English blog

vleeseters in het paradijs?

01-07-2014 - Geplaatst door Andre Piet

images7

In enkele voorgaande blogs zette ik uiteen dat de vergankelijkheid van de schepping “vanaf den beginne” een gegeven is. Inderdaad, de dood kwam de menswereld binnen doordat het eerste mensenpaar geen toegang meer kreeg tot “de boom des levens”. Maar het fenomeen ‘dood’ was hen al bekend. Adam en Eva zagen het in de natuur om hen heen. En buiten de hof was de aarde bepaald geen paradijs.

Van Adam in de hof lezen we dat God alle dieren bij hem bracht…

… om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zou, dat zou haar naam zijn. 20 Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds…
-Genesis 2:19,20 (St.Vert.)

Adam doorgronde de dieren en de Hebreeuwse namen die hij hen gaf (zoals Adam zelf ook een Hebreeuwse naam is) typeren hun identiteit. Laten we een paar namen van vleesetende dieren nader bezien.

Het woord leeuw in het Hebreeuws (arje; Str. 738) is afgeleid van een werkwoord dat gewelddadig plukken of trekken betekent. Het woord voor uil (tachmac; Str.8464) is afgeleid van een woord dat duidt op geweld. Het woord voor adelaar (nesher; Str.5404) is afgeleid van een stam dat verwijst naar openrijten of scheuren. Het woord voor gier (perec; Str.6539) is afgeleid van een werkwoord dat splijten of breken betekent. En het woord voor (hoorn-)slang (shphiyphon; Str.8207) is afgeleid van een werkwoord dat vertaald wordt met vermorzelen.

Voor zover we weten gaan deze namen van dieren (en de lijst is uiteraard verre van volledig) terug op Adam in de hof. Ze typeren de dieren die God had geschapen, ieder “naar zijn aard”. God maakte ze met hun hoekige tanden, hun giftige tong of hun scherpe snavel en met een (relatief) kort darmstelsel. De spin stelde Hij in staat om een kunstig web te maken om zo insecten te kunnen vangen, terwijl Hij de kameleon voor dat zelfde doel een razendsnelle tong gaf. Een zwaardvis rustte Hij toe met een zwaard om zijn prooi te kunnen vangen. En piranha’s gaf Hij buitengewoon scherpe tanden. De miereneter gaf Hij een kleverige tong voor het eten van mieren en termieten. En wat dacht u van de tentakels die aan inktvissen en zeeanemonen werden gegeven? Of van de mechanismen waarmee Hij vleesetende planten voorzag? Enzovoort.

Maar lezen we in Genesis 1:30 dan niet dat alle dieren planteneters waren?

Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven.
(St.Vert.)

Het groene kruid (de vegetatie) is het voedsel voor de dierenwereld. Voor planteneters maar indirect ook voor roofdieren. Want roofdieren eten… planteneters. Het eerste wat een roofdier ook van z’n prooi opeet is de buik met daarin het plantaardige voedsel. Nergens lezen we in de Bijbel dat het menu van de dieren zou zijn veranderd sinds de mens van de verboden vrucht at. Van de mens lezen we dat wel. De mens was aanvankelijk een vruchten- en planteneter en pas na de zondvloed wordt melding gemaakt van het eten van vlees (Gen.9:3).

Het traditionele christendom weet geen raad met de oorsprong van het kwaad, zoals pijn en dood. Men kan niet geloven dat God zelf de slang schiep (Gen.3:1) maar ook de haai, de hyena en de krokodil en de visarend, ieder “naar zijn aard”. De Schrift zelf verklaart dat het God is die aan de leeuw zijn prooi geeft (Ps.104:21). God heeft de schepping aan de vergankelijkheid onderworpen (Rom.8:20). En omdat het naar het plan van de Schepper is, is het goed. Goed is de kwalificatie die telkens weer klinkt in Genesis 1. “En God zag dat het goed was” (1:10,12, 18,21,25). Goed, niet volmaakt. De volmaaktheid heeft Hij gereserveerd voor de nieuwe schepping.

Reageer op Facebook

Delen: