English blog

verloren gaan… punt?

28-08-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Van een bezoekster van mijn website ontving ik onderstaande mail:

 (…) Zojuist uw preek/Bijbelstudie over “verloren gaan” beluisterd. U heeft uitgelegd wat u onder verloren gaan verstaat: niet geloven. Ja, als je niet gelooft, ga je verloren, dat is duidelijk.

Maar wat houdt dat nu precies in? Wat gebeurt er dan als ik tot mijn dood toe niet geloof?

Volgens de Bijbel kom ik dan in de hel. Daar hoor ik in uw preek niets over. Nu mag je in deze tijd het woord “hel” niet meer gebruiken, daar wil men niet meer van weten, maar het is wel wat de Bijbel ons leert. Of moeten we geloven in een alverzoening? Eind goed, al goed. Wees maar niet bang, God is genadig, hij zoekt het verlorene, helemaal mee eens, maar als het verlorene Hem niet wil aannemen, wat dan?

Volgens mij heeft degene die de vraag gesteld heeft, hoe het nu zit met de teksten die over verlorenheid gaan waar Paulus het over heeft, nog geen antwoord op zijn vraag. En ik ook niet. Wat moet ik dan met de teksten in Matth. 13: 40-43 , 10:28, Lukas 12:5, 16:23 ? en vele andere teksten.

Uw reactie zie ik met belangstelling tegemoet,
(…)

In de genoemde presentatie liet ik zien dat het woord voor ‘verloren gaan’ (Gr. apollumi) vertaald wordt met ombrengen (Mat.2:13), omkomen (Hand.5:37), vergaan (2Petr.3:6), verkwisten (Mat.26:8), enz. Ook een gelovige kan verloren gaan (1Kor.8:13) in die zin dat zijn geloof ‘schipbreuk leidt’ of dat hij ‘de weg kwijt raakt’. Op één ding kan het woord in elk geval nooit betrekking hebben en dat is op de zogenaamde hel. Dat begrip kent de Schrift namelijk niet. Dat het niettemin in veel Bijbelvertalingen is terecht gekomen is dan ook volkomen misplaatst. In de oude Statenvertaling is het dikwijls de weergave van het Hebreeuwse woord ‘sheol’ of het Griekse ‘hades’, maar beide begrippen duiden op het ongeziene ‘dodenrijk’. Gewoonlijk dient ‘hel’ als vertaling van het Griekse woord ‘Gehenna’. Een grote misser want Gehenna is de Griekse term voor het dal van Hinnom bij Jeruzalem (zie: Jer.19:6; 32:35). Een concrete plaats waar je naar toe kunt lopen… In het toekomstig Messiaanse rijk zullen in dit dal de dode lichamen van opstandige mannen onbegraven ten toon worden gesteld (vergl. Jesaja 66:24 en Mar.9:48). Geen onderaards oord dus waar zielen worden gefolterd (wat het woord ‘hel’ suggereert) maar een geografische plaats waar dode lichamen vergaan. Ook de andere teksten waar de briefschrijfster naar verwijst hebben betrekking op gerichten i.v.m. het Koninkrijk dat op aarde gevestigd zal worden.

Is er dan geen oordeel van mensen die vandaag in ongeloof sterven? Jazeker, de Schrift spreekt van een “Grote Witte Troon” waar de opgestane doden geoordeeld zullen worden (Openb.20:11-15). Paulus zegt daarover: “Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levende ziel, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek” (Rom.2:9). Zij, van wie de namen niet (meer) staan geschreven in het Boek des Levens zullen vervolgens worden geworpen in “het meer van vuur” en een “tweede dood” sterven (Openb.20:15). Is dat ‘einde verhaal’? Absoluut niet! Dit gericht is geen doel maar de weg naar het doel. Voordat God “alles in allen” kan worden, moet Hij al wat krom is, eerst recht zetten. Dat is ook wat wat het woord ‘richten’ inhoudt. Het is een pijnlijke operatie met een heilzaam doel.

De (tweede) dood is geen eindstation. De essentie van het Evangelie is dat de dood niet het laatste woord heeft (2Tim.1:10). Christus zal heersen “tot in de aeonen der aeonen” (Openb.11:15) maar niet eindeloos. Hij moet heersen totdat… de dood als laatste vijand zal zijn teniet gedaan (1Kor.15:25,26). Ook in Openbaring 21 en 22 is nog steeds sprake van Christus’ heerschappij (22:1,5). Pas wanneer er geen dood meer is en allen zijn levendgemaakt, zal Christus een volmaakt Koninkrijk (waar niemand zal ontbreken!) aan zijn God en Vader overdragen. Dan wordt God “alles in allen“. Dan is ‘het al’ verzoend (Kol.1:20) en alle tong zal tot eer van God de Vader belijden: Jezus is Heer (Filp.2:9-11)! Dan zijn alle mensen gerechtvaardigd (Rom.5:18), levendgemaakt (1Kor.15:22) en gered (1Tim.2:4; 4:10).

Wie spreekt over “het verlorene”, dient zich te realiseren dat er ook een verliezer is. Toen het schaapje verloren was, was de herder de verliezer. De grote les in de bekende gelijkenissen van Lucas 15 (het verloren schaap, de verloren penning, de verloren zoon) is dat het verlorene altijd weer gevonden wordt. Het is het belang en de eer van de eigenaar. Het geweldige van het Evangelie is dat het een GOD bekendmaakt die het verlorene zoekt én vindt. Hij zoekt omdat Hij liefde is en nooit laat varen de werken van zijn handen (=zijn schepselen). En Hij vindt omdat Hij GOD is en zijn plannen nimmer falen!

Delen: