GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

GoedBericht.nl wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen! Omdat GOD nooit laat varen de werken van zijn handen.


Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus deze als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf.

 

De levende GOD is een Redder van ALLE mensen, speciaal van gelovigen!

1 Timotheus 4:10

Prikbord

zondag 1 november
Urk (16:30 uur)
thema: alle heiligen & Paulus

Artikelen & Nieuwsflitsen

koning Agrippa en Katwijk

Wie vanuit Katwijk over de N206 richting Leiden rijdt (de Tjalmaweg), komt bij Valkenburg onder een viaduct door met een opmerkelijke naam: Praetorium Agrippinae. Het is een herinnering aan het Romeinse verleden van onze omgeving, maar achter die naam gaat een geschiedenis schuil die verrassend nauw verbonden is met de wereld van het Nieuwe Testament. Via een Romeinse veldheer en de familie van keizer Augustus komen we namelijk terecht bij Herodes de Grote, diens kleinzoon Agrippa en uiteindelijk zelfs bij de apostel Paulus. een Romeins fort in Valkenburg Bijna tweeduizend jaar geleden vormde de Oude Rijn de noordelijke grens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde Limes (= grens, spreek uit: lie-mes). Langs deze grens hadden de Romeinen een reeks legerplaatsen aangelegd, waaronder een fort op de plaats van het huidige Valkenburg. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit fort in de winter van 39 op 40 na Christus werd gesticht, tijdens de regering van keizer Caligula. Het kreeg de naam Praetorium Agrippinae, wat zoveel betekent als 'hoofdkwartier van Agrippina'. Vermoedelijk was het vernoemd naar Caligula's moeder, al kan ook diens zus Agrippina zijn bedoeld. Deze laatste is trouwens de moeder van de beruchte keizer Nero. Hoe dan ook, moeder en dochter behoorden tot de Romeinse keizerlijke familie. Caligula's moeder was een dochter van Marcus Vipsanius Agrippa, een beroemde Romeinse veldheer en rechterhand van keizer Augustus, die we kennen uit Lukas 2:1, in verband met de geboorte van Jezus. Deze Agrippa (63–12 v.Chr.) was een van de machtigste mannen van zijn tijd en bovendien een persoonlijke vriend van Herodes de Grote. Dat is de Herodes die we uit Mattheüs 2 kennen als de koning die het kind Jezus naar het leven stond. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vertelt uitvoerig over de bijzondere vriendschap tussen Herodes en Agrippa. Ze bezochten elkaar over en weer en Herodes ontving zijn Romeinse vriend zelfs met groot eerbetoon in Jeruzalem. Hun band was zo hecht dat Herodes een van zijn kleinzonen naar Agrippa liet vernoemen. En daarmee komen we bij een koning die we ook uit het Nieuwe Testament kennen: Herodes Agrippa I. Deze kleinzoon van Herodes de Grote groeide op in Rome, verkeerde in de hoogste kringen van het keizerlijke hof en raakte nauw bevriend met Caligula. Toen deze in het jaar 37 keizer Tiberius opvolgde, schonk hij Agrippa een koningstitel en een eigen gebied. En juist deze vriendschap brengt ons opnieuw terug naar de contreien van Katwijk! een Bijbelse koning op Katwijkse bodem? In de winter van 39 op 40 na Christus bevond Herodes Agrippa I zich in het gezelschap van keizer Caligula, die in die periode met zijn legers naar het uiterste noordwesten van het Romeinse Rijk trok. De keizer bereidde een militaire onderneming tegen Brittannië voor en bezocht daarbij ook het gebied van de Rijnmonding. Vermoedelijk heeft zijn vriend Agrippa hem op deze reis vergezeld en is dus ook in de omgeving van het huidige Katwijk en Valkenburg geweest. Opmerkelijk is dat juist in die tijd het Romeinse fort in Valkenburg werd gesticht. Bij archeologische opgravingen is daar zelfs een wijnvat aangetroffen met een stempel waarop de officiële naam van keizer Caligula stond vermeld. Een tastbare herinnering aan de keizer, die daar wellicht ook met koning Herodes Agrippa heeft rondgelopen. Dus direct in de omgeving van waar tegenwoordig het verkeer over de N206 raast! Dat alles speelde zich af rond het jaar 40 na Christus. Het waren de jaren waarin de apostel Paulus actief was in de streken van Syrië en Cilicië, zoals hij zelf vermeldt in Galaten 1:21. Terwijl hier aan de Noordzee de Romeinse legers hun posities innamen, voltrok zich in het oosten van hetzelfde rijk de geschiedenis die we kennen uit het boek Handelingen. En die koning Agrippa, die wellicht dus Katwijk bezocht, ontmoeten we enkele jaren later in Handelingen 12. Daar lezen we hoe hij Jakobus, de broer van Johannes, met het zwaard liet ombrengen en vervolgens ook Petrus gevangen liet zetten. Zijn regering eindigde in het jaar 44 op dramatische wijze. Toen hij in Caesarea, gekleed in zijn koninklijke gewaad, het volk toesprak en zich als een god liet toejuichen, werd hij door een boodschapper van de Heer geslagen en stierf hij (Hand.12:20-23). van Agrippa naar Paulus Maar daarmee houdt de verbinding tussen de naam van het Valkenburgse viaduct en de Bijbelse geschiedenis nog niet op. Herodes Agrippa I had namelijk een zoon die eveneens Agrippa heette. Deze Herodes Agrippa II was dus een achterkleinzoon van Herodes de Grote en ook hem ontmoeten we in het boek Handelingen. In hoofdstuk 25 en 26 lezen we hoe hij samen met zijn zus Bernice een bezoek brengt aan de Romeinse stadhouder Festus in Caesarea. Daar bevindt zich op dat moment Paulus als gevangene en krijgt hij de gelegenheid tegenover de koning te getuigen van zijn ontmoeting met de opgewekte Christus. Tijdens zijn verdediging legt Paulus Agrippa II hem het vuur aan de schrenen, zodat deze uitriep: "Je beweegt mij bijna een Christen te worden!" (Hand.26:28). Zo ontmoeten we in het boek Handelingen twee opeenvolgende generaties Agrippa: de vader in hoofdstuk 12 en de zoon in hoofdstuk 25 en 26. Beiden behoorden tot de Herodesfamilie, die haar positie en macht in hoge mate aan de Romeinse keizers te danken had. En zo komen we weer terug bij het viaduct Praetorium Agrippinae in Valkenburg. De naam voert ons via de keizerlijke familie van Augustus en diens veldheer Marcus Agrippa naar Herodes de Grote, diens kleinzoon Agrippa I en diens achterkleinzoon Agrippa II. Een geschiedenis die zich uitstrekt van Rome tot Jeruzalem en Caesarea, maar waarvan de sporen ook op nog geen kilometer afstand (hemelsbreed) van mijn huis zijn terug te vinden. Wie had gedacht dat een naam langs de N206 zo'n verrassende verbinding heeft met de geschiedenis van het Nieuwe Testament?!

28-10-2026 Lees verder

regionale alliantie rond Israël krijgt contouren

Op 5 september berichtten we dat de regering-Trump werkt aan een nieuwe regionale ordening in het Midden-Oosten, met Israël in een sleutelpositie. Het plan verkeerde toen nog in de ontwerpfase en de precieze samenstelling van de beoogde alliantie was niet bekend. Inmiddels worden daarvan concrete contouren zichtbaar. Vorige week kwamen in Duitsland onder leiding van het Amerikaanse CENTCOM de militaire leiders bijeen van Israël en zeven Arabische staten: Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Koeweit, Qatar, Jordanië en Egypte. Zij spraken over verdere regionale veiligheidssamenwerking. Opmerkelijk is dat ook Saoedi-Arabië en Qatar deelnamen, landen die geen diplomatieke betrekkingen met Israël onderhouden. Israël neemt binnen deze door de VS georganiseerde regionale veiligheidsstructuur een steeds centralere plaats in. Bijzonder is ook de samenstelling die nu zichtbaar wordt: Israël plus zeven Arabische staten — acht landen in totaal — worden binnen één regionaal veiligheidskader samengebracht. In het licht van de profetieën van Daniël is dit een opmerkelijke ontwikkeling. Daar verschijnt in de eindtijd een regionale bond van tien koningen, waarbij Jeruzalem binnen deze uitleg het bestuurlijke centrum vormt en Israël zelf dus niet tot het tiental gerekend hoeft te worden. Van zo’n Tienstatenbond kan hier uiteraard nog niet worden gesproken. Maar nu een eerder aangekondigd Amerikaans plan voor een regionale alliantie rond Israël daadwerkelijk contouren begint te krijgen, is er alle reden het vervolg nauwlettend te volgen. Bronnen:Axios, 15 september 2026 — oorspronkelijke berichtgeving over de bijeenkomstThe Times of Israel, 15 september 2026 — bericht over de deelnemende Arabische staten

16-09-2026 Lees verder

Recente Toespraken

de ekklesia als Gods elitekorps

‘Elite’ verwijst naar uitkiezen en ‘korps’ naar een lichaam: twee begrippen die verrassend goed aansluiten bij Paulus’ onderwijs over de ekklesia. Maar wat maakt dit gezelschap zo bijzonder en welke bestemming heeft God ermee voor ogen? God heeft heel zijn schepping op het oog, maar heeft daarin voor de huidige ekklesia de allerhoogste plaats voorbestemd – samen met zijn Zoon! .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak De ekklesia wordt gekarakteriseerd als Gods elitekorps: een door God uitgekozen lichaam dat in Christus is ingelijfd en deelt in alle geestelijke zegeningen. Deze uitverkiezing vond reeds plaats vóór de nederwerping der wereld en berust niet op menselijke wijsheid, aanzien of verdienste, want God kiest juist wat dwaas en zwak is om alle menselijke roem uit te sluiten. Als lichaam en aanvulling van Christus als Hoofd heeft de ekklesia een unieke hemelse positie, te onderscheiden van Israël, het Koninkrijk en het geheel van alle geredden. De ekklesia is geroepen om getuigenis af te leggen van het alomvattende evangelie dat God door de ene Middelaar de Redder is van alle mensen en uiteindelijk heel de schepping tot volheid brengt. “God kiest geen bekwamen, maar Hij bekwaamt die Hij kiest!” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 De Betekenis van Ekklesia en Elitekorps ▶ 12:24 Uitverkoren in Christus Vóór de Grondlegging Der Wereld ▶ 23:19 Christus als Hoofd en de Ekklesia als Zijn Lichaam ▶ 30:05 Niet Vele Wijzen of Aanzienlijken ▶ 39:27 Een Elite met een Alomvattende Boodschap ▶ 53:24 De Ekklesia Onderscheiden van het Koninkrijk ▶ 01:00:12 Het Alomvattende Evangelie: Redding voor Allen ▶ 00:00 De Betekenis van Ekklesia en Elitekorps ↑ hoofdstukken Een wonderlijke titel, zo werd mij voor de samenkomst gezegd. En ja, dat klopt ook wel, want als u bijbelvast bent en u houdt ervan om dingen concordant te benaderen, dan zult u zich wel realiseren dat u de term 'elitekorps' nergens in welke vertaling ook tegenkomt. En toch, ik heb echt zo mijn redenen – en ik ga dat straks ook nader verklaren – waarom dit toch wel degelijk een heel schriftuurlijke benadering is. Misschien moet ik als eerste nog iets anders verklaren. Dat zeg ik voor degenen die niet vertrouwd zijn met deze samenkomst en de boodschap die hier doorgegeven wordt. De term 'de ekklesia', dat is hier inmiddels ingeburgerd. Ja, dat heb je met die termen: als je ze nou maar vaak genoeg gebruikt, dan worden zelfs de meest vreemde, onbekende termen weer gewoon. Ik bedoel, hier wordt heel vaak gesproken over 'aionen'. Maar als u dat buiten deze zaal doet, en zeker in een kerkelijke setting, dan vraagt men zich af: waar heb je het in hemelsnaam over? Dan heb je even tekst en uitleg nodig, zal ik maar zeggen. Die geven we graag. Maar de term 'de ekklesia' is er ook zo een. Hoe wordt dat meestal genoemd? De kerk, of de gemeente. Ekklesia is eigenlijk niet eens een Nederlands woord. Dat geldt trouwens voor het woord aion ook. Het zijn woorden die rechtstreeks of indirect overgenomen zijn uit het Grieks en gewoon in het Nieuwe Testament, zoals dat is opgetekend, aangetroffen worden. Ekklesia betekent letterlijk 'uitroepsel'. Ik kom daar straks trouwens nog even op terug. Maar dat is de verzameling mensen die God Zich vandaag verzamelt. Een uitroepsel met de allerhoogste bestemming; ook dat zit eigenlijk al begrepen in die ekklesia. Het is een volksvergadering, eigenlijk ook waar de beslissingen en de besluiten vallen. Goed, de ekklesia dan als Gods elitekorps. Laten we eerst eens even inzoomen op die termen zelf. 'Elitekorps' bestaat natuurlijk uit twee woorden; het is een samenvoeging van twee begrippen, namelijk in de eerste plaats elite en vervolgens korps. Laten we eerst eens kijken: wat is een elite eigenlijk? Ik weet dat een heleboel mensen niet zoveel hebben met dat woordje elite. Dat begrijp ik ook wel, want vaak wordt het wat negatief benaderd: elitair. Als je het label elitair opgeplakt krijgt, dan is dat over het algemeen niet echt complimenteus natuurlijk. Maar laten we het woord eens benaderen. Het komt uit het Latijn: eligere. Dat is mijn Nederlandse tongval – Latijn spreek ik niet dagelijks – maar dat is het woord. En dat betekent letterlijk 'uitkiezen'. Het is namelijk samengesteld uit het woordje ex – en dat weet u, want dat betekent 'uit', dat kennen we in een heleboel woorden die daarmee beginnen als voorzetsel: 'uit' – en het tweede deel van het woord, legere, betekent 'kiezen'. Dus letterlijk is het uitkiezen; dat is wat een elite is. Ik vind het altijd wel leuk om dat soort begrippen meteen even mee te nemen, om er een wat breder perspectief op te hebben. Het is ook verwant aan het Engelse woordje election; dat herken je er direct in, en dat betekent verkiezingen. Maar ook ons Nederlandse woord 'selectie': daar zit ook weer datzelfde electie, selecteren in. En dat heeft dus ook weer te maken met uitkiezen. We hebben er eigenlijk heel wat woorden voor in het Nederlands. Ik denk dan meteen aan een elitekorps: elitetroepen. Dat zijn militairen die geselecteerd zijn voor een hele bijzondere opdracht. Je hebt het leger met algemene taken, waarin je allerlei rangen en orden hebt, maar een elite is heel bijzonder: zij zijn geselecteerd voor bijzondere opdrachten. Maar je hebt ook – en daar komt die negatieve associatie dan weer vandaan – een politieke of culturele elite. Dat is een kleine groep, en dat moet u ook even vasthouden. Over het algemeen, wat bedoel je met een elite? Inderdaad een kleine, geselecteerde groep, maar dan wel met een hele bijzondere positie, in dit geval ook heel invloedrijk. Je hebt de politieke elite... en zullen we het daar nu even verder niet over hebben? Want dan kom je meteen al heel sterk in de complotsfeer terecht. Maar het is een gegeven dat een elite vaak achter de schermen zo haar invloed uitoefent. Houd bij dat woordje 'elite' dus even de basisbetekenis vast: het heeft te maken met uitkiezen, en vandaar ook selecteren. En dan dat woordje 'korps'. Waar komt dat vandaan? Dat komt ook uit het Latijn en is afgeleid van het woordje corpus. Dat vind ik wel leuk om te vertellen: wij wonen in Rijnsburg, nietwaar? Ja, in Rijnsburg. En ik heb het gisteravond nog even op de kaart nagekeken: op een afstand van hemelsbreed precies anderhalf kilometer heb je dat grote museum. Wat is het? Ja, CORPUS. Een museum, oké. Nou ja, in ieder geval, dat is CORPUS. Dat is erg boeiend. Ik ben er ooit een of twee keer geweest, ook met de jongens. En dan maak je een reis door het menselijk lichaam, corpus. Je ziet het zo langs de A44 staan, dat grote gebouw, en dan kun je van top tot teen zien hoe wonderbaarlijk het lichaam – het corpus dus – is samengesteld. Corpus betekent lichaam, maar het is ook nog weer verwant aan woorden als 'corporatie'. Ook daarin zit het: een georganiseerd verband. Een coöperatie is weer een ander begrip, maar corporatie... en incorporeren. Nou, ik geef toe, het is een wat elitair woord: incorporeren, maar dat betekent eigenlijk letterlijk 'inlijven'. Dat is natuurlijk leuk, want 'lijf' is ook weer gewoon het lichaam; inlijven wil dus zeggen: in het lichaam plaatsen. Vandaar dus letterlijk inlijven. Ik heb vorige week op Urk gesproken en toen begon ik met Psalm 87. Voor de refo's onder ons, of in ieder geval voor wie die achtergrond heeft: die kennen Psalm 87 wel. In de berijmde versie gaat het erover dat God de volkeren inschrijft, en dan klinkt het: Hij zal hen tellen als in Israël ingelijfd. Terwijl ik het zeg, klinkt de melodie alweer in mijn hoofd! De volken worden dan als bij Israël ingelijfd beschouwd. Ik heb daar toen een hele toespraak over gehouden, dat ga ik nu niet nog eens een keertje overdoen. Wel een heel bijzonder thema trouwens, waar grote misverstanden over bestaan. Maar om dat inlijven ging het me even. We kennen heel wat woorden met korps, of corps met een 'c' – dat is de Franse spelling. Denk bijvoorbeeld aan het Corps Diplomatique. Wij wonen dus in Rijnsburg, maar het is ook weer vlakbij Wassenaar en daar heb je heel veel auto's rijden met kenteken CD. En dat wil zeggen: Corps Diplomatique. Die kunnen zomaar door rood rijden – tenminste, die reputatie hebben ze dan – zonder een bekeuring te krijgen. Sorry dat ik dat nu zo zeg, maar in ieder geval: Corps Diplomatique wil zeggen het lichaam van de diplomaten eigenlijk. Het is een lichaam als een georganiseerd geheel, want dat is eigenlijk wat een lichaam ook is. Het is organisch, maar het is één geheel. Er zijn zoveel functies en het hangt allemaal samen, en het wordt allemaal vanuit één hoofd geregeerd; zo functioneert dat. Maar je hebt bijvoorbeeld ook een muziekkorps. Ook daarin zit dat woordje korps, waarbij de gedachte natuurlijk ook is: je hebt zoveel verschillende instrumenten, maar er wordt één muziekstuk gespeeld. En tezamen als een lichamelijk geheel functioneert dat. Dus de hele associatie met een lichaam, een corpus, is niet zo gek. Maar je hebt ook een brandweerkorps, een legerkorps, een studentencorps heb je ook nog. Ik zeg het eigenlijk alleen maar om even aan te geven hoeveel woorden wij alleen al in het Nederlands kennen waarin dat woordje korps voorkomt. Maar wat je nu vast moet houden is dit gegeven, namelijk dat het woordje elite dus te maken heeft met uitkiezen. Een elite is dus uitgekozen, het is een geselecteerd geheel of een geselecteerd gezelschap. En dat woordje korps wil zeggen dat het een lichaam is, heel letterlijk. Dat is wat het woordje dus betekent: een lichaam. En neem nu eventjes de woorden samen: een uitgekozen lichaam is er dus, een elitekorps. Eigenlijk heb ik het daarmee al toegelicht. Nog niet de bonnetjes geleverd, maar dat komt nog. Als ik zeg dat de ekklesia — de gemeente, zo u wilt —, dat volk dat verzameld wordt in onze dagen uit alle natiën, dat volk heeft de status voor God als een elitekorps. Dat wil zeggen: het is uitgekozen en het vormt tezamen een lichaam. En beide waarheden, beide gegevens zijn heel duidelijk, en ik richt me nu eigenlijk vooral op de brieven van Paulus. Paulus is de enige apostel die daarover spreekt: over de ekklesia als lichaam van Christus. Het is een van dé thema's in al zijn brieven. En dat wil ik u graag laten zien: de ekklesia als elitekorps. ▶ 12:24 Uitverkoren in Christus Vóór de Grondlegging Der Wereld ↑ hoofdstukken Ik ga even naar Efeze 1 toe. Misschien is dat wel het hoofdstuk bij uitstek waarin dit naar voren gebracht wordt. Ik lees uit het eerste hoofdstuk vanaf vers 3, en dat vangt aan in de NBG-vertaling — en als het anders is, dan geef ik dat wel aan: "Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus..." Gezegend betekent in het Grieks letterlijk: goed zij gesproken van de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die door God is opgewekt uit de doden en tot Heer en tot Christus is gemaakt. "...die ons zegent met alle geestelijke zegen." Dat 'die' verwijst natuurlijk naar de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons zegent met alle geestelijke zegen. Kijk, hier wijk ik alweer af van de NBG-vertaling. Helaas hebben de vertalers dat woordje 'alle' kennelijk te gortig gevonden en hebben ze ervan gemaakt: 'met allerlei geestelijke zegen'. Maar dat is een reductie plegen op de tekst, want er staat toch echt gewoon 'alle'. Dus: Hij die ons zegent met alle — of elke — geestelijke zegen, te midden van de hemelsen en in Christus. Dat het 'alle' is, is ook niet zo gek. Het heeft namelijk te maken met het feit dat wij die zegeningen ontvangen in Christus. Ik ga er nu gemakshalve even vanuit en spreek u aan als dat korps. Het kan natuurlijk zijn dat mensen zeggen: "Ik heb geen idee waar je het over hebt," of: "Ik hoor daar niet bij." Prima, daarover straks trouwens nog iets heel moois. Maar dat lichaam is gezegend met alle geestelijke zegen. Het feit wordt gesteld: Hij zegent met elke of alle geestelijke zegen. Dat woordje 'alle' geeft simpelweg aan dat er geen geestelijke zegen is die wij niet hebben ontvangen. Denk maar aan welk aspect ook: elke geestelijke zegen hebben we ontvangen, en wel in Christus. Dan begrijp je meteen waarom het niet 'allerlei' is, maar inderdaad 'alle'. Want Hij is door God verhoogd, opgewekt uit de doden. Zoals ik zojuist al zei: Hij is tot Heer en tot Christus gemaakt, Hij heeft een positie boven alles ontvangen en Hem is niets onthouden wat God beloofd heeft. Hij heeft alles ontvangen, en zij die met Hem verbonden zijn, die in Hem zijn, delen daarin. Het is ook wel mooi, dat voorzetsel 'in': in Christus. Daar zit eigenlijk al de gedachte in dat wij ingelijfd zijn. Je kunt er niet omheen, en later in het hoofdstuk staat dat ook gewoon expliciet. Maar het woordje 'in' suggereert dat al: Christus Jezus heeft die positie daarboven ontvangen, te midden van de hemelsen — in de hemelse gewesten, het is maar om het even — in de regionen hierboven, dat wat zich aan ons zicht onttrekt. In de allerhoogste wereld, in de onzienlijke wereld, heeft Hij de plaats ontvangen boven alles. Hij heeft alle geestelijke zegen ontvangen, en zij die met Hem verbonden zijn of in Hem zijn ingelijfd, delen daarmee ook in al die zegeningen die Hij heeft ontvangen. Dat is natuurlijk ongekend en onvoorstelbaar. Te midden van de hemelsen worden we in onze gedachten verplaatst naar regionen die wij hier op aarde helemaal niet kennen. Maar Hij is daar aan Gods rechterhand. Daar is dus een Mens daarboven — we zullen dat straks ook nog zien: boven alle overheid en gezag. Daar is een Mens lichamelijk opgewekt uit de doden en Hij heeft die positie ontvangen. En in Hem worden wij gezegend met elke geestelijke zegen, daar te midden van de hemelsen en wel in Christus. En dan staat er vervolgens — want daar gaat het me om: "Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren..." Weer dat 'in Hem'. Maar dan ook 'uitverkoren'. Nu komen we meteen weer terug op dat woordje 'elite' waar we het over hadden: we zijn uitgekozen om in Hem te zijn, in Hem uitgekozen om de positie die Hij heeft te delen. Dat is dus heel elitair: je bent uitgekozen. Een heleboel mensen hebben daar natuurlijk heel veel moeite mee, en ik begrijp ook heel goed wat er in de theologie allemaal met uitverkiezing is gedaan. Want ja, je bent óf uitverkoren, óf je bent niet uitverkoren. En als je niet uitverkoren bent, dan zijn er twee wegen: de gedachte van eeuwig wel of eeuwig wee. God zou dan van tevoren, voor alle dingen, mensen hebben uitgekozen voor de hemel — ik zeg het maar eventjes gewoon zo platgeslagen — en de rest is hopeloos. Daar heb je allerlei varianten in, maar het is een heel droevig verhaal. Zelfs voor degenen die in dat geval uitverkoren zijn, want zij moeten dan toch tot in der eeuwigheid leven met de gedachte dat de rest het niet gehaald heeft en niet uitgekozen is. Het valt me zelf moeilijk om dit samen te vatten, want ik vind het idee ronduit goddeloos om zo over onze God en Vader te denken. Maar uitverkiezing is een bijbels feit! Het heeft niet te maken met die karikatuur van uitverkiezing. De reactie die je daar in de christelijke wereld op kreeg, was de gedachte: "Nee, God kiest niet uit, het gaat om onze keuze. Jíj moet kiezen." Maar uitverkiezing is een bijbelse waarheid: God kiest uit. En dat wij in Hem zijn, staat vóór alle dingen al vast, want dat staat er hier ook bij: Hij heeft ons in Hem uitverkoren. Vanaf wanneer dan? Vóór de nederwerping der wereld. Dat betekent gewoon: voordat deze wereld geboren werd. Nederwerping is eigenlijk ook een term voor geboorte of geboren worden. Maar voordat deze wereld tot stand kwam en nedergeworpen werd, toen reeds had God zijn keuze gemaakt. Dat betekent dus dat die keuze om in Hem te zijn al vastlag ver voordat wij geboren waren en goed of kwaad hadden gedaan. Ik citeer het expres zo, want in Romeinen 9:11 staat dit immers: daar gaat het over Jakob en Ezau, en er staat dat toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan, opdat het verkiezend voornemen van God zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond van Hem die riep. Als God kiest en een voornemen, een plan heeft, dan heeft dat niets te maken met onze werken. Want die dingen lagen al vast ver voordat wij geboren waren, en onze ouders geboren waren, en onze grootouders — sterker nog: voordat deze wereld geboren werd, toen had God reeds gekozen. Dat staat dus helemaal los van wie wij zijn, van onze keuzes en van wat wij doen. Dat betekent ook dat die keuze vastligt: God heeft zijn keuze gemaakt. Hij heeft ons in Hem uitverkoren vóór de nederwerping der wereld. Dan heb je dus die elite. En dan: "...ons voorbestemmend tot het zoonschap." Het ene heeft te maken met uitkiezen, het andere met wat u wel kent als predestinatie: 'pre' betekent voor en 'destinatie' is bestemming — voorbestemming. God bestemt tevoren. Hij heeft ons voorbestemd tot het zoonschap, tot de zoonstelling, om de erfenis in ontvangst te nemen. Het gaat erom dat het allemaal al in Gods voornemen lag. God heeft het geheel, de schepping op het oog, maar daarin zijn er ook groepen, klassen en orden. Daar kiest Hij voor. Ik kom er straks nog uitgebreid op terug, maar Hij heeft het geheel op het oog. En daarin heeft Hij een plan met allerlei groepen, en in dit geval met de ekklesia die in onze dagen wordt verzameld. ▶ 23:19 Christus als Hoofd en de Ekklesia als Zijn Lichaam ↑ hoofdstukken Helemaal aan het einde van het hoofdstuk – van Efeze 1 bedoel ik – wordt er gezegd dat God als Vader alles onder Zijn voeten heeft gesteld, dat wil zeggen onder de voeten van de Heer Jezus Christus. Paulus refereert hier ook aan Psalm 8: de Zoon, de ben-Adam, alles is onder Zijn voeten gesteld. En Hem, staat erbij, heeft Hij als Hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia. Hij wordt het Hoofd boven alles. Dat vers had ik er eigenlijk even bij moeten nemen, maar in ditzelfde hoofdstuk, in vers 10, wordt inderdaad gezegd dat God in de volheid der tijden, wanneer alle tijden tot volheid zullen komen, heel de schepping – alles wat in de hemel en op de aarde is – onder één Hoofd zal samenbrengen. En in Hem hebben wij ook het erfdeel ontvangen. Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als Hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia. Dit is heel apart. De ekklesia – ik zei al, dat is een uitroepsel, dus ook alweer een selectie. Maar wat geeft God aan Zijn Zoon, aan de Heer Jezus Christus? Hij geeft aan Hem de ekklesia. Hij is het Hoofd boven alles en in die hoedanigheid geeft God aan de Heer Jezus Christus de ekklesia. De zin moet ik nu doorlezen, want er staat bij: "die Zijn lichaam is." Kijk, dat is het corpus van Hem, Zijn lichaam. God geeft aan de Heer Jezus Christus die ekklesia, die elite, om Zijn lichaam te zijn: die Zijn lichaam is. En dan staat er nog bij: "de aanvulling van Hem, die alles in allen vervult." Nou, dat is een hele mond vol, hoor! Het zijn geweldige waarheden. Maar denk alleen al aan wat hier staat: de aanvulling van Hem. Moet u zich voorstellen: die ekklesia vult de Heer Jezus Christus aan. Is Hij dan incompleet? Ja, het strikte antwoord is ja, want als Hoofd is Hij incompleet. Een hoofd heeft nu eenmaal een lichaam nodig; dat zit in die gedachte opgesloten. Hij is het Hoofd, maar Hij deelt die positie met een lichaam, en dit is Zijn complement – niet compliment, maar Zijn complement, dat wil zeggen Zijn aanvulling. Zoals mijn lichaam het hoofd aanvult. Omgekeerd trouwens ook, want een lichaam zonder hoofd is ook niets. Het één veronderstelt het ander. Hij is het Hoofd boven al wat is, en in die hoedanigheid krijgt Hij de ekklesia als het ware cadeau. Dat is Zijn lichaam, in feite een regerend lichaam. Hij gaat die taak als Hoofd boven al wat is uitoefenen mét een lichaam. Dat is eigenlijk ook een hele logische gedachte, dat Hij dat niet alleen doet, maar dat Hij die functie om heel de schepping tot God terug te brengen vervult met dat gezelschap. En dat is – ja, als ik het zo mag zeggen – heel elitair, maar dan begrijpt u het in dit geval in de neutrale of liever gezegd in de positieve zin van het woord: een uitgelezen, geselecteerde groep die Hem aanvult. En waarom? Omdat de rest van de schepping God eigenlijk niet interesseert en het alleen maar om hen gaat? Nee, integendeel! Dat lichaam heeft juist de functie om alles in allen te gaan vervullen. Dat wil zeggen: heel de schepping wordt tot volheid gebracht. Later in hoofdstuk 4 vers 10 wordt dat ook gezegd: dat Hij alles tot volheid gaat brengen. En dat doet Hij dus middels Hoofd en lichaam. Dat is een onvoorstelbare waarheid: dat wij delen in Zijn positie. Een paar verzen later zegt Paulus in Efeze 2 ook dat Christus vandaag aan Gods rechterhand gezeten is, en dan staat er dat Hij ons, de ekklesia, doet samen zitten met Hem. Wij zijn daar! Dat is onze positie. Natuurlijk, wij zitten hier nog op aarde, in feite voor spek en bonen, want dáár is onze echte positie, dáár worden we gerekend. Het punt is juist dat we geroepen zijn om te bedenken wat boven is, want daar is ons leven, niet hier. Daar is het echte leven, en juist dat geeft zo'n geweldige waarde aan ons bestaan hier: om die dingen te bedenken die daar zijn. Maar Hij is het "die alles in allen vervult". En dat doet natuurlijk denken aan een ander Schriftwoord: dat aan het einde van Christus' heerschappij God zal worden alles in allen. Heel de schepping heeft God op het oog! Ik vind het heerlijk om daaraan te denken. En dan, alleen dan, met dat in gedachten, kun je uitverkiezing inderdaad als een geweldige waarheid beleven. Want dan denk ik: waaraan heb ik het verdiend dat ik uitgekozen ben? God bestemt heel de schepping voor Zijn heerlijkheid, maar dat je dan in dat plan van Hem de allerhoogste positie mag gaan delen met Hem! Heeft dat iets te maken met onze bekwaamheid? Nou, nu ga ik u even met beide benen op de grond zetten, want er is geen sprake van gezweef. Dit is onze positie, maar mocht je elitair gaan denken in de negatieve zin van "wij zijn beter, want ja, hallo" – nou, dan wil ik u even meenemen naar wat Paulus zegt aan het slot van 1 Korinthe 1. ▶ 30:05 Niet Vele Wijzen of Aanzienlijken ↑ hoofdstukken Daar zegt hij tegen de Korinthiërs – hij had hen juist aangesproken ook als geheiligden, het is Christus' lichaam ook, zo begint hij die brief ook; dat is de positie – maar dan herinnert hij hen even, heel subtiel (nou ja, wat heet), aan hun afkomst. En dan zegt hij: ziet slechts, broeders, wat gij waart toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Met andere woorden: die wijsheid, invloed of aanzien, dat is geen pre bij God. Het is niet zo dat als jij aanzienlijk bent of rijk bent – nou, in dit geval over wijsheid en invloed gesproken – dat dat voorrang geeft. Het is zelfs omgekeerd, maar het is dus in ieder geval geen pre. Trouwens, ik moet er ook meteen weer bij zeggen: het is ook niet per se uitgesloten, want er staat: niet vele. Dus er zijn er wel, hoor! Het is niet zo dat als ik toevallig op aarde een invloedrijke of hooggenoteerde academische functie heb of weet ik veel wat, dat ik dan niet in aanmerking zou komen. Nee, het gaat er juist om dat het er helemaal los van staat. Dat heeft er niks mee te maken en het is in ieder geval geen pre. Met andere woorden: Paulus zegt eigenlijk dat als hij goed rondkijkt in de Korinthische ekklesia, hij er wel enkelen aantreft, maar dan moet hij wel heel goed kijken. Want in het algemeen geldt: niet vele wijzen, niet vele invloedrijken en niet vele aanzienlijken. Integendeel, Paulus keert het eigenlijk gewoon helemaal om: wat voor de wereld dwaas is, dat heeft God uitverkoren. Dat is eigenlijk wat God selecteert. Hij kiest iets uit, maar je moet ook goed inzien waarom dat zo is: het staat volledig los van intellectuele capaciteit. Wat voor de wereld dwaas is, kiest God uit. Waarom? Nou, om de wijzen te beschamen. Dat wil zeggen: vooral de mensen die zichzelf als wijs achten, want juist daar zit het probleem. En wat voor de wereld zwak is, dat kiest God uit om wat sterk is te beschamen. Met de gedachte daarbij: verbeeld je nou maar niks om je kracht, fysiek of in andere opzichten, en verbeeld je niks vanwege je intellectuele loopbaan of de positie die je inneemt. Het heeft er niks mee te maken. En dat doet God juist om aan te geven: dat telt voor Mij niet, Ik trek Mijn plan. Hij keert de menselijke rangorde helemaal om. En dan in vers 28 onderstreept hij het nog eens: en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is – terecht of ten onrechte, maar zo kijkt de wereld. De wereld heeft zo haar maatstaven. En laten we eerlijk zijn: die hebben wij, als we niet uitkijken, zomaar ook. Dat je denkt in termen van verdienste en van aanzien, want dat is dan toch waar we belang aan toekennen. Maar wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, dat heeft God uitverkoren: dat wat niets is. Hij kiest datgene uit wat in de wereld niks is en niks voorstelt, om aan hetgeen wel iets is – of wel iets meent te zijn – zijn kracht te ontnemen. Daar zijn hele mooie illustraties van. Ik wil er nu niet te diep op ingaan; we hebben daar in het verleden vaak afzonderlijk aandacht aan gegeven. Maar ik wil er even op wijzen dat dat eigenlijk heel karakteristiek is voor de wijze waarop God opereert. Dat is niet alleen maar in de boodschap die Paulus predikt, maar je ziet dat ook in de Hebreeuwse Bijbel in prachtige geschiedenissen. Wat dachten we van de driehonderd man bij Gideon? Er was eerst een leger beschikbaar van notabene meer dan dertigduizend man. En allemaal worden ze weggestuurd. En weet je wat er overblijft? Een stelletje kerels van slechts driehonderd man, die slurpten als een hond, staat erbij. Een hond is in de Bijbel trouwens ook wel een beeld van iemand uit de natiën, een heiden. Maar die werden geselecteerd! Die driehonderd man blonk dus niet uit in het feit dat zij zo goed en krachtig waren. Nee, eigenlijk werden degenen geselecteerd die het minst geschikt waren. Dat zie je zo vaak: God keert gewoon een heleboel om. Wat dacht u van die geschiedenis van Jefta? Een jaar of tien geleden hebben we daar eens een hele serie over gehouden, over die richter. Jefta werd verworpen door zijn familie en verzamelde zich toen in het berglandschap Tof – 'Tof', ja zo heet dat echt, en dat betekent 'goed'. In het berglandschap, in de hoogte dus, verzamelde hij zich met lichte mannen; mannen die in moreel perspectief gediskwalificeerd waren en niet meetelden. Maar dat was nu juist het gezelschap dat Jefta om zich heen had. Een prachtig type van de Heer Jezus Christus – Jefta betekent immers: 'Hij die opent'. En natuurlijk denkt u dan ook aan dat gezelschap dat David om zich heen verzamelde in Adullam. Hij was al gezalfd om koning te zijn, maar het zou nog een hele tijd duren voordat hij daadwerkelijk de troon zou krijgen en innemen. Maar toen had hij daar in een grot, in het verborgene, allemaal mensen om zich heen die maatschappelijk gezien outcasts waren: mensen die in de problemen zaten en schuldeisers hadden. Ik ben de precieze beschrijving eventjes kwijt, maar wij zouden zeggen: daar geef ik geen stuiver voor. Maar dat waren nu juist de mensen die David om zich heen had. En het prachtige type is natuurlijk dat op het moment dat David daadwerkelijk koning wordt, dat gezelschap gaat delen in zijn koningschap. Zij gaan delen in die positie en krijgen allerlei elitefuncties, om zo te zeggen. Kijk, dat is waar Paulus het hier ook over heeft: alle ideeën over waarde, capaciteit en aanzien kun je parkeren, want het heeft er niks mee te maken. Dat is volstrekt oninteressant. En dan het echte motief; dat vind je in vers 29 van 1 Korinthe 1: 'Opdat geen vlees zou roemen voor God.' Met andere woorden: zodat je niet op basis van wat jij denkt te kunnen en te hebben roem zou hebben bij God. Zo van: 'Ja maar, ik was wel zo verstandig om de goede keuzes te maken', of: 'Ik ben toch niet zo slecht', of: 'Ik ben toch wat beter dan...'. Absoluut niet, vergeet het! Dat is elitair denken waar geen enkele grond voor is. God kiest uit, jawel, maar dus niet op basis daarvan. Ik heb daar een hele mooie one-liner voor. Ik heb hem trouwens niet van mezelf, maar ik vond hem heel puntig de boel samenvatten: God kiest geen bekwamen, maar Hij bekwaamt die Hij kiest! Dat is een heel groot verschil, hè? En dan begrijp je ook dat Hij per definitie, en eigenlijk gewoon als regel (met misschien een enkele uitzondering), juist onbekwamen kiest, zodat duidelijk wordt dat Zijn keuze niet gebaseerd is op bekwaamheid en op iets van de mens. Dat is wat Hij doet: Hij bekwaamt mensen en Hij geeft de capaciteit die daarvoor nodig is. Dat heeft niks te maken met je eigen doen en laten of met je eigen prestaties. Integendeel, prijs God dat het zo is, want daarmee is alle roem en alle eer aan Hém. ▶ 39:27 Een Elite met een Alomvattende Boodschap ↑ hoofdstukken Nu wil ik nog iets zeggen over een elite met een alomvattende boodschap. Want er zit hierin – en dat is een van de dingen die ik vanmorgen graag duidelijk wil maken – iets paradoxaals. Dat wil zeggen: het lijkt tegenstrijdig. Kijk, ik loop daar zelf ook heel vaak tegenaan: de ekklesia is een elite. Heel veel mensen denken dan dat het heel groots is, maar dat geloof ik helemaal niet. Op het moment dat je dat uitspreekt... nee, het is inderdaad een selectie. God heeft zijn keuze gemaakt, en dat is juist niet groots. Maar ik moet er wel meteen bij zeggen dat dit juist zo is omdat zij zo'n alomvattende boodschap toevertrouwd heeft gekregen. Laat ik het gewoon eens zeggen aan de hand van wat Paulus aan Timotheüs voorbrengt. Dan lees je dit: God onze Redder. Paulus schrijft dat dus aan Timotheüs, en het is eigenlijk ook de inleiding tot een soort mission statement: waar het nou eigenlijk om gaat, wat de boodschap is die aan hem is toevertrouwd, wat hij uitdraagt en wat Timotheüs als zijn medewerker daarin deelt. "God onze Redder" – daar ging het over in het voorgaande vers – "die wil dat alle mensen gered worden." Als je de kanttekeningen van de Statenvertaling erbij leest, weet je wat er dan staat? Ik wel, ik heb het nagelezen. Er staat dat God daarmee 'allerlei mensen' bedoelt. Want als Hij alle mensen zou willen redden, dan zou Hij ook alle mensen redden, maar dat kan natuurlijk niet, dus moet het 'allerlei' zijn. Ik citeer niet woordelijk, maar dit is de strekking van de kanttekening in de Statenvertaling. Dit zeg ik overigens helemaal niet om naargeestig te doen, maar ik wil dat misverstand – dat eufemistisch is – gewoon benoemd hebben. Want God wil dat álle mensen gered worden. En het is namelijk ook zo. Dan zie je hoe men zich vervolgens in alle bochten moet wringen om dat recht te breien. Want even later, in deze zelfde brief, in hoofdstuk 4 vers 10 – u kent het wel – lees je niet alleen dat God alle mensen wil redden, maar ook dat Hij de Redder is van alle mensen. Paulus zegt daar: "Het is een geloofwaardig woord en alle aanneming waardig. Want hiertoe arbeiden wij en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop hebben gevestigd op de levende God, die een Redder is van alle mensen." Dat is de boodschap! "Inzonderheid van de gelovigen" – dat is weer speciaal, dat is weer die elite, een bijzondere groep in dat geheel. God wil alle mensen redden; Hij is een Redder van alle mensen. En deze boodschap wordt uitgedragen. Er zijn er die het mogen geloven. Ik citeer – wie was dat ook alweer, ik geloof dat Bokke Jager dat ooit eens zei: "Het is zo groots, het wil er bij niemand in, tenzij je ogen en oren daarvoor geopend worden." Want anders denk je: nee, dat kan niet. Ik heb zo vaak gehoord: "Het is te mooi om waar te zijn." Maar als God je ogen daarvoor opent, dán geloof je dat. En is dat elitair? Nee, juist niet! De boodschap is juist: Hij is een Redder van alle mensen. Als je dat mag geloven, bevind je je in die groep van alle mensen, in die alomvattende groep. Je hebt een speciale positie omdat je het nu al mag weten, mag kennen en inderdaad mag uitdragen, want dat is de boodschap die ons is toevertrouwd. Paulus zegt ook: hiertoe arbeiden wij, dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig. In 1 Timotheüs 2 staat het dus zo: God wil dat alle mensen gered worden en tot besef van de waarheid komen. Welke waarheid? Dat God alle mensen wil redden. En wie dat beseft – want dat is eigenlijk het woord dat hier gebruikt wordt: epignosis – wie dat beseft, erkent en belijdt, dat is degene die mag geloven. Daarom wordt die boodschap ook uitgedragen. De boodschap is zo simpel: God redt alle mensen. Mijn kleinzoon van drie kan het begrijpen. Wat is nou de boodschap, wat is nou het evangelie? God wil alle mensen redden, Hij is een Redder van alle mensen! Hoe dan wel? We gaan even verder, want Paulus verklaart dat nader. Hij zegt: "Want er is één God." Dit is redengevend: want er is één God. Aangezien er één God is, kan niemand ook zijn plan verijdelen. Stel je voor dat het af zou hangen van onze keuze, dan heb je ineens miljarden goden die de wil van God zouden kunnen dwarsbomen of verijdelen. Dat lijkt het ophemelen van de mens, als je zegt: "Ja, maar de mens heeft een vrije wil en die kan Gods wil dwarsbomen." Maar dan ben je gewoon in het meergodendom aangeland, want dan zijn er heel veel goden. In feite heb je dan helemaal geen God meer, want op het moment dat er meer dan één God is, heb je geen God meer. God is namelijk degene die alles beschikt; daar kan er maar één van zijn. Er is één God, Hij plaatst de dingen en wij zijn creaties, werk van zijn handen. En als je Hem mag zien, is dat omdat Hij je daar ogen voor heeft gegeven. En als je het mag horen, komt dat omdat Hij je daar oren voor heeft gegeven – geopende oren, waardoor het in je hart terechtgekomen is. Er is één God, en bovendien: er is ook één Middelaar van God en mensen, een mens, Christus Jezus. Daar is heel gecompliceerd over gedaan, maar de Bijbel zegt gewoon: er is één God en er is ook één Middelaar. En zo uniek als God is, zo uniek is ook deze Middelaar van God en mensen. Een mens – er staat niet dé mens, maar: een mens, Christus Jezus. En weet u waarom? De gedachte daarbij is dat God tot de mens komt via Christus Jezus, de Zoon die het beeld is van God. En omgekeerd trouwens ook: de mens komt tot God via Hem. Hij is de weg, de waarheid en het leven, de waarachtige, levende weg. Die ene mens, Christus Jezus, is die Middelaar van God en mensen. En waarom dan, wie is die mens en wie is die Middelaar? Wel, Hij die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Welke allen? Allen die God wil redden dus. Tweeduizend jaar geleden werd er een prijs betaald. De wereld sloeg Gods Zoon aan het kruis, en dat was de prijs die Hij betaalde: de prijs van de dood. God heeft Hem uit de doden opgewekt, en dat leven dat toen aan het licht kwam – onvergankelijk leven – dat gaat Hij aan alle mensen geven. De prijs is wat er plaatsvond toen Hij op Golgotha stierf. De verlossing die daarmee gegarandeerd is, dat is het leven dat Hij aan het licht brengt. Hij heeft Zich gegeven tot een losprijs voor allen. Een losprijs wordt betaald voor degene die gevangen zit. We zijn allemaal stervelingen, gevangen in de dood, en er is Eén die een prijs betaald heeft, zodanig dat wij verlost en bevrijd kunnen worden. En die prijs is betaald. Voor wie? Voor allen! Allen die God wil redden. God heeft een plan, God heeft een wil, en Hij wil heel de mensheid redden. Hij is die ene God, dus er is er maar één die dat beschikt. En Hij realiseert dat door de Middelaar, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, om allen te verlossen. De prijs is betaald! En dan staat er nog bij: "het getuigenis op de eigen tijden." Ik wil daar nu niet te veel op ingaan, maar ik denk dat dat gewoon betekent: dit getuigenis van die ene God en die ene Middelaar zal eenmaal door iedereen getuigd worden. Dit getuigenis zal klinken, elk op zijn eigen tijd. En wij mogen dit getuigenis, deze waarheid, nu al laten klinken. Er komt een moment, maar ook dat gebeurt gefaseerd, dat eenieder in zijn eigen tijd dat zal getuigen. En Paulus zegt er nog bij – en daarmee is ook aangegeven hoe basaal dat is –: "Ik ben daartoe als een heraut en een apostel gesteld." Een prachtige manier om aan te geven wat zijn missie dus is. Waartoe is hij nou gesteld? Nou, tot dit getuigenis van de ene God die allen wil redden en die ene Middelaar die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Paulus zegt: "Ik ben daartoe gesteld." Neergezet. Waarom? Nou, om dat vervolgens te herauten. Herauten betekent gewoon bekendmaken. En moeilijk is het niet, hè? Ik bedoel, dat we allemaal sterfelingen zijn en gevangen zitten in de dood, dat weten we allemaal. En dat we allemaal doelmissers zijn alleen al om die reden, dat weten we ook allemaal. Maar de boodschap is: er is één God, en Hij laat een getuigenis klinken door de losprijs die is betaald, en de verlossing is al aan het licht gekomen toen Hij opstond uit de doden. Paulus zegt: "Ik ben daartoe gesteld, in geloof en waarheid, als een leraar van de natiën." Deze waarheid zou geloofd worden. En vandaar ook dat Paulus gesteld is, neergezet is, geroepen is. Niet omdat hij daarvoor gekozen had, integendeel: God heeft hem gegrepen op de weg naar Damaskus, Hij heeft Zich bekendgemaakt en hij is omgekeerd. En nu mag Paulus dit gaan herauten. Hij is daartoe ook afgevaardigd, rechtstreeks. Hij spreekt namens Christus Jezus, ook als een leraar van de natiën. Nu is de gedachte: Israël is gestruikeld en nu gaat vervolgens de boodschap van de verzoening der wereld naar de natiën. Romeinen 11. Ja, ik zeg een heleboel, dat weet ik, maar ik noem er expres teksten bij zodat u het ook kunt nagaan. Ik hoop dat u voelt hoe geweldig de boodschap is van die elite die God heeft gekozen om Zijn lichaam te zijn. Die heeft een hele bijzondere boodschap toevertrouwd gekregen, namelijk van die geweldige God die een plan heeft waar niemand buiten valt. Niemand! En eenieder in zijn eigen tijden, ieder in zijn eigen rangorde, zal Hij dat gaan realiseren. En die elite heeft ook te maken met eerstelingen: degenen die als eerste zijn geroepen. Sinds Christus is opgestaan uit de doden wordt er nu een gezelschap verzameld dat de allerhoogste positie krijgt. Nou, ik wil nog een paar afsluitende opmerkingen maken, gewoon ook om het nog even, zoals dat heet, te recapituleren; even in stukjes samen te vatten. ▶ 53:24 De Ekklesia Onderscheiden van het Koninkrijk ↑ hoofdstukken De ekklesia is een elitekorps. En je moet je dus realiseren dat het niet het totaal van alle geredden is. Ik begrijp dat dit voor veel mensen problematisch is. Eigenlijk, als je geen kerkelijke achtergrond hebt, is dit veel simpeler te ontvangen en te begrijpen dan wanneer je van kindsbeen af bent opgevoed met kerkelijke dogma's en met al de ideeën die daarmee verband houden. Om daarvan los te komen – ik zou er heel frappante voorbeelden van kunnen geven – sommige mensen doen daar hun hele leven over. Dat is geen sinecure, hoor. Denk bijvoorbeeld aan het hele idee dat destijds al in de vroege kerkgeschiedenis ontstond, later ook in de Rooms-Katholieke Kerk, en dat ook de protestantse kerken hebben overgenomen: Artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin staat dat buiten de kerk geen zaligheid is. Kijk, als je in die termen denkt en je zegt dat de ekklesia helemaal geen groot gezelschap is, dan denk je: "O mijn hemel, dat is elitair! Hij denkt dat alleen maar..." Nee, dat is het punt niet. De ekklesia is niet het totaal van alle geredden. En het hele idee dat men spreekt over 'de kerk van alle eeuwen, van Adam tot de jongste dag' – dat kent de Bijbel niet. De ekklesia is een heel bijzonder gezelschap dat geroepen wordt sinds Christus verhoogd is aan Gods rechterhand, en die gevormd, verzameld en uitgeroepen wordt om die positie met Hem te delen. Hij heeft nog veel meer groepen, veel meer volkeren. Nou ja, ik kom daar straks nog even op terug: er zijn nog zoveel meer orden en klassen. En nog even dit, eigenlijk helemaal in het verlengde daarvan: de ekklesia valt dus ook niet samen met Gods Koninkrijk. Mensen denken vaak dat dat hetzelfde is: de kerk zou het Koninkrijk van God zijn. Nou, dat kun je rustig op je buik schrijven. Sterker nog: Gods Koninkrijk is uiteindelijk wereldomvattend. Straks gaat het geopenbaard worden, maar nu is het sowieso een verborgen aangelegenheid. Sommige mensen zingen in opwekkingsliederen: "Jezus is Koning en je ziet het overal om je heen." Ja, echt waar? Nou, dat is dus niet zo. Je ziet het helemaal niet om je heen; je ziet juist niks. Dat is het lastige van de boodschap die we kennen. We weten het en je kunt het onderbouwen vanuit de Schrift, maar het is in onze dagen nog steeds verborgen. Maar goed, uiteindelijk omvat dat Koninkrijk hemel en aarde; Hij zal heersen over alles. En alles in hemel en op aarde wordt onder Zijn voeten gesteld, onder de voeten van Christus. En daarmee – zeg ik er meteen bij – dus ook onder ons, want wij zijn immers Zijn lichaam. Wij delen in die positie. Terwijl ik het zeg, denk je bijna: "Nee, dat kan toch niet?" Moet je nagaan: zelfs als je ermee vertrouwd bent, denk je iedere keer weer: wat is dit kolossaal groots! En dat is het hele verhaal. Men spreekt dan over die term dat Christus aangesproken wordt als de 'Koning der kerk'. Dat is dus ook niet zo, want daar zit diezelfde gedachte achter dat de kerk samenvalt met het Koninkrijk. Nee, Hij is niet de Koning van de ekklesia; Hij is het Hoofd van het lichaam. Dat is een heel andere verhouding! Hij is Koning van Israël, Hij is Koning van de natiën, maar Hij is niet Koning van de ekklesia. Kijk het maar na in de Bijbel; je zult het nergens zo aantreffen. Wij maken deel uit van het lichaam van de Koning. Wij zijn niet dat Koninkrijk; wij maken deel uit van Zijn koningschap en daarmee ook van dat koninklijke lichaam, om zo te zeggen. En dat is wat je moet gaan leren. Als je eenmaal ziet dat de boodschap universeel is, zie je tegelijk dat er rangen en standen zijn. Het is heel hiërarchisch en top-down – dat is een ander onderwerp – maar er zijn orden en klassen. In Openbaring 12 vers 5 – ik had het in eerste instantie als passage er nog bij genomen, maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb – vind je die vrouw die in barensnood is. Die vrouw is Israël. En zij baart dan een mannelijke zoon die alle natiën zal hoeden. Daar zie je die verschillen ook: aan de ene kant heb je Israël dat Christus voortbrengt, inclusief Zijn ekklesia, maar Die vervolgens ook bestemd is om wereldwijd Zijn heerschappij over de natiën te vestigen, in dit geval ook vanuit de hemel. Waarom haal ik dit nu aan? Om aan te geven dat er in het Koninkrijk van God inderdaad allerlei groepen zijn. Israël is eigenlijk de koningin, de bruid. Wij maken deel uit van het lichaam van de Bruidegom. En daarnaast heb je dan ook nog eens alle bruiloftsgasten. Dat is ook een mooie metafoor: je hebt een bruidegom, je hebt een bruid en je hebt ook nog gasten. Maar als je het idee hebt dat de kerk – whatever that may be – alles omvat en de bruid is... waar zijn dan de gasten? Meestal wordt dat allemaal gewoon door elkaar gehaald. En dan als laatste: houd die vast. ▶ 01:00:12 Het Alomvattende Evangelie: Redding voor Allen ↑ hoofdstukken De ekklesia staat pal voor het evangelie dat naar haar aard alomvattend is. En waarom zeg ik dat zo? Wel, het evangelie in zichzelf is juist de blijde tijding dat God niemand uitsluit. Ik zeg dit eigenlijk ook om aan te geven, om een stem of een bewering te weerspreken die ik heel vaak heb gehoord: ja, dat God de Redder is van alle mensen, dat is de kers op de taart; dat is mooi, maar uiteindelijk gaat het daar niet om. Ja, dat moet ik echt weerspreken. Het is juist hét evangelie! De boodschap is juist niet: God wil jouw Redder zijn, of de Heer Jezus Christus wil jouw Redder zijn... Hoe zegt men dat dan? Men spreekt ook wel over het 'aanbod van genade'. Dat vind ik in de Bijbel niet. Het is geen aanbod, het is een mededeling! Hij is ook niet een Redder vóór alle mensen — want dan is het een aanbod: Hij is er voor jou als je het aanneemt. Nee, de boodschap is: Hij is de Redder ván alle mensen! Dus de boodschap die we mogen uitdragen aan wie dan ook, is: God is jouw Redder, of je nou gelooft of niet. Als je mag geloven, ja, dan is dat inderdaad een wonder boven wonder, om zo te zeggen. Het ene is een wonder, het andere is een wonder boven wonder. Er is nog weer iets speciaals voor als je dat nu reeds mag kennen. Maar Gods genade sluit niemand uit. Hoe was het ook alweer? Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en allen worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Dat is niet maar de kers op de taart, dat ís de boodschap: niemand uitgesloten! En dat betekent dus ook dat het een integraal onderdeel is — als ik het een beetje zo mag zeggen, heel technisch, maar ik bedoel dit te zeggen: de dood wordt tenietgedaan. Hoe dan wel? Door alle mensen levend te maken. Ja, dat is het geweldige van het evangelie. De boodschap van het evangelie is: de dood is overwonnen en zal eenmaal tenietgedaan worden. Dus elke boodschap — nou, ik eindig heel scherp — elke boodschap die zegt dat de dood uiteindelijk een blijvertje is, is geen evangelie! De Bijbelse boodschap is juist dat Christus Jezus de dood tenietdoet. Inderdaad, het is de laatste vijand. En hoe doet Hij dat? Door allen die in Adam gestorven zijn, levend te maken. Alsjeblieft. Amen. 🎧 de ekklesia als Gods elitekorps 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (!det) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { if (det.nextElementSibling !== target) { target.parentNode.insertBefore(det, target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { if (det.parentElement !== col || det !== col.lastElementChild) { col.appendChild(det); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var allTs = document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = document.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth = 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

11-10-2026 Lees verder

ingelijfd en geënt in Israël?

“Hen tellen, als in Israël ingelijfd”, klinkt in de berijming van Psalm 87. Maar spreekt de psalm werkelijk over heidenen die bij Israël worden gevoegd? En als Paulus in Romeinen 11 spreekt over het enten van wilde olijftakken in de olijfboom, betekent dit dan hetzelfde? Worden gelovigen uit de natiën inderdaad bij Israël ingelijfd? Of wijst Paulus gelovigen uit de natiën een heel andere plaats toe. Het antwoord blijkt verrassend…! .gb-transcript-details { margin: 32px 0 20px 0; border: 1px solid #cbd5e1; border-radius: 8px; background: #f8fafc; overflow: hidden; font-family: inherit; } .gb-transcript-summary { cursor: pointer; padding: 15px 20px; font-weight: 700; font-size: 16px; color: #0f172a; background: #f1f5f9; list-style: none; display: flex; align-items: center; justify-content: space-between; gap: 12px; user-select: none; transition: background 0.15s ease; } .gb-transcript-summary::-webkit-details-marker { display: none; } .gb-transcript-summary:hover { background: #e2e8f0; } .gb-transcript-summary::after { content: "▼ Uitklappen"; font-size: 13px; font-weight: 600; color: #475569; background: #ffffff; padding: 5px 12px; border-radius: 4px; border: 1px solid #cbd5e1; white-space: nowrap; flex-shrink: 0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary { border-bottom: 1px solid #cbd5e1; background: #e2e8f0; } details.gb-transcript-details[open] .gb-transcript-summary::after { content: "▲ Inklappen"; } .gb-transcript-body { padding: 24px 26px; background: #ffffff; color: #334155; font-size: 16px; line-height: 1.8; } .gb-transcript-meta-box { background: #f8fafc; border-left: 4px solid #0284c7; padding: 16px 20px; margin-bottom: 22px; border-radius: 0 6px 6px 0; } .gb-transcript-meta-box h4 { margin: 0 0 8px 0; font-size: 15px; color: #0284c7; font-weight: 700; text-transform: uppercase; letter-spacing: 0.5px; } .gb-transcript-meta-box p { margin: 0; color: #334155; font-size: 15px; line-height: 1.6; } .gb-transcript-quote { font-style: italic; color: #1e293b; background: #fefce8; border-left: 4px solid #eab308; padding: 14px 18px; margin: 18px 0 24px 0; border-radius: 0 6px 6px 0; font-size: 15.5px; line-height: 1.65; } .gb-transcript-chapters { margin: 0 0 26px 0; padding: 16px 20px; background: #f8fafc; border: 1px solid #e2e8f0; border-radius: 6px; } .gb-transcript-chapters h4 { margin: 0 0 12px 0; font-size: 15px; color: #0f172a; font-weight: 700; } .gb-transcript-chapters ul { margin: 0; padding: 0; list-style: none; font-size: 14.5px; } .gb-transcript-chapters li { margin-bottom: 8px; display: flex; align-items: center; gap: 10px; flex-wrap: wrap; } .gb-ts-play { display: inline-flex; align-items: center; gap: 4px; background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 3px 9px; border-radius: 4px; font-size: 12.5px; font-weight: 700; font-family: monospace; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; user-select: none; line-height: 1.4; vertical-align: middle; } .gb-ts-play:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; border-color: #0284c7; transform: scale(1.03); } .gb-ts-play.gb-ts-active { background: #16a34a !important; color: #ffffff !important; border-color: #15803d !important; box-shadow: 0 0 0 2px #bbf7d0 !important; } .gb-ch-link { color: #0f172a; text-decoration: none !important; font-weight: 500; transition: color 0.15s ease; } .gb-ch-link:hover { color: #0284c7 !important; } .gb-ch-link:hover .gb-ch-title { text-decoration: underline; } .gb-ch-heading { scroll-margin-top: 80px; display: flex; align-items: center; flex-wrap: wrap; gap: 10px; font-size: 18px; color: #0f172a; margin: 32px 0 12px 0; padding-bottom: 6px; border-bottom: 1px solid #f1f5f9; font-weight: 700; } .gb-back-to-ch { font-size: 12px; color: #94a3b8; text-decoration: none !important; margin-left: auto; font-weight: 500; } .gb-back-to-ch:hover { color: #0284c7 !important; text-decoration: underline !important; } .gb-transcript-text p { margin: 0 0 16px 0; color: #334155; font-size: 15.5px; line-height: 1.8; } .gb-audio-bar { position: fixed; left: 0; right: 0; bottom: 0; z-index: 999999; display: none; justify-content: center; align-items: center; background: #ffffff; border-top: 2px solid #0284c7; box-shadow: 0 -4px 20px rgba(0,0,0,0.12); height: 56px; box-sizing: border-box; font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, "Segoe UI", Roboto, sans-serif; padding: 0 16px calc(env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { display: flex; align-items: center; justify-content: center; gap: 12px; max-width: 960px; width: 100%; margin: 0 auto; box-sizing: border-box; height: 100%; } .gb-audio-bar-row { display: flex; align-items: center; gap: 8px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 0 1 280px; min-width: 0; } .gb-audio-bar-row-controls { flex: 1 1 auto; justify-content: flex-start; } .gb-audio-bar-title { font-size: 13px; font-weight: 600; color: #0f172a; white-space: nowrap; overflow: hidden; text-overflow: ellipsis; } .gb-audio-bar-speed { background: #e0f2fe; color: #0284c7; border: 1px solid #bae6fd; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11.5px; font-weight: 700; cursor: pointer; flex-shrink: 0; } .gb-audio-bar-speed:hover { background: #0284c7; color: #ffffff; } .gb-audio-bar-skips { display: flex; align-items: center; gap: 4px; flex-shrink: 0; } .gb-audio-skip-btn { background: #f1f5f9; color: #334155; border: 1px solid #cbd5e1; padding: 2px 7px; border-radius: 4px; font-size: 11px; font-weight: 600; cursor: pointer; transition: all 0.15s ease; } .gb-audio-skip-btn:hover { background: #e2e8f0; color: #0f172a; } .gb-audio-bar audio { width: 340px; height: 36px; flex-shrink: 0; outline: none; margin: 0; } .gb-audio-bar-close { background: none; border: none; font-size: 22px; color: #94a3b8; cursor: pointer; line-height: 1; padding: 0 4px; display: inline-flex; align-items: center; justify-content: center; flex-shrink: 0; height: 32px; width: 32px; margin: 0; } .gb-audio-bar-close:hover { color: #0f172a; } .gb-mobile-only { display: none !important; } .gb-desktop-only { display: inline-flex !important; } @media (max-width: 768px) { .gb-audio-bar { height: auto; padding: 8px 12px calc(8px + env(safe-area-inset-bottom, 0px)); } .gb-audio-bar-inner { flex-direction: column; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-meta { flex: 1 1 100%; width: 100%; justify-content: space-between; } .gb-audio-bar-row-controls { width: 100%; justify-content: space-between; gap: 6px; } .gb-audio-bar-row-controls audio { flex: 1 1 auto; width: 100%; min-width: 160px; height: 34px; } .gb-mobile-only { display: inline-flex !important; } .gb-desktop-only { display: none !important; } } 📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing Samenvatting van deze toespraak In tegenstelling tot de traditionele berijming van Psalm 87 leert de Schrift niet dat gelovigen uit de heidenvolken zijn ingelijfd in Israël. In Romeinen 11 worden gelovigen uit de natiën tegennatuurlijk geënt op de edele olijfboom, die het volk van God voorstelt dat licht verspreidt. Israël is wegens ongeloof tijdelijk terzijde gesteld en lo-ammi geworden om hen tot naijver te wekken, totdat de volheid der natiën is binnengegaan. Gelovigen in de huidige bedeling zijn niet ingelijfd in Israël, maar volgens Efeze ingelijfd in het lichaam van Christus en met Hem gezet in de hemelse gewesten. “Wij zijn niet ingelijfd in Israël; het is een verschil van hemel en aarde waar ik het nu over heb, letterlijk!” ⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie: ▶ 00:00 Inleiding en Begroeting ▶ 01:32 Psalm 87: de Berijming Versus Wat de Schrift Zegt ▶ 16:02 Romeinen 11: Geënt in Plaats van Ingelijfd ▶ 22:01 Het Tegennatuurlijke Enten van de Wilde Olijftak ▶ 27:55 De Olijfboom als Gods Volk Dat Licht Verspreidt ▶ 35:38 Waarom Israël tot Na-ijver Wordt Gewekt ▶ 41:53 De Tijdelijkheid van Israëls Verharding ▶ 44:54 Ingelijfd in het Lichaam van Christus (efeze 1 en 2) ▶ 53:05 Het Geheim van de Christus en de Ecclesia (efeze 3) ▶ 00:00 Inleiding en Begroeting ↑ hoofdstukken Een hele goede middag, vrienden hier op Urk. Wat goed om elkaar weer te mogen treffen. Voordat ik het bijbelstudiethema wil aansnijden, wil ik heel hartelijk dankzeggen aan al degenen die mij een berichtje of kaart hebben gestuurd in verband met het overlijden van mijn vader, die gisteren begraven is in Aalsmeer. De man heeft een zeer gezegende leeftijd mogen bereiken van 95 jaar en tot op het einde heeft hij op zichzelf mogen wonen; hij was er nog zeer goed bij. Het is natuurlijk altijd verdrietig om bij zo'n gelegenheid afscheid te moeten nemen, en tegelijkertijd is het echt dankbaarheid die in dezen overheerst. En ja, zoals ik zojuist ook al eventjes zei: we zijn natuurlijk niet zonder verwachting. Bepaald niet, integendeel! En dat heeft gisteren ook mogen klinken. Dus dat wilde ik toch even gezegd hebben. Ik ben trouwens sowieso blij dat ik hier mag zijn, want het gaf heel wat hindernissen om hier te komen. Het is normaal altijd al vijf kwartier rijden, maar nu moest ik nog een uur langer rijden en had ik met heel wat hindernissen te kampen. Dat is in dit geval een aardige woordspeling, want ik moest inderdaad via Kampen hiernaartoe komen. ▶ 01:32 Psalm 87: de Berijming Versus Wat de Schrift Zegt ↑ hoofdstukken Ik wil jullie vanmiddag eens bepalen bij dit thema: 'ingelijfd en geënt in Israël?', met een vraagteken. Dat doet al iets vermoeden dat het misschien dan toch iets anders is dan wat we altijd gedacht hebben. Nou ja, ik ben op Urk en een heel flink aantal van jullie is toch wel vertrouwd met het boek van de Psalmen, in dit geval zelfs nog met de oude berijming waar ik uit wil citeren. In Psalm 87 vind je dit. Laat ik eerst kijken naar vers 3 uit de berijming van 1773; daar is gisteren ook uit gezongen in de kerkdienst. Mijn vader was nogal gesteld op die oude berijming. Dat is wat oud-Nederlands, maar goed: De Filistijn, de Tyriër, de Moren, Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht; Van Sion zal het blijde nageslacht Haast zeggen: "Deez' en die is daar geboren." En dan vooral dat vierde couplet, want daar snijd ik nu op aan: God zal ze Zelf bevestigen en schragen, En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft, Hen tellen, als in Isrel ingelijfd, En doen den naam van Sions kind'ren dragen. Ik zie een heel aantal gezichten van: dat herken ik. En zo gaat het met liederen, dat is trouwens ook de bedoeling. Ik heb daar nog niet zo lang geleden al eens aandacht voor gevraagd: de functie van liederen, ook het lied dat we met elkaar zingen in samenkomsten, heeft vooral een onderwijzend karakter. Heel veel mensen denken dat het even een soort van pauze is waarin het onderwijs ontbreekt en er even wat amusement doorgeschoven wordt, maar dat is niet de Bijbelse gedachte. De Bijbelse gedachte is juist dat het lied en de tekst daarvan beklijft. Dat is positief zo, maar negatief natuurlijk net zo: wanneer er onjuiste dingen gezongen worden, en zeker als de melodie daarin meewerkt en je dat al tientallen jaren zingt. Zo'n tekst als die ik hier nu projecteer is al 250 jaar oud, en dat heeft in vele generaties zijn beslag gekregen. Mensen hebben dat gezongen, en dan maakt het niet alleen deel uit van je herinnering, maar ga je denken dat het dus ook wel zo zal zijn. Ik ben de laatste om de berijming van de Psalmen af te katten, maar dat neemt niet weg dat er in de berijming heel wat uitleg zit. Er is heel veel theologie in meegekomen, in dit geval calvinistische theologie. Dat blijkt uit zoveel teksten. Het is niet zomaar de Bijbeltekst op melodieuze wijze gezongen; nee, er is echt heel veel met de tekst gedaan. Dat wil ik in dit geval even illustreren, want kijk wat de berijming zegt. Hier wordt gezegd dat van alle volkeren die door God worden genoteerd en geregistreerd op Zijn rol, Hij hen zal tellen als in Israël ingelijfd. De gedachte daarbij is – zo wordt het ook altijd uitgelegd en dat is ook de intentie geweest van degenen die dit zo berijmd hebben – dat gelovigen uit de heidenvolken die nu in de kerk zijn, een deel zijn geworden van Israël. Ze zijn bij Israël ingelijfd; eigenlijk zijn wij dus Israël geworden. Het wordt vaak vervangingstheologie genoemd, en in feite is het dat ook wel: wat ooit Israël was, heet nu de kerk, en in die zin is het een vervanging. Eigenlijk is de gedachte eerder: het was Israël, maar dat is nu uitgebreid naar alle volkeren. Dat wil zeggen dat alle gelovigen uit de volkeren gerekend worden als in Israël ingelijfd. Dat zegt de berijming, maar ik zal u zeggen: dat zegt de Schrift niet! Laten we die tekst er eens bij pakken, in dit geval uit de NBG-vertaling. Ik corrigeer hem niet, maar daar staat dit geschreven: Rahab [dat is een aanduiding voor Egypte, zoals ik dat hier ook aangeef] en Babel vermeld Ik als degenen die Mij kennen; zie, Filistea en Tyrus met Ethiopië: deze is DAAR geboren. God Zelf wordt hier sprekend ingevoerd. Met andere woorden: bij het opschrijven van de volkeren registreert God: deze is dáár geboren, namelijk in Babel, Filistea, Tyrus, Ethiopië, enzovoort. Ik wil er trouwens bij zeggen dat dit ook werkelijk een profetische psalm is, en dat hebben de berijmers zich ook goed gerealiseerd. Dit verwijst naar toekomende tijden. Toen de psalmist dit noteerde, werd er iets gezegd over de toekomst: dat Egypte, Babel en allen die daar vandaan komen, vermeld worden als degenen die Mij kennen. Dat is nogal wat! Maar let op die opmerking dat God zegt: "deze is dáár geboren." En van Sion wordt gezegd: Ieder van hen IS IN HAAR geboren, Hij, de Allerhoogste, bevestigt haar. Hier gaat het over Sion, dat wil zeggen Jeruzalem en alles wat met die naam verband houdt. Het is God Zelf, de Allerhoogste, die haar vaststelt en bevestigt. De gedachte is dus niet dat alle volkeren geacht of gerekend worden als in Israël ingelijfd. Nee, God maakt juist een verschil tussen wie onder de volkeren is geboren – dáár – en degene die in verbinding met Sion is geboren: in háár. Het is juist het onderscheid dat gemaakt wordt! En dan vervolgens vers 6: JAHWEH telt bij het opschrijven der volken: deze is daar geboren. Met andere woorden: als God de volkeren registreert, doet Hij dat heel nauwkeurig en onderscheidt Hij wie dáár onder de volkeren en wie in háár is geboren. Weliswaar heeft God een geweldige zegen beloofd voor de volkeren – al die volkeren die hier genoemd worden en al die geografische plekken zullen Hem eens kennen en erkennen, dat is waar – maar daarbij blijft juist het onderscheid bestaan tussen wie daar geboren is en wie in haar geboren is. Je krijgt dus eigenlijk precies de tegenovergestelde gedachte. Het punt is niet dat al die volkeren gerekend worden als in Sion geboren of als in Israël ingelijfd. Integendeel: God heeft een plan met Israël, speciaal met de stad Sion. Hij, als Allerhoogste, bevestigt haar, en via die stad gaat Hij de volkerenwereld zegenen en zullen ze Hem kennen en erkennen. Dat is waar, maar het onderscheid blijft bestaan. Het is juist dát volk dat is uitgekozen om het kanaal van zegen voor de hele volkerenwereld te vormen. Die hele gedachte die generaties lang, ook hier op Urk, is gezongen – dat Hij hen zal tellen als in Israël ingelijfd – was in die dagen heel vanzelfsprekend. Maar de afgelopen eeuwen is er nogal wat gebeurd wat eigenlijk onmogelijk leek: dat na tweeduizend jaar in het Midden-Oosten een volk weer terugkeerde naar haar eigen land. Daar hoef ik bijna niets over te zeggen, dat is elke dag wereldnieuws. Dat volkje daar, en vooral die stad Jeruzalem, is een steen des aanstoots, maar het speelt zo'n enorme rol. Daardoor zijn mensen er toch heel anders over gaan denken. Zou er dan toch iets aan de hand zijn met dat volk en met die stad? Dat is trouwens altijd een hele gevaarlijke ingang, als ik het eventjes toch mag toelichten. Want als je gedwongen wordt door de omstandigheden anders naar de Schrift te kijken, dan ben je zomaar geneigd om de Bijbel te gaan uitleggen aan de hand van dat wat je ziet en waarneemt. Er waren namelijk al in 1850, 1860, 1870 — ik heb zo'n boek ook nog in de kast staan van Darby, maar ook van Voorhoeve — die toen al schreven, toen er nog helemaal geen sprake was van een Joodse staat, laat staan van al die landen die weer op de kaart gezet zijn na tweeduizend jaar, die toen al zeiden: dat gaat gebeuren, eerst in ongeloof. En die excuseerden zich voor het feit dat de actualiteit daar nog geen enkele reden toe gaf, maar ja, het Woord zegt het, dus het zal gaan gebeuren. Kijk, en dat is een heel wat solidere manier om tot inzicht te komen: gewoon geloven wat er staat. Je leest het, je onderzoekt het. En ja, dat ging natuurlijk heel erg in tegen de theologie. Want het is toch altijd heel sterk de gedachte geweest van: wij zijn dat Israël geworden. En dat is dan toch weer die vervangingstheologie. Goed, het gaat mij nu even puur om die gedachte van ingelijfd in Israël. Dat is eeuwen zo gezongen en daarmee ook beleden. Maar als je dat dan even helemaal terugbrengt naar de Schrift zelf — in dit geval Psalm 87, waar die woorden aan ontleend zijn — daar staat toch echt iets anders. Het onderwerp is nu niet deze psalm, dus ik ga er nu verder niet dieper op in, maar ik heb u nu gewoon wel even laten zien: daar staat niet wat de berijming wel weergeeft, namelijk dat alle volkeren, of alle gelovigen uit de volken, als in Israël zouden zijn ingelijfd. Dat staat er domweg niet. Waarvan akte. En daarmee heb ik eigenlijk het eerste deel van de titel beantwoord: ingelijfd in Israël. Maar het gaat veel breder. Het is niet alleen maar een kwestie van uitleg van een paar Bijbelverzen in Psalm 87. Daar concentreert het zich, daar worden die dingen geformuleerd en zo is dat berijmd tot ons gekomen. Maar het is vooral ook naar aanleiding van een Schriftplaats in de Romeinenbrief. En daar wil ik dan ook inderdaad naartoe gaan: naar Romeinen 11. Nou ja, ik heb het al in vele toonaarden gehoord. Ik ben inmiddels ook 65, dus zo heb je toch ook heel wat te horen en te lezen gekregen. Het heeft mij altijd enorm geboeid. Mijn vader... dat is wel interessant: juist gisteren vertelde mijn jongste zus dat — mijn vader is nu overleden — er een heleboel abonnementen moesten worden opgezegd en onder andere ook Het Zoeklicht; dat abonnement is opgezegd. En nou bleek dus: hij was een van de oudste abonnees op dat blad. We hadden dat abonnement al sinds 1965. Toen was ik dus vier jaar, en ik weet ook niet beter dan dat Het Zoeklicht altijd bij ons in huis kwam. Dus ja, mijn vader was dan weliswaar kerkelijk, maar hij had toch chiliastische sympathieën. Dat wil zeggen: hij geloofde ook in Israël en het toekomstige vrederijk enzovoort. Ik weet nog zo goed dat hij me daar allemaal over vertelde toen ik een klein ventje was. En dat hoorde je dan niet de dominee zeggen, maar hij vertelde dat dan toch allemaal. Ja, hij heeft mij wel op het spoor gezet. Mooi daarmee ook. Maar even ter zake: die gedachte van in Israël ingelijfd is ook op een andere wijze heel vaak verwoord. ▶ 16:02 Romeinen 11: Geënt in Plaats van Ingelijfd ↑ hoofdstukken Namelijk: wij zijn eigenlijk gewoon in Israël ingeënt. Die gedachte is ontleend aan Romeinen 11. Maar ook dan moet ik zeggen dat dat heel onnauwkeurig gelezen is. En dan zeg ik het eigenlijk nog eufemistisch, want het is echt anders. Ik wil daar graag eens op wijzen, want dit zijn van die oeroude misverstanden. Laat ik even de passage zelf lezen waar het specifiek over gaat. Kijk, Romeinen 9 tot en met 11 gaat daar in z'n geheel over. Het is een intermezzo in de hele brief. Het gaat over de onderbreking nu in de heilsgeschiedenis, over de weg die God nu gaat met een ongelovig Israël — of eigenlijk de weg die Hij niet gaat, de omweg die Hij maakt — en dat Hij nu via de volkeren Zijn heil verbreidt, om uiteindelijk wel weer bij Israël uit te komen. Maar dan introduceert hij de metafoor van de olijfboom en van het enten. Ik had eerst in de aankondiging gezet: 'ingeënt in de olijfboom' of 'ingeënt in Israël'. Maar toen zat ik er even over door te denken dat dat associaties oproept. Inenten in Israël... nou ja, dan denk je meteen aan vaccinaties en zo. Maar het is in ieder geval wat hulpzamer en verduidelijkend als ik spreek over niet 'ingeënt in Israël', maar 'geënt in Israël'. Want enten is toch wel wat anders dan inenten, nietwaar? Goed, laten we die passage waarin hij specifiek daarover spreekt gewoon eventjes lezen, zodat we allemaal even scherp hebben waar het over gaat. Dan wil ik daar graag even een paar kanttekeningen bij plaatsen, gewoon ter toelichting van de tekst. Ik lees het voor uit de NBG-vertaling, vanaf vers 16: "Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg..." Dat is een wat wonderlijke metafoor, maar die laat ik hier even rusten. "...en is de wortel heilig, dan ook de takken." Ik kan het wel verklappen hoor: die wortel gaat over de aartsvaders en de beloften die God aan hen heeft gegeven. Dat zijn de eersten, de aartsvaders vormen de wortel. En dan staat er vervolgens: "dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot..." Gij slaat hier op de natiën. Kijk het maar na, dat is de hele gedachte; Paulus spreekt juist de heidenen, of beter de natiën aan. "...en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt: niet gij draagt de wortel, maar de wortel u. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken..." — de Israëlieten om hun ongeloof — "...en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt bent, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden!" En dan krijg je vers 25. Dat is nogal logisch hè: na vers 24 krijg je vers 25. Maar dan maakt Paulus een geheim bekend en is het niet meer louter veronderstellenderwijs zo van: 'hoeveel te meer zullen zij op hun eigen olijf geënt worden?' Het is niet alleen maar een optie, zo zal het namelijk ook daadwerkelijk gaan! En dan wordt opnieuw weer de eerste plaats toegewezen en zal Hij deze ook vervullen. Ik ben meestal gewend om, als ik een gedeelte gelezen heb, vers voor vers daar doorheen te gaan. Maar in dit geval, omdat ik een heel onderwerp wil behandelen, lijkt het me beter om mij te beperken tot een paar kanttekeningen ter toelichting van wat we gezien hebben. Die zijn wel van belang. En dan wil ik straks nog naar Efeze toe gaan, dus daar moeten we alle zeilen bijzetten om dat in één geheel te bespreken. Enkele aantekeningen bij die passage die ik zojuist voorlas: ▶ 22:01 Het Tegennatuurlijke Enten van de Wilde Olijftak ↑ hoofdstukken In de eerste plaats dit – en dit zeg ik ook een klein beetje als een geboren Aalsmeerder. Ik kom uit de kwekerijwereld; ik zit hier nu in de visserijomgeving, maar ik kom uit de kwekerswereld. Mijn vader had een rozenkwekerij en mijn broer Dirk is er nu niet bij, die laat zich verontschuldigen. Jullie krijgen de hartelijke groeten van hem, hij kon vandaag helaas niet meekomen. Maar hij heeft zelf ook een rozenkwekerij gehad en hij heeft ook heel vaak dat enten gedaan, dat wil zeggen: dat oculeren, zoals dat heet. Voor een tuinder is de metafoor die Paulus hier bezigt eigenlijk wat vreemd. Het enten van een wilde olijftak op een edele olijf, dat is tegennatuurlijk. Zo doet een kweker dat niet. Want normaal gesproken heb je een stukje edel enthout – ik kom uit de rozenwereld, dus dan heb je een veredeld rozentakje – en dat zet je dan op een wilde stam. Terwijl hier wordt gesproken over de edele olijfboom waar je een wilde tak op zet. Dat doet een kweker helemaal nooit. Het is dus heel tegennatuurlijk wat Paulus hier beschrijft. Maar de grap is: hij zegt het zelf ook! Het is tegen de natuur waar hij het over heeft. En dat is ook zo, maar dat heeft een reden. Waarom gebruikt hij dan toch deze vergelijking, deze metafoor? Want kijk, een kweker zou vragen: wat heeft zo'n wilde tak de edele boom nou te bieden? Maar dat is Paulus' insteek niet. Paulus' insteek is juist precies omgekeerd. Hij vraagt niet: wat heeft zo'n wilde tak de edele boom te bieden? Nee, wat ontvangt die wilde tak van de edele olijfboom? En dan zegt Paulus: hij krijgt namelijk deel aan de rijkdom, of aan de vettigheid, die hij van nature niet bezat. Die wilde olijftak krijgt deel aan een edele olijf. Het gaat er dus niet om dat hij iets geeft aan die boom, nee, hij ontvangt iets van die boom wat hij voorheen van nature niet had. Dat is de gedachte. Misschien dat u op Urk dit bezwaar niet eens ooit bedacht hebt, maar het is iets wat je als kweker denkt: het is toch eigenaardig? Maar zo eigenaardig is het nou ook weer niet als je er even over doordenkt. Dus dit is een eerste opmerking. Dan een tweede, heel belangrijk punt. Want meestal is de gedachte: die olijfboom, dat is Israël, en de wilde olijftakken zijn degenen die niet bij Israël horen, de niet-Joden uit de natiën. Dat is duidelijk. Hij spreekt over natuurlijke takken die weggebroken worden – dan gaat het over Israëlieten – en hij spreekt aan de andere kant over heidenen, mensen uit de natiën die geënt worden in die olijfboom. Maar wat verandert er dan wel bij dat wegbreken en dat inenten? Kijk, en dit moet je je realiseren: een weggebroken natuurlijke tak blijft gewoon Israëlitisch. Als zo'n natuurlijke tak waar Paulus het over heeft wordt weggebroken... Waardoor zijn ze weggebroken? Door hun ongeloof hebben ze geen deel meer aan die edele olijf. Maar het blijven gewoon Israëlieten, hoor! Het is niet zo dat zij ineens iets anders worden. Nee, ze hebben alleen geen deel meer aan die olijfboom. Laten we het dus gewoon vaststellen: een weggebroken natuurlijke tak blijft gewoon Israëlitisch, en omgekeerd blijft een ingeënte wilde tak qua afkomst gewoon iemand uit de natiën. Wat er verandert, is hun positie. Want die wilde takken krijgen nu deel aan de wortel en de rijkdom van die olijfboom. En die wortel – ik had het er al even over – die wortel slaat op de aartsvaders, de belofte die God oorspronkelijk heeft gegeven aan Abraham, Isaak en Jakob. De belofte aan Abraham staat, en zij die uit de natiën zijn hebben deel gekregen aan die boom, aan die zegen. Dit was de tweede opmerking die ik wilde maken. En dan nu nog iets, en misschien is dat wel het allerbelangrijkste in verband met het herkennen van die boom. ▶ 27:55 De Olijfboom als Gods Volk Dat Licht Verspreidt ↑ hoofdstukken Welke positie vertegenwoordigt die boom? Kijk, die olijfboom beeldt Gods volk uit, en wel in zijn bevoorrechte positie en functie. Waarom zeg ik dat nou? Kijk naar een olijfboom: wat doet een olijfboom? Die produceert olie, olijfolie. En waar is olijfolie nuttig voor? Nou, voor heel veel zaken. Het is trouwens wel grappig: dit is vandaag de 23e Tishri. Het is ook Dierendag, maar daar wilde ik het niet over hebben. Lub, zou jij even een bekertje water voor me willen halen? Dat kan ik wel even gebruiken, bij voorbaat dank. Het is vandaag de 23e Tishri, en in de diaspora is dit Simchat Torah. Gisteren was het de 22e Tishri, en dat is de achtste dag van het Loofhuttenfeest. Mag ik je vriendelijk bedanken? Dankjewel. Waarom ik dat even noem: het is eigenlijk de afsluitende dag, een soort appendix, want het Loofhuttenfeest duurt zeven dagen. Maar het Loofhuttenfeest, Sukkot, is het feest waarin de oogst gevierd wordt, met name de oogst van de wijn, maar ook van de olijven. In die zin past dit onderwerp daar ook weer mooi bij, hoewel ik het er niet om gedaan heb, dat niet. Maar goed, een olijf is natuurlijk een schitterend type van nieuw leven, van onvergankelijk leven. Een olijfboom is op zichzelf al een boom die van nature nooit doodgaat, tenzij je hem omhakt. Vandaar ook dat ze duizenden jaren oud kunnen worden. Het is een boom die zichzelf regenereert, zoals dat heet. En hij produceert olie en licht; het is olie voor de lampen, afgezien van alle medicinale functies die olijfolie ook nog heeft. Maar wat ik hiermee wil zeggen: die olijfboom staat inderdaad voor het volk van God dat leven en daarmee ook licht produceert. Het is dus een uitbeelding van het volk van God in zijn bevoorrechte positie. En waarom? Omdat het licht produceert en in feite bedoeld is om licht en het woord des levens te geven aan de wereld. Dat is de grote functie van de olijfboom. Het spreekt dus van het volk van God. Maar dan is het van belang om scherp te zijn: Israël is van nature dat volk. Kijk, een olijfboom staat niet zomaar voor Israël; een olijfboom staat voor het volk van God dat licht produceert. Van nature is dat verbonden aan Israël. Vandaar ook dat Paulus spreekt over de natuurlijke takken en over hun eigen olijfboom. In Jeremia 11 vers 16 lees je ook: "Een groene olijf, schoon van prachtige vrucht, heeft de HEERE uw naam genoemd." Van oudsher en van nature is dat zo. God heeft een volk, en dat volk bestemt Hij en geeft Hij Zijn woord, met het doel dat dat woord bewaard zou worden, maar vervolgens ook dat het zijn werk zou doen en verspreid zou worden. Dat is waar licht voor bestemd is: om de duisternis te verdrijven. Die olijfboom is dus niet simpelweg Israël; het kan Israël zijn, maar het is het volk van God dat licht verspreidt. Dat moet je goed inzien, want ook de natuurlijke takken kunnen worden uitgehakt en weggenomen. Dan zijn ze nog steeds Israël, Israëlieten, maar ze horen niet meer bij het volk van God. Dat is een belangrijk punt: het volk van God is geen statisch gegeven, zo van: als je eenmaal het volk bent, dan blijf je dat altijd. Nee, je kunt lo-ammi worden. Dat is een heel bekend Schriftuurlijk gegeven: wanneer God Zich afkeert en het volk terzijde stelt, dan wordt het lo-ammi. Die olijfboom staat voor het volk van God. Van nature en van oudsher is dat een functie en een positie die aan Israël verbonden is, maar niet per definitie. Want God kan zomaar — en daar gaat het nu juist over — die natuurlijke takken wegbreken, en heel andere takken die daar van nature helemaal niet op horen, wilde takken uit de natiën, erop enten. Dat is precies waar Paulus het in deze hoofdstukken over heeft. God roept nu inderdaad uit de natiën mensen die voorheen lo-ammi waren, maar die Hij vervolgens weer ammi noemt. Hij haalt dat ook aan in Romeinen 9 vers 24 en 25: "Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk." In feite is dat ook wat God deed in de dagen van Handelingen. Paulus haalt dat aan en zegt: jullie zijn uit de natiën geroepen; jullie waren eens niet Zijn volk en nu zijn jullie Zijn volk. Daarmee wil ik maar zeggen dat er mensen zijn die met het grootste gemak spreken over: "Israël is Gods volk." Ik zou dat zo niet zeggen. Ik weet wel dat mensen je zomaar kunnen misverstaan en zeggen: "Denk jij dan niet dat er voor Israël nog een geweldige toekomst in petto is?" Ja, natuurlijk wel! Maar nu in onze dagen is het volk terzijde gesteld, is het lo-ammi. En een heel ander volk heeft nu die positie overgenomen. Waarom zeg ik dit nu allemaal? Om het misverstand weg te nemen dat die olijfboom Israël is. Nee, die olijfboom is het volk van God dat licht verspreidt. Van nature — ik herhaal het — van nature is die positie weggelegd voor het volk van Israël, maar dat is niet per definitie zo. Sterker nog, in de huidige tijd, eigenlijk al sinds de dagen van Paulus, is die positie juist toegekend aan een ander volk uit de natiën. En nu komen we op het vierde punt. ▶ 35:38 Waarom Israël tot Na-ijver Wordt Gewekt ↑ hoofdstukken Waarom verwekt dit hele fenomeen Israël tot naijver — het feit dat God mensen wegkapt die van nature juist deel hadden aan al die zegeningen, aan al die vettigheid van die boom, en er vervolgens heel andere mensen op gezet worden die van toeten noch blazen wisten en die daar geen enkel recht of aanspraak op konden maken? Nou, waarom verwekt dit Israël tot naijver? Dat is een van de thema's van Romeinen 9, 10 en 11. Israël mist door ongeloof juist wat het zoekt. Je leest dat ook aan het slot van Romeinen 9. Ik had het net voordat ik hierheen ging nog eventjes opgezocht, maar niemand kan het mooier formuleren dan Paulus zelf natuurlijk. Ik lees even een paar verzen voor, dat is zo sprekend: "Wat zullen wij dan zeggen? Dit: natiën die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid die uit geloof is. Doch Israël, hoewel het een wet van gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van werken. En daarom hebben zij zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots..." Met andere woorden, en dan zie je in Romeinen 10 dat Paulus zegt: ja, ook de profeten spreken daar al over: "Ik ben gevonden door hen die naar Mij niet zochten." Maar van Israël zegt Hij daarentegen: "De ganse dag heb Ik Mijn armen uitgespreid om hen tot Mij te brengen." En ze hebben dat afgewezen. Dat God daar ook Zijn weg in gaat, dat moet duidelijk zijn, maar dit is gewoon de observatie die Paulus maakt. Dus Israël mist door ongeloof wat het zoekt. Ze zoeken gerechtigheid, maar ze krijgen het niet. Waarom? Omdat ze denken het te moeten verdienen: religie, werken. En het evangelie staat er haaks op, want het evangelie vraagt namelijk niets van een mens. Ik zeg: het evangelie vraagt niets van de mens. Het evangelie is een bericht, het is een mededeling. En voor een mededeling kun je niets doen, dat is gewoon wat het is. Kijk, als je een opdracht hebt van "gij zult", dan word je aan het werk gezet, dan moet je iets gaan doen. Maar als men iets meedeelt, dan kun je maar één ding doen: namelijk het geloven. Ja, of niet? Oké, Israël mist door ongeloof wat het zoekt, terwijl de natiën door geloof juist die rijkdom ontvangen. En dan komt het, hè: juist wat geen volk is, verwekt Israël tot naijver en toorn. En dat lees je — en die moet ik er ook even voorlezen, ik verwijs er wel naar, maar Romeinen 10 vers 19; nog niet zo lang geleden heb ik daar ook nog wat meer over gezegd, het is een thema dat me heel erg bezighoudt — in vers 19 lees je dat Paulus zegt: "Heeft Israël het dan niet verstaan?" En dan haalt hij aan: "Vooreerst zegt Mozes: Ik zal u jaloers maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk." En die toorn, die naijver waar hij het over heeft, die jaloezie die al geprofeteerd was door Mozes in Deuteronomium: er zou een moment komen dat Israël jaloers en toornig gemaakt zou worden op wat eigenlijk helemaal geen volk is. En bovendien, in hun ogen waarschijnlijk: etnisch gezien, gewoon in volkenkundige betekenis, is de ekklesia in onze dagen immers helemaal geen volk. We zijn een internationaal of supranationaal gezelschap. We hebben niets met landsgrenzen te maken en we zijn ook niet door bloedbanden verbonden — nou ja, sommigen wel, maar dat komt er hooguit toevallig bij — het is een geestelijke band. Etnisch gezien zijn we dus helemaal geen volk. En voor zover we een volk zijn, zijn we in de ogen van Israël heel onverstandig. Israël is echt etnisch een volk, de ekklesia niet. En de ekklesia wordt bovendien voor het grootste gedeelte verzameld uit de natiën. En die hebben geen enkel idee van de Thora. Die houden de wet niet, die hebben daar geen enkele sjoege van. En toch krijgen ze het zomaar! En dat is het geschenk, de gift. Nu wordt dus een volk dat geen volk is en bovendien onverstandig is, rijkelijk gezegend en door God gerekend als Zijn volk. Terwijl het volk dat alles had, zoveel doet en zich overal op kon beroemen, aan de kant is gezet, is weggekapt. Ja, maar dat is pijnlijk. En in dat kader plaatst Paulus zijn hele bediening. Paulus' bediening onder de natiën dient tot dit doel. Hij zegt ook: hierom ben ik apostel van de natiën, opdat ik mijn volk tot naijver, tot toorn zou wekken en zodoende enigen — niet het hele volk, dat is nu niet aan de orde, maar enigen uit hen — zou redden. Ja, en dat was ook precies wat je in het boek Handelingen leest: altijd dat enorme verzet, de jaloezie en de toorn die zijn bediening opriep in de synagoge en in de hele Joodse wereld, én de enkeling bij wie juist daardoor wel de ogen werden geopend. En dat is de vijfde opmerking die ik er dan over maak. ▶ 41:53 De Tijdelijkheid van Israëls Verharding ↑ hoofdstukken Het vijfde punt is dat de huidige situatie tijdelijk is. Ik zei al: we hebben gelezen tot vers 24 en dat gaat vervolgens door in vers 25. En dan zegt Paulus: ik deel jullie een geheim mee. Hij zegt dat de huidige verharding van het overgrote deel van Israël een 'totdat' heeft. En dat moet je weten; ik wil niet dat jullie onkundig zijn, ik wil dat jullie dat weten. De huidige situatie waarin Israël verhard is, terzijde staat, weggebroken is — of welke term je daar ook maar voor wilt bezigen — die is tijdelijk. Het heeft een 'totdat'. En wanneer de volheid van de natiën is binnengegaan — door de bediening namelijk van de boodschap die nu onder de natiën bekendgemaakt wordt: de verzoening der wereld — ja, als dat tot volheid komt en als dat gezelschap vol is en binnengaat, haar positie zal binnentreden... Ja, ik doe zo met mijn hand, maar dat is de richting waarin we gaan. Dat is dan geen vallen natuurlijk, maar we gaan wel die kant op. Goed, ik refereer nu even aan het gesprekje dat ik voor de samenkomst had. Maar het gaat er eventjes om: als de volheid van de natiën binnengaat, dan zal Israël als volk, als geheel worden gered door de Messias, als Die uit Sion zal komen, naar de woestijn zal gaan, enzovoorts. Maar dat is het volgende programmapunt. Totdat de volheid van de natiën is binnengegaan, staat Israël gewoon terzijde. Dat is de situatie en dat is precies ook de bedoeling. En in die tussentijd — en daar gaat het nu eventjes om — is er een volk dat de positie heeft van het volk van God. Van nature niet, het is tegennatuurlijk, maar niettemin. Zij delen in die zegeningen, in feite ook in de belofte die God aan de aartsvaders heeft gegeven. De belofte van... ja, welke belofte gaf God aan Abraham? Aangaande hem en zijn zaad. En zijn zaad, dat is ten diepste en in de hoogste zin Christus. En juist daarin hebben wij onze plaats gevonden. Dat is ongekend hoog, en daar wil ik nu tenslotte ook nog op wijzen, want wij zijn inderdaad in onze dagen Gods volk. Dat wil zeggen: wij zijn geënt in dat volk, tegen onze natuur in, dat is waar. ▶ 44:54 Ingelijfd in het Lichaam van Christus (efeze 1 en 2) ↑ hoofdstukken Ja, maar hoe zit het dan met die inlijving? Nou, ik heb het hier al meteen in de titel neergezet: we zijn wél ingelijfd. Het woordje inlijven moet je heel letterlijk nemen. Een lijf – dat is niet a life, nee, dat is weer wat anders – een lijf in het Nederlands is gewoon een lichaam. En ingelijfd is eigenlijk – dat is ook een mooie Latijnse benaming – geïncorporeerd. Corpus, het wordt in het lichaam geplaatst. Wij zijn geïncorporeerd. Maar waarin? De psalmberijming zegt dat we zijn ingelijfd in Israël. Maar we zijn níét ingelijfd in Israël! We zijn geënt in de olijfboom, dat is Gods volk. Dat is waar. Maar waar zijn we dan wél in ingelijfd? Kun je dat zeggen? Ja, wis en waarachtig! Maar dan hebben we het niet over Israël, nee, dan hebben we het over Christus. En dat is eigenlijk een van de grote thema's van Paulus in zijn brieven. En met name in die brieven als hij in de gevangenis zit. Nou, dan pakt hij helemaal uit als het gaat over de positie die wij hebben, wij die nu uit de natiën verzameld worden, ongeacht de afkomst. En ja, ik wil een paar dingen aanhalen uit Efeze 1, 2 en 3. Namelijk: wie is die ekklesia? Waar bevindt die ekklesia zich en hoe wordt ze dan verzameld? Ik wil het kort doen, want ik zie dat de tijd voortschrijdt, maar wel duidelijk. Efeze 1. Ik begin midden in de zin, maar het gaat over de kracht van God die Hij heeft ingewerkt in Christus. Hoe dan wel? Wel, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterhand. Dat was ook al voorzegd: "Zet U aan Mijn rechterhand." En dat is daarboven, te midden van de hemelsen, of "in de hemelse gewesten", zoals de NBG-vertaling zegt. Dat is boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en alle naam die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomende aeon. Het volgende hoofdstuk spreekt zelfs over nog komende aeonen: wereldtijdperken die nog gaan komen. God heeft een geweldig plan, en als deze aeon ten einde is, dan vangt de toekomende aeon aan. Maar eigenlijk moet ik zeggen dat het nog weer wereldtijdperken zijn. Maar ik lees even verder: "En Hij, God, heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia." Boven al wat is, heel de schepping; Efeze 1 vers 10 spreekt over ta panta. Al wat is in de hemel en op de aarde gaat Hij in de volheid der tijden onder één Hoofd samenbrengen. Maar dat is het geweldige, want dat geldt niet alleen voor Christus Jezus die daar nu gezeten is, maar er is een gezelschap dat met Hem verbonden is en daarin deelt. Want God heeft alles onder Zijn voeten gesteld – dat is trouwens ook Psalm 8 – Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is gegeven aan de ekklesia. Niet de ekklesia is een gift aan Hém, maar Híj wordt gegeven aan de ekklesia! En dan staat erbij: de ekklesia, die Zijn lichaam is, de aanvulling. Andere vertalingen spreken over een complement – niet een compliment, maar een complement – dus de aanvulling. Christus Jezus daarboven is in Zichzelf oncompleet, dat is de gedachte. Waarom? Wel, Hij is Hoofd, en een hoofd heeft een lichaam. Hoofd en lichaam vormen een eenheid. En alles wat God aan Christus Jezus heeft toegedacht en toegekend, deelt Hij met de ekklesia. En terwijl Hij dus daarboven is: ja, wij zijn Zijn lichaam en wij vullen Hem dus aan, zoals het lichaam een hoofd aanvult. Hem aan, die het al in allen vervult! Nou, dat geeft wel aan wat een geweldig instrument dat in Gods handen is om alles tot volheid te brengen en om alles te gaan vervullen: het al in allen. Nou, dat is heel compleet, hoor. Waar het mij even om gaat, is: wie is die ekklesia? Wel, dat is Zijn lichaam, en dus verbonden met Hem. Ja, oké. Efeze 2. Ik begin weer midden in de zin te lezen. Daar staat – het gaat weer over God: "Hij maakte ons...", dat is de letterlijke weergave, samen of mede, maar eigenlijk: samen-levend met Christus. Dus Christus werd levend en wij delen daarin. En dan zegt Paulus er direct tussen haakjes bij, als tussenzin: "(in genade zijn jullie geredden)". Het valt je gewoon zomaar ten deel, dus jij hebt er niks voor te doen. God heeft je – Efeze 1 vers 4 – vóór de nederwerping der wereld uitgekozen en voorbestemd. Predestinatie en uitverkiezing zijn Bijbelse waarheden. Ja, dat is geweldig, want God heeft namelijk het al op het oog. Heel de schepping, daar heeft Hij een plan mee, en Christus Jezus samen met Zijn lichaam is het hoogste instrument, als ik het zo mag zeggen, dat Hij gaat inzetten om al Zijn plannen te vervullen. Nou ja, we zijn samen met Hem levend gemaakt, en Hij heeft ons samen opgewekt en ons samen doen zitten te midden van de hemelsen in Christus Jezus. Het staat hier allemaal in – nu ga ik nog weer iets ingewikkelds zeggen – de aoristus. Dat wil zeggen: in het tijdloze, als een voldongen feit voorgesteld. Het gaat er dus niet om wanneer dat gerealiseerd wordt, maar dát Hij het doet. Hij geeft ons leven en Hij doet ons samen zitten. Dus Hij zit daarboven aan Gods rechterhand, maar Hij niet alleen: wij ook! Dus als Psalm 110 zegt: "Zet U aan Mijn rechterhand", dan zijn wij daarin – de ekklesia in onze dagen – inbegrepen, ingelijfd, geïncorporeerd. Dat wil zeggen: wij delen in die onvoorstelbaar hoge zegen. Wij zijn niet ingelijfd in Israël; het is een verschil van hemel en aarde waar ik het nu over heb, letterlijk! Israël is straks het kanaal van zegen hier op aarde, maar er is nu een gezelschap – zo noem ik dat dan maar – een volk wat eigenlijk geen volk is, dat nergens recht en aanspraak op kan maken, dat deelt in de positie die Hij daar nu heeft aan Gods rechterhand. Want Hij doet ons samen zitten met Hem, te midden van de hemelsen, boven alles, in Christus Jezus. Dat is onze plek. Daarin zijn wij ingelijfd. Nou ga ik nog een hoofdstukje verder. Ik kan wel snel lezen hoor soms, ik zal mijn uiterste best doen. Ik moet mijn punt nu toch echt gaan afmaken. ▶ 53:05 Het Geheim van de Christus en de Ecclesia (efeze 3) ↑ hoofdstukken Maar Efeze 3. Paulus heeft zojuist gesproken over dat geheim, en dan zegt hij: als jullie dat zo lezen, "daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheim van de Christus." Ik zal u dit vertellen: het geheim van de Christus – we zullen het straks ook zien – is dat de Christus niet alleen het hoofd is, maar een lichaam heeft. Dat is op zich nogal logisch, maar wat geweldig is: dat lichaam is de ecclesia. Als je erover doordenkt wat dit betekent, is dat ongekend. Dit is zo hoog! Dat delen in Zijn positie, niet alleen maar delen... Het is al geweldig als je straks mag delen in de zegen die Israël gaat verspreiden onder de volkeren, maar dit is nog wel even van een andere orde. Bovendien zijn we nog veel eerder ook: de eersten, de eerstelingen dus, en dus de hoogste positie. Dat klopt helemaal hoor. Dat geheim is ten tijde van vroegere geslachten niet bekend geworden aan de zonen der mensen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten. Ook Petrus, Jakobus en Johannes hebben via Paulus hier kennis van gekregen; aan hen is het ook zo geopenbaard. En dan zegt hij: dit geheim – en nu laat ik zien dat het waar is wat ik zojuist zei – dit geheim, namelijk dat de natiën samen-lotbezitters zijn. Ik geef toe, het klinkt wat krom Nederlands, maar het is zo mooi. We zeggen lotbezitters: we genieten iets wat ons door loting ten deel valt. Het valt je zomaar ten deel, zoals een lot. Dat is een lotbezitter, en we zijn tezamen lotbezitters. En wel samen, niet alleen als natiën met elkaar, maar we delen in Zijn positie. Dat 'samen' slaat er vooral op dat wij delen in Christus' positie; we delen Zijn lot. En we zijn een samen-lichaam. In het Grieks staat er echt dit woord. Het is een heel letterlijke weergave van hetzelfde lichaam: hoofd en lichaam. Samen-lotbezitters, samen-lichaam, samen-deelhebbers van de belofte in Christus Jezus door het evangelie. Je hoort de geweldige boodschap dat God een Redder is, jouw Redder is, want dat is het evangelie: God is jouw Redder. Een mededeling. Daar kun je niks voor doen, dat is gewoon een mededeling. En als je het mag geloven, dan krijg je door het evangelie deel aan al deze dingen. Als God je ogen daarvoor opent, dan ben je deelhebber van de belofte in Christus Jezus. Alles wat God aan Christus Jezus beloofde, daar deel jij in. Dit is 'mindblowing', zeggen ze in het Engels, en dat is het echt: onvoorstelbaar groot! Wat ik vanmiddag dus eigenlijk gezegd wil hebben, om dat dan af te sluiten: wij zijn ingelijfd, maar niet in Israël. We maken geen deel uit van het lichaam van Israël. We zijn ook niet de bruid, we maken deel uit van het lichaam van de Bruidegom. We zijn inderdaad ingelijfd, maar niet in Israël, zoals die berijming van Psalm 87 vers 4 dat zegt. Nee, we zijn ingelijfd in Christus' lichaam! En daarmee delen we ook in de geweldige positie die aan Hem is toegekend, om straks in de toekomende aeonen de overtreffende heerlijkheid van Zijn goedertierenheid te betonen. Dat zijn hele hoogdravende woorden, maar lieve mensen, ik vind het zo geweldig om daaraan te denken en om dit ook scherp te krijgen. Laat je dus niet wijsmaken dat wij nu zouden zijn ingeënt in Israël. Dat is niet waar, want met die bewering raak je ineens juist de hoogste zegeningen die God ons heeft gegeven kwijt. Daardoor word je dan verblind. We zijn niet ingeënt in Israël; we zijn ingeënt in het volk van God, dat van nature inderdaad Israël was. Ik hoop dat ik dat zodanig heb weergegeven dat het ook scherp overgekomen is en duidelijk is. Maar het allermooiste is om elkaar met deze dingen te verblijden. Ik mocht dat nu vanmiddag met jullie doen en delen. En God zegene Zijn woord aan ons allen. Zullen we het hierbij laten? 🎧 ingelijfd en ingeënt in Israël? 1x × ↺ −15s +15s ↻ × (function() { function moveTranscriptPosition() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (!det) return; var target = null; var allH5 = document.querySelectorAll('.focus.col-md-8 h5'); for (var i = 0; i < allH5.length; i++) { if (allH5[i].textContent.indexOf('Delen') !== -1) { target = allH5[i]; break; } } if (!target) { target = document.querySelector('.sharethis-inline-share-buttons'); } if (target) { if (target.parentNode) { if (det.nextElementSibling !== target) { target.parentNode.insertBefore(det, target); } } } else { var col = document.querySelector('.focus.col-md-8'); if (col) { if (det.parentElement !== col || det !== col.lastElementChild) { col.appendChild(det); } } } } moveTranscriptPosition(); document.addEventListener('DOMContentLoaded', moveTranscriptPosition); window.addEventListener('load', moveTranscriptPosition); var bar = document.getElementById('gb-audio-bar'); if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } } var floatAudio = document.getElementById('gb-floating-audio'); var speedBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-speed'); var titleEl = document.getElementById('gb-audio-bar-title'); var skipBack = document.getElementById('gb-audio-skip-back'); var skipFwd = document.getElementById('gb-audio-skip-fwd'); var closeBtn = document.getElementById('gb-audio-bar-close'); var speeds = [1, 1.25, 1.5, 1.75, 2]; var speedIdx = 0; if (skipBack) { skipBack.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.max(0, floatAudio.currentTime - 15); }; } if (skipFwd) { skipFwd.onclick = function() { if (floatAudio) floatAudio.currentTime = Math.min((floatAudio.duration || 999999), floatAudio.currentTime + 15); }; } if (speedBtn) { speedBtn.onclick = function() { speedIdx = (speedIdx + 1) % speeds.length; var rate = speeds[speedIdx]; if (floatAudio) floatAudio.playbackRate = rate; speedBtn.textContent = rate + 'x'; }; } function closePlayer() { if (bar) bar.style.display = 'none'; document.body.style.paddingBottom = ''; if (floatAudio) floatAudio.pause(); document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); } if (closeBtn) closeBtn.onclick = closePlayer; var closeMb = document.getElementById('gb-audio-bar-close-mb'); if (closeMb) closeMb.onclick = closePlayer; if (floatAudio) { floatAudio.addEventListener('ended', function() { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); }); floatAudio.addEventListener('timeupdate', function() { var curSec = Math.floor(floatAudio.currentTime); var allTs = document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds]'); var maxSec = -1; allTs.forEach(function(b) { var s = parseInt(b.getAttribute('data-seconds'), 10); if (s maxSec) { maxSec = s; } } }); if (maxSec >= 0) { var curActive = document.querySelector('.gb-ts-play.gb-ts-active'); var curActiveSec = curActive ? parseInt(curActive.getAttribute('data-seconds'), 10) : -1; if (curActiveSec !== maxSec) { document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + maxSec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); } } }); } function getAudioUrl() { var det = document.querySelector('.gb-transcript-details'); if (det) { var dUrl = det.getAttribute('data-audio-url'); if (dUrl) return dUrl; } var rcScript = document.querySelector('script[src*="embedded-player"][src*="/ep/"]'); if (rcScript) { if (rcScript.src) { var m = rcScript.src.match(/\/ep\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m[1] + '/stream.mp3'; } } var rcIframe = document.querySelector('iframe[src*="redcircle.com"]'); if (rcIframe) { if (rcIframe.src) { var m1 = rcIframe.src.match(/(?:episodes|ep)\/([a-f0-9\-]{36})/i); if (m1) return 'https://audio4.redcircle.com/episodes/' + m1[1] + '/stream.mp3'; } } return ''; } document.addEventListener('click', function(e) { var btn = e.target.closest('.gb-ts-play'); if (!btn) return; e.preventDefault(); e.stopPropagation(); var sec = parseInt(btn.getAttribute('data-seconds'), 10); if (isNaN(sec)) return; if (btn.classList.contains('gb-ts-active')) { btn.classList.remove('gb-ts-active'); var t = btn.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); btn.innerHTML = '▶ ' + t; if (floatAudio) { if (!floatAudio.paused) floatAudio.pause(); } return; } document.querySelectorAll('.gb-ts-play.gb-ts-active').forEach(function(el) { el.classList.remove('gb-ts-active'); var t = el.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); el.innerHTML = '▶ ' + t; }); document.querySelectorAll('.gb-ts-play[data-seconds="' + sec + '"]').forEach(function(b) { b.classList.add('gb-ts-active'); var t = b.textContent.replace(/[▶⏸]/g, '').trim(); b.innerHTML = '⏸ ' + t; }); var url = getAudioUrl(); if (!url) return; if (bar) { if (bar.parentElement !== document.body) { document.body.appendChild(bar); } bar.style.display = 'flex'; document.body.style.paddingBottom = (window.innerWidth = 0) { try { floatAudio.currentTime = sec; } catch(err) {} } floatAudio.playbackRate = curRate; var p = floatAudio.play(); if (p) { if (p.catch) p.catch(function(err) {}); } } if (floatAudio.getAttribute('src') !== url) { floatAudio.src = url; floatAudio.addEventListener('loadedmetadata', function onMeta() { floatAudio.removeEventListener('loadedmetadata', onMeta); seekAndPlay(); }); floatAudio.load(); } else { seekAndPlay(); } } }); })();

04-10-2026 Lees verder

Prikbord

zondag 1 november
Urk (16:30 uur)
thema: alle heiligen & Paulus

Bijbelvers 21 uur geleden

1Thessalonika 4:15 – beslist niet voorgaan

Want dit zeggen wij jullie, met een woord van de Heer, dat wij, de levenden, die overblijven tot de parousia van de Heer, beslist niet de ontslapenen zullen voorgaan.

Paulus maakt bekend wat er bij de parousia van de Heer zal gebeuren. Parousia duidt op zijn aanwezigheid, niet slechts op het moment van aankomst. Paulus spreekt nadrukkelijk over ‘wij, de levenden, die overblijven’. Hij rekent zichzelf dus tot degenen die dan nog leven. Elders rekent hij zichzelf echter ook tot degenen die opgewekt zullen worden (2Kor.4:14). Paulus doet daarmee geen uitspraak over zijn eigen levensduur, maar vereenzelvigt zich eenvoudig met de gelovigen over wie hij spreekt.

Vervolgens verzekert Paulus dat de levenden beslist niet de ontslapenen zullen voorgaan. In het Grieks staat een bijzonder krachtige ontkenning. De Thessalonikers hoefden niet te vrezen dat hun overleden broeders iets zouden missen. Integendeel, de levenden krijgen geen enkele voorrang boven degenen die inmiddels zijn ontslapen.

In het volgende vers verklaart Paulus waarom. De Heer zal neerdalen van de hemel en de doden in Christus zullen eerst opstaan. Pas daarna zullen de overblijvende levenden samen met hen worden weggerukt (vers 17). Het woord van de Heer dat Paulus had ontvangen omvat dus zowel de levenden als de ontslapenen. Maar in een uitdrukkelijke volgorde: eerst de ontslapenen, daarna de levenden!

Delen: