dan graag samenvatten: Paulus' taak als apostel van de natiën ten opzichte van Israël – en ik kom iedere keer weer terecht bij deze woorden omdat Romeinen 11 vers 13 en 14 eigenlijk de hele clue weergeeft – is hen als volk jaloers en toornig te maken op wat geen volk is, namelijk de ekklesia uit de natiën, én ook hen het Evangelie te vertellen, zodanig dat enigen daaruit gered worden en gehoor geven aan dat woord. Hij heeft dus eigenlijk een tweeërlei roeping ten opzichte van Israël, en dat juist als apostel van de natiën. U ziet het. Volgende keer – het is hier zo een beetje klein geprojecteerd – behandelen we inderdaad de rol van tekenen in Paulus' bediening. Daar hopen we dan, wat is het, 19 november mee verder te gaan, met dit intrigerende thema. Daar wilde ik het graag bij laten voor vanavond, voor deze maand. Er werd zojuist nog even naar gevraagd: aankomende zondag mag ik in Papendrecht spreken. Ik heb het vanavond de hele avond gehad over de bijzondere rol van de apostel Paulus, en aankomende zondag spreek ik over – er was een heel bijzondere aanleiding voor, maar dat ga ik zondag vertellen – over het Onze Vader. U weet wat het Onze Vader is, maar over dat gebed en vooral de vraag daarbij: voor wie, en ook wanneer? Dat is een boeiend onderwerp waar heel wat over te vertellen valt. Dus bij dezen bent u daarvoor uitgenodigd. Mocht u tijd en gelegenheid hebben: u bent welkom. 🎧 Paulus – apostel van de natiën (2a) – hoezo, “eerst de Jood”? 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); if (!allDet.length) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { for (var j = 0; j < allDet.length; j++) { target.parentNode.insertBefore(allDet[j], target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { for (var k = 0; k < allDet.length; k++) { col.appendChild(allDet[k]); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSrc = floatAudio.getAttribute('src') || ''; var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var activeDet = null; var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); for (var i = 0; i < allDet.length; i++) { var dUrl = allDet[i].getAttribute('data-audio-url') || ''; if (dUrl) { if (curSrc.indexOf(dUrl) !== -1 || dUrl.indexOf(curSrc) !== -1) { activeDet = allDet[i]; break; } } } var scope = activeDet || document; var allTs = scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = scope.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl(btn) { if (btn) { var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } } var anyDet = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (anyDet) { var dUrl2 = anyDet.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl2) return dUrl2; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); var scope = det || document; scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(btn); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth 1) { partLabel = parts.slice(1).join(':').trim(); } } } var mainHeading = partLabel ? (pTitle + ' (' + partLabel + ')') : pTitle; titleEl.textContent = cTitle ? (mainHeading + ' · ' + cTitle) : mainHeading; } if (floatAudio) { var curRate = speeds[speedIdx]; function seekAndPlay() { if (sec >= 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

16-10-2026 Lees verder

de ekklesia als Gods elitekorps

‘Elite’ verwijst naar uitkiezen en ‘korps’ naar een lichaam: twee begrippen die verrassend goed aansluiten bij Paulus’ onderwijs over de ekklesia. Maar wat maakt dit gezelschap zo bijzonder en welke bestemming heeft God ermee voor ogen? God heeft heel zijn schepping op het oog, maar heeft daarin voor de huidige ekklesia de allerhoogste plaats voorbestemd – samen met zijn Zoon! .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak De ekklesia wordt gekarakteriseerd als Gods elitekorps: een door God uitgekozen lichaam dat in Christus is ingelijfd en deelt in alle geestelijke zegeningen. Deze uitverkiezing vond reeds plaats vóór de nederwerping der wereld en berust niet op menselijke wijsheid, aanzien of verdienste, want God kiest juist wat dwaas en zwak is om alle menselijke roem uit te sluiten. Als lichaam en aanvulling van Christus als Hoofd heeft de ekklesia een unieke hemelse positie, te onderscheiden van Israël, het Koninkrijk en het geheel van alle geredden. De ekklesia is geroepen om getuigenis af te leggen van het alomvattende evangelie dat God door de ene Middelaar de Redder is van alle mensen en uiteindelijk heel de schepping tot volheid brengt. “God kiest geen bekwamen, maar Hij bekwaamt die Hij kiest!” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 De Betekenis van Ekklesia en Elitekorps ▶ 12:24 Uitverkoren in Christus Vóór de Grondlegging Der Wereld ▶ 23:19 Christus als Hoofd en de Ekklesia als Zijn Lichaam ▶ 30:05 Niet Vele Wijzen of Aanzienlijken ▶ 39:27 Een Elite met een Alomvattende Boodschap ▶ 53:24 De Ekklesia Onderscheiden van het Koninkrijk ▶ 01:00:12 Het Alomvattende Evangelie: Redding voor Allen ▶ 00:00 De Betekenis van Ekklesia en Elitekorps ↑ hoofdstukken Een wonderlijke titel, zo werd mij voor de samenkomst gezegd. En ja, dat klopt ook wel, want als u bijbelvast bent en u houdt ervan om dingen concordant te benaderen, dan zult u zich wel realiseren dat u de term 'elitekorps' nergens in welke vertaling ook tegenkomt. En toch, ik heb echt zo mijn redenen – en ik ga dat straks ook nader verklaren – waarom dit toch wel degelijk een heel schriftuurlijke benadering is. Misschien moet ik als eerste nog iets anders verklaren. Dat zeg ik voor degenen die niet vertrouwd zijn met deze samenkomst en de boodschap die hier doorgegeven wordt. De term 'de ekklesia', dat is hier inmiddels ingeburgerd. Ja, dat heb je met die termen: als je ze nou maar vaak genoeg gebruikt, dan worden zelfs de meest vreemde, onbekende termen weer gewoon. Ik bedoel, hier wordt heel vaak gesproken over 'aionen'. Maar als u dat buiten deze zaal doet, en zeker in een kerkelijke setting, dan vraagt men zich af: waar heb je het in hemelsnaam over? Dan heb je even tekst en uitleg nodig, zal ik maar zeggen. Die geven we graag. Maar de term 'de ekklesia' is er ook zo een. Hoe wordt dat meestal genoemd? De kerk, of de gemeente. Ekklesia is eigenlijk niet eens een Nederlands woord. Dat geldt trouwens voor het woord aion ook. Het zijn woorden die rechtstreeks of indirect overgenomen zijn uit het Grieks en gewoon in het Nieuwe Testament, zoals dat is opgetekend, aangetroffen worden. Ekklesia betekent letterlijk 'uitroepsel'. Ik kom daar straks trouwens nog even op terug. Maar dat is de verzameling mensen die God Zich vandaag verzamelt. Een uitroepsel met de allerhoogste bestemming; ook dat zit eigenlijk al begrepen in die ekklesia. Het is een volksvergadering, eigenlijk ook waar de beslissingen en de besluiten vallen. Goed, de ekklesia dan als Gods elitekorps. Laten we eerst eens even inzoomen op die termen zelf. 'Elitekorps' bestaat natuurlijk uit twee woorden; het is een samenvoeging van twee begrippen, namelijk in de eerste plaats elite en vervolgens korps. Laten we eerst eens kijken: wat is een elite eigenlijk? Ik weet dat een heleboel mensen niet zoveel hebben met dat woordje elite. Dat begrijp ik ook wel, want vaak wordt het wat negatief benaderd: elitair. Als je het label elitair opgeplakt krijgt, dan is dat over het algemeen niet echt complimenteus natuurlijk. Maar laten we het woord eens benaderen. Het komt uit het Latijn: eligere. Dat is mijn Nederlandse tongval – Latijn spreek ik niet dagelijks – maar dat is het woord. En dat betekent letterlijk 'uitkiezen'. Het is namelijk samengesteld uit het woordje ex – en dat weet u, want dat betekent 'uit', dat kennen we in een heleboel woorden die daarmee beginnen als voorzetsel: 'uit' – en het tweede deel van het woord, legere, betekent 'kiezen'. Dus letterlijk is het uitkiezen; dat is wat een elite is. Ik vind het altijd wel leuk om dat soort begrippen meteen even mee te nemen, om er een wat breder perspectief op te hebben. Het is ook verwant aan het Engelse woordje election; dat herken je er direct in, en dat betekent verkiezingen. Maar ook ons Nederlandse woord 'selectie': daar zit ook weer datzelfde electie, selecteren in. En dat heeft dus ook weer te maken met uitkiezen. We hebben er eigenlijk heel wat woorden voor in het Nederlands. Ik denk dan meteen aan een elitekorps: elitetroepen. Dat zijn militairen die geselecteerd zijn voor een hele bijzondere opdracht. Je hebt het leger met algemene taken, waarin je allerlei rangen en orden hebt, maar een elite is heel bijzonder: zij zijn geselecteerd voor bijzondere opdrachten. Maar je hebt ook – en daar komt die negatieve associatie dan weer vandaan – een politieke of culturele elite. Dat is een kleine groep, en dat moet u ook even vasthouden. Over het algemeen, wat bedoel je met een elite? Inderdaad een kleine, geselecteerde groep, maar dan wel met een hele bijzondere positie, in dit geval ook heel invloedrijk. Je hebt de politieke elite... en zullen we het daar nu even verder niet over hebben? Want dan kom je meteen al heel sterk in de complotsfeer terecht. Maar het is een gegeven dat een elite vaak achter de schermen zo haar invloed uitoefent. Houd bij dat woordje 'elite' dus even de basisbetekenis vast: het heeft te maken met uitkiezen, en vandaar ook selecteren. En dan dat woordje 'korps'. Waar komt dat vandaan? Dat komt ook uit het Latijn en is afgeleid van het woordje corpus. Dat vind ik wel leuk om te vertellen: wij wonen in Rijnsburg, nietwaar? Ja, in Rijnsburg. En ik heb het gisteravond nog even op de kaart nagekeken: op een afstand van hemelsbreed precies anderhalf kilometer heb je dat grote museum. Wat is het? Ja, CORPUS. Een museum, oké. Nou ja, in ieder geval, dat is CORPUS. Dat is erg boeiend. Ik ben er ooit een of twee keer geweest, ook met de jongens. En dan maak je een reis door het menselijk lichaam, corpus. Je ziet het zo langs de A44 staan, dat grote gebouw, en dan kun je van top tot teen zien hoe wonderbaarlijk het lichaam – het corpus dus – is samengesteld. Corpus betekent lichaam, maar het is ook nog weer verwant aan woorden als 'corporatie'. Ook daarin zit het: een georganiseerd verband. Een coöperatie is weer een ander begrip, maar corporatie... en incorporeren. Nou, ik geef toe, het is een wat elitair woord: incorporeren, maar dat betekent eigenlijk letterlijk 'inlijven'. Dat is natuurlijk leuk, want 'lijf' is ook weer gewoon het lichaam; inlijven wil dus zeggen: in het lichaam plaatsen. Vandaar dus letterlijk inlijven. Ik heb vorige week op Urk gesproken en toen begon ik met Psalm 87. Voor de refo's onder ons, of in ieder geval voor wie die achtergrond heeft: die kennen Psalm 87 wel. In de berijmde versie gaat het erover dat God de volkeren inschrijft, en dan klinkt het: Hij zal hen tellen als in Israël ingelijfd. Terwijl ik het zeg, klinkt de melodie alweer in mijn hoofd! De volken worden dan als bij Israël ingelijfd beschouwd. Ik heb daar toen een hele toespraak over gehouden, dat ga ik nu niet nog eens een keertje overdoen. Wel een heel bijzonder thema trouwens, waar grote misverstanden over bestaan. Maar om dat inlijven ging het me even. We kennen heel wat woorden met korps, of corps met een 'c' – dat is de Franse spelling. Denk bijvoorbeeld aan het Corps Diplomatique. Wij wonen dus in Rijnsburg, maar het is ook weer vlakbij Wassenaar en daar heb je heel veel auto's rijden met kenteken CD. En dat wil zeggen: Corps Diplomatique. Die kunnen zomaar door rood rijden – tenminste, die reputatie hebben ze dan – zonder een bekeuring te krijgen. Sorry dat ik dat nu zo zeg, maar in ieder geval: Corps Diplomatique wil zeggen het lichaam van de diplomaten eigenlijk. Het is een lichaam als een georganiseerd geheel, want dat is eigenlijk wat een lichaam ook is. Het is organisch, maar het is één geheel. Er zijn zoveel functies en het hangt allemaal samen, en het wordt allemaal vanuit één hoofd geregeerd; zo functioneert dat. Maar je hebt bijvoorbeeld ook een muziekkorps. Ook daarin zit dat woordje korps, waarbij de gedachte natuurlijk ook is: je hebt zoveel verschillende instrumenten, maar er wordt één muziekstuk gespeeld. En tezamen als een lichamelijk geheel functioneert dat. Dus de hele associatie met een lichaam, een corpus, is niet zo gek. Maar je hebt ook een brandweerkorps, een legerkorps, een studentencorps heb je ook nog. Ik zeg het eigenlijk alleen maar om even aan te geven hoeveel woorden wij alleen al in het Nederlands kennen waarin dat woordje korps voorkomt. Maar wat je nu vast moet houden is dit gegeven, namelijk dat het woordje elite dus te maken heeft met uitkiezen. Een elite is dus uitgekozen, het is een geselecteerd geheel of een geselecteerd gezelschap. En dat woordje korps wil zeggen dat het een lichaam is, heel letterlijk. Dat is wat het woordje dus betekent: een lichaam. En neem nu eventjes de woorden samen: een uitgekozen lichaam is er dus, een elitekorps. Eigenlijk heb ik het daarmee al toegelicht. Nog niet de bonnetjes geleverd, maar dat komt nog. Als ik zeg dat de ekklesia — de gemeente, zo u wilt —, dat volk dat verzameld wordt in onze dagen uit alle natiën, dat volk heeft de status voor God als een elitekorps. Dat wil zeggen: het is uitgekozen en het vormt tezamen een lichaam. En beide waarheden, beide gegevens zijn heel duidelijk, en ik richt me nu eigenlijk vooral op de brieven van Paulus. Paulus is de enige apostel die daarover spreekt: over de ekklesia als lichaam van Christus. Het is een van dé thema's in al zijn brieven. En dat wil ik u graag laten zien: de ekklesia als elitekorps. ▶ 12:24 Uitverkoren in Christus Vóór de Grondlegging Der Wereld ↑ hoofdstukken Ik ga even naar Efeze 1 toe. Misschien is dat wel het hoofdstuk bij uitstek waarin dit naar voren gebracht wordt. Ik lees uit het eerste hoofdstuk vanaf vers 3, en dat vangt aan in de NBG-vertaling — en als het anders is, dan geef ik dat wel aan: "Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus..." Gezegend betekent in het Grieks letterlijk: goed zij gesproken van de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die door God is opgewekt uit de doden en tot Heer en tot Christus is gemaakt. "...die ons zegent met alle geestelijke zegen." Dat 'die' verwijst natuurlijk naar de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons zegent met alle geestelijke zegen. Kijk, hier wijk ik alweer af van de NBG-vertaling. Helaas hebben de vertalers dat woordje 'alle' kennelijk te gortig gevonden en hebben ze ervan gemaakt: 'met allerlei geestelijke zegen'. Maar dat is een reductie plegen op de tekst, want er staat toch echt gewoon 'alle'. Dus: Hij die ons zegent met alle — of elke — geestelijke zegen, te midden van de hemelsen en in Christus. Dat het 'alle' is, is ook niet zo gek. Het heeft namelijk te maken met het feit dat wij die zegeningen ontvangen in Christus. Ik ga er nu gemakshalve even vanuit en spreek u aan als dat korps. Het kan natuurlijk zijn dat mensen zeggen: "Ik heb geen idee waar je het over hebt," of: "Ik hoor daar niet bij." Prima, daarover straks trouwens nog iets heel moois. Maar dat lichaam is gezegend met alle geestelijke zegen. Het feit wordt gesteld: Hij zegent met elke of alle geestelijke zegen. Dat woordje 'alle' geeft simpelweg aan dat er geen geestelijke zegen is die wij niet hebben ontvangen. Denk maar aan welk aspect ook: elke geestelijke zegen hebben we ontvangen, en wel in Christus. Dan begrijp je meteen waarom het niet 'allerlei' is, maar inderdaad 'alle'. Want Hij is door God verhoogd, opgewekt uit de doden. Zoals ik zojuist al zei: Hij is tot Heer en tot Christus gemaakt, Hij heeft een positie boven alles ontvangen en Hem is niets onthouden wat God beloofd heeft. Hij heeft alles ontvangen, en zij die met Hem verbonden zijn, die in Hem zijn, delen daarin. Het is ook wel mooi, dat voorzetsel 'in': in Christus. Daar zit eigenlijk al de gedachte in dat wij ingelijfd zijn. Je kunt er niet omheen, en later in het hoofdstuk staat dat ook gewoon expliciet. Maar het woordje 'in' suggereert dat al: Christus Jezus heeft die positie daarboven ontvangen, te midden van de hemelsen — in de hemelse gewesten, het is maar om het even — in de regionen hierboven, dat wat zich aan ons zicht onttrekt. In de allerhoogste wereld, in de onzienlijke wereld, heeft Hij de plaats ontvangen boven alles. Hij heeft alle geestelijke zegen ontvangen, en zij die met Hem verbonden zijn of in Hem zijn ingelijfd, delen daarmee ook in al die zegeningen die Hij heeft ontvangen. Dat is natuurlijk ongekend en onvoorstelbaar. Te midden van de hemelsen worden we in onze gedachten verplaatst naar regionen die wij hier op aarde helemaal niet kennen. Maar Hij is daar aan Gods rechterhand. Daar is dus een Mens daarboven — we zullen dat straks ook nog zien: boven alle overheid en gezag. Daar is een Mens lichamelijk opgewekt uit de doden en Hij heeft die positie ontvangen. En in Hem worden wij gezegend met elke geestelijke zegen, daar te midden van de hemelsen en wel in Christus. En dan staat er vervolgens — want daar gaat het me om: "Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren..." Weer dat 'in Hem'. Maar dan ook 'uitverkoren'. Nu komen we meteen weer terug op dat woordje 'elite' waar we het over hadden: we zijn uitgekozen om in Hem te zijn, in Hem uitgekozen om de positie die Hij heeft te delen. Dat is dus heel elitair: je bent uitgekozen. Een heleboel mensen hebben daar natuurlijk heel veel moeite mee, en ik begrijp ook heel goed wat er in de theologie allemaal met uitverkiezing is gedaan. Want ja, je bent óf uitverkoren, óf je bent niet uitverkoren. En als je niet uitverkoren bent, dan zijn er twee wegen: de gedachte van eeuwig wel of eeuwig wee. God zou dan van tevoren, voor alle dingen, mensen hebben uitgekozen voor de hemel — ik zeg het maar eventjes gewoon zo platgeslagen — en de rest is hopeloos. Daar heb je allerlei varianten in, maar het is een heel droevig verhaal. Zelfs voor degenen die in dat geval uitverkoren zijn, want zij moeten dan toch tot in der eeuwigheid leven met de gedachte dat de rest het niet gehaald heeft en niet uitgekozen is. Het valt me zelf moeilijk om dit samen te vatten, want ik vind het idee ronduit goddeloos om zo over onze God en Vader te denken. Maar uitverkiezing is een bijbels feit! Het heeft niet te maken met die karikatuur van uitverkiezing. De reactie die je daar in de christelijke wereld op kreeg, was de gedachte: "Nee, God kiest niet uit, het gaat om onze keuze. Jíj moet kiezen." Maar uitverkiezing is een bijbelse waarheid: God kiest uit. En dat wij in Hem zijn, staat vóór alle dingen al vast, want dat staat er hier ook bij: Hij heeft ons in Hem uitverkoren. Vanaf wanneer dan? Vóór de nederwerping der wereld. Dat betekent gewoon: voordat deze wereld geboren werd. Nederwerping is eigenlijk ook een term voor geboorte of geboren worden. Maar voordat deze wereld tot stand kwam en nedergeworpen werd, toen reeds had God zijn keuze gemaakt. Dat betekent dus dat die keuze om in Hem te zijn al vastlag ver voordat wij geboren waren en goed of kwaad hadden gedaan. Ik citeer het expres zo, want in Romeinen 9:11 staat dit immers: daar gaat het over Jakob en Ezau, en er staat dat toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan, opdat het verkiezend voornemen van God zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond van Hem die riep. Als God kiest en een voornemen, een plan heeft, dan heeft dat niets te maken met onze werken. Want die dingen lagen al vast ver voordat wij geboren waren, en onze ouders geboren waren, en onze grootouders — sterker nog: voordat deze wereld geboren werd, toen had God reeds gekozen. Dat staat dus helemaal los van wie wij zijn, van onze keuzes en van wat wij doen. Dat betekent ook dat die keuze vastligt: God heeft zijn keuze gemaakt. Hij heeft ons in Hem uitverkoren vóór de nederwerping der wereld. Dan heb je dus die elite. En dan: "...ons voorbestemmend tot het zoonschap." Het ene heeft te maken met uitkiezen, het andere met wat u wel kent als predestinatie: 'pre' betekent voor en 'destinatie' is bestemming — voorbestemming. God bestemt tevoren. Hij heeft ons voorbestemd tot het zoonschap, tot de zoonstelling, om de erfenis in ontvangst te nemen. Het gaat erom dat het allemaal al in Gods voornemen lag. God heeft het geheel, de schepping op het oog, maar daarin zijn er ook groepen, klassen en orden. Daar kiest Hij voor. Ik kom er straks nog uitgebreid op terug, maar Hij heeft het geheel op het oog. En daarin heeft Hij een plan met allerlei groepen, en in dit geval met de ekklesia die in onze dagen wordt verzameld. ▶ 23:19 Christus als Hoofd en de Ekklesia als Zijn Lichaam ↑ hoofdstukken Helemaal aan het einde van het hoofdstuk – van Efeze 1 bedoel ik – wordt er gezegd dat God als Vader alles onder Zijn voeten heeft gesteld, dat wil zeggen onder de voeten van de Heer Jezus Christus. Paulus refereert hier ook aan Psalm 8: de Zoon, de ben-Adam, alles is onder Zijn voeten gesteld. En Hem, staat erbij, heeft Hij als Hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia. Hij wordt het Hoofd boven alles. Dat vers had ik er eigenlijk even bij moeten nemen, maar in ditzelfde hoofdstuk, in vers 10, wordt inderdaad gezegd dat God in de volheid der tijden, wanneer alle tijden tot volheid zullen komen, heel de schepping – alles wat in de hemel en op de aarde is – onder één Hoofd zal samenbrengen. En in Hem hebben wij ook het erfdeel ontvangen. Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als Hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia. Dit is heel apart. De ekklesia – ik zei al, dat is een uitroepsel, dus ook alweer een selectie. Maar wat geeft God aan Zijn Zoon, aan de Heer Jezus Christus? Hij geeft aan Hem de ekklesia. Hij is het Hoofd boven alles en in die hoedanigheid geeft God aan de Heer Jezus Christus de ekklesia. De zin moet ik nu doorlezen, want er staat bij: "die Zijn lichaam is." Kijk, dat is het corpus van Hem, Zijn lichaam. God geeft aan de Heer Jezus Christus die ekklesia, die elite, om Zijn lichaam te zijn: die Zijn lichaam is. En dan staat er nog bij: "de aanvulling van Hem, die alles in allen vervult." Nou, dat is een hele mond vol, hoor! Het zijn geweldige waarheden. Maar denk alleen al aan wat hier staat: de aanvulling van Hem. Moet u zich voorstellen: die ekklesia vult de Heer Jezus Christus aan. Is Hij dan incompleet? Ja, het strikte antwoord is ja, want als Hoofd is Hij incompleet. Een hoofd heeft nu eenmaal een lichaam nodig; dat zit in die gedachte opgesloten. Hij is het Hoofd, maar Hij deelt die positie met een lichaam, en dit is Zijn complement – niet compliment, maar Zijn complement, dat wil zeggen Zijn aanvulling. Zoals mijn lichaam het hoofd aanvult. Omgekeerd trouwens ook, want een lichaam zonder hoofd is ook niets. Het één veronderstelt het ander. Hij is het Hoofd boven al wat is, en in die hoedanigheid krijgt Hij de ekklesia als het ware cadeau. Dat is Zijn lichaam, in feite een regerend lichaam. Hij gaat die taak als Hoofd boven al wat is uitoefenen mét een lichaam. Dat is eigenlijk ook een hele logische gedachte, dat Hij dat niet alleen doet, maar dat Hij die functie om heel de schepping tot God terug te brengen vervult met dat gezelschap. En dat is – ja, als ik het zo mag zeggen – heel elitair, maar dan begrijpt u het in dit geval in de neutrale of liever gezegd in de positieve zin van het woord: een uitgelezen, geselecteerde groep die Hem aanvult. En waarom? Omdat de rest van de schepping God eigenlijk niet interesseert en het alleen maar om hen gaat? Nee, integendeel! Dat lichaam heeft juist de functie om alles in allen te gaan vervullen. Dat wil zeggen: heel de schepping wordt tot volheid gebracht. Later in hoofdstuk 4 vers 10 wordt dat ook gezegd: dat Hij alles tot volheid gaat brengen. En dat doet Hij dus middels Hoofd en lichaam. Dat is een onvoorstelbare waarheid: dat wij delen in Zijn positie. Een paar verzen later zegt Paulus in Efeze 2 ook dat Christus vandaag aan Gods rechterhand gezeten is, en dan staat er dat Hij ons, de ekklesia, doet samen zitten met Hem. Wij zijn daar! Dat is onze positie. Natuurlijk, wij zitten hier nog op aarde, in feite voor spek en bonen, want dáár is onze echte positie, dáár worden we gerekend. Het punt is juist dat we geroepen zijn om te bedenken wat boven is, want daar is ons leven, niet hier. Daar is het echte leven, en juist dat geeft zo'n geweldige waarde aan ons bestaan hier: om die dingen te bedenken die daar zijn. Maar Hij is het "die alles in allen vervult". En dat doet natuurlijk denken aan een ander Schriftwoord: dat aan het einde van Christus' heerschappij God zal worden alles in allen. Heel de schepping heeft God op het oog! Ik vind het heerlijk om daaraan te denken. En dan, alleen dan, met dat in gedachten, kun je uitverkiezing inderdaad als een geweldige waarheid beleven. Want dan denk ik: waaraan heb ik het verdiend dat ik uitgekozen ben? God bestemt heel de schepping voor Zijn heerlijkheid, maar dat je dan in dat plan van Hem de allerhoogste positie mag gaan delen met Hem! Heeft dat iets te maken met onze bekwaamheid? Nou, nu ga ik u even met beide benen op de grond zetten, want er is geen sprake van gezweef. Dit is onze positie, maar mocht je elitair gaan denken in de negatieve zin van "wij zijn beter, want ja, hallo" – nou, dan wil ik u even meenemen naar wat Paulus zegt aan het slot van 1 Korinthe 1. ▶ 30:05 Niet Vele Wijzen of Aanzienlijken ↑ hoofdstukken Daar zegt hij tegen de Korinthiërs – hij had hen juist aangesproken ook als geheiligden, het is Christus' lichaam ook, zo begint hij die brief ook; dat is de positie – maar dan herinnert hij hen even, heel subtiel (nou ja, wat heet), aan hun afkomst. En dan zegt hij: ziet slechts, broeders, wat gij waart toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Met andere woorden: die wijsheid, invloed of aanzien, dat is geen pre bij God. Het is niet zo dat als jij aanzienlijk bent of rijk bent – nou, in dit geval over wijsheid en invloed gesproken – dat dat voorrang geeft. Het is zelfs omgekeerd, maar het is dus in ieder geval geen pre. Trouwens, ik moet er ook meteen weer bij zeggen: het is ook niet per se uitgesloten, want er staat: niet vele. Dus er zijn er wel, hoor! Het is niet zo dat als ik toevallig op aarde een invloedrijke of hooggenoteerde academische functie heb of weet ik veel wat, dat ik dan niet in aanmerking zou komen. Nee, het gaat er juist om dat het er helemaal los van staat. Dat heeft er niks mee te maken en het is in ieder geval geen pre. Met andere woorden: Paulus zegt eigenlijk dat als hij goed rondkijkt in de Korinthische ekklesia, hij er wel enkelen aantreft, maar dan moet hij wel heel goed kijken. Want in het algemeen geldt: niet vele wijzen, niet vele invloedrijken en niet vele aanzienlijken. Integendeel, Paulus keert het eigenlijk gewoon helemaal om: wat voor de wereld dwaas is, dat heeft God uitverkoren. Dat is eigenlijk wat God selecteert. Hij kiest iets uit, maar je moet ook goed inzien waarom dat zo is: het staat volledig los van intellectuele capaciteit. Wat voor de wereld dwaas is, kiest God uit. Waarom? Nou, om de wijzen te beschamen. Dat wil zeggen: vooral de mensen die zichzelf als wijs achten, want juist daar zit het probleem. En wat voor de wereld zwak is, dat kiest God uit om wat sterk is te beschamen. Met de gedachte daarbij: verbeeld je nou maar niks om je kracht, fysiek of in andere opzichten, en verbeeld je niks vanwege je intellectuele loopbaan of de positie die je inneemt. Het heeft er niks mee te maken. En dat doet God juist om aan te geven: dat telt voor Mij niet, Ik trek Mijn plan. Hij keert de menselijke rangorde helemaal om. En dan in vers 28 onderstreept hij het nog eens: en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is – terecht of ten onrechte, maar zo kijkt de wereld. De wereld heeft zo haar maatstaven. En laten we eerlijk zijn: die hebben wij, als we niet uitkijken, zomaar ook. Dat je denkt in termen van verdienste en van aanzien, want dat is dan toch waar we belang aan toekennen. Maar wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, dat heeft God uitverkoren: dat wat niets is. Hij kiest datgene uit wat in de wereld niks is en niks voorstelt, om aan hetgeen wel iets is – of wel iets meent te zijn – zijn kracht te ontnemen. Daar zijn hele mooie illustraties van. Ik wil er nu niet te diep op ingaan; we hebben daar in het verleden vaak afzonderlijk aandacht aan gegeven. Maar ik wil er even op wijzen dat dat eigenlijk heel karakteristiek is voor de wijze waarop God opereert. Dat is niet alleen maar in de boodschap die Paulus predikt, maar je ziet dat ook in de Hebreeuwse Bijbel in prachtige geschiedenissen. Wat dachten we van de driehonderd man bij Gideon? Er was eerst een leger beschikbaar van notabene meer dan dertigduizend man. En allemaal worden ze weggestuurd. En weet je wat er overblijft? Een stelletje kerels van slechts driehonderd man, die slurpten als een hond, staat erbij. Een hond is in de Bijbel trouwens ook wel een beeld van iemand uit de natiën, een heiden. Maar die werden geselecteerd! Die driehonderd man blonk dus niet uit in het feit dat zij zo goed en krachtig waren. Nee, eigenlijk werden degenen geselecteerd die het minst geschikt waren. Dat zie je zo vaak: God keert gewoon een heleboel om. Wat dacht u van die geschiedenis van Jefta? Een jaar of tien geleden hebben we daar eens een hele serie over gehouden, over die richter. Jefta werd verworpen door zijn familie en verzamelde zich toen in het berglandschap Tof – 'Tof', ja zo heet dat echt, en dat betekent 'goed'. In het berglandschap, in de hoogte dus, verzamelde hij zich met lichte mannen; mannen die in moreel perspectief gediskwalificeerd waren en niet meetelden. Maar dat was nu juist het gezelschap dat Jefta om zich heen had. Een prachtig type van de Heer Jezus Christus – Jefta betekent immers: 'Hij die opent'. En natuurlijk denkt u dan ook aan dat gezelschap dat David om zich heen verzamelde in Adullam. Hij was al gezalfd om koning te zijn, maar het zou nog een hele tijd duren voordat hij daadwerkelijk de troon zou krijgen en innemen. Maar toen had hij daar in een grot, in het verborgene, allemaal mensen om zich heen die maatschappelijk gezien outcasts waren: mensen die in de problemen zaten en schuldeisers hadden. Ik ben de precieze beschrijving eventjes kwijt, maar wij zouden zeggen: daar geef ik geen stuiver voor. Maar dat waren nu juist de mensen die David om zich heen had. En het prachtige type is natuurlijk dat op het moment dat David daadwerkelijk koning wordt, dat gezelschap gaat delen in zijn koningschap. Zij gaan delen in die positie en krijgen allerlei elitefuncties, om zo te zeggen. Kijk, dat is waar Paulus het hier ook over heeft: alle ideeën over waarde, capaciteit en aanzien kun je parkeren, want het heeft er niks mee te maken. Dat is volstrekt oninteressant. En dan het echte motief; dat vind je in vers 29 van 1 Korinthe 1: 'Opdat geen vlees zou roemen voor God.' Met andere woorden: zodat je niet op basis van wat jij denkt te kunnen en te hebben roem zou hebben bij God. Zo van: 'Ja maar, ik was wel zo verstandig om de goede keuzes te maken', of: 'Ik ben toch niet zo slecht', of: 'Ik ben toch wat beter dan...'. Absoluut niet, vergeet het! Dat is elitair denken waar geen enkele grond voor is. God kiest uit, jawel, maar dus niet op basis daarvan. Ik heb daar een hele mooie one-liner voor. Ik heb hem trouwens niet van mezelf, maar ik vond hem heel puntig de boel samenvatten: God kiest geen bekwamen, maar Hij bekwaamt die Hij kiest! Dat is een heel groot verschil, hè? En dan begrijp je ook dat Hij per definitie, en eigenlijk gewoon als regel (met misschien een enkele uitzondering), juist onbekwamen kiest, zodat duidelijk wordt dat Zijn keuze niet gebaseerd is op bekwaamheid en op iets van de mens. Dat is wat Hij doet: Hij bekwaamt mensen en Hij geeft de capaciteit die daarvoor nodig is. Dat heeft niks te maken met je eigen doen en laten of met je eigen prestaties. Integendeel, prijs God dat het zo is, want daarmee is alle roem en alle eer aan Hém. ▶ 39:27 Een Elite met een Alomvattende Boodschap ↑ hoofdstukken Nu wil ik nog iets zeggen over een elite met een alomvattende boodschap. Want er zit hierin – en dat is een van de dingen die ik vanmorgen graag duidelijk wil maken – iets paradoxaals. Dat wil zeggen: het lijkt tegenstrijdig. Kijk, ik loop daar zelf ook heel vaak tegenaan: de ekklesia is een elite. Heel veel mensen denken dan dat het heel groots is, maar dat geloof ik helemaal niet. Op het moment dat je dat uitspreekt... nee, het is inderdaad een selectie. God heeft zijn keuze gemaakt, en dat is juist niet groots. Maar ik moet er wel meteen bij zeggen dat dit juist zo is omdat zij zo'n alomvattende boodschap toevertrouwd heeft gekregen. Laat ik het gewoon eens zeggen aan de hand van wat Paulus aan Timotheüs voorbrengt. Dan lees je dit: God onze Redder. Paulus schrijft dat dus aan Timotheüs, en het is eigenlijk ook de inleiding tot een soort mission statement: waar het nou eigenlijk om gaat, wat de boodschap is die aan hem is toevertrouwd, wat hij uitdraagt en wat Timotheüs als zijn medewerker daarin deelt. "God onze Redder" – daar ging het over in het voorgaande vers – "die wil dat alle mensen gered worden." Als je de kanttekeningen van de Statenvertaling erbij leest, weet je wat er dan staat? Ik wel, ik heb het nagelezen. Er staat dat God daarmee 'allerlei mensen' bedoelt. Want als Hij alle mensen zou willen redden, dan zou Hij ook alle mensen redden, maar dat kan natuurlijk niet, dus moet het 'allerlei' zijn. Ik citeer niet woordelijk, maar dit is de strekking van de kanttekening in de Statenvertaling. Dit zeg ik overigens helemaal niet om naargeestig te doen, maar ik wil dat misverstand – dat eufemistisch is – gewoon benoemd hebben. Want God wil dat álle mensen gered worden. En het is namelijk ook zo. Dan zie je hoe men zich vervolgens in alle bochten moet wringen om dat recht te breien. Want even later, in deze zelfde brief, in hoofdstuk 4 vers 10 – u kent het wel – lees je niet alleen dat God alle mensen wil redden, maar ook dat Hij de Redder is van alle mensen. Paulus zegt daar: "Het is een geloofwaardig woord en alle aanneming waardig. Want hiertoe arbeiden wij en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop hebben gevestigd op de levende God, die een Redder is van alle mensen." Dat is de boodschap! "Inzonderheid van de gelovigen" – dat is weer speciaal, dat is weer die elite, een bijzondere groep in dat geheel. God wil alle mensen redden; Hij is een Redder van alle mensen. En deze boodschap wordt uitgedragen. Er zijn er die het mogen geloven. Ik citeer – wie was dat ook alweer, ik geloof dat Bokke Jager dat ooit eens zei: "Het is zo groots, het wil er bij niemand in, tenzij je ogen en oren daarvoor geopend worden." Want anders denk je: nee, dat kan niet. Ik heb zo vaak gehoord: "Het is te mooi om waar te zijn." Maar als God je ogen daarvoor opent, dán geloof je dat. En is dat elitair? Nee, juist niet! De boodschap is juist: Hij is een Redder van alle mensen. Als je dat mag geloven, bevind je je in die groep van alle mensen, in die alomvattende groep. Je hebt een speciale positie omdat je het nu al mag weten, mag kennen en inderdaad mag uitdragen, want dat is de boodschap die ons is toevertrouwd. Paulus zegt ook: hiertoe arbeiden wij, dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig. In 1 Timotheüs 2 staat het dus zo: God wil dat alle mensen gered worden en tot besef van de waarheid komen. Welke waarheid? Dat God alle mensen wil redden. En wie dat beseft – want dat is eigenlijk het woord dat hier gebruikt wordt: epignosis – wie dat beseft, erkent en belijdt, dat is degene die mag geloven. Daarom wordt die boodschap ook uitgedragen. De boodschap is zo simpel: God redt alle mensen. Mijn kleinzoon van drie kan het begrijpen. Wat is nou de boodschap, wat is nou het evangelie? God wil alle mensen redden, Hij is een Redder van alle mensen! Hoe dan wel? We gaan even verder, want Paulus verklaart dat nader. Hij zegt: "Want er is één God." Dit is redengevend: want er is één God. Aangezien er één God is, kan niemand ook zijn plan verijdelen. Stel je voor dat het af zou hangen van onze keuze, dan heb je ineens miljarden goden die de wil van God zouden kunnen dwarsbomen of verijdelen. Dat lijkt het ophemelen van de mens, als je zegt: "Ja, maar de mens heeft een vrije wil en die kan Gods wil dwarsbomen." Maar dan ben je gewoon in het meergodendom aangeland, want dan zijn er heel veel goden. In feite heb je dan helemaal geen God meer, want op het moment dat er meer dan één God is, heb je geen God meer. God is namelijk degene die alles beschikt; daar kan er maar één van zijn. Er is één God, Hij plaatst de dingen en wij zijn creaties, werk van zijn handen. En als je Hem mag zien, is dat omdat Hij je daar ogen voor heeft gegeven. En als je het mag horen, komt dat omdat Hij je daar oren voor heeft gegeven – geopende oren, waardoor het in je hart terechtgekomen is. Er is één God, en bovendien: er is ook één Middelaar van God en mensen, een mens, Christus Jezus. Daar is heel gecompliceerd over gedaan, maar de Bijbel zegt gewoon: er is één God en er is ook één Middelaar. En zo uniek als God is, zo uniek is ook deze Middelaar van God en mensen. Een mens – er staat niet dé mens, maar: een mens, Christus Jezus. En weet u waarom? De gedachte daarbij is dat God tot de mens komt via Christus Jezus, de Zoon die het beeld is van God. En omgekeerd trouwens ook: de mens komt tot God via Hem. Hij is de weg, de waarheid en het leven, de waarachtige, levende weg. Die ene mens, Christus Jezus, is die Middelaar van God en mensen. En waarom dan, wie is die mens en wie is die Middelaar? Wel, Hij die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Welke allen? Allen die God wil redden dus. Tweeduizend jaar geleden werd er een prijs betaald. De wereld sloeg Gods Zoon aan het kruis, en dat was de prijs die Hij betaalde: de prijs van de dood. God heeft Hem uit de doden opgewekt, en dat leven dat toen aan het licht kwam – onvergankelijk leven – dat gaat Hij aan alle mensen geven. De prijs is wat er plaatsvond toen Hij op Golgotha stierf. De verlossing die daarmee gegarandeerd is, dat is het leven dat Hij aan het licht brengt. Hij heeft Zich gegeven tot een losprijs voor allen. Een losprijs wordt betaald voor degene die gevangen zit. We zijn allemaal stervelingen, gevangen in de dood, en er is Eén die een prijs betaald heeft, zodanig dat wij verlost en bevrijd kunnen worden. En die prijs is betaald. Voor wie? Voor allen! Allen die God wil redden. God heeft een plan, God heeft een wil, en Hij wil heel de mensheid redden. Hij is die ene God, dus er is er maar één die dat beschikt. En Hij realiseert dat door de Middelaar, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, om allen te verlossen. De prijs is betaald! En dan staat er nog bij: "het getuigenis op de eigen tijden." Ik wil daar nu niet te veel op ingaan, maar ik denk dat dat gewoon betekent: dit getuigenis van die ene God en die ene Middelaar zal eenmaal door iedereen getuigd worden. Dit getuigenis zal klinken, elk op zijn eigen tijd. En wij mogen dit getuigenis, deze waarheid, nu al laten klinken. Er komt een moment, maar ook dat gebeurt gefaseerd, dat eenieder in zijn eigen tijd dat zal getuigen. En Paulus zegt er nog bij – en daarmee is ook aangegeven hoe basaal dat is –: "Ik ben daartoe als een heraut en een apostel gesteld." Een prachtige manier om aan te geven wat zijn missie dus is. Waartoe is hij nou gesteld? Nou, tot dit getuigenis van de ene God die allen wil redden en die ene Middelaar die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Paulus zegt: "Ik ben daartoe gesteld." Neergezet. Waarom? Nou, om dat vervolgens te herauten. Herauten betekent gewoon bekendmaken. En moeilijk is het niet, hè? Ik bedoel, dat we allemaal sterfelingen zijn en gevangen zitten in de dood, dat weten we allemaal. En dat we allemaal doelmissers zijn alleen al om die reden, dat weten we ook allemaal. Maar de boodschap is: er is één God, en Hij laat een getuigenis klinken door de losprijs die is betaald, en de verlossing is al aan het licht gekomen toen Hij opstond uit de doden. Paulus zegt: "Ik ben daartoe gesteld, in geloof en waarheid, als een leraar van de natiën." Deze waarheid zou geloofd worden. En vandaar ook dat Paulus gesteld is, neergezet is, geroepen is. Niet omdat hij daarvoor gekozen had, integendeel: God heeft hem gegrepen op de weg naar Damaskus, Hij heeft Zich bekendgemaakt en hij is omgekeerd. En nu mag Paulus dit gaan herauten. Hij is daartoe ook afgevaardigd, rechtstreeks. Hij spreekt namens Christus Jezus, ook als een leraar van de natiën. Nu is de gedachte: Israël is gestruikeld en nu gaat vervolgens de boodschap van de verzoening der wereld naar de natiën. Romeinen 11. Ja, ik zeg een heleboel, dat weet ik, maar ik noem er expres teksten bij zodat u het ook kunt nagaan. Ik hoop dat u voelt hoe geweldig de boodschap is van die elite die God heeft gekozen om Zijn lichaam te zijn. Die heeft een hele bijzondere boodschap toevertrouwd gekregen, namelijk van die geweldige God die een plan heeft waar niemand buiten valt. Niemand! En eenieder in zijn eigen tijden, ieder in zijn eigen rangorde, zal Hij dat gaan realiseren. En die elite heeft ook te maken met eerstelingen: degenen die als eerste zijn geroepen. Sinds Christus is opgestaan uit de doden wordt er nu een gezelschap verzameld dat de allerhoogste positie krijgt. Nou, ik wil nog een paar afsluitende opmerkingen maken, gewoon ook om het nog even, zoals dat heet, te recapituleren; even in stukjes samen te vatten. ▶ 53:24 De Ekklesia Onderscheiden van het Koninkrijk ↑ hoofdstukken De ekklesia is een elitekorps. En je moet je dus realiseren dat het niet het totaal van alle geredden is. Ik begrijp dat dit voor veel mensen problematisch is. Eigenlijk, als je geen kerkelijke achtergrond hebt, is dit veel simpeler te ontvangen en te begrijpen dan wanneer je van kindsbeen af bent opgevoed met kerkelijke dogma's en met al de ideeën die daarmee verband houden. Om daarvan los te komen – ik zou er heel frappante voorbeelden van kunnen geven – sommige mensen doen daar hun hele leven over. Dat is geen sinecure, hoor. Denk bijvoorbeeld aan het hele idee dat destijds al in de vroege kerkgeschiedenis ontstond, later ook in de Rooms-Katholieke Kerk, en dat ook de protestantse kerken hebben overgenomen: Artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin staat dat buiten de kerk geen zaligheid is. Kijk, als je in die termen denkt en je zegt dat de ekklesia helemaal geen groot gezelschap is, dan denk je: "O mijn hemel, dat is elitair! Hij denkt dat alleen maar..." Nee, dat is het punt niet. De ekklesia is niet het totaal van alle geredden. En het hele idee dat men spreekt over 'de kerk van alle eeuwen, van Adam tot de jongste dag' – dat kent de Bijbel niet. De ekklesia is een heel bijzonder gezelschap dat geroepen wordt sinds Christus verhoogd is aan Gods rechterhand, en die gevormd, verzameld en uitgeroepen wordt om die positie met Hem te delen. Hij heeft nog veel meer groepen, veel meer volkeren. Nou ja, ik kom daar straks nog even op terug: er zijn nog zoveel meer orden en klassen. En nog even dit, eigenlijk helemaal in het verlengde daarvan: de ekklesia valt dus ook niet samen met Gods Koninkrijk. Mensen denken vaak dat dat hetzelfde is: de kerk zou het Koninkrijk van God zijn. Nou, dat kun je rustig op je buik schrijven. Sterker nog: Gods Koninkrijk is uiteindelijk wereldomvattend. Straks gaat het geopenbaard worden, maar nu is het sowieso een verborgen aangelegenheid. Sommige mensen zingen in opwekkingsliederen: "Jezus is Koning en je ziet het overal om je heen." Ja, echt waar? Nou, dat is dus niet zo. Je ziet het helemaal niet om je heen; je ziet juist niks. Dat is het lastige van de boodschap die we kennen. We weten het en je kunt het onderbouwen vanuit de Schrift, maar het is in onze dagen nog steeds verborgen. Maar goed, uiteindelijk omvat dat Koninkrijk hemel en aarde; Hij zal heersen over alles. En alles in hemel en op aarde wordt onder Zijn voeten gesteld, onder de voeten van Christus. En daarmee – zeg ik er meteen bij – dus ook onder ons, want wij zijn immers Zijn lichaam. Wij delen in die positie. Terwijl ik het zeg, denk je bijna: "Nee, dat kan toch niet?" Moet je nagaan: zelfs als je ermee vertrouwd bent, denk je iedere keer weer: wat is dit kolossaal groots! En dat is het hele verhaal. Men spreekt dan over die term dat Christus aangesproken wordt als de 'Koning der kerk'. Dat is dus ook niet zo, want daar zit diezelfde gedachte achter dat de kerk samenvalt met het Koninkrijk. Nee, Hij is niet de Koning van de ekklesia; Hij is het Hoofd van het lichaam. Dat is een heel andere verhouding! Hij is Koning van Israël, Hij is Koning van de natiën, maar Hij is niet Koning van de ekklesia. Kijk het maar na in de Bijbel; je zult het nergens zo aantreffen. Wij maken deel uit van het lichaam van de Koning. Wij zijn niet dat Koninkrijk; wij maken deel uit van Zijn koningschap en daarmee ook van dat koninklijke lichaam, om zo te zeggen. En dat is wat je moet gaan leren. Als je eenmaal ziet dat de boodschap universeel is, zie je tegelijk dat er rangen en standen zijn. Het is heel hiërarchisch en top-down – dat is een ander onderwerp – maar er zijn orden en klassen. In Openbaring 12 vers 5 – ik had het in eerste instantie als passage er nog bij genomen, maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb – vind je die vrouw die in barensnood is. Die vrouw is Israël. En zij baart dan een mannelijke zoon die alle natiën zal hoeden. Daar zie je die verschillen ook: aan de ene kant heb je Israël dat Christus voortbrengt, inclusief Zijn ekklesia, maar Die vervolgens ook bestemd is om wereldwijd Zijn heerschappij over de natiën te vestigen, in dit geval ook vanuit de hemel. Waarom haal ik dit nu aan? Om aan te geven dat er in het Koninkrijk van God inderdaad allerlei groepen zijn. Israël is eigenlijk de koningin, de bruid. Wij maken deel uit van het lichaam van de Bruidegom. En daarnaast heb je dan ook nog eens alle bruiloftsgasten. Dat is ook een mooie metafoor: je hebt een bruidegom, je hebt een bruid en je hebt ook nog gasten. Maar als je het idee hebt dat de kerk – whatever that may be – alles omvat en de bruid is... waar zijn dan de gasten? Meestal wordt dat allemaal gewoon door elkaar gehaald. En dan als laatste: houd die vast. ▶ 01:00:12 Het Alomvattende Evangelie: Redding voor Allen ↑ hoofdstukken De ekklesia staat pal voor het evangelie dat naar haar aard alomvattend is. En waarom zeg ik dat zo? Wel, het evangelie in zichzelf is juist de blijde tijding dat God niemand uitsluit. Ik zeg dit eigenlijk ook om aan te geven, om een stem of een bewering te weerspreken die ik heel vaak heb gehoord: ja, dat God de Redder is van alle mensen, dat is de kers op de taart; dat is mooi, maar uiteindelijk gaat het daar niet om. Ja, dat moet ik echt weerspreken. Het is juist hét evangelie! De boodschap is juist niet: God wil jouw Redder zijn, of de Heer Jezus Christus wil jouw Redder zijn... Hoe zegt men dat dan? Men spreekt ook wel over het 'aanbod van genade'. Dat vind ik in de Bijbel niet. Het is geen aanbod, het is een mededeling! Hij is ook niet een Redder vóór alle mensen — want dan is het een aanbod: Hij is er voor jou als je het aanneemt. Nee, de boodschap is: Hij is de Redder ván alle mensen! Dus de boodschap die we mogen uitdragen aan wie dan ook, is: God is jouw Redder, of je nou gelooft of niet. Als je mag geloven, ja, dan is dat inderdaad een wonder boven wonder, om zo te zeggen. Het ene is een wonder, het andere is een wonder boven wonder. Er is nog weer iets speciaals voor als je dat nu reeds mag kennen. Maar Gods genade sluit niemand uit. Hoe was het ook alweer? Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en allen worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Dat is niet maar de kers op de taart, dat ís de boodschap: niemand uitgesloten! En dat betekent dus ook dat het een integraal onderdeel is — als ik het een beetje zo mag zeggen, heel technisch, maar ik bedoel dit te zeggen: de dood wordt tenietgedaan. Hoe dan wel? Door alle mensen levend te maken. Ja, dat is het geweldige van het evangelie. De boodschap van het evangelie is: de dood is overwonnen en zal eenmaal tenietgedaan worden. Dus elke boodschap — nou, ik eindig heel scherp — elke boodschap die zegt dat de dood uiteindelijk een blijvertje is, is geen evangelie! De Bijbelse boodschap is juist dat Christus Jezus de dood tenietdoet. Inderdaad, het is de laatste vijand. En hoe doet Hij dat? Door allen die in Adam gestorven zijn, levend te maken. Alsjeblieft. Amen. 🎧 de ekklesia als Gods elitekorps 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (!det) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { if (det.nextElementSibling !== target) { target.parentNode.insertBefore(det, target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { if (det.parentElement !== col || det !== col.lastElementChild) { col.appendChild(det); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var allTs = document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = document.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth = 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

11-10-2026 Lees verder

ingelijfd en geënt in Israël?

“Hen tellen, als in Israël ingelijfd”, klinkt in de berijming van Psalm 87. Maar spreekt de psalm werkelijk over heidenen die bij Israël worden gevoegd? En als Paulus in Romeinen 11 spreekt over het enten van wilde olijftakken in de olijfboom, betekent dit dan hetzelfde? Worden gelovigen uit de natiën inderdaad bij Israël ingelijfd? Of wijst Paulus gelovigen uit de natiën een heel andere plaats toe. Het antwoord blijkt verrassend…! .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak In tegenstelling tot de traditionele berijming van Psalm 87 leert de Schrift niet dat gelovigen uit de heidenvolken zijn ingelijfd in Israël. In Romeinen 11 worden gelovigen uit de natiën tegennatuurlijk geënt op de edele olijfboom, die het volk van God voorstelt dat licht verspreidt. Israël is wegens ongeloof tijdelijk terzijde gesteld en lo-ammi geworden om hen tot naijver te wekken, totdat de volheid der natiën is binnengegaan. Gelovigen in de huidige bedeling zijn niet ingelijfd in Israël, maar volgens Efeze ingelijfd in het lichaam van Christus en met Hem gezet in de hemelse gewesten. “Wij zijn niet ingelijfd in Israël; het is een verschil van hemel en aarde waar ik het nu over heb, letterlijk!” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Inleiding en Begroeting ▶ 01:32 Psalm 87: de Berijming Versus Wat de Schrift Zegt ▶ 16:02 Romeinen 11: Geënt in Plaats van Ingelijfd ▶ 22:01 Het Tegennatuurlijke Enten van de Wilde Olijftak ▶ 27:55 De Olijfboom als Gods Volk Dat Licht Verspreidt ▶ 35:38 Waarom Israël tot Na-ijver Wordt Gewekt ▶ 41:53 De Tijdelijkheid van Israëls Verharding ▶ 44:54 Ingelijfd in het Lichaam van Christus (efeze 1 en 2) ▶ 53:05 Het Geheim van de Christus en de Ecclesia (efeze 3) ▶ 00:00 Inleiding en Begroeting ↑ hoofdstukken Een hele goede middag, vrienden hier op Urk. Wat goed om elkaar weer te mogen treffen. Voordat ik het bijbelstudiethema wil aansnijden, wil ik heel hartelijk dankzeggen aan al degenen die mij een berichtje of kaart hebben gestuurd in verband met het overlijden van mijn vader, die gisteren begraven is in Aalsmeer. De man heeft een zeer gezegende leeftijd mogen bereiken van 95 jaar en tot op het einde heeft hij op zichzelf mogen wonen; hij was er nog zeer goed bij. Het is natuurlijk altijd verdrietig om bij zo'n gelegenheid afscheid te moeten nemen, en tegelijkertijd is het echt dankbaarheid die in dezen overheerst. En ja, zoals ik zojuist ook al eventjes zei: we zijn natuurlijk niet zonder verwachting. Bepaald niet, integendeel! En dat heeft gisteren ook mogen klinken. Dus dat wilde ik toch even gezegd hebben. Ik ben trouwens sowieso blij dat ik hier mag zijn, want het gaf heel wat hindernissen om hier te komen. Het is normaal altijd al vijf kwartier rijden, maar nu moest ik nog een uur langer rijden en had ik met heel wat hindernissen te kampen. Dat is in dit geval een aardige woordspeling, want ik moest inderdaad via Kampen hiernaartoe komen. ▶ 01:32 Psalm 87: de Berijming Versus Wat de Schrift Zegt ↑ hoofdstukken Ik wil jullie vanmiddag eens bepalen bij dit thema: 'ingelijfd en geënt in Israël?', met een vraagteken. Dat doet al iets vermoeden dat het misschien dan toch iets anders is dan wat we altijd gedacht hebben. Nou ja, ik ben op Urk en een heel flink aantal van jullie is toch wel vertrouwd met het boek van de Psalmen, in dit geval zelfs nog met de oude berijming waar ik uit wil citeren. In Psalm 87 vind je dit. Laat ik eerst kijken naar vers 3 uit de berijming van 1773; daar is gisteren ook uit gezongen in de kerkdienst. Mijn vader was nogal gesteld op die oude berijming. Dat is wat oud-Nederlands, maar goed: De Filistijn, de Tyriër, de Moren, Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht; Van Sion zal het blijde nageslacht Haast zeggen: "Deez' en die is daar geboren." En dan vooral dat vierde couplet, want daar snijd ik nu op aan: God zal ze Zelf bevestigen en schragen, En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft, Hen tellen, als in Isrel ingelijfd, En doen den naam van Sions kind'ren dragen. Ik zie een heel aantal gezichten van: dat herken ik. En zo gaat het met liederen, dat is trouwens ook de bedoeling. Ik heb daar nog niet zo lang geleden al eens aandacht voor gevraagd: de functie van liederen, ook het lied dat we met elkaar zingen in samenkomsten, heeft vooral een onderwijzend karakter. Heel veel mensen denken dat het even een soort van pauze is waarin het onderwijs ontbreekt en er even wat amusement doorgeschoven wordt, maar dat is niet de Bijbelse gedachte. De Bijbelse gedachte is juist dat het lied en de tekst daarvan beklijft. Dat is positief zo, maar negatief natuurlijk net zo: wanneer er onjuiste dingen gezongen worden, en zeker als de melodie daarin meewerkt en je dat al tientallen jaren zingt. Zo'n tekst als die ik hier nu projecteer is al 250 jaar oud, en dat heeft in vele generaties zijn beslag gekregen. Mensen hebben dat gezongen, en dan maakt het niet alleen deel uit van je herinnering, maar ga je denken dat het dus ook wel zo zal zijn. Ik ben de laatste om de berijming van de Psalmen af te katten, maar dat neemt niet weg dat er in de berijming heel wat uitleg zit. Er is heel veel theologie in meegekomen, in dit geval calvinistische theologie. Dat blijkt uit zoveel teksten. Het is niet zomaar de Bijbeltekst op melodieuze wijze gezongen; nee, er is echt heel veel met de tekst gedaan. Dat wil ik in dit geval even illustreren, want kijk wat de berijming zegt. Hier wordt gezegd dat van alle volkeren die door God worden genoteerd en geregistreerd op Zijn rol, Hij hen zal tellen als in Israël ingelijfd. De gedachte daarbij is – zo wordt het ook altijd uitgelegd en dat is ook de intentie geweest van degenen die dit zo berijmd hebben – dat gelovigen uit de heidenvolken die nu in de kerk zijn, een deel zijn geworden van Israël. Ze zijn bij Israël ingelijfd; eigenlijk zijn wij dus Israël geworden. Het wordt vaak vervangingstheologie genoemd, en in feite is het dat ook wel: wat ooit Israël was, heet nu de kerk, en in die zin is het een vervanging. Eigenlijk is de gedachte eerder: het was Israël, maar dat is nu uitgebreid naar alle volkeren. Dat wil zeggen dat alle gelovigen uit de volkeren gerekend worden als in Israël ingelijfd. Dat zegt de berijming, maar ik zal u zeggen: dat zegt de Schrift niet! Laten we die tekst er eens bij pakken, in dit geval uit de NBG-vertaling. Ik corrigeer hem niet, maar daar staat dit geschreven: Rahab [dat is een aanduiding voor Egypte, zoals ik dat hier ook aangeef] en Babel vermeld Ik als degenen die Mij kennen; zie, Filistea en Tyrus met Ethiopië: deze is DAAR geboren. God Zelf wordt hier sprekend ingevoerd. Met andere woorden: bij het opschrijven van de volkeren registreert God: deze is dáár geboren, namelijk in Babel, Filistea, Tyrus, Ethiopië, enzovoort. Ik wil er trouwens bij zeggen dat dit ook werkelijk een profetische psalm is, en dat hebben de berijmers zich ook goed gerealiseerd. Dit verwijst naar toekomende tijden. Toen de psalmist dit noteerde, werd er iets gezegd over de toekomst: dat Egypte, Babel en allen die daar vandaan komen, vermeld worden als degenen die Mij kennen. Dat is nogal wat! Maar let op die opmerking dat God zegt: "deze is dáár geboren." En van Sion wordt gezegd: Ieder van hen IS IN HAAR geboren, Hij, de Allerhoogste, bevestigt haar. Hier gaat het over Sion, dat wil zeggen Jeruzalem en alles wat met die naam verband houdt. Het is God Zelf, de Allerhoogste, die haar vaststelt en bevestigt. De gedachte is dus niet dat alle volkeren geacht of gerekend worden als in Israël ingelijfd. Nee, God maakt juist een verschil tussen wie onder de volkeren is geboren – dáár – en degene die in verbinding met Sion is geboren: in háár. Het is juist het onderscheid dat gemaakt wordt! En dan vervolgens vers 6: JAHWEH telt bij het opschrijven der volken: deze is daar geboren. Met andere woorden: als God de volkeren registreert, doet Hij dat heel nauwkeurig en onderscheidt Hij wie dáár onder de volkeren en wie in háár is geboren. Weliswaar heeft God een geweldige zegen beloofd voor de volkeren – al die volkeren die hier genoemd worden en al die geografische plekken zullen Hem eens kennen en erkennen, dat is waar – maar daarbij blijft juist het onderscheid bestaan tussen wie daar geboren is en wie in haar geboren is. Je krijgt dus eigenlijk precies de tegenovergestelde gedachte. Het punt is niet dat al die volkeren gerekend worden als in Sion geboren of als in Israël ingelijfd. Integendeel: God heeft een plan met Israël, speciaal met de stad Sion. Hij, als Allerhoogste, bevestigt haar, en via die stad gaat Hij de volkerenwereld zegenen en zullen ze Hem kennen en erkennen. Dat is waar, maar het onderscheid blijft bestaan. Het is juist dát volk dat is uitgekozen om het kanaal van zegen voor de hele volkerenwereld te vormen. Die hele gedachte die generaties lang, ook hier op Urk, is gezongen – dat Hij hen zal tellen als in Israël ingelijfd – was in die dagen heel vanzelfsprekend. Maar de afgelopen eeuwen is er nogal wat gebeurd wat eigenlijk onmogelijk leek: dat na tweeduizend jaar in het Midden-Oosten een volk weer terugkeerde naar haar eigen land. Daar hoef ik bijna niets over te zeggen, dat is elke dag wereldnieuws. Dat volkje daar, en vooral die stad Jeruzalem, is een steen des aanstoots, maar het speelt zo'n enorme rol. Daardoor zijn mensen er toch heel anders over gaan denken. Zou er dan toch iets aan de hand zijn met dat volk en met die stad? Dat is trouwens altijd een hele gevaarlijke ingang, als ik het eventjes toch mag toelichten. Want als je gedwongen wordt door de omstandigheden anders naar de Schrift te kijken, dan ben je zomaar geneigd om de Bijbel te gaan uitleggen aan de hand van dat wat je ziet en waarneemt. Er waren namelijk al in 1850, 1860, 1870 — ik heb zo'n boek ook nog in de kast staan van Darby, maar ook van Voorhoeve — die toen al schreven, toen er nog helemaal geen sprake was van een Joodse staat, laat staan van al die landen die weer op de kaart gezet zijn na tweeduizend jaar, die toen al zeiden: dat gaat gebeuren, eerst in ongeloof. En die excuseerden zich voor het feit dat de actualiteit daar nog geen enkele reden toe gaf, maar ja, het Woord zegt het, dus het zal gaan gebeuren. Kijk, en dat is een heel wat solidere manier om tot inzicht te komen: gewoon geloven wat er staat. Je leest het, je onderzoekt het. En ja, dat ging natuurlijk heel erg in tegen de theologie. Want het is toch altijd heel sterk de gedachte geweest van: wij zijn dat Israël geworden. En dat is dan toch weer die vervangingstheologie. Goed, het gaat mij nu even puur om die gedachte van ingelijfd in Israël. Dat is eeuwen zo gezongen en daarmee ook beleden. Maar als je dat dan even helemaal terugbrengt naar de Schrift zelf — in dit geval Psalm 87, waar die woorden aan ontleend zijn — daar staat toch echt iets anders. Het onderwerp is nu niet deze psalm, dus ik ga er nu verder niet dieper op in, maar ik heb u nu gewoon wel even laten zien: daar staat niet wat de berijming wel weergeeft, namelijk dat alle volkeren, of alle gelovigen uit de volken, als in Israël zouden zijn ingelijfd. Dat staat er domweg niet. Waarvan akte. En daarmee heb ik eigenlijk het eerste deel van de titel beantwoord: ingelijfd in Israël. Maar het gaat veel breder. Het is niet alleen maar een kwestie van uitleg van een paar Bijbelverzen in Psalm 87. Daar concentreert het zich, daar worden die dingen geformuleerd en zo is dat berijmd tot ons gekomen. Maar het is vooral ook naar aanleiding van een Schriftplaats in de Romeinenbrief. En daar wil ik dan ook inderdaad naartoe gaan: naar Romeinen 11. Nou ja, ik heb het al in vele toonaarden gehoord. Ik ben inmiddels ook 65, dus zo heb je toch ook heel wat te horen en te lezen gekregen. Het heeft mij altijd enorm geboeid. Mijn vader... dat is wel interessant: juist gisteren vertelde mijn jongste zus dat — mijn vader is nu overleden — er een heleboel abonnementen moesten worden opgezegd en onder andere ook Het Zoeklicht; dat abonnement is opgezegd. En nou bleek dus: hij was een van de oudste abonnees op dat blad. We hadden dat abonnement al sinds 1965. Toen was ik dus vier jaar, en ik weet ook niet beter dan dat Het Zoeklicht altijd bij ons in huis kwam. Dus ja, mijn vader was dan weliswaar kerkelijk, maar hij had toch chiliastische sympathieën. Dat wil zeggen: hij geloofde ook in Israël en het toekomstige vrederijk enzovoort. Ik weet nog zo goed dat hij me daar allemaal over vertelde toen ik een klein ventje was. En dat hoorde je dan niet de dominee zeggen, maar hij vertelde dat dan toch allemaal. Ja, hij heeft mij wel op het spoor gezet. Mooi daarmee ook. Maar even ter zake: die gedachte van in Israël ingelijfd is ook op een andere wijze heel vaak verwoord. ▶ 16:02 Romeinen 11: Geënt in Plaats van Ingelijfd ↑ hoofdstukken Namelijk: wij zijn eigenlijk gewoon in Israël ingeënt. Die gedachte is ontleend aan Romeinen 11. Maar ook dan moet ik zeggen dat dat heel onnauwkeurig gelezen is. En dan zeg ik het eigenlijk nog eufemistisch, want het is echt anders. Ik wil daar graag eens op wijzen, want dit zijn van die oeroude misverstanden. Laat ik even de passage zelf lezen waar het specifiek over gaat. Kijk, Romeinen 9 tot en met 11 gaat daar in z'n geheel over. Het is een intermezzo in de hele brief. Het gaat over de onderbreking nu in de heilsgeschiedenis, over de weg die God nu gaat met een ongelovig Israël — of eigenlijk de weg die Hij niet gaat, de omweg die Hij maakt — en dat Hij nu via de volkeren Zijn heil verbreidt, om uiteindelijk wel weer bij Israël uit te komen. Maar dan introduceert hij de metafoor van de olijfboom en van het enten. Ik had eerst in de aankondiging gezet: 'ingeënt in de olijfboom' of 'ingeënt in Israël'. Maar toen zat ik er even over door te denken dat dat associaties oproept. Inenten in Israël... nou ja, dan denk je meteen aan vaccinaties en zo. Maar het is in ieder geval wat hulpzamer en verduidelijkend als ik spreek over niet 'ingeënt in Israël', maar 'geënt in Israël'. Want enten is toch wel wat anders dan inenten, nietwaar? Goed, laten we die passage waarin hij specifiek daarover spreekt gewoon eventjes lezen, zodat we allemaal even scherp hebben waar het over gaat. Dan wil ik daar graag even een paar kanttekeningen bij plaatsen, gewoon ter toelichting van de tekst. Ik lees het voor uit de NBG-vertaling, vanaf vers 16: "Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg..." Dat is een wat wonderlijke metafoor, maar die laat ik hier even rusten. "...en is de wortel heilig, dan ook de takken." Ik kan het wel verklappen hoor: die wortel gaat over de aartsvaders en de beloften die God aan hen heeft gegeven. Dat zijn de eersten, de aartsvaders vormen de wortel. En dan staat er vervolgens: "dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot..." Gij slaat hier op de natiën. Kijk het maar na, dat is de hele gedachte; Paulus spreekt juist de heidenen, of beter de natiën aan. "...en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt: niet gij draagt de wortel, maar de wortel u. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken..." — de Israëlieten om hun ongeloof — "...en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt bent, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden!" En dan krijg je vers 25. Dat is nogal logisch hè: na vers 24 krijg je vers 25. Maar dan maakt Paulus een geheim bekend en is het niet meer louter veronderstellenderwijs zo van: 'hoeveel te meer zullen zij op hun eigen olijf geënt worden?' Het is niet alleen maar een optie, zo zal het namelijk ook daadwerkelijk gaan! En dan wordt opnieuw weer de eerste plaats toegewezen en zal Hij deze ook vervullen. Ik ben meestal gewend om, als ik een gedeelte gelezen heb, vers voor vers daar doorheen te gaan. Maar in dit geval, omdat ik een heel onderwerp wil behandelen, lijkt het me beter om mij te beperken tot een paar kanttekeningen ter toelichting van wat we gezien hebben. Die zijn wel van belang. En dan wil ik straks nog naar Efeze toe gaan, dus daar moeten we alle zeilen bijzetten om dat in één geheel te bespreken. Enkele aantekeningen bij die passage die ik zojuist voorlas: ▶ 22:01 Het Tegennatuurlijke Enten van de Wilde Olijftak ↑ hoofdstukken In de eerste plaats dit – en dit zeg ik ook een klein beetje als een geboren Aalsmeerder. Ik kom uit de kwekerijwereld; ik zit hier nu in de visserijomgeving, maar ik kom uit de kwekerswereld. Mijn vader had een rozenkwekerij en mijn broer Dirk is er nu niet bij, die laat zich verontschuldigen. Jullie krijgen de hartelijke groeten van hem, hij kon vandaag helaas niet meekomen. Maar hij heeft zelf ook een rozenkwekerij gehad en hij heeft ook heel vaak dat enten gedaan, dat wil zeggen: dat oculeren, zoals dat heet. Voor een tuinder is de metafoor die Paulus hier bezigt eigenlijk wat vreemd. Het enten van een wilde olijftak op een edele olijf, dat is tegennatuurlijk. Zo doet een kweker dat niet. Want normaal gesproken heb je een stukje edel enthout – ik kom uit de rozenwereld, dus dan heb je een veredeld rozentakje – en dat zet je dan op een wilde stam. Terwijl hier wordt gesproken over de edele olijfboom waar je een wilde tak op zet. Dat doet een kweker helemaal nooit. Het is dus heel tegennatuurlijk wat Paulus hier beschrijft. Maar de grap is: hij zegt het zelf ook! Het is tegen de natuur waar hij het over heeft. En dat is ook zo, maar dat heeft een reden. Waarom gebruikt hij dan toch deze vergelijking, deze metafoor? Want kijk, een kweker zou vragen: wat heeft zo'n wilde tak de edele boom nou te bieden? Maar dat is Paulus' insteek niet. Paulus' insteek is juist precies omgekeerd. Hij vraagt niet: wat heeft zo'n wilde tak de edele boom te bieden? Nee, wat ontvangt die wilde tak van de edele olijfboom? En dan zegt Paulus: hij krijgt namelijk deel aan de rijkdom, of aan de vettigheid, die hij van nature niet bezat. Die wilde olijftak krijgt deel aan een edele olijf. Het gaat er dus niet om dat hij iets geeft aan die boom, nee, hij ontvangt iets van die boom wat hij voorheen van nature niet had. Dat is de gedachte. Misschien dat u op Urk dit bezwaar niet eens ooit bedacht hebt, maar het is iets wat je als kweker denkt: het is toch eigenaardig? Maar zo eigenaardig is het nou ook weer niet als je er even over doordenkt. Dus dit is een eerste opmerking. Dan een tweede, heel belangrijk punt. Want meestal is de gedachte: die olijfboom, dat is Israël, en de wilde olijftakken zijn degenen die niet bij Israël horen, de niet-Joden uit de natiën. Dat is duidelijk. Hij spreekt over natuurlijke takken die weggebroken worden – dan gaat het over Israëlieten – en hij spreekt aan de andere kant over heidenen, mensen uit de natiën die geënt worden in die olijfboom. Maar wat verandert er dan wel bij dat wegbreken en dat inenten? Kijk, en dit moet je je realiseren: een weggebroken natuurlijke tak blijft gewoon Israëlitisch. Als zo'n natuurlijke tak waar Paulus het over heeft wordt weggebroken... Waardoor zijn ze weggebroken? Door hun ongeloof hebben ze geen deel meer aan die edele olijf. Maar het blijven gewoon Israëlieten, hoor! Het is niet zo dat zij ineens iets anders worden. Nee, ze hebben alleen geen deel meer aan die olijfboom. Laten we het dus gewoon vaststellen: een weggebroken natuurlijke tak blijft gewoon Israëlitisch, en omgekeerd blijft een ingeënte wilde tak qua afkomst gewoon iemand uit de natiën. Wat er verandert, is hun positie. Want die wilde takken krijgen nu deel aan de wortel en de rijkdom van die olijfboom. En die wortel – ik had het er al even over – die wortel slaat op de aartsvaders, de belofte die God oorspronkelijk heeft gegeven aan Abraham, Isaak en Jakob. De belofte aan Abraham staat, en zij die uit de natiën zijn hebben deel gekregen aan die boom, aan die zegen. Dit was de tweede opmerking die ik wilde maken. En dan nu nog iets, en misschien is dat wel het allerbelangrijkste in verband met het herkennen van die boom. ▶ 27:55 De Olijfboom als Gods Volk Dat Licht Verspreidt ↑ hoofdstukken Welke positie vertegenwoordigt die boom? Kijk, die olijfboom beeldt Gods volk uit, en wel in zijn bevoorrechte positie en functie. Waarom zeg ik dat nou? Kijk naar een olijfboom: wat doet een olijfboom? Die produceert olie, olijfolie. En waar is olijfolie nuttig voor? Nou, voor heel veel zaken. Het is trouwens wel grappig: dit is vandaag de 23e Tishri. Het is ook Dierendag, maar daar wilde ik het niet over hebben. Lub, zou jij even een bekertje water voor me willen halen? Dat kan ik wel even gebruiken, bij voorbaat dank. Het is vandaag de 23e Tishri, en in de diaspora is dit Simchat Torah. Gisteren was het de 22e Tishri, en dat is de achtste dag van het Loofhuttenfeest. Mag ik je vriendelijk bedanken? Dankjewel. Waarom ik dat even noem: het is eigenlijk de afsluitende dag, een soort appendix, want het Loofhuttenfeest duurt zeven dagen. Maar het Loofhuttenfeest, Sukkot, is het feest waarin de oogst gevierd wordt, met name de oogst van de wijn, maar ook van de olijven. In die zin past dit onderwerp daar ook weer mooi bij, hoewel ik het er niet om gedaan heb, dat niet. Maar goed, een olijf is natuurlijk een schitterend type van nieuw leven, van onvergankelijk leven. Een olijfboom is op zichzelf al een boom die van nature nooit doodgaat, tenzij je hem omhakt. Vandaar ook dat ze duizenden jaren oud kunnen worden. Het is een boom die zichzelf regenereert, zoals dat heet. En hij produceert olie en licht; het is olie voor de lampen, afgezien van alle medicinale functies die olijfolie ook nog heeft. Maar wat ik hiermee wil zeggen: die olijfboom staat inderdaad voor het volk van God dat leven en daarmee ook licht produceert. Het is dus een uitbeelding van het volk van God in zijn bevoorrechte positie. En waarom? Omdat het licht produceert en in feite bedoeld is om licht en het woord des levens te geven aan de wereld. Dat is de grote functie van de olijfboom. Het spreekt dus van het volk van God. Maar dan is het van belang om scherp te zijn: Israël is van nature dat volk. Kijk, een olijfboom staat niet zomaar voor Israël; een olijfboom staat voor het volk van God dat licht produceert. Van nature is dat verbonden aan Israël. Vandaar ook dat Paulus spreekt over de natuurlijke takken en over hun eigen olijfboom. In Jeremia 11 vers 16 lees je ook: "Een groene olijf, schoon van prachtige vrucht, heeft de HEERE uw naam genoemd." Van oudsher en van nature is dat zo. God heeft een volk, en dat volk bestemt Hij en geeft Hij Zijn woord, met het doel dat dat woord bewaard zou worden, maar vervolgens ook dat het zijn werk zou doen en verspreid zou worden. Dat is waar licht voor bestemd is: om de duisternis te verdrijven. Die olijfboom is dus niet simpelweg Israël; het kan Israël zijn, maar het is het volk van God dat licht verspreidt. Dat moet je goed inzien, want ook de natuurlijke takken kunnen worden uitgehakt en weggenomen. Dan zijn ze nog steeds Israël, Israëlieten, maar ze horen niet meer bij het volk van God. Dat is een belangrijk punt: het volk van God is geen statisch gegeven, zo van: als je eenmaal het volk bent, dan blijf je dat altijd. Nee, je kunt lo-ammi worden. Dat is een heel bekend Schriftuurlijk gegeven: wanneer God Zich afkeert en het volk terzijde stelt, dan wordt het lo-ammi. Die olijfboom staat voor het volk van God. Van nature en van oudsher is dat een functie en een positie die aan Israël verbonden is, maar niet per definitie. Want God kan zomaar — en daar gaat het nu juist over — die natuurlijke takken wegbreken, en heel andere takken die daar van nature helemaal niet op horen, wilde takken uit de natiën, erop enten. Dat is precies waar Paulus het in deze hoofdstukken over heeft. God roept nu inderdaad uit de natiën mensen die voorheen lo-ammi waren, maar die Hij vervolgens weer ammi noemt. Hij haalt dat ook aan in Romeinen 9 vers 24 en 25: "Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk." In feite is dat ook wat God deed in de dagen van Handelingen. Paulus haalt dat aan en zegt: jullie zijn uit de natiën geroepen; jullie waren eens niet Zijn volk en nu zijn jullie Zijn volk. Daarmee wil ik maar zeggen dat er mensen zijn die met het grootste gemak spreken over: "Israël is Gods volk." Ik zou dat zo niet zeggen. Ik weet wel dat mensen je zomaar kunnen misverstaan en zeggen: "Denk jij dan niet dat er voor Israël nog een geweldige toekomst in petto is?" Ja, natuurlijk wel! Maar nu in onze dagen is het volk terzijde gesteld, is het lo-ammi. En een heel ander volk heeft nu die positie overgenomen. Waarom zeg ik dit nu allemaal? Om het misverstand weg te nemen dat die olijfboom Israël is. Nee, die olijfboom is het volk van God dat licht verspreidt. Van nature — ik herhaal het — van nature is die positie weggelegd voor het volk van Israël, maar dat is niet per definitie zo. Sterker nog, in de huidige tijd, eigenlijk al sinds de dagen van Paulus, is die positie juist toegekend aan een ander volk uit de natiën. En nu komen we op het vierde punt. ▶ 35:38 Waarom Israël tot Na-ijver Wordt Gewekt ↑ hoofdstukken Waarom verwekt dit hele fenomeen Israël tot naijver — het feit dat God mensen wegkapt die van nature juist deel hadden aan al die zegeningen, aan al die vettigheid van die boom, en er vervolgens heel andere mensen op gezet worden die van toeten noch blazen wisten en die daar geen enkel recht of aanspraak op konden maken? Nou, waarom verwekt dit Israël tot naijver? Dat is een van de thema's van Romeinen 9, 10 en 11. Israël mist door ongeloof juist wat het zoekt. Je leest dat ook aan het slot van Romeinen 9. Ik had het net voordat ik hierheen ging nog eventjes opgezocht, maar niemand kan het mooier formuleren dan Paulus zelf natuurlijk. Ik lees even een paar verzen voor, dat is zo sprekend: "Wat zullen wij dan zeggen? Dit: natiën die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid die uit geloof is. Doch Israël, hoewel het een wet van gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van werken. En daarom hebben zij zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots..." Met andere woorden, en dan zie je in Romeinen 10 dat Paulus zegt: ja, ook de profeten spreken daar al over: "Ik ben gevonden door hen die naar Mij niet zochten." Maar van Israël zegt Hij daarentegen: "De ganse dag heb Ik Mijn armen uitgespreid om hen tot Mij te brengen." En ze hebben dat afgewezen. Dat God daar ook Zijn weg in gaat, dat moet duidelijk zijn, maar dit is gewoon de observatie die Paulus maakt. Dus Israël mist door ongeloof wat het zoekt. Ze zoeken gerechtigheid, maar ze krijgen het niet. Waarom? Omdat ze denken het te moeten verdienen: religie, werken. En het evangelie staat er haaks op, want het evangelie vraagt namelijk niets van een mens. Ik zeg: het evangelie vraagt niets van de mens. Het evangelie is een bericht, het is een mededeling. En voor een mededeling kun je niets doen, dat is gewoon wat het is. Kijk, als je een opdracht hebt van "gij zult", dan word je aan het werk gezet, dan moet je iets gaan doen. Maar als men iets meedeelt, dan kun je maar één ding doen: namelijk het geloven. Ja, of niet? Oké, Israël mist door ongeloof wat het zoekt, terwijl de natiën door geloof juist die rijkdom ontvangen. En dan komt het, hè: juist wat geen volk is, verwekt Israël tot naijver en toorn. En dat lees je — en die moet ik er ook even voorlezen, ik verwijs er wel naar, maar Romeinen 10 vers 19; nog niet zo lang geleden heb ik daar ook nog wat meer over gezegd, het is een thema dat me heel erg bezighoudt — in vers 19 lees je dat Paulus zegt: "Heeft Israël het dan niet verstaan?" En dan haalt hij aan: "Vooreerst zegt Mozes: Ik zal u jaloers maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk." En die toorn, die naijver waar hij het over heeft, die jaloezie die al geprofeteerd was door Mozes in Deuteronomium: er zou een moment komen dat Israël jaloers en toornig gemaakt zou worden op wat eigenlijk helemaal geen volk is. En bovendien, in hun ogen waarschijnlijk: etnisch gezien, gewoon in volkenkundige betekenis, is de ekklesia in onze dagen immers helemaal geen volk. We zijn een internationaal of supranationaal gezelschap. We hebben niets met landsgrenzen te maken en we zijn ook niet door bloedbanden verbonden — nou ja, sommigen wel, maar dat komt er hooguit toevallig bij — het is een geestelijke band. Etnisch gezien zijn we dus helemaal geen volk. En voor zover we een volk zijn, zijn we in de ogen van Israël heel onverstandig. Israël is echt etnisch een volk, de ekklesia niet. En de ekklesia wordt bovendien voor het grootste gedeelte verzameld uit de natiën. En die hebben geen enkel idee van de Thora. Die houden de wet niet, die hebben daar geen enkele sjoege van. En toch krijgen ze het zomaar! En dat is het geschenk, de gift. Nu wordt dus een volk dat geen volk is en bovendien onverstandig is, rijkelijk gezegend en door God gerekend als Zijn volk. Terwijl het volk dat alles had, zoveel doet en zich overal op kon beroemen, aan de kant is gezet, is weggekapt. Ja, maar dat is pijnlijk. En in dat kader plaatst Paulus zijn hele bediening. Paulus' bediening onder de natiën dient tot dit doel. Hij zegt ook: hierom ben ik apostel van de natiën, opdat ik mijn volk tot naijver, tot toorn zou wekken en zodoende enigen — niet het hele volk, dat is nu niet aan de orde, maar enigen uit hen — zou redden. Ja, en dat was ook precies wat je in het boek Handelingen leest: altijd dat enorme verzet, de jaloezie en de toorn die zijn bediening opriep in de synagoge en in de hele Joodse wereld, én de enkeling bij wie juist daardoor wel de ogen werden geopend. En dat is de vijfde opmerking die ik er dan over maak. ▶ 41:53 De Tijdelijkheid van Israëls Verharding ↑ hoofdstukken Het vijfde punt is dat de huidige situatie tijdelijk is. Ik zei al: we hebben gelezen tot vers 24 en dat gaat vervolgens door in vers 25. En dan zegt Paulus: ik deel jullie een geheim mee. Hij zegt dat de huidige verharding van het overgrote deel van Israël een 'totdat' heeft. En dat moet je weten; ik wil niet dat jullie onkundig zijn, ik wil dat jullie dat weten. De huidige situatie waarin Israël verhard is, terzijde staat, weggebroken is — of welke term je daar ook maar voor wilt bezigen — die is tijdelijk. Het heeft een 'totdat'. En wanneer de volheid van de natiën is binnengegaan — door de bediening namelijk van de boodschap die nu onder de natiën bekendgemaakt wordt: de verzoening der wereld — ja, als dat tot volheid komt en als dat gezelschap vol is en binnengaat, haar positie zal binnentreden... Ja, ik doe zo met mijn hand, maar dat is de richting waarin we gaan. Dat is dan geen vallen natuurlijk, maar we gaan wel die kant op. Goed, ik refereer nu even aan het gesprekje dat ik voor de samenkomst had. Maar het gaat er eventjes om: als de volheid van de natiën binnengaat, dan zal Israël als volk, als geheel worden gered door de Messias, als Die uit Sion zal komen, naar de woestijn zal gaan, enzovoorts. Maar dat is het volgende programmapunt. Totdat de volheid van de natiën is binnengegaan, staat Israël gewoon terzijde. Dat is de situatie en dat is precies ook de bedoeling. En in die tussentijd — en daar gaat het nu eventjes om — is er een volk dat de positie heeft van het volk van God. Van nature niet, het is tegennatuurlijk, maar niettemin. Zij delen in die zegeningen, in feite ook in de belofte die God aan de aartsvaders heeft gegeven. De belofte van... ja, welke belofte gaf God aan Abraham? Aangaande hem en zijn zaad. En zijn zaad, dat is ten diepste en in de hoogste zin Christus. En juist daarin hebben wij onze plaats gevonden. Dat is ongekend hoog, en daar wil ik nu tenslotte ook nog op wijzen, want wij zijn inderdaad in onze dagen Gods volk. Dat wil zeggen: wij zijn geënt in dat volk, tegen onze natuur in, dat is waar. ▶ 44:54 Ingelijfd in het Lichaam van Christus (efeze 1 en 2) ↑ hoofdstukken Ja, maar hoe zit het dan met die inlijving? Nou, ik heb het hier al meteen in de titel neergezet: we zijn wél ingelijfd. Het woordje inlijven moet je heel letterlijk nemen. Een lijf – dat is niet a life, nee, dat is weer wat anders – een lijf in het Nederlands is gewoon een lichaam. En ingelijfd is eigenlijk – dat is ook een mooie Latijnse benaming – geïncorporeerd. Corpus, het wordt in het lichaam geplaatst. Wij zijn geïncorporeerd. Maar waarin? De psalmberijming zegt dat we zijn ingelijfd in Israël. Maar we zijn níét ingelijfd in Israël! We zijn geënt in de olijfboom, dat is Gods volk. Dat is waar. Maar waar zijn we dan wél in ingelijfd? Kun je dat zeggen? Ja, wis en waarachtig! Maar dan hebben we het niet over Israël, nee, dan hebben we het over Christus. En dat is eigenlijk een van de grote thema's van Paulus in zijn brieven. En met name in die brieven als hij in de gevangenis zit. Nou, dan pakt hij helemaal uit als het gaat over de positie die wij hebben, wij die nu uit de natiën verzameld worden, ongeacht de afkomst. En ja, ik wil een paar dingen aanhalen uit Efeze 1, 2 en 3. Namelijk: wie is die ekklesia? Waar bevindt die ekklesia zich en hoe wordt ze dan verzameld? Ik wil het kort doen, want ik zie dat de tijd voortschrijdt, maar wel duidelijk. Efeze 1. Ik begin midden in de zin, maar het gaat over de kracht van God die Hij heeft ingewerkt in Christus. Hoe dan wel? Wel, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterhand. Dat was ook al voorzegd: "Zet U aan Mijn rechterhand." En dat is daarboven, te midden van de hemelsen, of "in de hemelse gewesten", zoals de NBG-vertaling zegt. Dat is boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en alle naam die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomende aeon. Het volgende hoofdstuk spreekt zelfs over nog komende aeonen: wereldtijdperken die nog gaan komen. God heeft een geweldig plan, en als deze aeon ten einde is, dan vangt de toekomende aeon aan. Maar eigenlijk moet ik zeggen dat het nog weer wereldtijdperken zijn. Maar ik lees even verder: "En Hij, God, heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia." Boven al wat is, heel de schepping; Efeze 1 vers 10 spreekt over ta panta. Al wat is in de hemel en op de aarde gaat Hij in de volheid der tijden onder één Hoofd samenbrengen. Maar dat is het geweldige, want dat geldt niet alleen voor Christus Jezus die daar nu gezeten is, maar er is een gezelschap dat met Hem verbonden is en daarin deelt. Want God heeft alles onder Zijn voeten gesteld – dat is trouwens ook Psalm 8 – Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia. Niet de ekklesia is een gift aan Hém, maar Híj wordt gegeven aan de ekklesia! En dan staat erbij: de ekklesia, die Zijn lichaam is, de aanvulling. Andere vertalingen spreken over een complement – niet een compliment, maar een complement – dus de aanvulling. Christus Jezus daarboven is in Zichzelf oncompleet, dat is de gedachte. Waarom? Wel, Hij is Hoofd, en een hoofd heeft een lichaam. Hoofd en lichaam vormen een eenheid. En alles wat God aan Christus Jezus heeft toegedacht en toegekend, deelt Hij met de ekklesia. En terwijl Hij dus daarboven is: ja, wij zijn Zijn lichaam en wij vullen Hem dus aan, zoals het lichaam een hoofd aanvult. Hem aan, die het al in allen vervult! Nou, dat geeft wel aan wat een geweldig instrument dat in Gods handen is om alles tot volheid te brengen en om alles te gaan vervullen: het al in allen. Nou, dat is heel compleet, hoor. Waar het mij even om gaat, is: wie is die ekklesia? Wel, dat is Zijn lichaam, en dus verbonden met Hem. Ja, oké. Efeze 2. Ik begin weer midden in de zin te lezen. Daar staat – het gaat weer over God: "Hij maakte ons...", dat is de letterlijke weergave, samen of mede, maar eigenlijk: samen-levend met Christus. Dus Christus werd levend en wij delen daarin. En dan zegt Paulus er direct tussen haakjes bij, als tussenzin: "(in genade zijn jullie geredden)". Het valt je gewoon zomaar ten deel, dus jij hebt er niks voor te doen. God heeft je – Efeze 1 vers 4 – vóór de nederwerping der wereld uitgekozen en voorbestemd. Predestinatie en uitverkiezing zijn Bijbelse waarheden. Ja, dat is geweldig, want God heeft namelijk het al op het oog. Heel de schepping, daar heeft Hij een plan mee, en Christus Jezus samen met Zijn lichaam is het hoogste instrument, als ik het zo mag zeggen, dat Hij gaat inzetten om al Zijn plannen te vervullen. Nou ja, we zijn samen met Hem levend gemaakt, en Hij heeft ons samen opgewekt en ons samen doen zitten te midden van de hemelsen in Christus Jezus. Het staat hier allemaal in – nu ga ik nog weer iets ingewikkelds zeggen – de aoristus. Dat wil zeggen: in het tijdloze, als een voldongen feit voorgesteld. Het gaat er dus niet om wanneer dat gerealiseerd wordt, maar dát Hij het doet. Hij geeft ons leven en Hij doet ons samen zitten. Dus Hij zit daarboven aan Gods rechterhand, maar Hij niet alleen: wij ook! Dus als Psalm 110 zegt: "Zet U aan Mijn rechterhand", dan zijn wij daarin – de ekklesia in onze dagen – inbegrepen, ingelijfd, geïncorporeerd. Dat wil zeggen: wij delen in die onvoorstelbaar hoge zegen. Wij zijn niet ingelijfd in Israël; het is een verschil van hemel en aarde waar ik het nu over heb, letterlijk! Israël is straks het kanaal van zegen hier op aarde, maar er is nu een gezelschap – zo noem ik dat dan maar – een volk wat eigenlijk geen volk is, dat nergens recht en aanspraak op kan maken, dat deelt in de positie die Hij daar nu heeft aan Gods rechterhand. Want Hij doet ons samen zitten met Hem, te midden van de hemelsen, boven alles, in Christus Jezus. Dat is onze plek. Daarin zijn wij ingelijfd. Nou ga ik nog een hoofdstukje verder. Ik kan wel snel lezen hoor soms, ik zal mijn uiterste best doen. Ik moet mijn punt nu toch echt gaan afmaken. ▶ 53:05 Het Geheim van de Christus en de Ecclesia (efeze 3) ↑ hoofdstukken Maar Efeze 3. Paulus heeft zojuist gesproken over dat geheim, en dan zegt hij: als jullie dat zo lezen, "daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheim van de Christus." Ik zal u dit vertellen: het geheim van de Christus – we zullen het straks ook zien – is dat de Christus niet alleen het hoofd is, maar een lichaam heeft. Dat is op zich nogal logisch, maar wat geweldig is: dat lichaam is de ecclesia. Als je erover doordenkt wat dit betekent, is dat ongekend. Dit is zo hoog! Dat delen in Zijn positie, niet alleen maar delen... Het is al geweldig als je straks mag delen in de zegen die Israël gaat verspreiden onder de volkeren, maar dit is nog wel even van een andere orde. Bovendien zijn we nog veel eerder ook: de eersten, de eerstelingen dus, en dus de hoogste positie. Dat klopt helemaal hoor. Dat geheim is ten tijde van vroegere geslachten niet bekend geworden aan de zonen der mensen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten. Ook Petrus, Jakobus en Johannes hebben via Paulus hier kennis van gekregen; aan hen is het ook zo geopenbaard. En dan zegt hij: dit geheim – en nu laat ik zien dat het waar is wat ik zojuist zei – dit geheim, namelijk dat de natiën samen-lotbezitters zijn. Ik geef toe, het klinkt wat krom Nederlands, maar het is zo mooi. We zeggen lotbezitters: we genieten iets wat ons door loting ten deel valt. Het valt je zomaar ten deel, zoals een lot. Dat is een lotbezitter, en we zijn tezamen lotbezitters. En wel samen, niet alleen als natiën met elkaar, maar we delen in Zijn positie. Dat 'samen' slaat er vooral op dat wij delen in Christus' positie; we delen Zijn lot. En we zijn een samen-lichaam. In het Grieks staat er echt dit woord. Het is een heel letterlijke weergave van hetzelfde lichaam: hoofd en lichaam. Samen-lotbezitters, samen-lichaam, samen-deelhebbers van de belofte in Christus Jezus door het evangelie. Je hoort de geweldige boodschap dat God een Redder is, jouw Redder is, want dat is het evangelie: God is jouw Redder. Een mededeling. Daar kun je niks voor doen, dat is gewoon een mededeling. En als je het mag geloven, dan krijg je door het evangelie deel aan al deze dingen. Als God je ogen daarvoor opent, dan ben je deelhebber van de belofte in Christus Jezus. Alles wat God aan Christus Jezus beloofde, daar deel jij in. Dit is 'mindblowing', zeggen ze in het Engels, en dat is het echt: onvoorstelbaar groot! Wat ik vanmiddag dus eigenlijk gezegd wil hebben, om dat dan af te sluiten: wij zijn ingelijfd, maar niet in Israël. We maken geen deel uit van het lichaam van Israël. We zijn ook niet de bruid, we maken deel uit van het lichaam van de Bruidegom. We zijn inderdaad ingelijfd, maar niet in Israël, zoals die berijming van Psalm 87 vers 4 dat zegt. Nee, we zijn ingelijfd in Christus' lichaam! En daarmee delen we ook in de geweldige positie die aan Hem is toegekend, om straks in de toekomende aeonen de overtreffende heerlijkheid van Zijn goedertierenheid te betonen. Dat zijn hele hoogdravende woorden, maar lieve mensen, ik vind het zo geweldig om daaraan te denken en om dit ook scherp te krijgen. Laat je dus niet wijsmaken dat wij nu zouden zijn ingeënt in Israël. Dat is niet waar, want met die bewering raak je ineens juist de hoogste zegeningen die God ons heeft gegeven kwijt. Daardoor word je dan verblind. We zijn niet ingeënt in Israël; we zijn ingeënt in het volk van God, dat van nature inderdaad Israël was. Ik hoop dat ik dat zodanig heb weergegeven dat het ook scherp overgekomen is en duidelijk is. Maar het allermooiste is om elkaar met deze dingen te verblijden. Ik mocht dat nu vanmiddag met jullie doen en delen. En God zegene Zijn woord aan ons allen. Zullen we het hierbij laten? 🎧 ingelijfd en ingeënt in Israël? 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (!det) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { if (det.nextElementSibling !== target) { target.parentNode.insertBefore(det, target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { if (det.parentElement !== col || det !== col.lastElementChild) { col.appendChild(det); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var allTs = document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = document.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth = 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

04-10-2026 Lees verder

24. Lucas 8:1-18 – het horen van het Woord

In onze doorgaande serie over het Lucas-evangelie zijn we aangekomen in hoofdstuk 8. Jezus trekt van stad tot stad en van dorp tot dorp om het Koninkrijk van God te verkondigen, vergezeld door de twaalf en door vrouwen die Hem dienen uit hun bezit. In het vervolg (vers 4–21) staat vooral het horen van het Woord van God centraal: in de gelijkenis van de zaaier en het licht dat niet verborgen blijft. .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak Jezus trekt rond door de steden en dorpen van Galilea om het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen, vergezeld door de twaalf discipelen en dienende vrouwen. Aan de hand van de gelijkenis van de zaaier legt Hij uit hoe het Woord van God op verschillende manieren ontvangen wordt en slechts in goede aarde standhoudt en vrucht draagt. Gelijkenissen blijken niet bedoeld om te verduidelijken, maar juist om de geheimenissen van het Koninkrijk voor buitenstaanders te verbergen. Met het beeld van de lamp op de standaard wordt onderstreept dat wie bij het Woord blijft en daaronder blijft, rijk vrucht zal dragen en licht zal verspreiden. “Blijf bij dat Woord en dan gaat dat Woord met jou aan de gang.” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Inleiding en Terugblik op Lucas 7 ▶ 03:41 De Rondgang Door Galilea ▶ 15:56 De Vrouwen Die Jezus Vergezelden ▶ 20:18 Maria Magdalena en het Begrip Demonen ▶ 29:57 Johanna, Suzanna en het Dienen met Bezit ▶ 35:02 Veel Volk Stroomt Samen en Spreken Door Gelijkenissen ▶ 39:08 De Gelijkenis van de Zaaier ▶ 45:25 Waarom Jezus Spreekt in Gelijkenissen ▶ 01:00:04 Vervulling van de Profetie van Jesaja ▶ 01:04:54 Het Zaad Langs de Weg ▶ 01:10:26 Het Zaad op de Rotsbodem ▶ 01:12:36 Het Zaad Tussen de Dorens ▶ 01:19:49 Het Zaad in de Goede Aarde ▶ 01:22:59 De Lamp op de Standaard ▶ 01:27:33 Ziet Toe Hoe Gij Hoort ▶ 00:00 Inleiding en Terugblik op Lucas 7 ↑ hoofdstukken Het klinkt misschien een beetje vreemd als ik nu ga beginnen met de 24e studie over het Lucas-evangelie. Voor iedereen is het eigenlijk pas de tweede studie, omdat we de vorige keer in de maand september de studie zijn aangevangen, of eigenlijk voor mij in ieder geval hervat hebben. En de pauze tussen die beide series is behoorlijk groot, want ik geloof dat ik het in 2019 heb afgesloten toen. Die eerste serie, dat waren 22 studies. De vorige keer zijn we begonnen met de draad weer op te pakken bij Lucas 7, vanaf vers 36. Misschien is het goed om nog even kort te recapituleren waar we het toen over hadden. Het was eigenlijk één geschiedenis die we toen besproken hebben, namelijk dat Jezus was uitgenodigd in het huis van Simon de Farizeeër, zo wordt hij genoemd. Daar werd Hij op een heel aangrijpende wijze gezalfd door een vrouw die als zondares in de hele stad bekendstond. We weten haar naam niet, ik kom daar straks nog even op terug. Ze staat algemeen te boek als Maria Magdalena, maar we weten eigenlijk wel zeker dat dat niet het geval was en ik zal dat straks ook laten zien. Het is ook heel onlogisch om dat te veronderstellen; dan zeg ik het eigenlijk nog heel netjes, want het is puur een idee dat vanuit de traditie bekend is geworden, maar het heeft eigenlijk geen enkele Bijbelse grond. Aan het eind lees je ook dat haar geloof haar had gered, dat wil zeggen: in die positie had gebracht waarin ze nu stond. En ik zeg dat ook omdat het daarbij gaat om – en dat is meteen een opstapje naar het volgende hoofdstuk – het vertrouwen dat zij had in het Woord van God. Eén ding blijkt, en dat hebben we de vorige keer ook wel gezien: kennelijk was zij op de hoogte van wie Jezus was, dat lijkt me nogal evident. Er was iets groots met haar gebeurd dat een geweldige betekenis voor haar had gehad. Vandaar ook dat zij deze daad stelt: dat ze Jezus' voeten kust en zalft, en dat dat zo aangrijpend beschreven wordt. En zij had veel lief. Waarom? Zij had een woord van de Heer vernomen en dat had zijn uitwerking gehad in haar leven. Daar gaat het allemaal om: om dat Woord, en om daar geheel ons vertrouwen op te kunnen en te mogen stellen. Als ik dat gezegd heb, komen we eigenlijk al vanzelf bij hoofdstuk 8. Van hoofdstukindelingen hoef je je verder niets aan te trekken, maar in dit geval is het wel heel logisch dat er een nieuwe passage begint. Laten we daar gewoon mee verdergaan, en wel vers voor vers. Dat is het makkelijke van dit soort studies: je hoeft niet van tevoren te plannen welke teksten je neemt; we gaan gewoon door het hoofdstuk en we zien vanzelf wel wat we daarbij tegenkomen. En dan staat er: ▶ 03:41 De Rondgang Door Galilea ↑ hoofdstukken "En het geschiedde daarna" – "kort daarna", zegt de NBG-vertaling, en dat zou inderdaad wel het geval zijn, maar letterlijk staat er gewoon: "En het geschiedde daarna dat Hij van stad tot stad en van dorp tot dorp trok." In het Grieks staat er een bepaald idioom, maar daar komt het inderdaad op neer. Je vindt die uitdrukking wel vaker in de evangeliën. Je moet je realiseren dat tot dit moment – en dat verandert pas in het volgende hoofdstuk, bij Lucas 9 vers 51, dat zullen we te zijner tijd wel zien – Jezus' bediening geconcentreerd was in Galilea. Daar lees je dat Jezus Zijn aangezicht richtte om naar Jeruzalem te reizen; dan wordt de oriëntatie anders. Maar tot dusver is eigenlijk Zijn hele bediening geconcentreerd in Galilea, en meer in het bijzonder was Capernaüm de uitvalsbasis. Je leest ook ergens in de evangeliën dat zich daar Zijn huis bevond. Hij was weliswaar opgegroeid in Nazareth, maar Hij woonde in Capernaüm. Hier wordt gesproken over: "van stad tot stad en van dorp tot dorp". Je leest allerlei plaatsnamen in dat verband: Chorazin, Bethsaïda, Nazareth en Naïn – er zijn er ongetwijfeld nog wel meer te noemen. Die plaatsen worden bij name genoemd, maar het is hier heel duidelijk dat Hij kennelijk systematisch de steden en dorpen rondtrok. Het is opmerkelijk om er in dit verband even op te wijzen dat zowel in Mattheüs als in Markus en nu dus ook in Lucas vooral die bediening in Galilea benadrukt en beschreven wordt. Eigenlijk wordt alleen in het Johannes-evangelie heel vaak melding gemaakt van Zijn werkzaamheden in Judea, en een groot gedeelte van de geschiedenissen in het boek Johannes gaat daar ook over. Niet uitsluitend natuurlijk, want je leest bijvoorbeeld ook over de bruiloft te Kana, maar er wordt veel meer aandacht gegeven aan wat Jezus in Jeruzalem heeft gedaan en bij allerlei hoogtijden. U moet zich realiseren dat Joodse mannen geacht werden drie keer per jaar naar Jeruzalem op te trekken. Je leest ook van de Here Jezus dat Hij dat deed – als u het mij vraagt vier keer, in ieder geval drie keer, maar ik denk zelfs vier keer. Afgelopen zaterdag is dat nog eventjes door mij of Gerard genoemd tijdens die studiedag over de zeventig jaarweken en de bediening van de Here Jezus, die drieënhalf jaar geduurd heeft. Vanaf Zijn doop in de Jordaan tot aan Zijn lijden en sterven was het drieënhalf jaar. Vandaar ook dat, als Hij in het najaar is begonnen met Zijn bediening, Hij in het voorjaar stierf en opstond. Dat is dus met Pesach geweest. Dan heeft Hij vier keer het Pesach gevierd. De vierde keer is het Pesach waarbij Hij daadwerkelijk ook geslacht is als het ware Paaslam. Al die keren worden in het Johannes-evangelie genoemd. Met name vanaf het begin van Jezus' bediening tot aan het einde worden juist die gelegenheden beschreven: Pesach, maar ook dat Hij bij het Loofhuttenfeest daar was, of je leest een keertje dat Hij daar was met Chanoeka, het feest van de tempelvernieuwing. Die dingen vind je weer niet in Mattheüs, Markus en Lucas. Juist de combinatie, het vergelijken van Schrift met Schrift, geeft je een compleet beeld; dat zijn allemaal puzzelstukjes die op die manier in elkaar passen. Dan staat er daarna dat Hij van stad tot stad en van dorp tot dorp trok. En u weet het: als ik cursiveer in de tekst, dan wijst dat op een afwijking van de NBG-vertaling. Want zo staat het niet in de NBG-vertaling: "verkondigende het evangelie van het Koninkrijk". Eigenlijk staat hier twee keer een werkwoord, namelijk herautend en evangeliserend. Bij "verkondigend" heb ik op zich niet zoveel moeite met het woord, maar de gedachte is eigenlijk die van proclameren of herauten. Iets met luide stem bekendmaken als een nieuwsfeit, zoals een heraut dat doet. Dat wordt in de NBG-vertaling meestal vertaald met "verkondigen", maar bij verkondigen denk ik toch vooral – dat kan aan mij liggen – aan een preekstoel of zoiets. Maar dat is niet de gedachte; de gedachte is dat je en plein public iets als een nieuwsfeit brengt. En "evangeliserend", want het is hier ook geen zelfstandig naamwoord, maar "het goede bericht brengende", evangeliserend. Hij heraut, Hij maakt iets bekend, en die herautboodschap is daadwerkelijk een blijde tijding. Vandaar dus: evangeliserend. Ook dat roept natuurlijk allerlei associaties op, maar dit is de meest letterlijke weergave: herautend, evangeliserend. En wat was dat goede bericht dan? Wel, het Koninkrijk van God! En de twaalf waren samen met Hem. Dat sluit trouwens ook aardig aan bij het onderwerp van afgelopen zaterdag. Toen de Here Jezus optrad, zei Hij dat ook. Dat is heel bijzonder zoals dat in de evangeliën beschreven wordt: Hij kondigt het aan. Hij was gedoopt in de Jordaan, en de periode van de 69 jaarweken was ten einde. Dan lees je over zeven en 62 weken tot op Messias de Vorst. Dat wil zeggen dat Messias de Vorst zou komen na die periode. Met andere woorden: wanneer Hij daadwerkelijk gezalfd wordt, de Mashiach wordt, toen was die termijn vervuld. En daarmee maakte Hij als een nieuwsfeit, maar ook als een geweldige blijde tijding bekend: de tijd die ooit door Daniël is aangekondigd, is nu verstreken en zie daar, Hij is er! Daarmee is de Messias, de Vorst, gekomen en het Koninkrijk van God nabij, binnen handbereik gekomen. Daar zit natuurlijk heel wat aan vast, maar dat is wat Hij daar bekendgemaakt heeft. Dat brengt ons meteen bij een andere gedachte: dat het hier ook weer typisch Israëlitisch is. Ik heb dat de vorige keer bij aanvang van de Bijbelavond geloof ik ook meteen benadrukt: als we het hebben over de evangeliën, dan hebben we het over de beschrijving van de Here Jezus in Zijn rondwandeling op aarde. Hij was gezonden tot het huis van Israël. Dat typeert Zijn hele bediening, dat was zelfs Zijn exclusieve bediening, en het is bij hoge uitzondering dat Hij daarvan afwijkt. Maar inderdaad: het Koninkrijk van God... Hij predikt tot een koninklijk geslacht, want dat is wat het volk van Israël immers was. Bovendien wordt dat heel sterk onderstreept door de twaalf die hier genoemd worden. Dat linkt natuurlijk direct weer aan de twaalf apostelen, maar ook aan de twaalf stammen van Israël; dat ligt er nogal dik bovenop. Een soortgelijke uitdrukking tref je ook in Mattheüs 9, en chronologisch komt dat trouwens met elkaar overeen. Lucas 8 vers 1 staat in dezelfde setting als Mattheüs 9 vers 35. Daar lees je: "En Jezus ging alle steden en dorpen langs" – vrijwel dezelfde uitdrukking, met dat verschil dat hier nog benadrukt wordt: alle steden. Met andere woorden: zoals ik zojuist al zei, het was echt een systematische rondgang in heel Galilea. Dat was het terrein waar Hij werkzaam was: alle steden en dorpen langs, en Hij leerde in hun synagogen. Er komt hier trouwens nog een werkwoord bij, want het is niet alleen herauten en een blijde tijding brengen (evangeliseren), maar ook leren. Maar het is ook nog eens een keertje onderwijs geven. En dat deed Hij; Hij leerde in hun synagogen. Dus daar, in die Joodse setting, heeft Hij onderwijs gegeven, ook over die dingen. En er staat bij: Hij herautte het evangelie van het Koninkrijk. De beloofde Koning was gekomen en daarmee het Koninkrijk ook nabijgekomen, en dat is op zichzelf al een blijde tijding, omdat men daar altijd naar uitkijkt. En dus ook vanuit de Schriften heeft Hij onderwezen. We weten bijvoorbeeld dat Hij daar in de synagoge van Nazareth kwam, en dan krijgt Hij een schriftrol aangeboden van Jesaja, en dan leest Hij voor. Zijn toelichting was trouwens uiterst kort, maar wel heel krachtig. Want Hij leest voor over de Gezalfde die gekomen is om te verkondigen, en dan gaat Hij zitten. En iedereen keek naar Hem: vertel eens? Hij zei: "Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld." Nou, dat was het. Maar dat werd niet erg verwelkomd. Sterker nog, Hij werd meteen de synagoge uitgejaagd. Ja, daar kwam het toch op neer. Heel bijzonder trouwens. Hij herautte dus, Hij onderwees in hun synagogen. Hij herautte het evangelie van het Koninkrijk, en begeleidend bevestigde Hij dat dus ook met wondertekenen, die ook karakteristiek waren voor het feit dat Hij de Gezalfde van Gods wege is. En Hij genas alle ziekte en alle kwaal, zonder één uitzondering. Als er toch één bewijs is van het feit dat Hij daadwerkelijk de beloofde Koning is! Dit zijn geen flauwe charismatische spelletjes of trucjes of campagnes en zo. Nee, dit hoorde bij Zijn bediening en Hij bewees het dus ook daadwerkelijk. Oké, en dan staat erbij, terwijl Hij Zijn rondgang daar in Galilea deed, met de twaalven die Hem daarbij hielpen en ondersteunden. Maar dat niet alleen... ▶ 15:56 De Vrouwen Die Jezus Vergezelden ↑ hoofdstukken Er waren ook nog enige vrouwen. Er staat namelijk bij: "en enige vrouwen", wat wil zeggen dat zij kennelijk deel uitmaakten van dat gezelschap dat rondtrok. En die vrouwen die hier bij name genoemd worden, waren genezen van boze geesten en van ziekten. Dat wordt heel vaak aan elkaar gekoppeld. Er is een verklaring die zegt dat het eigenlijk synoniem is, dat wil zeggen: boze geesten, namelijk van ziekten. De hele gedachte is dan dat het dubbelop is, zoals een stijlfiguur, een hendiadys: je zegt twee dingen, maar het is één ding. Net zoals wanneer ik zeg: "de God en Vader van onze Heer Jezus Christus" – dat zijn er niet twee, dat is God, namelijk de Vader. Zo zou je dit woordje 'en' ook kunnen opvatten: genezen van boze geesten, namelijk van ziekten. Dat is een manier om dat te benaderen. Maar je kunt natuurlijk het woordje 'en' ook als een plus opvatten: het één, maar ook het ander. Ik denk inderdaad niet dat het helemaal hetzelfde is. Boze geesten maken je vaak wel ziek, dat wel, maar omgekeerd is het natuurlijk niet altijd zo dat wie ziek is, behept is met boze geesten. Overigens, geesten, boze geesten: dat is echt wat hier staat. We zullen straks nog een ander woord tegenkomen, maar het woordje pneuma is heel breed. We kennen allemaal het Griekse woord wel een beetje: pneuma. Het Hebreeuwse woord loopt daarmee parallel en heeft vrijwel dezelfde gedachte: dat is het Hebreeuwse woord ruach. Ruach heeft de betekenis van wind, van adem, van geest. Ik vind dat eigenlijk de mooiste omschrijving van het begrip: het woord pneuma of geest zegt eigenlijk niet zozeer wat het is, maar iets over ons onvermogen om het te zien. Geest staat voor kracht die je niet kunt zien; het zegt dus eigenlijk meer over ons onvermogen. Vandaar ook: de wind kun je niet zien, maar je ziet de uitwerking ervan wel. Adem kun je niet zien, maar zonder dat kun je niet leven; je kunt de effecten van adem zien. Dat geldt voor geest in het algemeen ook. Boze geesten... maar God is ook geest, Die kun je ook niet zien. Geest is gewoon alles wat je niet kunt zien. En in dit geval geldt dat ook voor de menselijke geest: gewoon dat vermogen om te denken, dat is ook een bepaalde kracht, maar het is onwaarneembaar of in ieder geval onzienlijk. In dit geval waren ze genezen van die boze geesten; het is een onzienlijke invloed of kracht. Waar het specifiek over gaat, wordt hier niet zo gezegd, maar het moet duidelijk zijn dat deze vrouwen zeer kwalijk waren aangedaan. En het was de Heer die hen daarvan had genezen, en ook van ziekten. Dan worden er twee met name genoemd. ▶ 20:18 Maria Magdalena en het Begrip Demonen ↑ hoofdstukken En over één van hen hadden we het zojuist al even: namelijk Maria. Maar ja, welke? Want er zijn er nogal wat, hoor. Ga ze maar eens een keertje na in het Nieuwe Testament; je komt er zo vijf of zes tegen. Ik zeg het even voor de vuist weg, maar volgens mij kun je er zo vijf of zes opnoemen: Maria van Klopas, Maria de moeder van Jezus, Maria Magdalena... Help me even, er zijn er nog meer. Die zoeken we nog wel even op. Maar in ieder geval, dat is net zoiets als wanneer je in Nederland Jan heet. Welke Jan bedoel je dan? Dat zie je ook in dorpen waar heel veel mensen dezelfde achternaam hebben; daar hebben ze een bijnaam nodig om zich te onderscheiden. Dat is de reden waarom je een bijnaam krijgt. Deze Maria had de bijnaam 'van Magdala', eigenlijk letterlijk een Magdaleense. Dat heeft ermee te maken dat Magdala aan het Meer van Gennesaret ligt, oftewel Kinneret. Kinneret betekent harp; het meer heeft immers de vorm van een harp. Hier ligt Kafarnaüm, Bethsaïda, Tiberias en hier ligt Magdala. Zij was een Magdaleense en zo werd ze onderscheiden; ze werd niet zomaar Maria genoemd, maar dat was haar bijnaam. Het loutere feit dat Lucas haar hier zo noemt, geeft al aan dat hij haar introduceert als een nieuwe persoon. Stel je voor dat zij dezelfde zou zijn geweest als die zondares uit het voorgaande hoofdstuk; dat is heel onlogisch, want dan had ze daar die naam al gekregen en niet pas hier. Ze wordt hier echt als een nieuw figuur op het toneel geïntroduceerd, als ik het zo mag formuleren. Zij is dus heel duidelijk niet dezelfde als de zondares in het voorgaande gedeelte. Hier lees je dan van haar: ik had het zojuist over boze geesten, en in het Grieks wordt er dan inderdaad gesproken over boze geesten (pneumata ponēra). Maar hier is de term een andere. Dan zie je hoe dat met concordant vertalen werkt. In de NBG-vertaling staat hier bij vers 2 'boze geesten'. En dat klopt, want er staat in het Grieks pneumatōn en kwaadaardige, dus boze geesten. Dat is een heel duidelijke en correcte weergave. Maar als je hier vervolgens leest: 'van wie zeven demonen uitgegaan waren', dan wordt dat in de NBG-vertaling weer op dezelfde wijze benoemd met 'boze geesten', terwijl er in de grondtekst gewoon daimonia staat, dat wil zeggen demonen. Dat is niet concordant vertaald. Dan suggereert de vertaling dat er eenzelfde begrip gebruikt wordt, maar het is iets heel anders. Ik zeg niet dat het niets met elkaar te maken heeft, maar de wijze waarop Lucas het hier beschrijft en benoemt, is gewoon heel anders. En dat zou tot uitdrukking moeten komen in de weergave. Als je zo dicht mogelijk bij de bron en de grondtekst wilt blijven, dan is dit heel verwarrend. Te meer omdat het woordje 'demonen' gewoon een bekend begrip is. Waarom zou men hier dan van afwijken? Waarom heeft men hier niet gewoon vertaald: 'van wie zeven demonen waren uitgegaan'? De noodzaak daarvan ontgaat me geheel. Ik moet er wel bij zeggen dat vertalingen vaak problematisch zijn doordat bepaalde woorden een eigen leven zijn gaan leiden. In onze taal roept het gedachten op die vreemd zijn aan de brontaal en aan hoe het in de Bijbel bedoeld is. Dat geldt trouwens ook voor het woordje 'demonen', want wij denken bij demonen allemaal aan iets afschuwelijks. Nogmaals, ik beweer niet dat een demon niet afschuwelijk kan zijn, maar het woordje 'demon' is in het Grieks op zichzelf een neutraal woord. Wist u dat? Dat kunnen wij ons haast niet meer voorstellen. Iemand die tegenwoordig in onze taal gedemoniseerd wordt, dat is ongeveer het ergste wat je kan overkomen: tot een demon verklaard worden. Maar in het Grieks van het Nieuwe Testament is dat niet de gedachte. Een demon was de normale Griekse aanduiding voor de godheden van de Grieken. Kijk maar eens naar een paar voorbeelden in Handelingen 17 en 1 Korinthe 10. Handelingen 17 is heel apart. Daar lees je dat Paulus in Athene is en op de markt spreekt over Jezus en over de opstanding. In het Grieks is opstanding Anastasis. Wat dachten die Grieken daar op de markt? 'O, hij heeft twee nieuwe goden; hij spreekt over twee andere demonen.' Dat was geen belediging aan het adres van Paulus, maar een puur misverstand: zij hoorden hem spreken over Jezus en over Anastasis, en toen dachten ze dat hij een verkondiger was van vreemde goden. Zo staat het in onze vertaling, maar er staat gewoon dat hij een verkondiger is van vreemde demonen, oftewel godheden die zij nog niet kenden. En als Paulus vervolgens wordt uitgenodigd om op de Areopagus zijn verhaal te doen — waar hij graag gebruik van maakte — dan lees je dat hij begint met een compliment: 'Ik heb vastgesteld, toen ik de stad rondging, dat u in alle opzichten zeer godsdienstig bent.' Maar daar staat letterlijk deisidaimonesterous: vervuld van ontzag voor demonen, voor godheden. Daarmee beledigde hij de Atheners niet; het was gewoon de manier waarop zij hun goden aanduidden als demonen. Het woord zelf is in het Grieks dus neutraal. Voor een Jood natuurlijk beslist niet, want voor hen is er maar één God en deugen alle vreemde goden niet. Maar voor de Grieken en alles wat niet-Joods was, was het een neutraal begrip; het waren gewoon hun godheden. Er staat in de Griekse vertaling van Psalm 96, in de Septuaginta: 'Alle goden der volkeren zijn demonen.' Dat is de kern: wat zijn demonen? Dat zijn de goden van de volkeren, dat is het. Geen Griek in die dagen zou daar bezwaar tegen hebben gemaakt of zich beledigd hebben gevoeld. Maar om weer even helemaal terug te komen op deze Maria: zij was dus bezeten door — of gedemoniseerd met — zeven demonen. Er wordt verder niet beschreven wat voor kwaadaardige machten of boze geesten dat precies waren. Maar zeven stuks, dat is heel wat. Ik kan daar wel over gaan speculeren, maar dat kunt u ook, dus laten we dat maar achterwege laten. Het belangrijkste van die zeven demonen is: die hád ze, maar nu niet meer. Ze waren uitgegaan. Ze zaten er ooit in, maar nu waren ze eruit gegaan en had ze er geen last meer van. Deze Maria dus, de Magdaleense. ▶ 29:57 Johanna, Suzanna en het Dienen met Bezit ↑ hoofdstukken En dan was er nog een dame die in dat gezelschap een grote rol speelde, of in ieder geval die daar diende en meetrok: ene Johanna. Haar komen we nog één keer tegen in het Lucasevangelie, wel helemaal aan het einde. Zij is een van de vrouwen – Maria van Magdala wordt daar dan ook weer genoemd – die vroeg in de morgen aankomen bij het graf van de Heer Jezus. Daar wordt deze Johanna weer genoemd. Hier wordt ze nog wat speciaal geïntroduceerd, want zij was de vrouw van ene Chusas. Die man komen we verder nooit meer tegen, maar wat het aardige is: hij had nogal een belangrijke functie. Hij was namelijk opzichter van Herodes, of de rentmeester – dat is eigenlijk weer een ander woord – of, zoals de Concordant Version waar ik nogal enthousiast en lovend over ben het vertaalt: de manager. En aangezien het gaat om Herodes Antipas – want over die Herodes hebben we het, dat was de heerser over de Joden in die dagen – betekent dit dat het gezelschap van de Heer Jezus en de vrouwen die meetrokken connecties hadden in de hoogste regionen, met het hof van Herodes Antipas. Het feit dat Johanna zo nadrukkelijk wordt aangeduid als de vrouw van Chusas wekt de suggestie dat hij een hoge positie had en vermoedelijk ook niet onbemiddeld was, en dus in staat om hen te ondersteunen. En dan was er nog eentje die Lucas noemt: Susanna. In het Hebreeuws heet dat Shoshanna. In het moderne Ivriet betekent dat roos. Dat weet ik zo goed omdat ik destijds rozenkweker was en een Israëlische collega had die het altijd over Shoshanna had. In de Bijbel wordt de naam ook genoemd en daar wordt het weer vertaald met lelie. Hoe dat precies zit weet ik eigenlijk nog steeds niet, maar in ieder geval... Er is trouwens ook een bekend apocrief boek dat zo heet: Susanna, over een figuur die een rol speelt in verband met de geschiedenis van Daniël, maar dat staat niet in de Bijbel. Verder wordt zij in het evangelie nooit meer genoemd. Maar deze drie vrouwen, die kennelijk toch wel prominent waren, worden hier door Lucas met name genoemd. En er waren er nog vele anderen. Dat klinkt vrij indrukwekkend: vele anderen die hen dienden met hetgeen zij bezaten. 'Dienden', dat is gewoon het Griekse woord diakoneo. Ze waren dus daadwerkelijk dienstbaar met hun bezittingen. Je mag aannemen dat ze zorg droegen voor alle mogelijke materiële voorzieningen, zoals maaltijden en overnachtingen. Moet je je voorstellen: als je zo met de twaalf discipelen en die vrouwen rondtrekt, daar komt heel wat bij kijken om dat allemaal te organiseren. Er moet gegeten en gedronken worden, er moeten slaapplaatsen zijn; daar komt praktisch en financieel heel wat bij kijken. Hier krijg je eigenlijk een kijkje achter de schermen van hoe dat gegaan moet zijn. Deze vrouwen worden bij name genoemd, maar er waren dus nog vele anderen die hen dienden met hetgeen zij bezaten. Ik probeer het me gewoon praktisch voor te stellen: als je zo rondtrekt, waren er op de verschillende locaties waar ze kwamen telkens weer vrouwen en mannen dienstbaar om onderdak en verzorging te bieden. Dit gedeelte vormt eigenlijk nog een apart stukje, een introductie, waarna in mijn bijbel een nieuwe perikoop begint. ▶ 35:02 Veel Volk Stroomt Samen en Spreken Door Gelijkenissen ↑ hoofdstukken Toen er nu veel volk samenstroomde en uit elke stad mensen tot Hem kwamen... Dat is wel apart als je dat eens goed en aandachtig leest. In vers 1 staat immers dat Hij van stad tot stad naar hen toe ging, en dan in het vierde vers komen zij stad voor stad naar Hém toe. Dus Hij ging naar hen en zij kwamen bij Hem, en het ging om veel volk dat samenstroomde. Toen er nu veel volk samenstroomde en uit elke stad mensen tot Hem kwamen, sprak Hij door gelijkenis. Dat woordje 'een' moet je eigenlijk weglaten. Het woord 'gelijkenis' is in het Grieks parabolē. Para is een voorzetsel en bolē komt van een werkwoord dat letterlijk 'werpen' betekent – denk aan een bal in onze taal, dat is nog herkenbaar. Het idee is dat iets naast iets anders geworpen wordt ter vergelijking. Je hebt iets en er wordt iets naast geworpen om het te vergelijken. Vandaar ook een gelijkenis: het lijkt erop en er wordt een vergelijking van het een en het ander gemaakt. Let erop: er staat niet dat Hij een gelijkenis vertelt, maar gelijkenis is de wijze waarop Hij vertelt, waarop Hij spreekt. Hij spreekt middels gelijkenis, door gelijkenis. Dus Hij spreekt niet linea recta, maar vergelijkenderwijs. Pas in vers 9 lees je dat het uitgelegd wordt. Maar laten we eerst nog eventjes verder lezen voordat we... Ja, deze gelijkenis die nu geïntroduceerd wordt. Ik realiseer me nu dat ik hier al een keertje eerder over gesproken heb, toen we het hadden over de verborgenheden in het Nieuwe Testament. Toen waren we bij Mattheüs 13, waar Jezus het huis uitgaat, bij de zee gaat zitten, in een schip gaat en in gelijkenissen gaat spreken. De eerste gelijkenis die Hij dan uitspreekt, is de gelijkenis van de zaaier, die we hier nu ook aantreffen. Of dit dezelfde gelegenheid is geweest, weet ik niet. Kijk, je moet je realiseren: als de Heer rondging in de dorpen en steden, heeft Hij natuurlijk heel dikwijls – mag ik aannemen – ook dingen naar voren gebracht die Hij eerder al naar voren gebracht had. Hij bracht heus niet iedere keer iets nieuws. Als je iets proclameert, vertel je immers iets wat je eerder ook al op een andere locatie verteld hebt. Hij vertelt hier dus een gelijkenis, en daar in Mattheüs 13 wordt een heleboel gelijkenissen verteld: van de zaaier, van het onkruid, van het mosterdzaad – wel zeven of acht gelijkenissen. Daar in Mattheüs 13 wordt het helemaal uitgebreid uitgelegd, maar hier iets minder uitgebreid. Maar laten we eerst gewoon lezen wat de gelijkenis zelf is. Wat vertelt de Heer dan? Daar kunnen we vrij kort en snel doorheen gaan, omdat we vooral geïnteresseerd zijn in de betekenis. Maar dan staat er dit: ▶ 39:08 De Gelijkenis van de Zaaier ↑ hoofdstukken De zaaier — niet een, maar dé zaaier — ging uit om zijn zaad te zaaien. Ja, dat is heel apart: drie keer dat zaaien. Dat klinkt saai, maar drie keer wordt het zaad genoemd: de zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel een deel langs de weg en het werd vertrapt, en de vogelen des hemels aten het op. Ja, zo gaat dat, vooral als je je realiseert dat dit niet zomaar is zoals wij dat vandaag de dag kennen, waar een stuk land keurig begrensd is. In het Midden-Oosten is het allemaal niet zo netjes geploegd en afgegrensd. Hoe dan ook: er viel een deel langs de weg en het werd vertrapt, en de vogelen des hemels aten het op. En dan staat er vervolgens: en een ander deel viel op de rotsbodem. In Mattheüs 13 wordt er nog bij gezegd: waar het niet veel aarde had. Dat is dezelfde gedachte, maar het is wel van belang, want er staat: en toen het opkwam verdorde het. Waarom? Omdat het geen vochtigheid had, of omdat het geen wortel kon schieten vanwege de rotsbodem. Het was op de rotsen — petra, dat is het woord dat gebruikt wordt. En dan een derde categorie van zaad dat ergens terechtkwam: en een ander deel viel midden tussen de dorens, en de dorens kwamen tegelijk op en verstikten het. En tenslotte in vers 8 — hier hoeven we niet al te lang bij stil te staan, de tekst spreekt voor zich: en een ander deel viel in goede aarde. Tot op de dag van vandaag kennen we in het Nederlands nog dezelfde uitdrukking: een woord dat je spreekt kan, en het is de bedoeling dat het, in goede aarde vallen. Dat is direct aan deze gelijkenis ontleend. Een ander deel viel in goede aarde, en toen dat opgekomen was, bracht het honderdvoudige vrucht voort. In zowel Mattheüs als Markus wordt deze gelijkenis ook vermeld. Daar wordt er dan nog bij vermeld dat dat trouwens in verschillende maten vrucht droeg, namelijk dertigvoudig, zestigvoudig, honderdvoudig. Hier bracht het alleen honderdvoudige vrucht voort. Dit zeggende — Hij heeft dit dus zo verteld — riep Hij... Let op de werkwoorden: het voorgaande zei Hij, en het navolgende riep Hij. Het ene vertelde Hij in alle rust, het andere roept Hij. De suggestie is: met luide stem vertelde Hij dat, met de bekende woorden: wie oren heeft om te horen, die hore! Daar zijn oren voor bestemd, maar het loutere feit dat je iets hoort, wil nog niet zeggen dat je het werkelijk hoort. Want horen en horen is twee. Nee, horen en horen is vier in dit geval! Want hier waren vier categorieën, we zullen het straks ook zien. Er waren vier groepen waar het zaad terechtkwam, en waar dat een beeld van is, zullen we straks zien. Maar het gaat allemaal om mensen die iets horen: ze hebben het gehoord, ze hadden oren, en toch hoorden ze het niet echt. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, maar horen en horen is twee. En feitelijk kun je het nog verder onderverdelen. Laten we het even kort samenvatten. Dat wat op de weg terechtkwam: ook zij hoorden het, maar dat werd weer weggenomen. Vervolgens kwam er een deel op de rots: ook zij hoorden het, maar dat geloof was slechts tijdelijk. En dan een deel dat in de dorens terechtkwam: ook zij hoorden het, maar dat werd vervolgens verstikt. En dan dat wat in de goede aarde terechtkwam: ook zij hoorden het, en dat droeg vrucht. De overeenkomst in al die gevallen is: ze hadden wel het woord gehoord met hun oren, maar de uitwerking verschilde nogal. En dan krijg je een prangende vraag. Dat is ook wat ik me herinner van twee, drie seizoenen geleden — zeker weet ik het niet meer — toen we het over Mattheüs 13 hadden. Toen kwam deze vraag ook naar voren. En ik moet zeggen: iedere keer als ik eraan denk en als ik het toelicht, wekt dat een glimlach. Het is heel eigenaardig, haast humoristisch. Feitelijk is het humoristisch, als het niet zo tragisch was wat erachter schuilgaat. ▶ 45:25 Waarom Jezus Spreekt in Gelijkenissen ↑ hoofdstukken Namelijk: waarom vertelde de Heer Jezus nou gelijkenissen? In dit geval vragen zij wat deze gelijkenis mocht zijn. Het idee is: waarmee correspondeert dit? Ik bedoel, je kan wel iets vertellen over een zaaier en zaad, en het komt hier en het komt daar terecht, maar gaat het daarom? Nee natuurlijk niet, daar gaat het niet om. Maar waarmee vergelijk je het? Dat is de vraag, en dat is de vraag die de discipelen hier ook hebben. En dan zegt Hij vervolgens: jullie is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk van God te kennen. Ik heb hem hier ook onderstreept, maar ik wil het graag ook nog even mondeling toelichten. Het is júllie, zegt Hij tegen de discipelen – dat zijn leerlingen die daar zijn – gegeven de geheimenissen te kennen. Ik denk dat je dat niet genoeg kunt benadrukken, want het geeft aan dat het geen kwestie is van slimheid. Het is niet zo dat die discipelen zulke goede rapportcijfers op school hadden en dat ze het daarom snapten. Nee, dat is het niet. Het is geen kwestie van IQ en al helemaal niet van prestatie, maar het is je gegeven. Trouwens, helemaal op de keper beschouwd geldt dat ook voor je IQ: wat heb je dat je niet ontvangen hebt? Ik zou niks weten. Er is – ik durf het zo wel te poneren – niets wat je niet hebt ontvangen. Alles wat ik heb, dat heb ik van mijn Vader. Alles wat ik ben, dat ben ik door mijn leven... en ik kan daar alleen maar amen op zeggen. Ik vind het zo mooi; ik had het net over Handelingen 17, over Paulus op de Areopagus. Daar spreekt hij over een God die hemel en aarde gemaakt heeft. En dan staat er dat Hij aan allen leven, adem en alles geeft. Dus ja, als je leeft, oftewel ademt... want dan heb je weer zo'n hendiadys: leven en ademen. Leven, dat is adem, en als je de laatste adem uitblaast, dan is het leven weg. Maar dat vind ik zo mooi dat hij zegt: Hij, de God van hemel en aarde, die aan allen – iedereen dus – leven en adem geeft. En mocht je denken dat daar iets van uitgesloten is: Hij geeft álles. Dus noem maar iets op, je hebt het altijd maar gekregen. Dat is een waarheid die mij heel dierbaar is, mag ik wel zeggen. Ik vind het zo geweldig om daaraan te denken, omdat het namelijk ook alle roem uitsluit. Iedereen die eerlijk is, moet erkennen dat dit de waarheid is. Je kan toch niks verzinnen waarvan je zegt: ja, dat heb ik van mezelf. Nee, je hebt het gewoon gekregen. Er kunnen allerlei factoren zijn, je genen bijvoorbeeld, maar die heb je ook gekregen hoor. Je afkomst en alles: je hebt het zomaar gekregen. Dat is de Bijbelse waarheid. Daarmee is gezegd: alle roem is uitgesloten. En nou zegt Hij tegen de discipelen: het is jullie gegeven. Jullie. Niet de scharen, maar jullie is het gegeven. Om wat te kennen? Dat loutere feit van het kennen is natuurlijk al het meest basale. Het is geweldig om je te realiseren dat je gezondheid krijgt – of niet. Maar het is letterlijk een mooi woord: een ge-geven. Zoals het oor dat hoort; ik heb er nog niet zo lang geleden over mogen spreken uit Spreuken: het oor dat hoort, het oog dat ziet, beide heeft de HEER gemaakt. Je bent er toch niet trots op dat je kunt zien of dat je kunt horen? Mijn gehoor is niet bepaald meer wat het wezen zou moeten zijn, maar wie ben ik? Je neemt iemand toch niet kwalijk dat hij doof is? Je bent blij als jij wel in staat bent om goed te horen. Dat is helemaal gegeven. Maar dat geldt geestelijk net zo. Het is zo ontzettend waar en zo fundamenteel om te realiseren dat als je het Woord gehoord hebt, maar ook als je het Woord verstaat, het kent en mag begrijpen, dat dit ook is omdat Hij jouw ogen daarvoor geopend heeft, je oor heeft laten horen en je hart daarvoor geopend heeft. Als je erover nadenkt, is het haast een open deur intrappen; het is zo vanzelfsprekend en zo logisch. Maar het is één ding om de logica ervan te onderkennen, en het is een ander ding om ook werkelijk te beseffen dat je helemaal niets van jezelf hebt en dat je het allemaal te danken hebt aan Hém. Inderdaad, omhoog – dat zeg ik voor degenen die later de mp3 beluisteren. Jullie is het gegeven de geheimen van het Koninkrijk van God te kennen. En dan moet ik er trouwens nog even iets bij zeggen: de geheimen. In het Grieks staat daar het woordje mysteria. Daar hebben we een heel seizoen over gesproken, over die geheimenissen. Maar om even het geheugen op te frissen: mysteria is ook weer zo'n woord dat rechtstreeks vanuit het Grieks in het Nederlands terecht is gekomen. Maar dat is ook weer zo'n typisch voorbeeld van een woord dat in het Nederlands een betekenis heeft gekregen – mysterie – die niet overeenkomt met de oorspronkelijke Bijbelse gedachte. Een mysterie is namelijk niet iets zoals wij het meestal bedoelen en opvatten: iets wat raadselachtig is of onverklaarbaar. Men zegt bijvoorbeeld over de leer van de Drie-eenheid, als je naar Bijbelse bewijzen vraagt: dat moet je niet doen, want het is een mysterie. Het is heel onlogisch, je kunt het niet bewijzen, en dan wordt het iets raadselachtigs en onverklaarbaars. Maar dat is niet de Bijbelse betekenis! De Bijbelse betekenis is dat een mysterie iets is wat verborgen is, zolang het niet bekendgemaakt is. Niks onverklaarbaars; het is dus niet mysterieus – dat is het woord dat ik in dit verband moet gebruiken. Een mysterie is dus niet mysterieus. Een mysterie is iets wat verborgen is zolang het niet geopenbaard is. En het Koninkrijk van God kent ook zijn geheimen, zijn verborgenheden. In feite leven wij nu ook in de tijd dat het Koninkrijk er wel is, maar verborgen is. De Koning is verborgen, zijn lichaam is verborgen. Het is er wel, maar het is verborgen. Maar dat is niet mysterieus. Nee, dat zijn heel andere gedachten. En dan komt vervolgens de tegenstelling. Hij zei: het is jullie gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk van God te kennen, maar aan de overigen worden zij gepredikt in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien en horende niet begrijpen. Dit is echt heel elementair om überhaupt de zin van gelijkenissen te verstaan. Want hier wordt gewoon rechtstreeks en rechttoe rechtaan gezegd: jullie kennen de geheimen, maar de overigen die dit ook allemaal horen, kennen het niet. Die kennen het geheim niet, want die hebben alleen maar de gelijkenis gehoord, het mooie verhaal. En dan helemaal sterk: er staat ook nog bij dat dit met opzet is! Namelijk: opdat zij ziende niet zien. Terwijl ze het met hun ogen waarnemen – bijvoorbeeld dat Jezus het huis uitgaat en bij het meer gaat zitten, of in het schip vanaf het water het land toespreekt. Dat zagen ze voor hun ogen gebeuren, maar de betekenis ontging hen. En dat was zelfs de opzet. Moet je nagaan dat je predikt met de opzet dat je publiek jou niet begrijpt! Een deel van de mensen althans, zo moet ik het zeggen: jullie wel, de rest niet. Want de overigen, dat slaat op de buitenstaanders. In Marcus 4 wordt dat ook gebruikt, en in Mattheüs 13, en hier in Lucas 8. In Marcus 4 is dat in vers 8 en 9... Zullen we het even opzoeken? Ja, niet omdat ik je niet geloof, maar zo staat het er. Dus ik vind het wel mooi dat je dat onderscheid maakt met die twee groepen. Ja, oké. Lucas 4... oh, Marcus 4 vers 8. Je hebt hem net al even aangehaald. Oh ja, "en het overige viel in goede aarde", maar die bedoel je niet? Ja, maar dan zegt Hij, als Hij alleen is met de discipelen... Oh ja, dat is vers 11. Vers 11: "Hij zei: U is gegeven het geheimenis" — het enkelvoud — "van het Koninkrijk Gods, maar tot hen die buiten staan komt alles in gelijkenissen." En dat zijn... ja precies, dat zijn de overigen. Dat is heel sterk, want dat betekent dus dat de Heer Jezus binnen is en dan legt Hij het uit. Degenen die buiten zijn, die horen het sowieso natuurlijk niet. En dan geeft Hij nog een reden: opdat zij ziende niet zien en horende niet begrijpen, opdat zij niet op enig moment tot bekering komen. Je hebt dus de uiteenzetting in Matteüs 13, die is het bekendste. Systematisch worden al die gelijkenissen op een rijtje gezet, maar er worden hier toch dingen naar voren gebracht die elders weer niet gezegd worden. Ja, dat is het mooie van Schrift met Schrift vergelijken. Dat "opdat" zie je hier trouwens ook weer, dat is de reden. Waarom horen zij — de overigen, dus die buiten staan zoals Marcus dat noemt — in gelijkenissen? Nou, opdat zij ziende niet zien en horende niet begrijpen. Laten we met die conclusie dan eerst maar eens even gaan pauzeren. Want wat ik met deze dia bedoel: de gedachte is dus niet zoals wijdverbreid gedacht wordt. Als je in het algemeen vraagt: "Waarom vertelt Jezus gelijkenissen?", dan is het standaard antwoord: dat is om dingen duidelijk te maken, didactisch zeg maar. Maar het is precies het omgekeerde! Niet om iets te verduidelijken, maar juist om een betekenis te verbergen. En als je er even over doordenkt, begrijp je het ook. Want van alleen maar een gelijkenis horen word je natuurlijk niet wijzer, en dat was precies de opzet. Ik wil straks — maar dat doen we na de pauze — nog even naar die schriftplaats gaan in Jesaja 6, waar Jezus hier ook heel uitdrukkelijk aan refereert en wat later trouwens ook door Paulus wordt aangehaald in Handelingen 28. Maar laten we eerst even gaan pauzeren als dat goed is. Zou er nog wat zijn? Goed, laten wij weer verder gaan. Dankjewel weer voor al het lekkers wat jullie gemaakt hebben. Het is goed gelukt, zeker! Het valt niet mee om dat te maskeren dan. ▶ 01:00:04 Vervulling van de Profetie van Jesaja ↑ hoofdstukken Wij waren gebleven bij vers 10 van Lucas 8, waar de Heer uitleg of antwoord geeft op de vraag: "Jullie is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk van God te kennen, maar aan de overigen..." Zoals we zagen – dat blijkt in de praktijk ook uit Marcus 4 – waren dat degenen die buiten stonden. Aan de overigen werd dat niet gepredikt; die hoorden slechts de gelijkenissen, met als opzet en met reden: opdat zij ziende niet zien en horende niet horen. Je leest dat in Matteüs 13 ook. Ik zei al, dat is een paralleltekst: "Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen..." – dus meervoud – "...omdat zij..." Dat is nog iets minder sterk dan in Marcus en in Lucas, want daar wordt echt "opdat" gebruikt, net weer een verschil. Maar hier staat: "omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken. Want het hart van dit volk..." Het gaat hier specifiek natuurlijk over het volk waar Jesaja ook toe gezonden was, en de Heer trouwens ook: "...want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat..." – hier staat dan wél "opdat" – "...opdat zij niet zien met hun ogen." Hier wordt dus wel echt dat oogmerk genoemd; er is echt opzet in het spel. De Heer geeft dat doel daarin ook mee: opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zich bekeren – omkeren – en Ik hen daarmee ook zou genezen, herstellen. Ik wees er al even op dat Paulus dit citaat ook geeft in Handelingen 28, helemaal als afsluiting van het boek Handelingen, waarmee ook gezegd is dat de boodschap van redding naar de natiën is gezonden. Dat was Israël ook aangezegd. Het heeft opzet. Net in de pauze werd er nog even op gewezen; ik geef het alleen maar even mee, zonder nu naar de schriftplaats toe te gaan, maar er staat in Deuteronomium 29 – ik meen vers 4, als ik me niet vergis vers 4 en 5 – waar al tegen Israël gezegd wordt aan het einde van de woestijnreis, nadat God hen al die jaren had geleid: de HERE, uw God, heeft u geen ogen gegeven om te zien en geen oren gegeven om te horen tot op de dag van heden. Ook dat woord haalt Paulus dan weer in Romeinen 11 aan. Wat ik daarin opvallend vind: God geeft, maar Hij geeft ook niet. In beide gevallen is Hij degene die daarin Zijn plannen trekt. Ik houd ervan om te zeggen: bij God gaat er nooit iets mis, en dus ook nu niet. Paulus legt dat zo geweldig uit in die hoofdstukken Romeinen 9, 10 en 11: het feit dat er momenteel een omweg gemaakt wordt en dat Israël tijdelijk terzijde staat. God heeft hen nu ook geen ogen gegeven om te zien; het is hen verborgen, maar dat is ook de bedoeling. Daar heeft God een plan mee en op Zijn tijd gaat Hij wat Hij Zich voorgenomen had met de vaderen alsnog oppakken en de draad hervatten. Ja, geweldig om daaraan te denken! En het is een enorm voorrecht als je nu al bij het gezelschap mag horen dat de dingen mag verstaan, als het je gegeven is de geheimenissen te kennen. En het ís je gegeven, daar gaat het maar om. Nou, weer even terug naar Lucas 8. De Heer gaat het nu uitleggen aan degenen die daar binnen zitten. ▶ 01:04:54 Het Zaad Langs de Weg ↑ hoofdstukken Dit is de gelijkenis. Met andere woorden: hoe stond het er ook alweer? Ja, de gelijkenis was gegeven, maar nu gaat Hij vertellen waar het op lijkt of waar het naar verwijst. Nou, dat is niet zo moeilijk: het zaad is het Woord van God, het Woord Gods. In Mattheüs 13 wordt nog eens gezegd: het zaad is het woord van het Koninkrijk. In dit geval dan ook het Koninkrijk dat nu verborgen is, nu nóg verborgen is. Ik vind dat trouwens een prachtige gedachte, zaad. Denk maar aan Jesaja 55: daar lees je ook dat God Zijn Woord zendt en Hij doet altijd wat Hem behaagt. Hij zendt het en Hij geeft brood aan de eter en zaad aan de zaaier. Het zijn wat vrije associaties die ik nu maak, maar ik dacht eraan zojuist en ik vind het prachtig om daaraan te denken. Het gaat er nu ook om dat zaad natuurlijk een schitterend type is van het Woord van God, omdat het leven voortbrengt. Zo wordt het trouwens in de Bijbel meerdere keren uitgelegd: het levende en krachtige Woord van God. Nou, dat is waar dat zaad van spreekt. En dan staat er: die langs de weg zijn, zijn zij die het gehoord hebben. Jazeker. Daarna komt de diabolos – ik houd meer van die aanduiding dan van 'duivel'. Diabolos, daar zit namelijk echt de gedachte in van de doorheenwerper. Hij neemt het woord vanaf hun hart weg. Als u zegt: dat vind ik geen mooi Nederlands, dan zeg ik: dat ben ik met u eens. Maar zo staat het er wel. Er staat in de NBG-vertaling dat hij het woord uit hun hart neemt, maar dat is niet wat er staat: vanaf hun hart. Dat is zo'n subtiel verschil. Kijk, je hebt twee voorzetselen: apo, dat betekent vanaf, en ek, dat betekent uit of vanuit. Maar hier wordt niet het woordje ek gebruikt (uit het hart), maar apo (vanaf het hart). En dat betekent dus gewoon: het woord was niet doorgedrongen, maar had hen eigenlijk – dat is de gedachte – oppervlakkig bereikt. Maar de diabolos komt en neemt het woord vanaf hun hart weg. In de gelijkenis was er sprake van de vogelen des hemels, en hier wordt gezegd: de diabolos neemt het woord vanaf hun hart weg. Die heeft ook inderdaad de bedoeling opdat zij niet zouden geloven en gered worden. Dat is eigenlijk wel eigenaardig, dat realiseer ik me terwijl ik hierover spreek. Maar je leest dus: de Heer heeft zo Zijn redenen opdat mensen niet geloven. Maar in dit geval is de tegenstander daarin gewoon niets anders dan een instrument in Zijn handen. Zeker. De diabolos neemt het weg opdat mensen niet zouden geloven, maar ook in dat opzicht is hij slechts dienstbaar. Kan hij anders dan dienstbaar zijn? Dat wil hij niet, maar ook dat is de bedoeling: hij is slechts dienstbaar aan dat plan van God. Linksom of rechtsom, je kunt je daar nooit aan onttrekken. En hier in dit geval: opdat zij niet zouden geloven en gered worden. In deze context betekent die redding... Kijk, redding kan afhankelijk van de context eigenlijk van alles betekenen. Iemand die gered wordt uit de dood, ja, die wordt levend. Maar hier in deze context is er sprake van blindheid en hardhorendheid. Als je daarvan gered wordt, dan word je dus gered uit blindheid en uit doofheid of hardhorendheid. Met andere woorden – ik denk aan dat lied Amazing Grace, hoe was het ook alweer: "I once was lost, but now I'm found, was blind, but now I see." Als je verloren bent, dan zie je het niet. Maar op het moment dat je het Woord gelooft, opent dat je ogen en dat verlost je. Dat redt je dus ook van de blindheid en daarmee ook van de duisternis, welke metafoor je er ook voor invult. De gedachte is in ieder geval duidelijk. Dan is er nog een tweede categorie: die op de rotsbodem zijn. ▶ 01:10:26 Het Zaad op de Rotsbodem ↑ hoofdstukken Die op de rotsbodem zijn zij die het Woord, zodra ze het horen, met blijdschap ontvangen. Ja, als je het mij vraagt: het Woord ontkiemt in hun hart en vandaar ook dat het vreugde genereert; het is ontvangen met blijdschap. Maar dezen hebben geen wortel en zij geloven voor een periode. Dan moet je niet... je kunt zeggen: het is geen echt geloof, maar de Heer noemt het gewoon geloof. Ik weet dat als je een beetje gepokt en gemazeld bent in de calvinistische theologie, je allerlei onderscheidingen hebt. We hadden het er in de pauze nog even over met Jan, over de verschillende soorten van geloof en zoals we dat qua categorisatie ook hebben meegekregen. Zijn er mensen die dit herkennen? Ja, een paar wel. Over de verschillende soorten: historisch geloof, je hebt tekengeloof – niet geloven in tekens, maar nou ja – en je hebt zaligmakend geloof. Maar dan zit je het in een bepaald dogmatisch, theologisch schema te persen. Het gaat mij hierom: hier wordt wel degelijk gesproken dat zij geloven. Het is alleen inderdaad voor een periode. Mijn punt is nu vooral dat de aanwezigheid van geloof niet wordt ontkend. Dat is van belang, en het ontkiemt, het wordt met vreugde ontvangen. Dus het doet wel degelijk wat, alleen is het periodiek, om zo te zeggen. Kairos wordt hier gebruikt in het Grieks voor een gelegenheid, voor een periode. En in de periode van beproeving, als het getest wordt, nemen zij afstand. "Vallen zij af" staat er eigenlijk niet, apostasie; het is: nemen zij afstand. ▶ 01:12:36 Het Zaad Tussen de Dorens ↑ hoofdstukken En wat in de dorens viel? Dat zijn zij die het gehoord hebben, en gaandeweg worden zij door zorgen — drie dingen worden genoemd: zorgen, rijkdom en geneugten des levens — verstikt. Ze brengen geen vrucht tot rijpheid. In feite is het heel aanschouwelijk wat hier gebeurt, want dit is wat er plaatsvindt als het Woord gezaaid wordt: het komt op allerlei plekken terecht. Het kan inderdaad vertreden worden, het kan weggenomen worden door de diabolos, of het kan verstikt worden. En dat laatste is waar het hier over gaat: het wordt verstikt. Het is trouwens wel opmerkelijk: voor die geneugten staat hier in het Grieks hèdonè. Daar is ons woord hedonist en hedonisme van afgeleid. Een hedonist is iemand die als levensfilosofie heeft om te genieten van wat er te genieten valt. Bij ons heeft het vooral de betekenis gekregen van — hoe zal ik het zeggen? — gewoon al het plezier en het vermaak uit het leven halen wat er maar in zit; het heeft iets heel oppervlakkigs gekregen. In de Griekse filosofie had het die betekenis niet zozeer, maar daar gaat het mij nu even niet om. Het gaat erom dat dat woord hier gebruikt wordt: de genietingen, de geneugten, het genot, de lusten. En bij 'des levens' staat ons woordje bios. Dat heeft niets te maken met een bioscoop, maar wel met biologie: het levensonderhoud. Dat is eigenlijk wel apart. Want er wordt hier gesproken over het zaad tussen de dorens. Weliswaar komt dat zaad op; het groeit, en gaandeweg groeit het dus mee met de dorens waar het zich tussen bevindt. Maar het wordt verstikt. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want zowel zorgen als ook rijkdom en geneugten kunnen het Woord verstikken. Het ene heeft te maken met bezorgdheid omdat er gebrek is, maar ook het positieve — rijkdom, overvloed, geneugten — kan het Woord verstikken. En ook dat is gewoon heel realistisch, want ze hebben in dit geval hetzelfde effect. Door de zorgen van het leven — volgens mij wordt dat in Mattheüs 13 nog wat nader benoemd — kun je wakker liggen van allerlei dingen die het Woord verstikken. Dat is geen beschuldiging, het is gewoon een constatering waardoor het Woord niet werkelijk tot volle wasdom komt — dat is eigenlijk de metafoor hier. Maar dat geldt voor rijkdom net zo goed. Ik moet eraan denken dat er in Spreuken, ergens aan het einde, de woorden van Agur staan. Hij zegt: 'Geef mij armoede noch rijkdom.' Want in beide gevallen — het wordt daar ook gemotiveerd — kan het ervoor zorgen dat je je verliest: door armoede in de zorgen van het leven, waardoor het Woord inderdaad verstikt en niet de aandacht krijgt die het nodig heeft; maar dat geldt voor rijkdom net zo goed. Dan heb je Hem niet meer nodig en meen je alles al te hebben. Dat geldt trouwens ook voor de genietingen: het leven is allemaal prachtig, maar ze dragen in feite allemaal het gevaar in zich dat het Woord daardoor verstikt raakt. Het Woord is er nog wel, het is ook niet weggenomen en het is ook niet oppervlakkig, maar het punt is: het moet concurreren tegen zoveel andere dingen. En als u het mij vraagt: ik zie het gewoon om me heen, ik zie het ook in mijn eigen familie. Er zijn zoveel dingen die aandacht vragen: alle sociale media, de computers, zo'n overvloed aan data en ook rotzooi. Maar het punt is: ik bedoel het niet eens negatief over de inhoud, maar er is gewoon zoveel dat aandacht vraagt, zoveel informatie, dat hetgeen wat er werkelijk toe doet daartegen moet concurreren. Nou ja, daar past maar één ding, en dat is dat je het Woord de prioriteit geeft. Prioriteit betekent ook letterlijk: de eerste plaats. Zet dat vooraan! Dat zegt de Heer ook al, in die zin is er niets nieuws: 'Zoek eerst het Koninkrijk' — wat nu verborgen is, daarom moet het ook gezocht worden denk ik — 'en Zijn gerechtigheid', wat ook alles met Zijn Woord te maken heeft. Zoek dat eerst, en al het andere — dat wat nodig is of wat Hij nodig vindt — zal Hij je allemaal geven. Dat is pas echte onbezorgdheid, dat is het mooiste leven wat je kunt bedenken! Geef Hem de eerste plaats, geef het Woord de plaats die het toekomt, en al het andere valt allemaal op zijn plek. Je krijgt wat je nodig hebt, en juist dan kan het Woord ook vrucht dragen. Want dat is wat hier ook staat: deze dingen zijn allemaal gevaren die het Woord verstikken, die de werkzaamheid van het Woord verstikken, zodat het geen vrucht tot rijpheid voortbrengt. Ja, want in dit geval is er wel sprake van leven en is er ook sprake van ontwikkeling, maar het bereikt niet — dat is het woord wat hier gebruikt wordt: telos — het bereikt niet het eigenlijke doeleinde, en dat is vrucht, rijke vrucht. Dat is uiteraard waar het voor bedoeld is. En dat zaad in voortreffelijke aarde... wat is het woord dat hier gebruikt wordt? ▶ 01:19:49 Het Zaad in de Goede Aarde ↑ hoofdstukken De Heer gaat dus verder met de uitleg. Dit is de laatste categorie: dat in voortreffelijke aarde – 'goede aarde' werd het eerder genoemd. Dat zijn zij die met een voortreffelijk en goed hart het Woord gehoord hebben. En hoezo voortreffelijk en goed? Wel, omdat ze het Woord horen; dat is namelijk voortreffelijk. Ze horen het Woord en houden dat dan ook daadwerkelijk vast. Zie je, het gaat om één ding en dat is het Woord, en om bij het Woord te blijven. En ja, er zijn zo enorm veel dingen die je weer van het Woord zouden kunnen wegtrekken, die afleiden en je ervan afvoeren. Maar waar het om gaat, is dat je bij het Woord blijft, dat vasthoudt en daardoor vrucht draagt in verduren. In de NBG-vertaling staat: 'in volharding'. Er staat letterlijk iets... verduren is eigenlijk passiever: je verduurt de dingen die je overkomen. En hoe kan dat? De aardigheid van dat Griekse woord (hupo-moné) is dat het ook weer uit twee elementen bestaat: een voorzetsel (hupo) en dat woordje moné. En dat betekent: blijven en onderblijven. Dat vind ik een prachtige gedachte, want het roept de associatie op van: er komt van alles op je af, maar als je onder dat Woord blijft, dan maakt dat dat je vrucht draagt. De enorme potentie van het Woord is niet alleen maar dat het leven wekt en dat je het in vreugde ontvangt, maar de potentie van het Woord is dat het in staat is je rijkelijk vrucht te doen dragen in je leven: dertig-, zestig-, honderdvoudig. Ja, maar hoe werkt dat dan? Wel, gewoon doordat je niet alleen het Woord hoort, maar er ook gewoon bij blijft. Want daarin is alle kracht gelegen. En dan gaat het er niet om dat jíj iets met dat Woord doet. Dat is natuurlijk altijd weer die godsdienstige, religieuze link die gelegd wordt: wat doe jíj met het Woord? Nee, daar gaat het niet om. Dat Woord belooft, in dat Woord maakt God Zich bekend, dat is een goed bericht! Blijf bij dat Woord en dan gaat dat Woord met jou aan de gang. En dat Woord werkt dingen uit en brengt leven en vrucht voort. Dan krijg je eigenlijk nog een metafoor, dat is wederom eigenlijk een gelijkenis. Nou, of het zo benoemd moet worden in dit verband... Het is een metafoor die gebruikt wordt, die de Here Jezus eigenlijk in aansluiting daarop uitspreekt. ▶ 01:22:59 De Lamp op de Standaard ↑ hoofdstukken Niemand steekt een lamp aan – dat wil zeggen een olielamp, want het gaat niet om een kaars maar om een olielamp – en bedekt die met een vat of zet haar onder een bed. Nee, dat doe je niet, je steekt haar aan. Laten we maar verder lezen: "maar hij zet haar op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien." Waarom zou je anders het licht aandoen? Waarom? We hadden het al over het Woord dat licht is en over het Woord dat zaad is. Maar het Woord is ook een lamp: "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad." Dat Woord is licht. Het is eigenlijk ook een prachtig beeld van het Woord, want het Woord maakt de dingen openbaar. Als iets onduidelijk is, dan licht het op, het licht ons voor en laat de dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Als het donker is, zie je niets, dan is het duister. Maar als het Woord klinkt, gaat het licht schijnen. "De opening van Uw woorden verspreidt licht." En denk aan Johannes 1: in het Woord was het leven en het Woord is het licht des levens. Die vergelijking laat zien dat een lamp dient om licht te verspreiden. In feite is dat verspreiden van het licht precies hetzelfde als het dragen van vrucht. Het zijn verschillende beelden, maar de gedachte is exact dezelfde. Vruchtdragen betekent dat het leven feitelijk geproduceerd wordt en vervolgens ook genoeg is voor anderen. Dat is ook precies de bedoeling van een lamp: dat zij in staat is om ieder die je treft, die in de omgeving is, te verlichten. Dat is het mooiste wat er bestaat, namelijk dat je een lampje wordt. Hoe was dat ook alweer? Een lichtje... "Ik in mijn klein hoekje en jij in het jouwe." Ja, weet u hoe het werkt? Het geweldige is: als dat licht in je ontstoken wordt – of anders gezegd, als het zaad in je gaat ontkiemen – dan produceert dat leven en vreugde, en dan gaat dat licht vanzelf schijnen. De ogen worden verlicht, want dat is wat het Woord doet. Je gaat stralen, je hebt wat te melden en te vertellen, en dingen worden duidelijk. Dat is allemaal wat licht doet, en dat is waar het hier dus ook over gaat: men zet het op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien. "Want er is niets verborgen," staat er in vers 17, "dat niet openbaar zal worden en niets geheim dat niet zal bekend worden en openbaar wordt." Of: dat het aan het licht zal komen. Dat is ook wel aardig; misschien niet helemaal precies zoals het in het Grieks staat, maar het past wel helemaal bij de metafoor. Iets wat openbaar wordt, treedt immers aan het licht, dus de gedachte is dezelfde. Ik heb trouwens wel gemerkt dat dit vers soms heel anders wordt toegepast. Dan gaat het vooral over zonden, zo van: straks wordt alles openbaar, al mag het nu nog bedekt zijn. De gedachte op zich is niet eens zo gek of onbijbels, maar het is wel helemaal uit het verband losgemaakt. Daar moeten we dus niet aan beginnen. Hier gaat het over het woord krypton dat gebruikt wordt: er is niets verborgen. Dat woord kennen we tegenwoordig ook. En wat nu nog verborgen is – zeker ook het Koninkrijk, dat geheim is – dat zal openbaar worden. In feite zit hier dus ook een geweldige belofte in besloten. ▶ 01:27:33 Ziet Toe Hoe Gij Hoort ↑ hoofdstukken "Ziet dan toe", dat is de conclusie. Volgens mij ook het laatste vers dat we nog hebben: "Ziet dan toe hoe gij hoort." Niet wát gij hoort, maar hóe gij hoort. Er zijn allerlei categorieën van horen, dat hebben we inmiddels gezien, en slechts een deel droeg vrucht, oftewel: verspreidt licht. Zie dan toe, merk dat op. Wie oren heeft om te horen – of in dit geval: als je ogen hebt om te zien – merk dan dit op: "Want wie heeft, hem zal gegeven worden" – wie heeft, namelijk het Woord, hem zal gegeven worden – "en wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen worden." Dit is trouwens een tekst die nogal eens misgeïnterpreteerd wordt. Want het gaat hier niet over het verliezen van redding, maar over het gehoorde Woord dat zijn uitwerking gaat missen. Ja, het licht wordt bedekt en dan wordt het alsnog donker. Ik moet denken aan de uitdrukking die in een heel ander verband ook wel gebezigd wordt: use it or lose it. Ze gebruiken dat in verband met je lichaam, met spieren: je moet ze gebruiken, anders raak je de functie helemaal kwijt. En in feite is dat ook met het Woord zo: bij het Woord blijven, het gebruiken en het hanteren zoals het bedoeld is. Als je dat loslaat, zal ook dat wat je meent te hebben je ontnomen worden. De centrale gedachte, eigenlijk vanaf het begin van dit hoofdstuk, is inderdaad dat Woord. Dáár gaat het om. Dat moet klinken, en dat doet zijn werk. En ja, dat is ook wat we elkaar voorhouden: blijf daarbij! Dat is het Woord dat we vast moeten houden, want dat is het enige wat telt. 🎧 24. Lucas 8:1-18 – het horen van het Woord 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); if (!allDet.length) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { for (var j = 0; j < allDet.length; j++) { target.parentNode.insertBefore(allDet[j], target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { for (var k = 0; k < allDet.length; k++) { col.appendChild(allDet[k]); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSrc = floatAudio.getAttribute('src') || ''; var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var activeDet = null; var allDet = document.querySelectorAll('.gb-transcript-details'); for (var i = 0; i < allDet.length; i++) { var dUrl = allDet[i].getAttribute('data-audio-url') || ''; if (dUrl) { if (curSrc.indexOf(dUrl) !== -1 || dUrl.indexOf(curSrc) !== -1) { activeDet = allDet[i]; break; } } } var scope = activeDet || document; var allTs = scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = scope.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl(btn) { if (btn) { var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } } var anyDet = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (anyDet) { var dUrl2 = anyDet.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl2) return dUrl2; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); var det = btn.closest('.gb-transcript-details'); var scope = det || document; scope.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(btn); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth 1) { partLabel = parts.slice(1).join(':').trim(); } } } var mainHeading = partLabel ? (pTitle + ' (' + partLabel + ')') : pTitle; titleEl.textContent = cTitle ? (mainHeading + ' · ' + cTitle) : mainHeading; } if (floatAudio) { var curRate = speeds[speedIdx]; function seekAndPlay() { if (sec >= 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

02-10-2026 Lees verder

Prikbord

Vandaag in het Nederlands Dagblad: een mooi interview met Francien (95), die vrijmoedig spreekt van Gods genade voor álle mensen. Ook het boek ‘101 bommen en granaten’ komt ter sprake.

Bijbelvers 18 uur geleden

1Thessalonika 4:16 – de stem van de aartsengel

… in de stem van [de] aartsengel …

Bij het neerdalen van de Heer zal ook de stem van de aartsengel klinken. Wie is deze aartsengel? De Schrift kent slechts één aartsengel: Michaël. Niet voor niets wordt hij in Judas 9 aangeduid als ‘de aartsengel’. In Daniël wordt hij voorgesteld als de grote vorst die voor het volk Israël staat (Dan.12:1).

Daniël voorzegt dat Michaël zal opstaan voordat er een tijd van ongekende benauwdheid zal aanbreken. Jezus spreekt eveneens over deze grote verdrukking (Matth.24:21). Ook in Openbaring 12 speelt Michaël een sleutelrol. Zodra de mannelijke zoon is weggerukt tot God en zijn troon (vers 5), breekt in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn engelen strijden tegen de draak, die vervolgens uit de hemel wordt geworpen (vers 7-9).

Daarna vervolgt de draak de vrouw, die Israël voorstelt. Zij wordt gedurende ‘een tijd, tijden en een halve tijd’, oftewel drieënhalf jaar, beschermd (Openb.12:14). Zowel Daniël als Openbaring verbinden Michaëls optreden dus met het aanbreken van de grote verdrukking. Dat Paulus juist de stem van deze aartsengel noemt bij het neerdalen van de Heer, is daarom van grote betekenis. Het geeft ons een belangrijke aanwijzing voor de plaats van deze gebeurtenis in het profetische tijdschema. De stem van Michaël kondigt een beslissende overgang aan!

Delen: