English blog

wat de profeten niet begrepen

04-11-2010 - Geplaatst door Andre Piet

 

CHRISTUS’ LIJDEN NAUWKEURIG VOORZEGD
De Hebreeuwse profeten hebben eeuwen  tevoren specifiek gesproken over het lijden dat over Christus zou komen. Hoe hij veracht zou worden door zijn eigen volk en ten slotte als een lam ter slachting zou worden geleid. Maar ook welke beschuldigingen tegen hem zouden worden geuit, hoe honden (=heidenen) zijn handen en voeten zouden doorboren, hoe zijn klederen zouden worden verloot, hoe ook zijn God hem zou overlaten aan zijn vijanden, hoe hij tussen de misdadigers zou sterven maar ook bij een rijke in zijn dood zou zijn, etc. Het is alles voorzegd en het is Jezus die b.v. de Emmaüsgangers verwijt dat ze traag waren om te geloven al wat de profeten daaromtrent hadden gesproken.

OOK MESSIAANSE GLORIE VOORZEGD
De profeten spreken niet minder duidelijk over de heerlijkheid die de Messias ten deel zou vallen ná zijn lijden. Hij zal (h)erkend worden door de inwoners van Jeruzalem als Degene die zij hebben doorstoken. Hij zal het verstrooide volk van Israël terugbrengen naar het land der vaderen. Hij zal zitten op de troon van zijn vader David te Jeruzalem. Hij zal de natien onderwerpen en Jeruzalem maken tot de hoofdstad van de wereld. “Van Sion zal de Torah uitgaan en Jahweh’s Woord vanuit Jeruzalem en Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natien”.

BLIND
Zoals het jodendom tot op vandaag de woorden aangaande de lijdende en verworpen Messias niet ziet (lees: weg-interpreteert), zo is het christendom blind voor de profetieën aangaande de toekomstige heerlijkheid van de Messias in Jeruzalem en het beloofde vrederijk. Beide categorieen van voorzeggingen zijn concreet-realistisch maar theologische vooroordelen verhinderen hen, ze te accepteren zoals ze zich aandienen.

AAN PAULUS GEOPENBAARD
Petrus richt zich in zijn brieven tot “de besnijdenis” (Gal.2:7; 1Petr.1:1) en schrijft over de heerlijke redding dat een gelovig Israël ten deel valt. “… een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom…” (1Petr.2:9).

10 Naar deze redding hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, 11  terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.
1Petrus 1

Hoe helder de voorzeggingen van de profeten op zich ook moge zijn, zij begrepen zélf niet “op welke en hoedanige tijd (lett. gelegenheid)” ze betrekking hadden. Hoevéél en wát voor tijd zou er gelegen zijn tussen het lijden van de Messias en de heerlijkheid van het Vrederijk? Daar hebben zij naar “gezocht en gevorst… terwijl zij naspeurden”. Veel profetieën spreken in één adem over de eerste en de tweede komst van Christus. Zach.9:9 b.v. voorzegt een nederige Messias die op een ezel tot Jeruzalem zal komen, terwijl het navolgende vers spreekt over diens heerschappij te Jeruzalem over de volken. D.w.z. de vernedering in het verleden en de glorie van de toekomst in één pennestreek. De tijd daartussen en wat daarin zou plaatsvinden, was voor de profeten verborgen. Het is deze verborgenheid die is geopenbaard aan de apostel Paulus en het hoofdonderwerp vormt van zijn brieven.

3  … dat mij door openbaring de verborgenheid bekendgemaakt is, gelijk ik tevoren in het kort daarvan schreef. 4  Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in de verborgenheid van Christus, 5  dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten: 6 dit geheimenis, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie…
Efeze 3 (zie ook Kol.1:26,27, Rom.16:25,26)

ONNASPEURLIJK
Dat de natien zouden delen in de heerlijkheid van het toekomstige, Israelitische wereldrijk was geen verborgenheid. De profetische boeken staan er vol van! Maar dat (gelovigen uit) de natien deel uit zouden maken van de Messias zélf (zijn lichaam -medeleden) terwijl Israël door ongeloof buitenspel staat, dat was verborgen voor de profeten. Zij speurden na in hun eigen geschriften, maar het is geopenbaard aan en door Paulus.

8  Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9  en in het licht te stellen de huishouding van de verborgenheid inhoudt, dat van aeonen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, 10  opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, 11  naar het plan der aeonen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, maakt…
Efeze 3

Delen: