English blog

genezen… van het gebed

16-06-2018 - Geplaatst door Andre Piet

Op het CIP doet Matthijs Vlaardingerbroek (MV) een poging de vraag te beantwoorden waarom zo weinig mensen baat hebben bij de zogeheten ‘gebedsgenezing’.

God grijpt nog steeds bovennatuurlijk in het leven van mensen, die hierdoor op een wonderbaarlijke manier bevrijding, genezing en herstel vinden. Echter niet iedereen geneest. Eerlijker zou zijn om te zeggen dat slechts een heel klein percentage van christelijke (en niet-christelijke) zieken genezen.

Dat lijkt me een eerlijke vaststelling. Voorbeelden te over. Natuurlijk is GOD niet minder vermogend om te genezen dan dat Hij dat was in de dagen van het Nieuwe Testament. En natuurlijk mag een wonderbaarlijke genezing nooit worden uitgesloten. Maar de grote vraag is een andere. MV brengt het zo onder woorden:

Waarom konden Jezus en zijn discipelen veel meer mensen met Gods kracht genezen dan wij vandaag de dag?

Als ‘genezing op gebed’ tegenwoordig al eens plaatsvindt, is het groot nieuws in de christelijke media. Kennelijk is het eerder uitzondering dan regel. Zeker als we ook nog eens bedenken dat menig geclaimde genezing de toets van een factcheck niet kan doorstaan.

Trouwens, verbloemt MV met de bovenstaande formulering, niet het echte contrast tussen toen en nu? De kwestie is namelijk niet alleen dat destijds meer mensen genazen dan vandaag de dag. Alsof het slechts een groot gradueel verschil zou betreffen. Het verschil is principieel. Bij de apostelen genas iedereen die zij maar wilden. Tegenwoordig daarentegen vindt wonderbaarlijke genezing zelden of nooit plaats. In de dagen van het NT waren er geen mislukkingen (Mat.8:16; Hand.5:15). Iedereen die door de apostelen de handen werden opgelegd, genas. De belofte van genezing werd wáár gemaakt. Absoluut en overal.

Ongetwijfeld zoekt MV in de goede richting wanneer hij opmerkt:

Een van de dingen die mij tot nu toe opgevallen is, is dat we in de Bijbelverhalen te maken hebben met seizoenen. Er zijn tijden dat de schaduw van Petrus mensen al geneest en er zijn tijden dat dit niet meer lijkt te gebeuren. Er zijn tijden dat een zweetdoek van Paulus genezing brengt en dan lezen we later dat Paulus aan Timotheüs schrijft dat hij een beetje wijn moet drinken voor zijn buikpijn.

Het is jammer dat MV dit gegeven niet nader uitwerkt. Want inderdaad, God werkt in seizoenen. In de Handelingen-tijd werden allen genezen, wie de apostelen maar wilden. Maar na die tijd moest Paulus Timotheüs aanbevelen wat wijn te drinken als medicijn. Of Trofimus ergens ziek achterlaten (2Tim.4:20). De Handelingen-tijd was het seizoen waarin Israël tot bekering gebracht zou worden. Daarop was de prediking gericht (Hand.3:19-21). Niet alleen door hen te doen te horen maar ook door hen tekenen te doen zien (Hand.28:27). Maar ná Handelingen 28 is dat seizoen voorbij en blijft slechts ‘horen’ over (Hand.28:28).

Wie eenmaal het fenomeen van ‘seizoenen’ verstaat, begrijpt waarom het in de Handelingen-tijd wemelt van wondertekenen, terwijl het daarna zo goed als over is, daarmee. Eenmaal tot dat inzicht gekomen, hoeft men niet meer in een krampachtig rollenspel de Handelingen-tijd te imiteren. Zulk rollenspel leidt slechts tot frustraties. En tot verlegenheidsoplossingen:

Het ligt aan onbeleden zondes, een vloek in het nageslacht, te weinig geloof, gebrek aan toewijding, een zondige leefstijl en ga zo maar door. Hoewel je wellicht voor al deze zaken een theologische punt kunt maken, lopen wij het risico om met deze argumenten kwetsbare mensen verder te beschadigen.

Wat mij raakt, is dat wij hiermee onbewust vaak de verantwoording en de schuld bij de zieke en de kwetsbare christen neerleggen. Zonder dat wij dit misschien hardop willen zeggen, zeggen we tegen hen: “Het is niet alleen heel erg en verdrietig voor je dat je ziek bent. De reden dat God je niet geneest, leggen we ook nog eens bij jou neer (…)

MV is terecht diep teleurgesteld in veelbelovende (!) genezing-samenkomsten. Hij stelt voor het kleiner en bescheidener aan te pakken:

Ik vraag mij af waarom wij niet vasthouden aan wat Jakobus over het bidden voor genezing schrijft dat je vraagt of je oudsten of ouderlingen komen, die je zalven met olie en voor genezing voor je bidden.

Maar MV vergeet hier het seizoen-principe waarover hij eerder schreef. En ook ziet hij de adressering van de brief van Jakobus over het hoofd. Jakobus richt zich niet tot een willekeurig christelijke gemeente, maar tot “de twaalf stammen in de diaspora” (1:1). “De oudsten van de gemeente” (5:14) behoren tot de synagoge, zoals we letterlijk lezen in 2:2. Daar is men ook bekend met het zalven met olie (Mar.6:13). De Jakobus-brief, staat evenals de brieven van Petrus en Johannes geheel in het teken van Israël (Gal. 2:7-9).

Wat doet MV trouwens met de belofte in Jakobus 5:15: “en het gelovige gebed zal de lijder gezond maken…”? MV schrijft:

Als er niks gebeurt, dan is daar die pastorale zorg. Dan zijn daar hopelijk die woorden: “Wij begrijpen niet waarom God je niet geneest. We hebben geen antwoord op jouw lijden. Maar we huilen met je mee.

Nou, daar ben je dan mooi mee geholpen…?!? Eerst ziek en vervolgens nog zieker door het uitblijven van de beloofde genezing. Met de schrale troost van pastorale zorgers die met je meehuilen. Zo worden mensen niet genezen door gebed maar van het gebed! Is het niet te triest voor woorden?!

Een echt antwoord op de brandende vraag van MV verkrijg je alleen wanneer je hetgeen aan Israël gericht is, ook bij Israël laat. De Schriften indelen naar de sleutels die ze daarvoor zelf aanreikt (Gal.2:7-9). En daarmee ook de seizoenen te onderscheiden en niet de Handelingen-periode één-op-één willen overzetten op nu. Gaan we daaraan voorbij, dan kun je nog zoveel pastorale zorg inzetten, maar het blijft dweilen (van tranen!) met de kraan open.

Delen: