GoedBericht.nl logo

vragen over ‘de afscheidingsmuur’

18-03-2011 - Geplaatst door Andre Piet

Zondag j.l. vond in Zoetermeer een GoedBericht-studiedag plaats rond het thema ‘de afscheidingsmuur afgebroken’ n.a.v. Efeze 2 vers 14. De studies, inclusief MP3’s, video’s en powerpoints, treft u inmiddels elders op deze site. Hoewel in de tweede bijeenkomst gelegenheid was voor mondelinge vragen zijn lang niet alle, in dit verband belangrijke vragen aan de orde geweest. De afgelopen dagen zijn nog enkele andere vragen per mail binnengekomen en het lijkt me goed om een aantal daarvan er uit te pikken en kort op in te gaan.

vraag 1: De profeten laten zien dat gedurende het Messiaanse rijk er een tempel te Jeruzalem zal staan, de sabbat gevierd zal worden en ook de volken Israëls hoogtijden zullen vieren. Betekent dit opnieuw een situatie “onder de wet”?

Zeker niet. De essentie van het nieuwe verbond dat straks met Israël zal worden gesloten is dat het onvoorwaardelijk is,  niet verbroken kan worden en dat alle verplichtingen liggen bij Hem die zevenvoudig belooft “IK ZAL”. Israël zal niet onder de wet worden geplaatst maar de wet zal in hun hart worden geschreven (Jer.31:33). De bedekking die tot op heden op het hart van Joodse volk ligt wanneer Mozes wordt voorgelezen, zal worden weggenomen. Men zal verstaan dat alles daarin, wijst op de opgestane Messias (2Kor.3:14-18; Luc.24:27)! En deze ont-dekking zal men gaan delen met de volkenwereld. De tempel die herbouwd zal worden en de offerdienst die daarin zal plaatsvinden, zal als demonstratie-model dienen en tonen hoe de wet vervuld is. Hetzelfde geldt voor de sabbat en andere hoogtijden die men zal vieren.
Wat voor Israël eens wet was, zal dan onderwijzing worden.  Precies wat het woord ‘Torah’ ook betekent. Geen lijst van do-s en dont-s maar het fotoalbum van Israëls Messias!

vraag 2: Wanneer Paulus opmerkt dat de heidenen vroeger waren vervreemd van het burgerschap Israëls, houdt dat dan niet in dat ze nu kennelijk wel gerekend worden tot Israël?

Nee, Paulus leert in Efeze 2 dat we (als natiën) ooit uitgesloten waren van de burgerrechten van Israël, maar thans, in de “nieuwe mens”  voorrechten genieten waarvan geen burger van Israël ooit durfde te dromen! We hebben als “huisgenoten Gods”, toegang tot de Vader. We mogen “in de geest” niet alleen binnen de soreg komen, maar wonen zelfs in het heilige der heiligen! De plaats waar (“in het vlees”) alleen de hogepriester van Israël één maal per jaar mocht binnengaan.

vraag 3: Paulus ging altijd éérst naar de Jood terwijl ik in jouw betoog beluister, dat het heil vandaag juist een heidense aangelegenheid is.  Is dat niet met elkaar in tegenspraak?

De reden dat Paulus altijd eerst naar de synagoge ging, was, om hen áán te zeggen dat het heil van Israël naar de natiën was gezonden (Hand.13:46; 28:28) en tevens om enigen uit hen (niet het volk als zodanig) te redden (Rom.11:11-14)! God is bezig in de tegenwoordige tijd een volk uit de heidenen te verzamelen (Hand.15:14). God heeft het Joodse volk onder de natiën verstrooid, opdat ze daar individueel de boodschap van het Evangelie zouden vernemen. Het Evangelie is bij Paulus een heidense aangelegenheid (> “Evangelie van de voorhuid”; Gal.2:7-9). Dat was ook de specifieke ergenis van zijn boodschap bij de Joden (Hand.22:21,22).

vraag 4: Wanneer ontstond “de ekklesia” waar Paulus over spreekt? Maken “de twaalf” daar ook deel van uit?

In Efeze 2 heet de ekklesia een tempel, gebouwd op het fundament van de apostelen (Ef.2:20). Waarmee is vastgesteld dat de apostelen (dus niet alleen Paulus) deel uitmaken van deze geestelijke tempel.

In de aanvang van de Handelingen-periode was de ekklesia een exclusief Israëlietisch gebeuren. De prediking van “de twaalf” was gericht op Israëls bekering (Hand.3:19-21). Later in het boek komen de heidenen in beeld. De poort naar de heidenen wordt door Petrus geopend en het is later Paulus die door deze poort (met recht, want Caecarea was een port, een haven) uit-  en ingaat. Paulus maakte allerwege de grote ‘re-organisatie’ bekend van het heil Gods dat van Israël naar de natiën was gezonden.
Het is Paulus die de waarheid van het ene lichaam bekendmaakt. Maar het lichaam (de ekklesia) begon bij… het Hoofd, d.w.z. toen Christus als de Eerstgeborene uit de doden verrees (Kol.1:18).
In de kiem werd deze waarheid reeds bekendgemaakt toen Saulus, op de weg naar Damascus geroepen werd met de woorden: “Saul, Saul, wat vervolg je MIJ?” Christus identificeerde Zich met de gemeente die Saulus vervolgde (1Kor.15:9; Hand.9:4).

Delen: